logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

The Twilight Sad

It Won’t Be Like This All The Time

Geschreven door

Ik leerde de band en zijn muziek kennen begin 2015 met de release van hun vorig album (‘Nobody Wants to be Here…’). Een aangenaam album dat hier thuis nu nog regelmatig gedraaid wordt. Kort daarna zag ik hen in het Sportpaleis in het voorprogramma van The Cure. Daar konden ze mij iets minder overtuigen maar support zijn is niet altijd een dankbaar gegeven. Eigenlijk zou ik ze eens aan het werk moeten zien in een kleinere zaal. Het album komt uit op Mogwai’s label Rock Action Records.
Het vorig album was een voorzichtige stap voorwaarts en ook met dit album zetten ze een voorzichtige stap vooruit. Voor de opnames en het songschrijven haalde het duo Graham/Mc Farlane ook hun meetoerende muzikanten Doherty (bas) en Smith (keys) naar de studio om zo het niveau naar een hoger niveau te tillen. Het was tijd om ze officieel als bandleden te noemen volgens Graham. Qua stijl en sfeer is er tegenover het vorige album niet erg veel veranderd. Het is weer een vrij donker album geworden met de typische teksten en zang van James Graham.
Waar zitten de stapjes vooruit? Ik vind toch vooral in de mix en de productie. Het album klinkt iets gevarieerder en voller dan het voorgaande. De bas komt in enkele songs ook meer naar de voorgrond zoals in “Vtr” (hun volgende single) en “The Arbor”. Daardoor krijgen een aantal songs meer een darkwave/postpunk vibe. Er staan naast een aantal uptempo tracks, zoals de sterke opener “10 Good Reasons For Modern Drugs”, ook enkele mooie ingetogen songs. “Sunday Day 13” is zo’n nummer. Het drijft voornamelijk op de stem en de synths. Een mooi opgebouwd en melancholiek nummer. “I’m Not Here” is qua tekst, opbouw en teneur een typisch Twillight Sad nummer. Een heel degelijke song. Met “Auge Machine” lonken ze naar de grotere podia. Het is een song dat een beetje de grandeur van The Editors in zich heeft. Met “Keep It All To Myself” zitten ze dicht bij Joy Division aan. “Girl Chewing Gum” is een catchy song met een middelmatige en heel herkenbare riff. “Let’s Get Lost” klinkt dan wel geïnspireerder, ook cathcy en de keys hier zijn top. Een topliedje.
Het album sluit af met “Videograms”, hun single. Een heel fijne song dat best wat aandacht verdient op de radio.
Of het hen zal lukken om met dit album (het vijfde reeds) groot te worden blijft voor mij een vraagteken. Ze zouden het nochtans verdienen. Ik vond het trouwens al verrassend dat dit niet gebeurde met het vorige. Maar om eerlijk te zijn hoop ik ook een beetje dat ze blijven zoals ze nu zijn. Een cultband, zoals The Editors in hun beginperiode, die persoonlijke en weemoedige muziek maakt.
‘It Won’t Be Like This All The Time’ is een heel goed en gevarieerd album dat veel mensen zal aanspreken. Het is een kwestie van hen ermee in aanraking te brengen. Voor liefhebbers van The Editors, The National, The Cure…

Gazer Tapes

Gazer Tapes/Gazers #2 (compilation)

Geschreven door

‘Gazers #2’ is een verzameling van 30 nummers (op cassette of mp3) uit de hedendaagse Belgische scene. Het is de tweede keer dat dit label dit doet. De vorige keer was begin 2017 en bevatte 25 songs. Het label brengt ook materiaal van iets bekendere Belgische bands zoals Tonsils en Beech. Die laatste twee hebben we ook reeds gereviewd.
Ook ditmaal valt er heel wat pareltjes te ontdekken. Zoals The Empathy Exams met “Close To The Knives”. Een wat sullige bandsnaam maar met een heel leuk indie nummertje. The Third Kind brengt hier een darkwave liedje terwijl Bleak wat doet denken aan de jaren 90 alternatieve rock en shoegaze. Fake Indians geven je een lel om je oren en Berg staat hier met “Leap” op haast eenzame hoogte. The LVE is ook het vermelden waard. Verder komen we nog Peuk, The Tubs, King Dick etc tegen.
Ik ga hier niet alle dertig nummers bespreken maar er staat veel op dat de moeite waard is en er zullen ongetwijfeld bands hiervan doorstoten naar een grotere bekendheid. Intussen is dit een fijn medium om hen te presenteren. Er staan ook wel wat nummers tussen die er niet op hadden gehoeven maar laten we dat aantal tot een vijftal beperken.
Zo blijven er nog 25 genietbare tracks over en dat lijkt mij meer dan geslaagd voor een compilatie met haast onbekende bands. Goed werk van het Turnhoutse Gazer Tapes!

Rock/Electro
Gazer Tapes/Gazers #2 (compilation)
Gazer Tapes

The Black Eyed Peas

The Black Eyed Peas – Geslaagd voor sfeer en gezelligheid

Geschreven door

‘I got a feeling that tonight’s gonna be a good night’. Met die gedachte spoorde ik zaterdag richting Brussel om The Black Eyed Peas na een achtjarige afwezigheid terug aan het werk te zien. Toen ik op de trein nadacht over de songs die ze in het verleden lanceerden, moest ik vaststellen dat een karrenvracht ervan ooit de hitparades sierden. Hun derde album ‘Elephunk’ (2003) heeft hier alles mee te maken: het is niet enkel het eerste album waarbij de band alternatieve hiphop inruilt voor een eerder ‘poppy’ sound, maar ook het debuut van Fergie als zangeres. Wie nog nooit de singles “Where is the Love”, “Shut up” en “Let’s Get it Started” gehoord heeft, moet ofwel onder een steen geleefd hebben, ofwel in volledige ascese trappist gebrouwen hebben.

Het ging hard voor de band, tot in 2011: de leden van de Black Eyed Peas beslisten om een tijdelijke stop in te lassen waarbij ze ver weg van de schijnwerpers aan nieuw materiaal zouden werken. Na enkele ritjes op de geruchtenmolen verliet Fergie vorig jaar echter de band om zich te focussen op haar solocarrière. De overige leden lieten het niet aan hun hart komen en werkten het zevende studio-album, Masters of the Sun Vol. 1,  af dat op 26 oktober van dit jaar boven de doopvont gehouden werd. Een gelijknamige tour, die aangekondigd werd als de wedergeboorte van de Black Eyed Peas, kon uiteraard niet uitblijven. Zaterdag 17 november was ons land dus aan de beurt.

De Belgische DJ Daddy K en opkomend talent India Love mochten het verwachtingsvolle publiek opwarmen. Dat ze daar ruimschoots in slaagden, bewees de mexican wave net voor de Black Eyed Peas het podium betraden.

Black Eyed Peas - De Amerikaanse band opende met – hoe kan het ook anders – “Let’s Get it Started” en de toon was gezet. De vierkoppige liveband en een knappe scenografie die bestond uit een gigantische, verlichte driehoek, ondersteunden de verschijning van een opgewekte Will.iam, Apl.de.ap en Taboo, de drie originele leden van de Black Eyed Peas. Alvorens de enthousiaste fans de kans kregen om op adem te komen, volgden “Imma Be” en “Rock That Body”. Het licht euforische gevoel van herkenning dat ik had, werd al gauw getemperd want hoewel de drie heerschappen blakerden van zelfvertrouwen, zongen ze (te) vaak naast het ritme. Daarenboven kreeg de PA waarschijnlijk bericht om de micro’s luid genoeg te zetten zodat iedereen zonder problemen ieder woord zou horen. Dit benadrukte helaas de vocale tekorten en zorgde bij momenten ook voor een storende galm.
Dat Fergie er niet bij zou zijn, wisten we op voorhand. Het was dan ook nieuwsgierig uitkijken naar wie haar plaats zou innemen. Na een viertal nummers kwam het antwoord:  Jessica Reynoso, een finaliste van The Voice of the Philippines. Een prima zangeres én meerwaarde voor de show, die helaas als een lookalike van Fergie werd neergezet.  Hoewel de zangeres zeker Fergies pumps zou kunnen dragen, zie ik haar nog niet onmiddellijk in haar voetsporen treden, daartoe mist ze simpelweg de x-facor die Fergie heeft. Mij leek het ook alsof ze door de andere bandleden in haar vrijheid beknot werd en niet mocht verwachten dat ze dezelfde aandacht zou genieten als hen.
Ondanks dit alles vliegt het eerste uur voorbij en bouwt Vorst een feestje. De meeste mensen die naar Brussel afgezakt zijn, komen immers niet om muzikaal te degusteren maar om de hitjes mee te brullen. Gaandeweg het midden van de set was er echter een dip in de show. Nieuwe singles als  “Ring The Alarm”, “Constant” en “Big Love” waren duidelijk (nog) niet gekend en leverden dan ook een akelige stilte op in het publiek. Lieve woorden van Will.i.am en Taboos getuigenis over zijn gevecht tegen kanker vier jaar geleden , wakkerden de betrokkenheid van het publiek opnieuw aan. Dankzij enkele Will.i.am hits, die mijns inziens overbodig waren op een Black Eyed Peas concert, steeg de sfeerbarometer zelfs maximaal. De climax werd echter bereikt op het einde, toen “Where is the Love?” en “I Gotta Feeling” Vorst in lichterlaaie zette.

Al bij al was het ‘a good night’ dankzij de vele hits die de Black Eyed Peas in hun repertoire hebben en die ze strategisch op de setlist plaatsten. Gelukkig was de uitvoering ondergeschikt aan de vreugde die de hits teweegbrachten. Om hun achtjarige afwezigheid goed te maken wordt er trouwens nieuw werk verwacht in april én oktober 2019.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/135
Organisatie: Live Nation

The Human League

The Human League - Strak geregisseerde synthpop zonder houdbaarheidsdatum

Geschreven door

Ook zonder écht relevante platen uit te brengen verdient Sheffield’s finest The Human League reeds decennia lang een aardige stuiver in het 80ies revival circuit. Het grootste deel van dat lucratieve pensioenplan heeft het Engelse gezelschap opgebouwd van pakweg ’81 tot ’86 toen hun tussen kunst en kitsch laverende synthpop zowel door new wave adepten als door de commerciële mainstream wereldwijd werd gesmaakt. De drie voornaamste veteranen uit die glorieperiode, frontman Philip Oakey en zangeressen Susan Ann Sulley (‘de blonde’) en Joanne Catherall (‘de zwarte’), horen we niet klagen als zou hun populariteit inmiddels tanende zijn: schijnbaar moeiteloos liepen zowel de AB, het Kursaal en de Roma afgelopen weken vlotjes vol om de hitmachine uit het foutste decennium van de muziekgeschiedenis aan het werk te zien.  

The Human League trekt dit jaar de wereld rond met hun ‘Red tour’, een nostalgische knipoog naar een vroegere gewoonte van de band om hun vinyl singles rood te merken als ze expliciet voor de dansvloer bestemd waren. De designers van de flashy video wall op de achtergrond hadden dat duidelijk goed begrepen: rood was een regelmatig terugkerend kleur in een verknipt decor van muziekclips, video animaties en fluoprojecties dat het publiek in een handomdraai terug naar de 80ies katapulteerde op de strakke synthpop beats van “The Sound Of The Crowd”. Meteen viel op hoe de onderkoelde bariton van de inmiddels 63-jarige Oakey nog steeds akelig perfect klinkt. Was dit het betere lip sync werk ... of toch het resultaat van een popster pur sang die zich gewoon goed soigneert in de herfst van zijn carrière en als een afgetrainde atleet van de ene naar de andere trap holde? We hebben geen bewijzen voor het eerste dus veronderstellen dan maar het tweede.
Dé voornaamste bestaansreden van The Human League anno 2018 zit verpakt in ‘Dare’, dat ene classic album uit ’81 waarop de synthese tussen de elektronische spielerei van Kraftwerk en de space disco van Giorgio Moroder het nieuwe handelsmerk van de groep werd. De klassieke synthpop singles uit dat album zoals “The Things That Dreams Are Made Of”, “Open Your heart” en “Love Action (I Believe in Love)” ontbraken natuurlijk niet in Oostende en lokten prompt een horde dolle vijftigers uit hun comfortable zetel richting frontstage om een danspasje op een halve tegel te wagen. Voeg daarbij andere popparels als “The Lebanon” (yep, ineens werd hier zowaar een gitaar gespot op het podium), de lichtvoetige Motown pastische “Mirror Man” en de enige noemenswaardige 90ies hit “Heart Like A Wheel”, en je hebt het recept voor een onvervalst feestje der herkenning dat gewoonweg niet kón mislukken.
Oakey & co hadden gelukkig ook wat minder evidente songs op het menu staan. Het atmosferische “Seconds”, met voorsprong het beste nummer uit ‘Dare’, werd toendertijd weggemoffeld als B-kantje van “Don’t You Want Me” maar heeft intussen zijn eeuwigheidswaarde bewezen als inspiratiebron voor uiteenlopende acts van Ladytron tot LCD Soundsystem. Ook met de okselfrisse elektropop van “Night People”, een vergeten single uit League’s laatste album ‘Credo’ (’10), overbrugde de Engelse veteranen moeiteloos een aantal generatiekloven. Op haar beurt keek de groep ook eens achterom richting eigen inspiratiebronnen, en kwam wonderwel uit bij Ryuichi Sakamoto’s Yellow Magic Orchestra wiens “Behind The Mask” een glossy en zeer geslaagde makeover kreeg.
De meeste ogen mochten dan al gericht zijn op de drie oorspronkelijke leden, toch verdienen de twee synthspelers en de drummer evenveel krediet om de tot in de puntjes uitgekiende greatest hits show van begin tot eind strak te regiseren. Het gaf Oakey en zijn twee stoïcijns voor zich uitkijkende Griekse godinnen meteen ook de tijd en ruimte om vestimentair uit te pakken en hun voormalige reputatie als stijliconen van de new romantic movement hoog te houden. Oogverblindende glitters, potsierlijke pluimen, halve kilts en doorzichtige regenjassen: you name it en het zat in de verkleedkoffer van Sheffield’s finest.

Tijdens de twee toegiften schetste The Human League mits magistraal gekozen contrasten haar eigen muzikale evolutie van een avant-gardistisch elektro gezelschap (“Being Boiled”) naar een catchy synthpop band met Abba-esque neigingen (“Together in Electric Dreams”, een toenmallige joint venture tussen Oakey en de onvermijdelijke Moroder).
Slotsom: net als bij de recente concertreeksen van Kraftwerk voelde de tot op de milliseconde strakke timing toch wel wat steriel aan, maar evenzeer als hun geestelijke vaders kwam The Human League hier toch vooral bewijzen dat hun muzikale erfenis weinig aan relevantie heeft ingeboet. Kunst - kitsch: 1 - 1.

Organisatie: Live Nation

Uncle Acid & The Deadbeats

Uncle Acid & The Deadbeats - Onversneden garage-metal

Geschreven door

Uncle Acid and The Deadbeats wordt nogal snel bestempeld als een metal band. Een beetje kort door de bocht is dat, vooral voor een band die net iets te graag zelf uit die bocht vliegt. Laat ons aannemen dat het hier gaat over een soort metal die bij voor voorkeur in een gammele schuur is opgenomen in plaats van in een peperdure studio. Metal ontdaan van alle bombast, kapsones, spierballen of lachwekkende haardossen. Uncle Acid houdt het liever rauw en smerig en dompelt de versterkers maar al te graag in een bad van steengruis alvorens ze volledig in het rood te laten gaan. Denk aan Black Sabbath en Blue Oyster Cult die in een vochtige kelder zijn opgesloten, of aan Ty Segall die Kyuss door een versleten vleesmolen draait.

Geen band die de lo-fi metal beter beheerst dan Uncle Acid & The Deadbeats (of het moet Fuzz zijn, niet toevallig weer een hobbyclubje van Ty Segall), getuige de vijf albums die ze inmiddels al bij mekaar gesmeed hebben. ‘Wasteland’ is daarvan de laatste en het is wederom een ferm staaltje grofkorrelige garage-metal. Daaruit zijn de gejaagde en snedige gruisrockers “I See Trough You” en “Shockwave City” blijkbaar al tot publiekslievelingen uitgegroeid, en met het slepende monstertje “No Return” wordt Black Sabbath door een toxisch bad van modder en salpeterzuur gesleurd.
Verder graait Uncle Acid ook nog flink uit hun back catalogue. Krakers als “I’ll Cut You Down”, “Mt Abraxas”, “Waiting For Blood” en een verschroeiend “Death’s Door” doen de stoom uit alle schouwen tegelijk blazen. Het klink ronduit geweldig, sneert als een heuse orkaan door de AB en laat daarbij heel wat vunzige rock’n’roll-smurrie achter.
Live weet Uncle Acid immers dat rauw en gemeen geluid nog een extra dimensie te geven. De onverstaanbare vocals klinken alsof ze uit een ondergronds buizenstelsel komen, maar ze zitten de ongepolijste powersound als gegoten. Zo ook de gitaarsolo’s, dit zijn hoegenaamd geen spreidstand-ego-trips met guitar-hero allures, ze staan daarentegen volledig in dienst van de scheurende songs. Uncle Acid creëert daarmee een sfeertje waarin het publiek wordt opgezogen in een bad van giftige stoner-rock en smerige proto-metal. De voltallige AB Ballroom laat zich er vanavond gewillig in onderdompelen.

Als dit al metal zijn, dan is Uncle Acid & The Deadbeats tenminste een band die de rock’n’roll terug in het genre heeft gebracht. En dat is meer dan welkom.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

James Christian

Craving

Geschreven door

James Christian is ook bekend van zijn werk/rol in House Of Lords. De band is al sedert 1987, mits een hiatus van enkele jaren, bezig in de muziekbussiness. Zij zitten eveneens bij het Italiaanse label Frontiers Records. Zo nu en dan neemt James ook een solo album op. ‘Craving’ is zijn vierde solo-album.
Is er veel verschil met zijn hoofdband? Niet erg veel. Het grootste verschil is misschien dat de gitaren hier soms eerder semi-akoestisch zijn wat maakt dat ze wat zachter rocken dan dat je bij House of Lords gewoon bent. Voor de rest zijn er veel gelijkenissen. Melodische AOR rock met veel aandacht aan de refreinen en dito melodieën. Voeg daarbij ook nog de typerende stem van James en je zal hier niet veel nieuws onder de zon ontdekken.
Is deze plaat dan een sof? Nee , helemaal niet. Het is heel degelijk gemaakte en catchy rock. Een beetje clichématig dat wel. Het doet soms wat aan Journey of Bon Jovi denken. Het grootste minpuntje vind ik de teksten. Die zijn veelal nietszeggend en staan vol met holle aanklachten of woorden. Wat gladjes dus. O.m. op “Wild Boys”. De tekst is oppervlakkig maar de song op zich is wel te genieten. Het titelnummer “Craving” is dan wel geslaagd op elk vlak. “World of Possibility” is een degelijke ballade met een vrij fijne melodielijn. Helaas heb ik die al ergens eerder gehoord. “Sidewinder” is een leuke rocker dat wat aan Aerosmith doet denken. De man brengt ook enkele songs met een gelovige inslag. Elf tracks staan er in totaal op ‘Craving’.
Wie graag House of Lords, of de bands zoals ik hier eerder heb opgenoemd hoort, zal hier wel tevreden mee zijn. Zelf vind ik het een heel vakkundig gemaakt album maar ik mis toch wat magie en eigenheid om het meer dan dat te noemen.

Hardrock/AOR Rock
Craving
James Christian

Parquet Courts

Parquet Courts - Tevredenheid op een koude donderdagavond

Geschreven door

Het is een koude donderdagavond, midden november, wanneer Parquet Courts zijn nieuwe plaat 'Wide Awake' voorstelt in de Botanique.
De New Yorkse groep bracht met deze zevende plaat een accurate beschouwing van de moderne tijd. Met elk nummer, kritiek op een deel van onze hedendaagse samenleving.

Zoals “Total Football”, de opener van de plaat, maar ook van deze avond, dat eindigt met “and fuck Tom Brady”. (Quarterback, populaire jongen en Trump-aanhanger).
“Fuck Donald Trump” schreeuwde iemand nog. “We’re on the same page,” kreeg deze enthousiasteling sarcastisch terug van gitarist en songwriter Andrew Savage.
Wat volgde was een goed gebalanceerde set van 80 minuten. De afwisseling tussen funky 60’s pop ballads als “Freebird II” en knallers als “Almost had to Start a Fight/In And Out of Patience” brachten dynamiek en een verhaal in de set.
Alleen kwam de uitvoering niet echt over. Het leek alsof ze in hun cynische teksten zelf gegroeid zijn (of het tourleven was net iets te hard). Ze hebben bewezen dat ze alle vier goede muzikanten zijn, maar er was lak aan attitude om de boodschap over te brengen.
Het US-radiohitje “Tenderness” werd als de “Smells Like Teen Spirit” of de “Where Is My Mind” van … afgerammeld, terwijl mensen zaten te duwen om bier te halen.
Naar het einde toe begon de band te jammen, vertrekkende vanuit “One Man No City”. In deze uitgerokken trip leken ze het licht terug te zien. Voor het eerst zagen we een band.
Eindigen deden ze wel in stijl met het één minuut lange “Light Up Gold II” en een “We’re Parquet Courts, thank you bye!
Deze laatste was goed genoeg om de mensen met een tevreden ziel naar huis te laten gaan.

Er zijn namelijk niet veel bands als Parquet Courts. We vergeven hun iets zwakkere showdus graag.

Organisatie: Botanique, Brussel

SONS

SONS - Knallen in de ‘Charla’!

SONS - Geen betere plek dan de broeierige 'Charla' om een stevige garagerockband als SONS het beste van zichzelf te laten geven. Want eerlijk, deze rockers in een schouwburg, het zou als een tang op een varken zijn geweest.

SONS raasde als een kanonskogel door een 45 minuten durende set zonder enig rustmoment. En dat het echt oerend hard zou gaan , bewezen ze onmiddellijk in het begin van het optreden. Een nieuw nummer, titel nog niet bekend, ging vooraf. Het werd een typisch SONS-nummer met meer dan genoeg ronkende gitaren.
Daarna gingen we verder met bekender werk zoals “Wanted Dead” en “Concrete Waves”. Die laatste had een coole spacey outro. We kregen al wat handgeklap en de handjes gingen omhoog. Robin, Jens, Arno en Thomas gingen onverminderd door met pompende bassen en knallende drums. Met “I Need a Gun” bewezen de SONS ook hard melodieus uit de hoek te komen. Als een trein ging de band naar het einde van het nummer, waarbij ze het niet konden laten om de versterkers even te laten krioelen.
Ondertussen waren we al over de helft van de set, en vond SONS het tijd voor een covertje. We hoorden een ruige versie van “Lonely Boy” van The Black Keys. Een verkrachting op een goede manier? Het blijkt dus te kunnen. Daarna kregen we “Tube Spit”, dat met enkele rustpauzes zorgde voor nog sterkere bommetjes tijdens de song. En tijdens “Ricochet” zagen we nog een heuse sitdown, zodat ook de mensen achteraan even hallo konden zeggen tegen de band. In het echt klonk de hit natuurlijk nog rauwer dan op de radio. Dat konden we alleen maar toejuichen.
Als bisnummer genoten we nog van “Do They See Me”, waarna we zelfs wat gabbermuziek hoorden om het helemaal strak af te sluiten.

We kregen dus een top optreden. Geen wonder dat deze jonge gasten de Nieuwe Lichting van Studio Brussel wonnen. Het is een unieke band in België, die de garage punkrock helemaal terugbrengt. Het is uitkijken naar de rest van het nieuwe werk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-photo/156
Organisatie: Democrazy, Gent

Cass McCombs

Cass McCombs - Meesterlijke songsmid

Geschreven door

Nadat ik zo'n tien jaar geleden een plaat van Cass McCombs had gekocht verloor ik de man uit het oog maar wanneer De Zwerver, een club die men moeilijk een slechte smaak kan verwijten, hem uitnodigt, vond ik het toch tijd voor een hernieuwde kennismaking. Een wijs besluit want Cass McCombs bleek veel meer dan de timide singer-songwriter die ik in gedachten had.

Eerst mocht zijn toetsenman, Frank LoCrasto, ons wat opwarmen en die deed dat met stijl. Afwisselend op elektrische piano en synthesizer liet hij ons proeven van zachtaardige, betoverende melodieën. Even dacht ik een lo fi Jean-Michel Jarre te horen maar toen hij zijn korte set afsloot met een cover van Les Baxter wist ik uiteindelijk dan toch waar ik deze muziek moest situeren. Toen werd duidelijk dat de man zijn inspiratie vond in de exotica, een genre dat floreerde halfweg de vorige eeuw en een mix was van easy listening en wereldmuziek. LaCrosta liet ons verstaan zelf ook een plaat te zullen uitbrengen, benieuwd wat dat zal geven.

Onmiddellijk daarna verscheen de rest van het gezelschap en kon het concert van Cass McCombs zonder voorafgaande pauze starten. Al vlug werd duidelijk dat hier een echte band op de planken stond. Van LoCrasto wisten we intussen al dat hij iets in de vingers had, hoewel ik niet altijd even gelukkig was met zijn synthesizerklanken, maar ook bassist Dan Horne en drummer Otto Hauser, die al vroeg in de set eens zijn talenten mocht demonstreren, zorgden voor een ruime inbreng.
Tweede vaststelling was dat het bij McCombs duidelijk draait om de songs. Stuk voor stuk ambachtelijke parels met veel oog voor details die soms herinneringen aan Bill Callaghan opriepen. Niet altijd mijn ding -sommige waren iets te zoetsappig van structuur- maar altijd herkende men er de hand van een meester in. Meestal klassiek van snit hoewel de 41-jarige Californiër ook al eens buiten de lijntjes durfde te kleuren. Zoals tijdens dat dreigende nummer toen Horne zijn bas ruilde voor een brass gong die een galmende gitaar kwam bijstaan of met “Rancid girl” dat niet veel meer nodig had dan een aanstekelijke basriff. Soms kwam hij ook al eens stevig rock-‘n-rollend uit de hoek en naar het einde toe breide hij geregeld lange instrumentale outro’s aan zijn songs waarin dan weer duidelijk werd dat hij ook een begenadigd gitarist is. Die jammomenten waren niet te versmaden en deden qua sfeer aan wijlen J.J. Cale denken.

Ten slotte vroeg Cass McCombs ons beleefd wat we wilden horen als bis waarop er nogal wat geroepen werd. Uiteindelijk opteerde hij voor het stevige “Big wheel” en het fijn uitgesponnen “Dreams-come-true-girl” wat voor een mooi slotakkoord zorgde.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Sweeping Death

In Lucid

Geschreven door

Sweeping Death is een Duitse progressieve metal band die sinds 2012 onder de naam Order of Priority aan de weg timmert. Medio 2016 werd de naam dus veranderd in Sweeping Death. Dit resulteert in de single “Die for Metal” en de EP “Astoria”. Over die laatste schreven we
'Sweeping Death verleggen grenzen binnen een uiteenlopend pakket van metal muziekstijlen. Gaande van de 'power' van powermetal, over de technisch hoogstaande uitspattingen van zogenaamde 'epic' metal gaan Sweeping Death telkens, zonder enig probleem, over naar Thrash Metal in zijn meest pure zin. Om daarbovenop ook nog eens het soort heavy metal naar voor te brengen, zoals alleen de groten op aarde dit kunnen. Deze EP 'Astoria' is het soort visitekaartje dat ons vol verwachting doet uitzien naar de toekomst.
'In Lucid' is het eigenlijke debuut. Een veelkleurige tot veelzijdige schijf, die vooral instrumentaal bekeken ons compleet van onze sokkel blaast.
We hadden het op de EP al gemerkt. Binnen het progressieve metal en aanverwante is deze Duitse band best een te ontdekken parel die je niet aan jou mag laten voorbij gaan. De band bestaat uit één voor één top muzikanten, die riffs en drum salvo's uit hun instrumenten toveren waarbij grenzen worden verlegd. Telkens bezorgen die koude rillingen, adrenalinestoten , een ware krop in de keel. Niets wordt aan het toeval overgelaten, vanaf die eerste energieke song “Blues Funeral”, voorafgegaan aan een heel aanstekelijk klinkende intro “Eulogue”, zijn we vertrokken voor een bijzonder epische trip.
De vocale inbreng zorgt dan weer voor een psychedelische tongval, waardoor je onder hypnose wordt gebracht. Luister maar naar het lang uitgesponnen, circa tien minuten lange epos, “Suicide of a Chiromantist”. En je hoort een buitgewoon getalenteerd gezelschap dat vooral goed heeft geluisterd naar de jaren '70 bands maar eveneens met beide voeten in het heden staan. De band weet trouwens een zodanig uitgebreide pallet aan stijlen, en stijlbreuken naar voor te brengen dat hen in een hokje duwen, de band tekort doen is.
Episch metal is nog de beste omschrijving als je door duivelse riffs bij “Resonanz”, "Antitecture” tot magische afsluiters “Lucid Sin” - circa zeven minuten riff plezier - en “Stratus” weer eens door elkaar wordt geschud. Als de band toch een grens verlegt, dan is het in het toveren van veelkleurige riffs en riffs die snijden als vlijmscherpe scheermesjes in je vege lijf.
Besluit: De gitaarliefhebber, die houdt van lang uitgesponnen solo's, kan deze plaat uiteindelijk zonder daarover te hoeven nadenken, aanschaffen. Je zult niet ontgoocheld worden, want elke song is een bommetje boordevol aanstekelijke potjes oorgasme voor de doorsnee liefhebber van het instrument gitaar. Zonder afbreuk te doen aan de bijzondere vocale inbreng van een frontman die wat stem betreft wat doet denken aan heavy metal grootheden uit de jaren '80. Eveneens de drumpartijen klinken als stevige mokerslagen. Maar de band blinkt dus het meest uit in dat prachtige instrument de gitaar. Waarin deze heren meesters zijn, die bovendien totaal niet moeten onderdoen voor de zogenaamde grootheden binnen de gitaristen. Integendeel zelfs.

Tracklist: Eulogue (1:08) - Blues Funeral (5:41) - Horror Infernal (4:11) - Suicide of a Chiromantist (9:53) - Purpose (3:37) - Resonanz (6:09) - Antitecture (4:25) - Lucid Sin (7:47) - Stratus (5:59)

Fabiola

Check My Spleen

Geschreven door

We kijken vaak te weinig over de taalgrens, want daar is best wat moois te ontdekken. Ook visa versa is dat helaas nog steeds het geval. Nochtans gooien bands als BB Brunes, It it Anita, Cocaine Piss tot Girls in Hawaii in het Franse en in het Brusselse heel hoge ogen. Sommige breken wel door in Vlaanderen, maar vaak is de impact iets minder. Het hoe en waarom ontgaat ons al veel jaren.
Dit terzijde stellen we een gloednieuwe Indie Pop parel aan u voor: Fabiola. We legden ons oor te luisteren naar het aanstekelijke schijfje 'Check My Spleen' en horen een band die uiteenlopende aanstekelijke muziekstijlen aan elkaar rijgt alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Deze band het label' Indie' opkleven is hen dan ook enorm tekort doen.
Van het dansbare “Faillure”, waar alle registers worden open gegooid, naar het weemoedige “St. Servais” tot het kleurrijke “Shit (is coming back)”. Telkens weet de band nieuwe wegen in te slaan, waardoor je inderdaad geen muziekstijl kunt kleven op Fabiola. De gevarieerde aankleding en het aanspreken van al even uiteenlopende emoties is belangrijk.
Fabiola trekt ons over de streep?, jawel ook al wordt daarbij helaas iets te nadrukkelijk binnen die lijntjes gekleurd, en klinkt alles nogal braaf en zo toegankelijk mogelijk. Tegen schenen schoppen en heilige huisjes omver duwen is er dus niet bij. Fabiola moet het hebben van fijne pop deuntjes die in je hoofd blijven hangen, en die je lekker mee neuriet in je huiskamer. Daar is op zich uiteraard nooit iets mis mee, maar wij houden toch van een meer avontuurlijke aanpak.
De aanstekelijkheid combineert Fabiola met sausjes melancholie. Daardoor kan dus vooral een ruim publiek aan pop en indie liefhebbers worden aangesproken. Ergens raken sommige songs een gevoelige snaar. Zoals “Kingdom”, “Robert Palmer” - een ode aan de zanger zelf?- een open vraag die we graag zouden zien beantwoord worden. Of “Betty”. Een opvallend lekker fleurige song die je enerzijds een traantje doet wegpinken maar vooral enorm veel positieve energie bevat waardoor je danst inn het malse gras.
Afsluiten doet Fabiola met een best weemoedig “Bottom of the well” dat je in eerste instantie een krop in de keel bezorgt, in hoge mate door die glasheldere en breekbare vocalen. En verder mondt het uit in diezelfde aanstekelijkheid waardoor je de zon ziet schijnen achter de donkere wolken.
Besluit: Fabiola brengt met 'Check My Spleen' een best aanstekelijk schijfje uit dat enerzijds aan de ribben kleeft en anderzijds, omgeven door walmen van melancholie en weemoedigheid, je eerder kippenvelmomenten bezorgt. Helaas blijft de band iets teveel binnen die lijntjes kleuren, het mocht voor ons toch iets meer experimenteel of avontuurlijker zijn geweest. Maar de indie/pop liefhebber die houdt van een fleurige en kleurrijke aanpak, waardoor hij of zij de zorgen uit het leven even opzij kan zetten, zal hier niet om malen. In het verlengde van menig pop artiest die hiermee grote zalen uitverkopen, voorspellen we Fabiola dan ook een gouden toekomst, ook in Vlaanderen.
Tracklist: 1.Failure 03:06 2. Break Of Dawn 03:08 3. My Bird 03:27 4. Robert Palmer 03:19 5. The Fox Of Scotland 02:45 6. St. Servais 03:54 7. Kingdom 03:34 8. Shit (Is Coming Back) 02:30 9. Betty 03:37 10. Bottom Of The Well 04:52

Endtime Odyssey

City In Decay

Geschreven door

Hoewel De Belgische band Endtime Odyssey pas in 2012 is ontstaan, hebben elk van de bandleden al heel wat ervaring opgedaan bij bands als coRPus, Io, Left Passage en Precious Stone. De band bestond oorspronkelijke uit (Lio - zang, Tobias - toetsen, Joeri - bass, Tim - gitaren & Steve - drums). Endtime Odyssey blijft door de jaren heen stevig aan de weg timmeren. Nadat Tobias de band heeft verlaten blijven de vier overgebleven leden verder werken aan een eerste full album. Uiteindelijk werd de Keyboard spot in 2017 ingevuld door Veronika. Eindelijk kwam het langverwachte debuut van Endtime Odyssey op de markt, onder eigen beheer.
Aanstekelijke refreinen, die van begin tot einde aan je ribben blijven kleven. Het is de rode draad in de songs als “Burned Up”, “Sinner’s Paradigm”, “City in decay” tot “Metal on Skin”. Door de gezapige aanpak worden geen geluidsmuren afgebroken, maar blijkt de band songs te brengen die op de dansspieren werken, maar eveneens duidelijk de gevoelige snaar raken.
Maar vooral, ondanks de wat weemoedige benadering in sommige gevallen, bezorgen de songs op de plaat je een goed gevoel vanbinnen. Het moet niet altijd duisternis pijn en oorlog zijn. Nee, Endtime Odyssey straalt dus vooral enorm veel positieve energie uit die we dezer dagen heel goed kunnen gebruiken. Maar het meest opvallende is dus dat je een band hoort waarin alle leden dezelfde kant uitkijken. Dat kan moeilijk anders als je vier jaar noest hebt gewerkt om een product af te leveren.
Elke riff, elke drumsalvo en vocale inbreng en keyboard aanslag zit zo goed in elkaar, dat je gewoon geen speld kunt tussen krijgen. Dat laatste is dus niet de verdienste van één element binnen de band, maar de kruisbestuiving tussen elk van hen , en het opvallende hoge stembereik van Lio .
Het is dus echter vooral de samensmelting tussen die instrumentale aanpak met die inderdaad wel heel bijzondere vocale aankleding dat ons het meest kan bekoren. Daardoor wordt de perfectie overschreden, telkens opnieuw en opnieuw. De best lange songs als “Metal on Skin”, “A Life of Pretence” tot de pracht van een afsluiter “Stargazer” zetten die stelling gewoon nog meer in de verf.
Besluit: Net zo als de prachtige tot de verbeelding sprekende platenhoes die je een gevoel gemoedsrust bezorgt als je door je vensterraam over de stad heen kijkt, straalt dit debuut van Endtime Odyssey dus vooral enorm veel positiviteit uit. Maar wat ons nog het meest over de streep trekt op 'City in Decay' is de bijzonder aanstekelijke aankleding, die bovendien zeer gemakkelijk in het gehoor ligt. Waardoor een ruim publiek aan metal en rock liefhebbers, binnen een bovendien heel brede omkadering, kan aangesproken worden.
Deze band in het hokje progressieve metal duwen, is hen daarom eigenlijk tekort doen. Endtime Odyssey is gewoon een heel fijne rock/metal act die door zijn muziek je rock hart zal raken. Zonder meer is dit dan ook een klasse debuut, van een band die hard heeft gewerkt om eindelijk te komen waar ze moeten staan, aan de absolute top van het progressieve en aanverwante metal gebeuren, wat ons betreft.
Tracklist: Burned Up (5:02) - Sinners' Paradigm (6:19) - City in Decay (6:13) - Metal on Skin (11:48) - Essence of Time (4:36) - A Life of Pretence (6:40) - Stargazer (8:36)

Heads For The Dead

Serpent’s Curse

Geschreven door

Heads for the Dead is een supergroep bestaande uit leden van Wombbath , Henry Kane en Revel in Flesh. Dit duo bracht eind september zijn debuut op de markt 'Serpent's Curse'. Een death metal schijf waarbij grenzen van horror en waanzin voortdurend worden afgetast. Vernieuwend is het niet meer, maar Heads for the Dead doen het genre alle eer aan die de muziekstijl verdient. Met dit debuut slaagt Heads for the dead erin de meest huiveringwekkende beelden bij ons naar boven te laten komen, waardoor koude rillingen van pure angst voortdurend over onze rug lopen.
Vanaf de titeltrack “Serpent’s Curse” word je meegesleurd naar de meest donkere krochten van de Hel. De band bestaat uiteraard uit klasse muzikanten die hun jarenlange ervaring in de strijd gooien, maar het is de bijzonder rauwe en verschroeiende stem van frontman Ralf Hauber die ons het meest over de streep trekt. Deze klinkt huiveringwekkend, alsof hij letterlijk de demonische wezens uit de Hel oproept om iedere aanhoorder prompt te verscheuren. Sessie drummer Erik Bevenrud (Down Among the Dead Men) voegt daar de nodige vuurkracht aan toe, waardoor je hersenpan bij elke mokerslag opnieuw wordt ingeslagen. De band pint zich trouwens niet vast op enkel Death Metal. Menig traag op gang komende gitaar riff van virtuoos Jonny Pettersson blijft hangen binnen een donker doom, black metal sfeertje.
Elke song ligt op diezelfde verschroeiende, duistere en meedogenloze lijn. Songs als “Heads for the dead”, “Deep Below”, “Post Mortem Suffering” doen je in een donker bos belanden waar de demonische wezens uit het niets tevoorschijn komen en je doen baden in het angstzweet. De cover van Wolfbrigade “In Darkness You Feel No Regrets” is de perfecte afsluiter van een knappe plaat die elk beetje fan van het death Metal genre prompt in huis zou moeten halen.
Besluit: Heads For the Dead laat niets aan het toeval over en blijft op de volledige schijf rauw en verschroeiende uithalen tot je compleet murw geslagen, in een hoek van de kamer achterblijft. Nee, bijster origineel is dat allemaal niet meer. Maar dit debuut is één van het betere death metal schijven geworden, die we de laatste tijd al zijn tegen gekomen. De perfectie wordt telkens opnieuw overschreden, en de Horror beelden die door onze kop schieten , zorgen ervoor dat we uiteindelijk ook onze eigen demonen strak in de ogen kijken. Kortom, als het de bedoeling was om de perfecte soundtrack te maken van een griezelige horror film, dan is Heads for the dead door het uitbrengen van deze schijf, met brio in zijn opzet geslaagd.
Tracklist: Serpent’s Curse 04:57 - Heads for the Dead 02:25 - Deep Below 05:36 - Post Mortem Suffering 01:32 - The Awakening 05:04 - Death Calls 01:01 - Of Wrath and Vengeance 04:18 - Gate Creeper 04:11- Return to Fathomless Darkness 04:23 - In Darkness You Feel No Regrets (Wolfbrigade cover) 02:30

Death Metal
Serpent’s Curse
Heads For The Dead

 

Echo & The Bunnymen

The Stars, The Oceans & The Moon

Geschreven door

Kijk, wij zijn voorstander van bands die durven buiten hun eigen lijntjes te kleuren. Artiesten die het avontuur opzoeken, en niet angstvallig zich blijven vastpinnen op hun oude succesformule, kunnen eveneens op onze waardering rekenen. Echo & The Bunnymen brengt een nieuwe plaat uit, die eigenlijke geen nieuwe is. 'The Stars, the Oceans & the Moon' is gewoon een eigentijdse bewerking van klassiekers die de band ooit heeft uitgebracht. Op zich niet slecht bekeken. Al is niet elke bewerking even geslaagd. We hadden bovendien liever een album gezien met gloednieuwe songs, maar als het de bedoeling is om aan te tonen dat de band wellicht nieuwe wegen wil aanboren in de toekomst, dan is Echo & the Bunnymen wel degelijk in zijn opzet geslaagd. De twee nieuwe songs die er wel opstaan: “The Somnambulist” en “How Far?” doen ons alvast het beste verhopen naar die toekomst toe. “Bring On the Dancing Horses” klinkt nog melancholischer dan voorheen. Maar het is toch een startsein voor een nostalgie trip die ons soms een wenkbrauw doet fronsen, maar ook vaak aangenaam verrast. Het is allemaal even wennen om songs waar we mee zijn opgegroeid volledig te zien worden uitgekleed, tot er haast niets meer overblijft van het origineel. Eens die luchtbel doorprikt, komt er echter vaak een gloednieuwe song boven drijven die ons naar adem doet happen. Zoals bij de magische mooie bewerking van “Lips like Sugar” het geval is. Die song klinkt plots nog sensueler dan voorheen. Ook “Rescue” verrast ons aangenaam, en wordt omgeven door walmen van weemoedigheid. Ook “Nothing Lasts Forever”, “Rust” en afsluiter “The Killing Moon” zijn zonder meer pareltjes die ergens een gevoelige snaar raken. En zo kunnen we nog even doorgaan.
Besluit: De originele songs van Echo & The Bunnymen waren een onderdeel van mijn jeugd, en hebben ervoor gezorgd dat ik postpunk fan ben geworden. Ze waren niet de enige uiteraard, maar toch. Om zulke songs helemaal uit elkaar te halen, en die in een nieuw kleedjete steken? Het is voor mij toch een beetje heiligschennis. Maar eerlijk is eerlijk. De band heeft de songs heruitgevonden, sommige zelfs verfijnd. Echter zijn het vooral de twee nieuwe songs, lekker aanstekelijke en dansbare pareltjes, die me het meest over de streep trekken. Deze beide kleppers doen hopen op een gloednieuwe plaat boordevol melancholie, dansbare en energieke uitstappen en songs die de gevoelige snaren raken.
Kortom, de fans van Echo & The Bunnymen die open staan voor vernieuwende en frisse ideeën mogen deze plaat met gerust gemoed in huis halen, het loont de moeite om daarbij even het verleden opzij te durven te zetten, en vooral te kijken naar de toekomst.

Tracklist: Bring On The Dancing Horses 04:01 - The Somnambulist 03:23 - Nothing Lasts Forever 04:10 - Lips Like Sugar 04:27 - Rescue 04:17 - Rust 05:03 - Angels & Devils 03:40 - Bedbugs & Ballyhoo 03:25 - Zimbo 04:33 - Stars Are Stars 03:30 - Seven Seas 03:43 - Ocean Rain 05:41 - The Cutter 04:23 - How Far? 04:40 - The Killing Moon 04:59

Pulverized

Monuments of Misanthropy

Geschreven door

Pulverized is een uit Chili afkomstige Death Metal band die met ‘Monuments of Misanthropy’ zijn debuutalbum op de markt brengt, na 2 demo's die in 2010 en 2014 zijn uitgebracht. Het geluid van deze Chileense Death Metal band gaat de richting uit van typische Old School Death metal overgoten met een sausje van een meer moderne en technische aanpak. De basis elementen op dit debuut voegen dus eigenlijk niets nieuws toe aan het concept Death Metal, maar het zijn de subtiele neveneffecten die een enorm verschil uitmaken.
De rode draad op de plaat zijn verpletterende riffs, drumsalvo's als mokerslagen en een verschroeiende brute stem die ervoor zorgt dat poorten van de Hel moeiteloos open zwaaien. Ingrediënten die we voortdurend vinden binnen het genre death metal , maar zodanig hoogstaand gebracht dat we vanaf begin tot einde een adrenalinestoot door onze aders voelen stromen die ervoor zorgt dat we ook onze eigen demonen prompt strak in de ogen kijken. Vanaf die eerste vuurpijl “Devoción” voelt het aan alsof donkere klauwen uit de hel je de adem ontnemen, en niet meer los laten tot je compleet murw geslagen in de hoek van de kamer terecht komt.
Het zijn echter vooral die duivelse, verschroeiende solo’s en de traag op gang komende vocale aankleding die uitmonden in een climax die recht in je vlees snijdt. Het zorgt ervoor dat 'Monuments of Misanthropy' een bijzonder meesterwerk is geworden, waar geen speld valt tussen te krijgen. Perfectie wordt zowel instrumentaal als vocaal dus telkens opnieuw overschreden, waardoor je als death metal liefhebber alvast naar de platenboer mag rennen om dit uitzonderlijke pareltje binnen te halen. U zult niet worden ontgoocheld, integendeel zelfs.
Zuid-Amerika heeft altijd wel heel bijzonder tot de verbeelding sprekende bands voortgebracht. We kunnen met een gerust gemoed deze Pulverized - die zijn naam niet heeft gestolen - hieraan toevoegen. Ook al ligt alles in een gekende lijn, songs als “Cadávers”, “Aniquilación Genética” bezorgen je de injectie die nodig is binnen het death metal gebeuren om je tot waanzin te drijven. Dat de heren steeds uit datzelfde vaatje lijken te tappen, het stoort net door die perfectie totaal niet, integendeel.
Pulverized mag dan een doorsnee Death Metal plaat uitbrengen, de band zet een stempel op het genre dat we maar zelden tegen komen. Dat blijkt nog maar eens aan de circa acht minuten lange meesterwerk “Profecia-Flagelo-Extinción” waar Pulverized alle registers nog maar eens compleet open gooit. En een kers op de taart aflevert, die je de uiteindelijke doodsteek geeft om je als liefhebber van de meest pure death metal compleet over de streep te trekken. Donkerder dan dit kan Death Metal gewoon niet klinken.

Tracklist: Devoción 03:37 _ Consumed by Ignorance 04:33 - In the Depths of Insanity 05:43 - Cadáveres 08:34 - Aniquilación Genética 06:39 - Profecía-Flagelo-Extinción 08:30

Death Metal
Monuments of Misanthropy
Pulverized

 

Maarja Nuut & Ruum

Muunduja

Geschreven door

Ter introductie van het project Maarja Nuut & Ruum citeren we even uit de biografie die we ontvingen in onze mailbox: ‘Het Estlandse duo Maarja Nuut & Ruum opereren vanuit een muzikale interzone. Het diepgewortelde, intuïtieve wereldbeeld van het verleden wordt verbonden met de hyper meditatieve werkelijkheden en schijnbaar onbegrensde technologische mogelijkheden van het nu en de toekomst. Dit hebben ze ‘gevangen’ op hun debuutalbum ‘Muunduja’. Een hoogstandje van sonische inventiviteit waarbij het abstracte raamwerk van Ruum een prachtige aanvulling is op de melodieën van Nuut. Hoewel Muunduja het debuut voor hen betekent als duo, zijn beiden afzonderlijk gevierde artiesten. Nuut is violiste, zangeres en stemkunstenaar, terwijl Ruum voortkomt uit de hedendaagse Electronic muziek.’
Dit terzijde, legden we ons oor te luisteren naar het prachtige, bezwerende elektronische pareltje dat dit duo op ons los liet. 'Muunduja' kwam uit via Fat Cat Records.

Die jarenlange ervaring speelt het duo voortdurend uit, maar het is vooral de kruisbestuiving tussen deze talentvolle muzikant en zangeres/violist dat ons nog het meest over de streep trekt. Ook al is alles gebouwd rond die bijzonder breekbare, sprookjesachtige stem van Nuut, inderdaad een ware stemkunstenaar, dankzij de elektronische, eveneens vaak bevreemdende en spookachtige inbreng van virtuoos Ruum ontstaat iets onaards mooi dat moeilijk onder woorden te brengen, waardoor de aanhoorder toch een inspanning moet doen om het echt te begrijpen.
Maarja Nuut & Ruum gaan vanaf die eerste parel “Haned Kadunud” bovendien aan het improviseren met vocalen en instrumentale inbreng, waardoor iets magisch moois ontstaat. Weemoedigheid wordt verbonden met zweverige geluiden die je tot rust brengt maar ook een zekere duisternis bevat. Net die eerder donkere walmen boordevol melancholie, mede door de magische inbreng van viool, bezorgt ons een krop in de keel en laat ons telkens opnieuw totaal verweesd achter. Luister maar naar het prachtige “Kuud Kuulama” of “Kurb Laulikz en “Miniature”, waar die viool en elektronische klanken zweven tussen tot rust brengen en eerder door een dreigende ondertoon je hart doorboren.
Nog een opvallend iets … Elke song is telkens opnieuw een nieuwe bouwsteen naar een hogere etage waar je weer eens wordt verrast door een geheel nieuw kunstwerk. Waarna je vol bewondering, denkende het eind punt te hebben bereikt, bij een volgende etage toch weer op een andere wijze van je sokkel wordt geblazen. Elke schakel daarin is even belangrijk, waardoor het dus belangrijk is dit album in zijn geheel te bekijken en beluisteren. Net als het lezen van een spannend boek, waarbij je op het puntje van je stoel een bladzijde omdraait en van de ene in de andere verrassende plot wending terecht komt. Deze plaat is dus ook een meesterwerk boordevol valkuilen en nieuwe invalswegen.
Besluit: Hoewel we links en rechts wel enige toegankelijkheid ontdekken, ligt de focus op 'Muunduja' duidelijk op het experimenteren en improviseren tot het oneindige. Streepjes ambient worden vermengd met Folk elementen - dit in grote mate dankzij de viool inbreng dus - en sausjes noise die oorverdovend klinken en, binnen een intieme omkadering, je eerder tot rust brengen. Daardoor spreekt die duo enorm uiteenlopende emoties aan. Beide talentvolle artiesten gooien hun sterkste wapens in de strijd door een uiteenlopend stembereik, magische viool en door elektronische klanken zodanig te laten klinken dat ze van een andere planeet of dimensie lijken te komen.
Beide virtuozen blijken elkaar daarbij dus zodanig perfect aan te vullen; er ontstaat iets magisch moois. Of hoe Hel en Hemel nog maar eens met elkaar worden verbonden, alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.

Tracklist: Haned kadunud 06:27 - Käed-mäed 03:01 - Muutuja 06:01 - Mahe 05:09 - Takisan 03:50 - Kuud kuulama 04:07 - Kurb laulik 03:58 - Miniature C 02:34 - Une meeles 05:26

Ambient/Noise/Folk/Experimenteel/Elektronica
Muunduja
Maarja Nuut & Ruum

MDC III

Dreamhatcher

Geschreven door

Wat er gebeurt als je artiesten en muzikanten, die ook binnen andere projecten, bewust buiten de lijntjes kleuren samen brengt? We stellen u voor. MDC III. Dit is het project rond saxofonist Mattias De Craene (Nordman..) die een samenwerking aangaat met Lennert Jacobs (The Germans) en Simon Segers (De beren gieren, Stadt, Hong Kong Dong.) Wie de geschiedenis van die bands wat kent, weet al waar hij zich mag aan verwachten. 'Dreamhatcher' kwam op de markt via W.E.R.F. Records en is jazz dat geen jazz is, maar toch weer wel. Experimenteel en tegendraads. Compleet chaotisch, maar vooral een waar kunstwerk dat sterk doet denken aan artiesten als Einstürzende Neubauten. Om maar een kunstzinnig voorbeeld te geven.
De heren gaan voortdurend aan het improviseren op deze plaat. Dat blijkt al uit spookachtige en wat vreemd klinkende opener “Bobby”. Gevolgd door tien minuten waanzin, veranderende ritmes en stijlbreuken tot het oneindige. “TinniT” geeft min of meer de toon aan van hoe die schijf in elkaar zit. De aanhoorder telkens opnieuw op het verkeerde been zetten. Tot die zelf waanzinnig is geworden. Het is daarbij niet zozeer één element, maar de kruisbestuiving tussen deze uitzonderlijk getalenteerde muzikanten dat ons het meest over de streep trekt. MDC III verlegt voortdurend een grens, waar geen grens is, en blijft over de ganse plaat op diezelfde interessante en verrassende elan doorgaan.
'Dreamhatcher' is een plaat voor fijnproevers, die houden van muziek en dit tot ware kunst verheven. De streepjes Jazz die we ontdekken, worden zodanig door elkaar geschud dat het lijkt alsof Mattias en de zijnen het Jazz genre opnieuw uitvinden. Luister maar naar het meesterlijke “Sandman”, waar bevreemdend aanvoelende klanken je doen baden in het angstzweet en ook een gevoel van rust en intimiteit bezorgen. Bewust speelt MDC III met emoties, door het brengen van geluiden die je hypnotiseren en naar verre oorden vervoeren. De band slaagt erin de aanhoorder in en onaards aanvoelende wereld te doen vertoeven, van begin tot einde.
Bovendien doen we na enkele luisterbeurten prompt nieuwe ontdekkingen, en dat is nog maar eens een extra pluspunt aan deze klasse plaat. Afsluiten doet MDC III met een wondermooi eerbetoon aan Wim De Craene, de te vroeg overleden kleinkunst grootmeester en Nonkel van Mattias, “Harry”. Een vrij luguber verhaal eigenlijk, dat dankzij de manier waarop MDC III het brengt , je koude rillingen tot de bot bezorgt. Nonkel Wim zal wellicht heel trots zijn geweest op wat zijn neef met deze song heeft gedaan, zeker weten. MDC III drijft de duivels uit, op een wijze zoals stammen in de jungle dat ook deden. En voegt daar zoveel experimentele soundscapes tot bevreemdend aanvoelende klanken aan toe dat je ademloos gekluisterd naar de plaat zal luisteren tot je, compleet één geworden met de wereld die deze band je aanbiedt, tot intensieve rust bent gekomen of dus eerder tot waanzin gedreven..

Besluit: 'Dreamhatcher' is een meesterwerk geworden waar Jazz muziek compleet wordt uigekleed overgoten met sausjes boordevol noise, intimiteit, verdovende sax tot keyboard klanken en drumpartijen die eerder een gemoedsrust op jou doen neerdalen dan de oren suizen. Nee, in slaap val je daar niet bij, integendeel. Dit is een vooral een waar kunstwerk en een zoveelste bewijs wat voor begenadigde muzikanten en artiesten we toch hebben in ons land. Iets waar we best trots zouden mogen op zijn. Dat laatste zet MDC III nog maar eens uitvoerig in de verf.

Tracklist: Bobby 01:05 - TinniT 10:46 - Miniature I 02:46 - Call 349   04:17 - Voices 01:51 - Sandman 05:54 - The Overthrow 08:08 - Onar 04:40 - Miniature II 02:20 - Harry 01:58

Jazz/Experimenteel/Rock
Dreamhatcher
MDC III

 

The Living End

Wunderbar

Geschreven door

Chris Cheney (Guitars/Vocals), Scott Owen (Bas) , Andy Strachan (Drums) vormen samen het Australische trio The Living End. De band timmert reeds 25 jaar aan de weg. En heeft dus al heel wat ervaring in het vak. De nieuwste schijf is uit, het 8ste album ondertussen. De Australische band ging ondertussen uitgebreid op tournee en hield ook halt op de Lokerse Feesten. We schreven daarover: ‘De drie bandleden vullen elkaar blindelings aan en stralen, net als op de nieuwe schijf trouwens, enorm veel spelplezier uit. Door die dosis levenservaring te vermengen met de nodige jeugdige spontaniteit - frontman Chris spreekt zijn publiek voortdurend aan - worden ook wij over de streep getrokken. Echter is het eerder die bijzonder aanstekelijke combinatie tussen gitaar, contrabas en verdovende drums dat ervoor zorgt dat we de ene adrenalinestoot na de andere te verwerken krijgen, waardoor je prompt begint te heupwiegen. Want hierop stil staan is onmogelijk."
Al direct bij de eerste aanstekelijke song “Don’t Lose” geeft de stelling nog wat meer kracht. Songs als “Not Like the other boys”, “Otherside”, “Death of the american dream” laten voortdurend een band horen die spelplezier uitstraalt, waarbij de bandleden bovendien allemaal dezelfde kant uitkijken. Na meer 25 jaar blijft the Living End trouwens nog steeds meesters in riffs naar voor brengen, die één voor één aan de ribben blijven kleven. Maar vooral heeft die jarenlange ervaring er niet voor gezorgd dat een routineklus wordt afgeleverd, gelukkig maar. Dit trok ons op Lokerse Feesten nog het meest over de streep, dat is ook de rode draad op deze plaat. Puurder dan dit kan rock-'n-roll niet zijn.
Van de pure 'punk' attitude van weleer schiet wellicht niet zoveel meer over, de band is geëvolueerd in zijn muziekstijl. En toch wordt links en rechts de maatschappij een spiegel voorgehouden, waardoor die punk ingesteldheid, eerder subtiel boven komt drijven. Bovendien schotelt The Living End een heel gevarieerde plaat voor. Zo gaat het van lekker up-tempo songs over tot heel breekbare liedjes, waarbij de stem van Cheney je prompt een krop in de keel bezorgt. Het valt ons trouwens op hoe glashelder Cheney zijn stem nog steeds klinkt, de jaren hebben dus geen invloed op zijn vocale capaciteiten. Bovendien blijken de muzikanten nog steeds tovenaars met klanken te zijn. Vooral de inbreng van een contrabas die zorgt voor een rockabilly gevoel, blijkt een meerwaarde, waardoor het totaalplaatje compleet klopt. Maar ook dat was ons reeds in Lokeren opgevallen.
Besluit:
The Living End klinkt op zijn bijzonder aanstekelijke 8ste album nog even fris en monter als op zijn debuut. Maar blijft eveneens verder bladzijden omdraaien, en durft nieuwe wegen inslaan. Weemoedig en broos, maar ook gedreven en ware wervelstormen doen ontstaan. Of subtiel een mokerslag uitdelen, waardoor je murw wordt geslagen. Het zit allemaal verweven in deze knappe schijf.
Kortom. 'Wunderbar' is een zoveelste bewijs dat jarenlange ervaring nooit hoeft te resulteren in een routineklus. Integendeel zelfs. Deze band klinkt na 25 jaar nog altijd als jonge wolven die nog alles moeten bewijzen. Maar eveneens met de nodige ervaring, om ervoor te zorgen dat instrumentaal als vocaal grenzen worden verlegd.

Tracklist: 1. Don’t Lose It - 2. Not Like The Other Boys - 3. Otherside - 4. Death Of The American Dream - 5. Drop The Needle - 6. Love Won’t Wait - 7. Proton Pill - 8. Amsterdam - 9. Too Young To Die - 10. Wake Up The Vampires - 11. Rat In A Trap

Amörtisseur

Ik Hang Het uit

Geschreven door

Helaas, Motörhead is niet meer, maar de muziek van deze band staat voor eeuwig in het geheugen van ons en elk beetje rock tot metal liefhebber gegrift. Ondertussen zijn er wel wat cover bands opgestaan, met wisselend succes en doorgaans niet bijster origineel. In 2012 was er echter plots Amörtisseur. Een band die Motörhead nummers brengt in het plat Antwerps dialect. Uniek, nooit voorgedaan! En kijk, het werkt. Want dat schitterend album 'Lemmium' sloeg in als een bom. Eveneens bouwde de band ondertussen een ijzersterke live reputatie uit. Nu slaat Amörtisseur terug met een gloednieuwe schijf 'Ik Hang het uit'. "Een plaat boordevol songs over vrouwen, seks, vrouwen, drank, religie en Het Leven in al zijn miserie." staat te lezen in de biografie over deze plaat. Net zoals Motörhead dat pleegde te doen, gaat ook deze band tekeer als een wilde, alles om zich heen verwoestende orkaan. Puurder dan dit kan Rock muziek niet zijn!
De band kon op deze plaat bovendien rekenen op heel wat gastbijdrages. Dit van o.a. Goe Vur In Den Otto, Die van Ons, Nen Halve Neuro en Marcel Vanthilt. Geen klein bier als je het ons vraagt. En één voor één bijdrages die een meerwaarde vormen binnen het geheel. Niet dat Amörtisseur deze klus niet zelf kon klaren, want de band bestaat uit één voor één klasse muzikanten die Motörhead en Lemmy alle eer aandoet die deze legendarische band dubbel en dik verdiend. Naast de teksten in het Antwerps brengen weet Amörtisseur ook aangenaam te verrassen. Zo is er bijvoorbeeld een inbreng van violiste Nele Paelinck (School is Cool) bij “Ge leeft maar ene keer”. Lemmy zou hierover eveneens aangenaam verrast zijn, zeker weten.
Het feestelijke rock-'n-roll gehalte waarmee Motörhead groot is geworden, straalt vanuit elke song. Ook de inbreng van Slongs Dievanons blijkt een schot in de roos, waardoor de songs nieuw leven worden ingeblazen. Steeds, en dat kunnen we niet genoeg herhalen, met alle respect voor het origineel.
De feestelijke stemming stijgt tot een hoogtepunt op “Bummer” en wordt verder gezet met de lekker energieke afsluiter “Raak me niet aan”. Het meest bijzondere? Amörtisseur kiest hier geen doorsnee kleppers uit, maar 'iets minder bekende songs - althans bij de grote massa. En dat is nog maar eens een extra pluim op de hoed van deze klasse band.
Besluit De bedoeling van een band als Amörtisseur is voortdurend ode brengen aan hun grote helden, op een eigenzinnige, Antwerpse wijze. De heren slagen erin de songs in een eigentijds en vernieuwend kleedje te steken, althans wat de instrumentale inkleding betreft - met als absoluut hoogtepunt die knappe viool solo. Misschien mocht er ook tekstueel een beetje buiten de lijntjes worden gekleurd, maar dat is op zich muggenziften. Waar het om gaat is de muziek van Motörhead levendig houden, en dat te brengen met het nodige respect voor het origineel. En daarbij vooral het rock-'n-roll gehalte zo hoog mogelijk blijven leggen.
Wat Nederlandse talige bands betreft deed het me wat denken aan andere rock grootmeesters als Normaal, die, naar mijn mening, die muziek van Motörhead eveneens dicht hebben benaderd. We schreven het al, puurder dan dit kan rock-'n-roll niet zijn!

Tracklist: Ik Hang Het Uit 04:35 - Ge Leeft Maar Ene Keer 03:26 - Klotekerk 05:25 - Kapitalist 04:30 - Bummer 03:04 - Raak Me Niet Aan 02:45

TMGS

Ain't No Place

Geschreven door

Opgericht in 2001, aanvankelijk als en instrumentale band, wordt hun debuut album uit 2005 internationaal beschouwd als toonaangevend in de moderne spaghetti western muziek. We hebben het over de uit Kalmthout afkomstige band TMGS. De band heeft door de jaren heen zijn stempel blijven drukken op de west-coast countryrock/Americana rock in ons land en ver daarbuiten. Dertien jaar na hun sprankelend debuut en reeds vijf jaar na hun vorige schijf 'Rivers & Coastlines' brengt TMGS nu eindelijk een gloednieuwe parel op de markt via Starman Records. 'Ain't No Place' doet ons terugdenken aan lange zomeravonden rond het kampvuur, of trips in de dorre woestijn met de wind in de haren.
Wat ik zo indrukwekkend vind aan TMGS, is dat de band steeds eigenzinnig zijn eigen weg is blijven volgen, zonder zich van de marketing en dergelijke iets aan te trekken. Dat laatste straalt deze prachtige, sobere en rustgevende schijf dan ook uit. “The Wasted Hours”, “Willows”, “Woke Up Again” zijn dan ook één voor één songs die een gemoedsrust doen neerdalen in ons hart. Er worden voortdurend gevoelige snaren geraakt, zonder dat we in een tranendal terecht komen. Zoals de platenhoes je doet wegdromen naar onbekende oorden, is het eerder de heel filmische tot veelzijdige aanpak die de band tentoon spreidt dat ons nog het meest over de streep trekt.
Net zoals artiesten als bijvoorbeeld Neil Young Folk en Country elementen zodanig vermengen dat het rock gehalte hoog ligt, waarbij niet echt geluidsmuren worden afgebroken, raakt ook TMGS op deze plaat op een subtiele en melancholische wijze de gevoelige snaar, op een wijze waarbij je het vooral niet te ver moet gaan zoeken.
Die eenvoudige manier waarop de band ons na al die jaren van begin tot einde nog steeds inpakt, en ontroert, brengt het volgende besluit: TMGS zet op zijn vijfde 'Ain't No Place' niet alleen de puntjes op de 'i' maar zet eveneens die ene eerder ingenomen stelling 'schitteren in eenvoud’ nog maar eens in de verf, op een zodanige wijze zoals een artiest als Neil Young dat enkel ook kan. Daardoor is TMGS altijd een Americana rock band geweest die niet moest onderdoen voor de grote namen binnen het genre. Uit songs als “Always Underrate”, “All Came Down” , “Until the morning” en afsluiter “Lonliness (Ain't No place)” blijkt meermaals wat voor een uitzonderlijke parel TMGS nog steeds is. Dat was 13 jaar geleden zo, dat is anno 2018 nog steeds het geval!.
Tracklist: The Wasted Hours – Willows - Woke Up Again - Holding The Reins - Won't Be Easy - Cold Day On The Lake - Always Underrate - All Came Down - Until The Morning - Loneliness (Ain't No Place)

West-Coast Countryrock/Americana Rock
Ain't No Place
TMGS

 

Ennui

End of the Circle

Geschreven door

Het uit Georgië afkomstig duo Ennui ontstond in 2012. David Unsaved en Serj Shengelia hebben ondertussen twee albums uitgebracht samen met de Roemeense kunstenaar Daniel Neagoe, die op het derde album eveneens te horen is maar de band ondertussen heeft verlaten. Begin september bracht Ennui zijn vierde album op de markt 'End Of The Circle'. Daarvoor werd het duo bijgestaan door drummer John Devos.
Dit album duurt 72 minuten en bevat maar drie nummers. Bovendien ligt alles rond dat typische Funeral Doom sfeertje, waardoor je toch echt volledig je moet laten meevoeren in die trip boordevol intensieve duistere walmen, om bij de zaak te blijven. We hebben deze plaat dus bewust beluisterd vooraleer de recensie te typen. Reden? Pas als je met de ogen gesloten alles rondom u letterlijk vergeet en die 72 minuten lang, bij voorkeur met de hoofdtelefoon op, de muziek op jou laat inwerken , heeft het pas écht effect.
De eerste song “End of the Circle” duurt wel circa 32 minuten. Daarvoor ga je dus best even languit in de zetel zitten. De muzikanten van dienst laten langzaam maar zeker een eerder monotone maar enorm intense sfeer ontstaan, die thuishoort op begrafenissen. We willen deze muziek dan ook graag zien verschijnen op onze eigen begrafenis binnen twintig of dertig jaar. Door een doom sfeertje te creëren voel je koude rillingen over je rug lopen, en gaan de poorten van de hel en hemel - afhankelijk van hoe je het aanvoelt - heel langzaam open. Deze instrumentale song zit boordevol subtiele wendingen die dreigend klinken, maar nooit oorverdovend. Echter door de enorme intensiviteit van elk van hen, voelt het wel aan alsof griezelige klauwen je verstikken.
Door slepend, traag op gang komende lagen te combineren met verschroeiende grunts komende uit de donkerste hoeken van het bos., drijf je al even langzaam maar zeker weg tot je, eens de trip ondergaan, compleet waanzinnig bent geworden. En net dit laatste is eigenlijk de grote sterkte van deze schijf. De ultieme duisternis over jou voelen neerdalen, waardoor je ademloos al je demonen strak in de ogen kijkt. Maar dus eveneens een onwaarschijnlijke rust op jou voelt neerdalen.
Na dat intense half uur komen daar nog eens twee keer twintig minuten verschroeiende, donkere intensiviteit bovenop in de vorm van “The Withering Part I: Of Hollow Us” en “The Withering Part II: Of Long Dead-Stars”. Waarna we de ultieme doodsteek toegediend krijgen, en na deze adembenemende mooie donkere trip totaal verweesd in de meest donkere hoek van de kamer achterblijven.
Besluit: Ennui verlegt binnen dat typische Funeral/Doom metal gebeuren een grens. Eens je die hebt overschreden is er geen terugkeer meer mogelijk. Het belangrijkste, en dat kunnen we niet genoeg herhalen, is deze plaat letterlijk ondergaan. Dus gewoon zonder omkijken die verschroeiende, intensieve , verdovende , donkere songs op jou laten inwerken. Kijk daarbij dus vooral de dood strak in de ogen en onderga je lot, is het ultieme advies dat we kunnen geven. Nee, geen rozenblaadjes en maneschijn. Maar het uiteindelijke einde van de mensheid, dat is wat 'End of the Circle' ons brengt, maar eveneens, heel subtiel weliswaar een boodschap van een sprankeltje hoop.
Tracklist: End of the Cricle (32:29) - The Withering Part I: Of Hollow Us (20:07) - The Withering Part II: Of Long-Dead Stars (20:00)

Funeral Doom
End of the Circle
Ennui

 

Pagina 219 van 498