Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

Lyenn

Slow Healer

Geschreven door

Lyenn is het alterego van Fred(erick) Jacques . Hij heeft al een paar platen uit en heeft voor deze nieuwe gekozen voor een puur emotievol melancho geluid . Hij is gekend als bassist bij Dans Dans en trok mee op tour in de Mark Lanegan Band .
In Lyenn kan hij nog verder z’n creativiteit kwijt in sobere , intieme , tedere , sombere songs. De sound gaat naar de essentie en het indringend gitaargetokkel is bepalend. De tien nummers zijn traag slepend en hebben dus een donkere inslag. We hebben een ingehouden spanning . We voelen verlies, verlating , wantrouwen aan . Zijn innemende , grauwe stem injecteert en  doet z’n werk. Keys en piano durven aan te vullen.
Met een knipoog naar de aanpak van Timber Timbre , hebben we een plaat , die dwingt naar volledige overgave .

Flume

Skin

Geschreven door

Flume is het alterego van de Australische producer Harley Streten en is zo beetje het nieuwe wonderkind van de elektronische scene . Op de nieuwe plaat meet hij het met drum’n’bass , krautrock , trippop en postdustep . Een uur lang wordt je in deze wereld ondergedompeld en de handvol instrumentals zijn z’n DJ ervaring door de jaren in elektronisch vernuft en bleeps. Een rits gastvocalisten verleenden hun medewerking ; door die veelzijdigheid sijpelen invloeden van hiphop, soul en sferische sounds door. De songs zijn catchy, extravert en minder ingetogen dan op het debuut . “Never be like you” met Kai Lyrics en “Say it” met Tove Lo springen in het oog ; de songs met Reakwon , AlunaGeorge , Litte Dragon , Vince Staples/Kucka zijn eveneens de moeite en onderstrepen de bredere aanpak met zalvende , gruizige en forsere beats .
Het is best een spannend album van een artiest die verder gaat dan zijn DJ ervaring , en met de gastvocalisten een stapje waagt en chill en dance  in elkaar laat verweven.

Power Trip

Nightmare Logic

Geschreven door

Power Trip, het beestige hardcore-trash-metal combo uit Texas, pakt op ‘Nightmare Logic’ uit met hondsbrutale metal die recht op doel afgaat. Het allesverwoestende album beukt met volle geweld de deuren in en slaat ondertussen alle ramen aan diggelen. Het staat bol van moordriffs, extreem vette trash-gitaren, bloeddorstige vocals en een pompende ritmesectie die de boel onverbiddelijk aan flarden rijt.
Acht barbaarse songs worden er in een dik half uur met een rotvaart doorgejaagd en ze richten flink wat averij aan. Geen tijd voor franjes of rustpuntjes, laat staan ballads. Er is maar één richting en dat is rechtdoor, alles wat men onderweg tegenkomt wordt meedogenloos verpletterd.
Dit is van de meest furieuze en directe metal die er dezer dagen te vinden is. Hiermee vergeleken is Metallica een loungegroepje en Slayer een balorkest.

Beyond The Labyrinth

The Art Of Resilience

Geschreven door

Het vierde album van Beyond The Labyrinth heeft na beluistering een beetje een progressieve insteek. Dit op muzikaal vlak. Maar ook het concept van het album dat gaat over jezelf oppikken en doorgaan op moeilijke momenten. De muziek heeft naast de ietwat progressieve uitwerking ook elementen van melodische, gothische en symfonische metal. De zang klinkt eerder als dat van een klassieke melodische metal/hardrock band. Dus geen grunts en growls. Dat zou bij deze muziek ook niet meteen passen. Voor de vocals deed men onder meer beroep op Will ‘Wizz’ Beauprez ( De vorig jaar overleden zanger zingt hier op “Carry On”), Filip Lemmens, Oliver Wright, Colin Flynn en nog een deel van gastzangers. Positief is dat het album daardoor gevarieerd maar toch samenhangend klinkt. Alle songs zijn mooi uitgebouwd en klinken haarfijn: van de traditionele ballad “Someone Watching Over You” naar de iets donkere en steviger song zoals “Prince of Darkness” tot de iets progressievere song “Salve Mater”. Op dit vlak kunnen we zeker niet klagen.
Bij momenten doet de muziek mij een beetje aan bands zoals Whitesnake, Y&T, Rainbow… denken. De goeie hardrock/metal bands uit de jaren 70, 80 en 90 dus. Het artwork is ook heel mooi tot in de details uitgewerkt. Sfeervolle foto’s, tekstboekje… Je merkt dat er werk in gestoken werd.
‘The Art of Resilience’ klinkt heel potent, melodisch en volwassen. Voor wie van deze stijl van metal/rock houdt is dit een heel aangenaam album waarin de songs centraal staan. Kwaliteit noemen we dat dan.

Neville Staple

The Return Of JudgeRoughneck

Geschreven door

‘The Return Of Judge Roughneck’ van Neville Staple is het beste ska-album van 2017! Niet dat de Brit in dit genre veel concurrentie zal hebben, maar toch. Neville Staple doorkruist de Britse ska-geschiedenis reeds sinds de jaren ’80. Hij was erbij in verschillende bezettingen van The Specials en Fun Boy Three en werkte reeds samen met leden van No Doubt, Bad Manners, Rancid, The Beat, Desmond Dekker, The Damned en The Clash.
Het pas uitgebrachte ‘The Return of Judge Roughneck’ is zijn derde solo-album. De rechter in de titel verwijst naar een personage dat Staple indertijd verzon voor de track “Stupid Marriage” van The Specials. Het is ook de naam van de openingstrack van dit album en die vervult elke belofte die in de naam zit. Je waant je meteen terug in het begin van de jaren ‘80, naar de periode dat The Specials, The Beat en Madness het mooie weer maakten met hun 2Tone-ska. 
De eerste track is misschien nog een beetje mellow ska en opvolger “Bangarang”, een cover van Lester Sterling & Stranger Cole, is meer reggae dan ska, maar voor het overige is het op dit album al ska en rocksteady wat de klok slaat. Neville Staple is niet de meest fantastische zanger, vooral een toaster, maar dat compenseert hij met veel enthousiasme en met een begeleidingsband die nergens een steek laat vallen. Zij houden je als luisteraar het hele album in de juiste flow.
Het album is een mengeling van ska-klassiekers uit Jamaica en de UK, nummers uit Staple’s eigen muzikale verleden en een paar welgemikte covers zoals Jimmy Soul’s “Be Happy”.  Behalve fantastisch genietbaar, vrolijk en dansbaar is het een fantastische trip down memory lane. Net als in de gloriedagen wordt er al eens subtiel of minder subtiel met de vinger gewezen: politici krijgen op verschillende songs een rake veeg uit de pan en ook andere dieven wordt de les gespeld, zoals op “Crime Don’t Pay”.
Maar het is vooral de muziek die primeert. “Lunatics” zit een beetje in het straatje van “Ghost Town” van The Specials en “Maga Dog” is een gepimpte versie van een song van The Specials. “Gang Fever” heeft een orgelriedel die van Madness had kunnen zijn.
Het ‘gewone’ deel van dit dubbelabum sluit af met een knappe versie van “Sweet Sensation” van The Melodians. Daarna is het de beurt aan een tweede album met dub-versies, die begint met een prachtige versie van de klassieker “Enjoy Yoursel”, die de liefhebbers nog zullen kennen van de versie van Prince Buster en die ook op de live-setlist van The Specials staat.  Daarna volgen nog dub-versies van “Maga Dog” en “Crime Don’t Pay”.  Sommige songs blijven mooi overeind in de dub-versie, maar andere dub-tracks zijn enkel voor de liefhebber genietbaar.
Neville Staple is een mooie aanvulling voor wie nog regelmatig een 2Tone-klassieker oplegt. Het proberen aansluiting vinden bij de liefhebbers van dub komt niet altijd mooi uit de verf.

My Baby

Prehistoric Rhythm

Geschreven door

De Amsterdamse band My Baby is in ons land al bekend bij het publiek van Radio 1. “Seeing Red”, de single van hun vorige album, stond heel wat weken op de playlist. Dezelfde mix van rock, blues en dance vind je op het nieuwe album ‘Prehistoric Rhythm’.
In vergelijking met de twee vorige albums heeft My Baby het dance-universum nog wat verder verkend, met name tot aan de triphop. Niet dat er zuivere triphop-tracks op dit album staan, maar een aantal ademen wel die sfeer van Massive Attack en Portishead. Het maakt dat deze muziek nog wat moeilijker te definiëren is, maar de belangrijkste ingrediënten blijven blues, rock en dance. Met een Belgische of Vlaamse band vallen ze moeilijk te vergelijken, maar er zijn vaagweg raakpunten met SX, (vroege) Hooverphonic, Bettie Serveert, Yazoo, Alabama Shakes en Intergalactic Lovers.
De mix van al die muziekstijlen werkt het beste in openingstrack “Electrified”, een hete, bezwerende smeltkroes van electro en blues, met als ultieme twist de licht vervormde stem van zangeres Cato van Dijck. “Same Wave” is dan weer traag, mysterieuzer en moeilijker in een hokje te duwen. Single “Love Dance” trekt het tempo weer omhoog, opent wat braaf, maar bloeit dan helemaal open tot een echt dance-nummer. Mooi opgebouwd, dansbaar, zelfs meezingbaar, maar misschien niet representatief voor de band en het album.
“Cosmic Radio” combineert de eerder vermelde triphop-feel met Midden-Oosterse invloeden. “Ancient Tribe” is dan weer heel opzwepend en opnieuw heel dansbaar, maar kan niet helemaal overtuigen. Daarvoor is er muzikaal en tekstueel toch wat te weinig vlees aan het been.
Ergens halfweg het album laat My Baby de dance-invloeden een beetje los en krijgen we een meer rockende en bluesy versie van dit trio te horen. “Moon Shower” leunt weer een beetje op Portishead, maar dan met een dikke streep bluesrock erdoor. Ook in “Make A Hundred” wordt er onbeschaamd gerockt. “Haunt Me” is verslavend en overtuigend bluesy, maar zit vol verwachting zonder echt open te breken. Dat doen “Sunflower Diesel Blues” en “Straight No Chaser” dan weer wel. Het is prachtige bluesrock, zoals we die kennen van bv. Alabama Shakes.
‘Prehistoric Rhythm’ sluit na dat rock-geweld af met een alternatieve versie van “Haunt Me”, dit keer verpakt als minimalistische electro. Als om nog eens te benadrukken dat My Baby uit heel veel verschillende vaatjes tapt. Het geëxperimenteer pakt meestal heel goed uit, maar evengoed zou je soms wensen dat ze niet alle richtingen tegelijk uitgaan.

Sepultura

Machine Messiah

Geschreven door

Sepultura is sinds 1998 de band waar Max Cavalera opgestapt is. De resterende bandleden en nieuwe zanger Derrick Green hadden sindsdien moeite om de bestaande fans ervan te overtuigen dat doorgaan met Sepultura nog wel zin had. Elk nieuw album van Sepultura werd zowel door fans als critici als wisselvallig en middelmatig bestempeld.  Maar Andreas Kisser, Derrick Green en Paulo Xisto hielden voet bij stuk en bleven touren en nieuw materiaal uitbrengen. Pas bij hun vorige album, The Mediator Between Head And Hands Must Be The Heart, waren de critici weer nagenoeg unaniem tevreden over het niveau.
Voor een deel van de ‘oude’ Sepultura-fans zal ook het nieuwe album Machine Messiah bij voorbaat een verloren zaak zijn, maar wie hier met een open vizier naar luistert, krijgt een album om duimen en vingers bij af te likken.
‘Machine Messiah’ opent met de gelijknamige track en die laat een Sepultura (en vooral een Derrick Green) horen die we nog niet kenden: traag en dreigend, met nagenoeg cleane vocals. Daarna slaan de Brazilianen terug met “I Am The Enemy” een broeierige deathmetaltrack zoals uit de goede oude dagen van “Arise”. Daarna krijgt de luisteraar al de mooiste parel uit dit album voorgeschoteld. “Phantom Self” is een uppercut die death en thrash vermengt met Oosters klinkende violen en die zich zo op het niveau hijst van het beste van het ‘Roots’-album. Alle puzzelstukjes vallen hier mooi in elkaar. “Iceberg Dances”, “Sworn Oath” en “Resistant Parasites” zijn van hetzelfde hoge niveau en verdienen dezelfde lof. Deze vier songs zetten andere tracks als “Alethea”, “Silent Violence” en “Cyber God” een beetje in de schaduw, maar elk op zich verdienen die wel nog een ruime voldoende, onder meer dankzij het uitstekende, heel gevarieerde drumwerk van Eloy Cassagrande. Fans van de ‘oude’ Sepultura en andere liefhebbers van de beter thrash en death die dit links laten liggen, hebben ongelijk.

As It Is

Okay

Geschreven door

As It Is is een Britse poppunkband die wel heel goed naar zijn Amerikaanse voorbeelden geluisterd heeft. Op hun nieuwe album ‘Okay’ brengen ze coole pretpunk in de stijl van New Found Glory, Good Charlotte, Sum 41 en Blink 182. Heel Amerikaans en soms heel catchy. Op vrijdag 16 juni mogen ze op Graspop op de Jupiler-stage spelen, maar of de Belgische metalheads deze pretpunk naar waarde zullen weten te schatten, is nog maar de vraag.
De punk van As It Is is meestal braaf en glad, zoals op “Pretty Little Distance” en single “Hey Rachel”. Evengoed staan er op ‘Okay’ enkele tracks waar helemaal geen punk in. “Curtains Close”, “Soap” en “Still Remembering” geraken niet verder dan een middelmatig pop-nummer. Een beetje jammer dat ze niet eens in de punk-geschiedenis van hun eigen land gedoken zijn.
Toch zijn er aantal nummers waarop de Britten zowel muzikaal als tekstueel hun tanden laten zien. “Patchwork Love” en “No Way Out” laten een jeugdig enthousiasme horen dat we nog kennen van de eerste platen van Green Day en The Offspring. Ook “Austen” en “Until I Return” zijn best genietbaar.
‘Okay’ is een prima album voor wie van compromisloze pretpunk houdt. Ideale muziek voor een warme zomer bij het skatepark.

Joanne Shaw Taylor

Joanne Shaw Taylor- Blues, nothing but the blues (ikv Blueprint bluesfestival)

Geschreven door

Joanne Shaw Taylor - Nog maar 30 jaar en Joanne heeft al zes cd’s op haar palmares. Haar albums staan hoog genoteerd in de US Billboard Top Blues. In 2010 won ze de onderscheiding van beste zangeres bij The British Blues Awards. Het jaar erop haalde ze de prijs als Songwriter of the Year binnen. Joanne speelt zeer expressief gitaar en haar enigszins hese stem past perfect bij de muziek die zij speelt. Stergitarist Joe Bonamassa noemt haar ‘A superstar in waiting’.
Het had wat voeten in de aarde voor we de blonde gitariste aan de lijn kregen. Na diverse mails naar haar manager kregen we haar nummer. Maar… ofwel nam ze niet op, ofwel sloeg de voicemail aan. Uiteindelijk kreeg ik contact via haar roadmanager. Het interview kon plaatsvinden tussen de soundcheck en het avondmaal. Helaas, een buitenlandse gsm-lijn is niet altijd even duidelijk. Op de koop toe spreekt ze met een zwaar Brits accent… en ze heeft weinig tijd. Om dit gitaarwonder, ook wel het nieuwe gezicht van de blues genoemd, te spreken neem ik er de ambetantigheden bij.

Je bent ontdekt door Dave Stewart van Eurythmics. Hoe is dat verlopen?
Ik was pas 16 toen ik hem een cassette overhandigde na een liefdadigheidsconcert. Dave bleek danig onder de indruk. Ik werd uitgenodigd om mee te spelen in zijn supergroep D.U.P. met onder meer Candy Dulfer en Jimmy Cliff. Later stond ik met Annie Lennox op het podium voor zo’n 12.000 toeschouwers.

Hou je van Let’s Dance van David Bowie?
Sure I do. Het was de zoveelste switch in zijn carriere en het werd zijn best verkochte album. Het zal je niet verwonderen dat ik er gek op ben omdat Stevie Ray Vaughn, één van mijn helden, er leadgitaar op speelt. David had Stevie ontdekt op Montreux Jazz. Op de singles Let’s Dance, China Girl en Cat People hoor je duidelijk Stevie’s zeer herkenbare Albert King-stijl.

Jimi Hendrix is ook één van je favorieten. Vertel
Zijn debuutalbum Are You Experienced heeft me werkelijk van mijn sokken geblazen. Het nummer Manic Depression staat bij mij op kop. Hendrix schreef de song nadat zijn manager Chas Chandler op een persconferentie verteld had dat Jimi klonk als een manisch depressieveling.

Herinner jij je optreden zo’n 10 jaar terug in een Bredense kroeg vlakbij Oostende?
Oh my god. Neen, dat zegt me niks meer. Ik ben zowat constant aan het toeren en niet alles blijft me bij. Ik ken ook geen Belgische muzikanten want ik speel slechts sporadisch in je land. Voor en na mijn shows schiet er niet zoveel tijd over.

Al je concerten in het Verenigd Koninkrijk zijn uitverkocht. Is dit een gevolg van je verschijning in ‘Later… with Jools Holland’?
Dat heeft ermee te maken. Maar ik krijg ook lovende recensies, mijn cd’s scoren super, collega’s als John Mayall en Stevie Wonder apprecieren me, en ik speel onnoemelijk veel.
Zo krijg je faam.
Sorry mate, I’ve got to go. Daar gaat mijn goede reputatie. See you at the festival.


BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
-Joanne Shaw Taylor (U.K.)
-Marino Noppe band
-Tiny Legs Tim
-Ed De Smul
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 059 27 98 71, € 18

Tiny Legs Tim

Tiny Legs Tim - Blues, nothing but the blues (ikv Blueprint bluesfestival)

Geschreven door

TINY LEGS TIM
In het Nederlands noemen ze deze emotie een dipje, alsof het om iets gastronomisch gaat. In het Frans bekt het wat stoerder. Daar gaat men voor le cafard. Amerikanen en Engelsen prefereren een kleur: the blues. Dit is van oorsprong het melancholische gevoel dat zwarte slaven hadden toen ze zich een bult moesten werken op de plantages. Door het zingen van de blues hoopten ze troost te vinden.
N.a.v. het Blueprint bluesfestival op 26 maart checken we even bij een nieuwe generatie bluesmuzikanten, zowel bij een mannelijk als vrouwelijk exemplaar. Geen van beiden is op een katoenveld geboren maar is blank en jong. Naast hun voorliefde voor hetzelfde muziekgenre hebben ze een drieledige artiestennaam als gelijkenis.

TINY LEGS TIM
Tim, jij hebt West-Vlaamse roots
Inderdaad, ik ben afkomstig uit het dorpje Westouter in de Westhoek. Hoop en al 1500 inwoners, tegen de Franse grens. Na mijn humaniora studeerde ik biologie in Gent en ben daar blijven plakken

Waarom koos je muziek als beroep? Geen evidente keuze
Vanaf mijn elfde heb ik altijd muziek gespeeld. Thuis werd gezegd dat ik eerst mijn studies moest afmaken en werk vinden. Daarna mocht muziek aan bod komen. Op mijn 23ste ben ik zwaar ziek geworden. Een aangeboren probleem met mijn lever. Na de eerste transplantatie volgde er een tweede. Ik ben zes jaar immobiel geweest. Ik beloofde mezelf dat als ik hier door raakte ik me 100% op de muziek zou richten. Momenteel gaat alles goed met mijn gezondheid. Ik neem medicatie tegen afstoting en ben ernstig vermagerd. Maar ik voel me gelukkig. Mijn artiestennaam Tiny Legs Tim is een grappige woordspeling op mijn tengere benen. Je hebt nog artiesten die dit doen zoals Blind Willie Johnson die, nogal wiedes, stekeblind was.


Vanwaar de liefde voor de blues?
Mijn ouders leefden volgens het gedachtengoed van mei ’68. Er werd veel muziek gedraaid thuis: zowel klassiek, jazz als Bob Dylan en blues. Er zaten zes echte bluesplaten, van die obscure, in de collectie. Zoals Lightnin’ Hopkins. Ik vond de sfeer en de klank van die muziek mysterieus en aanlokkelijk. Ondertussen ken ik de geschiedenis van de blues. Vroeger verstond ik geen Engels zodat enkel de muziek naar binnen kwam. Door mijn ziekte raakte ik ten volle gefascineerd door de blues. Ik had dingen om over te schrijven. De minder mooie kant van het leven… Tiny Legs Tim heeft een dubbele bodem. Iets negatiefs omtoveren tot iets positiefs. Ik heb parttime les gegeven maar dat zoog me op. Nu leid ik het leven dat ik wil leven: als muzikant. Weliswaar zonder alcohol en met voldoende slaap. Rock ’n roll, nietwaar.

Je opteert voor Deltablues. Geef eens wat uitleg hierover
Dat verwijst naar het zuiden van de Verenigde Staten, meer bepaald de Mississipi Delta bekend om zijn katoenvelden, de bakermat van de blues. Eén persoon die zingt én akoestisch speelt. In die stijl zijn de bekendste namen Robert Johnson, Charley Patton en Son House. Een favoriet uitpikken kan ik niet. Ik vind ze elke op hun manier even goed.

Je verzorgde het voorprogramma van enkele grootheden. Tijd voor roddels
Het concert van Pete Dorothy stelde niks voor. Hij was volledig gedrogeerd. Niemand trok er zich wat van aan. Zelfs zijn tourmanager was er gerust in. Richard Thompson daarentegen is een grappige gemoedelijke man. Hij gaf me complimenten. John Mayall heeft heel mijn optreden bijgewoond en raadde het publiek aan mijn cd te kopen.

In februari kwam je nieuwe cd uit
Mijn vierde plaat is een akoestische geworden in duo met Steven Troch, jarenlang de frontman van Fried Bourbon. We hebben twee dagen live opgenomen in de Yellow Tape studio met één klassieke micro van het merk Melodium. Zonder technische snufjes. Het klinkt eerlijk en bijzonder goed.

Hoe ziet jouw ideale groep er uit?

Aan de drumkit plaats ik Fred Below, Willie Dixon op bas en Hubert Sumlin op gitaar. Little Walter leeft zich uit op mondharmonica. Helaas, al deze muzikanten zijn gestorven.
Mijn band bestaat uit een aantal blanke negers als Frederik Van den Berghe (ex Arno) op drums, Steven Troch op mondharmonica en René Stock of Karel Algoed op contrabas.


Welke anekdote blijft je het meest bij?
Tijdens de opnames van mijn album Stepping Up zaten we vijf dagen met de groep in de studio. Tijdens het uitladen geraakten mijn vingers tussen een van de zware studio deuren. Shit, mijn linkerhand was gezwollen. Ondanks deze handicap hebben we toch opgenomen.

Luister je ook naar andere muziek?
Jawel hoor. Bob Dylan, Neil Young en Leonard Cohen bekoren me zeker. Ik volg ook de zaken van de collega’s. Ik moet toegeven, 90% van mijn aandacht gaat naar blues. Bij de hedendaagse muziek ben ik onder de indruk van Warhaus. Dit is het zijproject van Maarten Devoldere, frontman van Balthazar. Het jazzcombo Taxiwars rond Tom Barman vind ik straf. De Amerikaanse singersongwriter Kurt Vile staat eveneens hoog aangeschreven. Het moet mij raken en genoeg diepgang hebben.

Uw favoriete gitaar?
Ik lijd aan G.A.S. wat staat voor Gear Acquisition Syndrome. Het zorgt ervoor dat de spullen die bij de gitaar worden gebruikt slechts van korte duur bevredigend zijn. Er moeten altijd meer attributen of gitaren gekocht worden. Ik beken, ik koop veel gitaren. Maar ik heb er onlangs twee verkocht. Die ene ideale gitaar die alle andere kan vervangen ben ik nog niet tegengekomen.

Wat vind je van het Blueprint bluesfestival?
Het is een mooi samengestelde affiche die redelijk breed gaat. Van de hardere bluesrock tot het akoestische werk. Dat zal heel wat mensen aanspreken. Samen met Steven Troch stel ik er mijn nieuwe cd voor.

Is er nog iets dat je kwijt wilt?
Ik ben zeer tevreden van het parcours van Tiny Legs Tim na de donkere ziekteperiode. Ik ben altijd blijven doordoen. Traag maar gestaag. Ik bruis van de ideeën en heb nog veel om naar toe te werken. Kijk naar onze godfather Roland, 72 geworden. Die blijft verder doen op zijn eigenzinnige manier. Daar neem ik mijn hoed voor af.

BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
-Joanne Shaw Taylor (U.K.)
-Marino Noppe band
-Tiny Legs Tim
-Ed De Smul
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 059 27 98 71, € 18

Tjens Matic

Tjens Matic – Pur Sang

Geschreven door

Tjens Matic – Pur Sang
Tjens Matic
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2017-03-06
Lode Vanassche

Dag lezers, in mijn geval zou ik durven spreken van een zeer goede morgen, ik ben immers nog altijd aan het bekomen van het schitterende concert van Tjens Matic gisterenavond in de kleine, maar supergezellige AB Club. Het was boenk er op ! Een goeie honderd toeschouwers (vooral grijsharigen) waren getuige van deze ‘wall of sound’. Arno liet zich omringen door zijn vaste bassist van de laatste jaren, Mirko Banovic en door twee jonge muzikanten : drummer Laurens Smagghe, die ik vroeger ook al zag drummen bij Arno en gitarist Bruno Fevery, die voor de eerste keer samen met de godfather op het podium stond.
Mirko was de orkestleider, de dirigent, die alles in zeer goede banen leidde. Samen met deze jonge snaken bracht hij de TC Matic sound weer tot leven : old school rock, bluesrock met een industriële sfeer erin.
Ze gaven de hoekige pop van TC Matic nieuw leven. Arno zei bij het begin van het concert dat hij “godverdomme goeste had” en dat hij “godverdomme een beetje nerveus” was.
Tjens Matic liet 18 nummers op ons los, 12 uit het TC Matic repertoire, 4 vettige, gedreven bluesrock nummers van Tjens Couter en 2 nummers uit 2 zij projecten (Charles and the White Trash European Blues Connection en Arno & The Subrovnicks).
Anderhalfuur stevige stuwende rock, luid maar niet te…, sobere belichting,… “Arno in zijnen puren” zou ik durven zeggen. Deze try out vraagt naar meer. Hopelijk zet hij met deze formule ook een tour op poten, maar eerst zal hij nog een 40-tal optredens met Arno afwerken dit jaar…
Ik geef je nog de setlist mee:
Being Somebody Else  - TC Matic
Cook Me - TC Matic
The Milkcow - Tjens Couter
Que pasa - TC Matic
Middle Class and Blue Eyes - TC Matic
Dance With Me - Tjens Couter
No Job No Rock - Charles and the White Trash European Blues Connection
Saturday Night Queen - Tjens Couter
The Parrot Brigade - TC Matic
Le Java  - TC Matic
Viva Boema - TC Matic
Gimme What I Need - Tjens Couter
Arrivederci Solo - TC Matic
Living On My Instinct - TC Matic
Forget the Rest, Take the Best - TC Matic
Meet the Freaks - Arno & The Subrovnicks
Ha ha - TC Matic
BIS : Bye Bye Till the Next Time - TC Matic

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Thievery Corporation

Thievery Corporation - Reggae voor bleekscheten

Geschreven door

Op zaterdagavond mag een concert best wel feestelijk zijn: het is weekend en iedereen wil zich amuseren. Geen band beter om voor die feestelijke ambiance te zorgen dan Thievery Corporation. Het producersduo Rob Garza en Eric Hilton vieren dit jaar twintig jaar dat hun debuut als Thievery Corporation uitkwam. Waar hun vorige album ‘Saudade’ (2014) de inspiratie zocht in de bossa nova, namen ze dit keer hun nieuwe album, ‘The temple of I &I’ op Jamaica op,  het is dus niet verwonderlijk dat dit een dub en reggae-album geworden is.

Lange rijen voor een uitverkochte AB, een blank publiek dat voor de rest vrij divers was, jong en oud, hip en minder hip. Thievery Corporation live bestaat uit een uitgebreide band: naast Garza en Hilton achter de knoppen, is er een bassist, een gitarist, een drummer en een percussionist, aangevuld met zes gastzangers en zangeressen, die om beurten op het podium komen. Het concert begon in Bollywood, met de gitarist op sitar in het instrumentale “Forgotten people”.
In ieder volgend nummer veranderde de sfeer volledig door de vocale inbreng van de verschillende zangers: van reggae, naar dancehall in rasechte Major Lazer-stijl, over dubgeïnspireerde hiphop met rapper Mr. Lif, die solo platen uitbracht op het Definitive Jux-label en vanavond als echte master of ceromony de zaal wist op te hitsen, terug naar Bollywood op “Illumination”, om dan in het Frans trip-hop-sferen op te zoeken.
Door de constante wissel van zangers, zat er veel vaart in het optreden. Geen David Byrne, in “The heart’s a lonely hunter”, maar vervanger Frank Orrall (van Poi dog Pondering) stal niettemin de show met spurtjes op het podium en een vervaarlijke slingerende lamp. Mijn hoogtepunt was het naar Leftfield lonkende “Warning shots” dat de reguliere set afsloot.

In de bis kwamen de verschillende zangers samen op het podium, we onthielden vooral “Lebanese blonde”, het naar Air en Minnie Ripperton lonkende “Heaven’s gonna burn your eyes” en “The richest man in Babylon”, waarin de reggaezanger Horace Andy naar de kroon stak.

Echte streetcredibility hebben Thievery Corporation niet, daarvoor blijft het te veel producersmuziek voor dure hifi-ketens, maar programmeer ze toch maar eens op Reggae Geel, hun liefde voor dub en reggae zal ook de echte rasta’s overtuigen, alleen jammer dat de blazers vanavond uit blik kwamen, een echte blazerssectie zou dit toch meerwaarde gegeven hebben.

Setlist: Forgotten people - Until the morning - True sons of Zion- Letter to the editor - Culture of fear - Illumination - Le monde - Love has no heart- Weapons of distraction - La Femme parallel - Ghetto matrix - Amerimacka-Time + Space -The heart's a lonely hunter - Fight to survive - Warning shots
Bis: Road block - Sweet tides - Lebanese Blonde - The richest man in Babylon - Drop your guns - Heaven's gonna burn your eyes- Unified tribes

Organisatie: Greenhouse Talent

Kreator

Kreator – Gods of Violence!

Geschreven door

Kreator – Gods of Violence!
Kreator, Sepultura, Soilwork en Aborted
De Mast
Torhout
2017-03-03
Frederik Lambrecht

Aborted begon aan de fundering en ruwbouw van de woning, Soilwork voegde een beetje naast de lijntjes, Sepultura gebruikte een soort tweedehands  houtwerk om het dak te leggen en Kreator verkocht die woning voor driemaal de geschatte prijs!

Een uitverkochte zaal De Mast in Torhout stond er te lezen op het internet dus was het nodig om tijdig te vertrekken richting de locatie. Helaas was er bij de start van Aborted nog niet het gehoopte aantal toeschouwers komen opdagen en dus was slechts ietsje meer van de zaal gevuld toen frontman Sven De Caluwé begon met het sterkte nummer “Devine Empediment” van hun laatste creatie ‘Retrogore’. De band begon woest aan hun show, zette lekker door met een goeie vibe, technische hoogstanden, snelheid om u tegen te zeggen en stopte pas toen ze na een half uur zwoegen meer dan hun plicht hadden gedaan! De afwezigen hadden dus ongelijk en misten zo knallers als “Coffin upon Coffin”, waarbij de geëtaleerde mummies de zaal in een rode gloed oplichtten, “Cadaverous Banquet” ook van hun laatste plaat en ouwe gouwe “Meticulous Invagination” die beukte zoals gewoonlijk. Aborted heeft menigeen weggeblazen, zorgde voor enkele leuke extra’s zoals de mummies, de rookblazers die de zanger zijn longen vulden en een vette portie spelvreugde! Vetjes J

Soilwork, om eerlijk te zijn niet echt mijn dada, maar ik wist ook niet precies meer wat de reden hiervan was??!! Vandaag dus het moment om te ontdekken waarom deze Zweden niet in mijn bovenste schuif liggen. Lang duurde het evenwel niet voor ik het euvel (mijn persoonlijk oordeel uiteraard) blootlegde… de backing vocals kwamen te veelvuldig naar voren waardoor de hoofdzang soms de 2e viool leek te spelen en wat mij uitermate enerveerde waren de deuntjes van de keyboard die constant mijn rechteroor binnendrongen. Ook mag gezegd worden dat Soilwork meer naar Metalcore neigt op momenten en daar een groove aan tracht te koppelen, maar naar mijn bescheiden oordeel kwam het er niet altijd uit. Was dit een totale flop? Zeker niet, want er waren ook enkele goeie momenten te ontdekken, en dan vooral wanneer ze meer de death metal kant opgingen met hun nummers. De band deed alle moeite om het publiek naar hun hand te zetten en sporadisch gingen ze duchtig mee toen werd gevraagd om een circlepit te starten.

De zaal begon in sneltempo te vullen want de soundcheck van Sepultura weergalmde in de zaal…met hun nieuw album ‘Machine Messiah’ konden we dus enkele nieuwtjes op de setlist verwachten met onder meer “Phantom Self”, “Machine Messiah” uiteraard, “Alethea” en ”Sworn Oath” en zoals de media dit album beoordeelden, kwam dit ook live weer, namelijk heel melodisch maar toch krachtig. Het was natuurlijk wel merkbaar dat dit album nog niet echt bij iedereen in de zaal gekend was…Maar, gelukkig heeft Sepultura ook oude nummers in hun setlist staan die mij een glimlach gingen geven, althans dacht ik.

Over het feit dat oudere hitjes beter uit de strot van oudgediende Max Cavalera gaan we niet meer discussiëren, maar als je oude hitjes niet brengt zoals ze uitgeschreven zijn, dan begin ik toch eventjes in mijn broek te doen! Soms werden muzikale versnellingen niet correct uitgevoerd (“Refuse/Resist”) en viel het nummer op zijn gat, dan werd weer de passie en nodige agressie niet toegevoegd (en dat heeft “Arise” zeker nodig!), en laat verdorie “Ratamahatta” maar direct uit de setlist verdwijnen…neen, laat de oudjes maar weg uit jullie setlist, ik beluister ze voortaan wel verder op cd. Algemeen gezien dus redelijk wat frustraties bij ondergetekende, maar de klassiekers weggelaten, belooft de vernieuwde stijl en dito nummers ook dat er veel te ontdekken en beleven valt bij Sepultura 3.0. (hun albums ‘Against’, ‘Nation’ en ‘Roorback’ die ikzelf maar flauwe albums vind weggelaten en bij mijzelf als versie Sepultura 2.0 behoren).  
De kracht die ze ontpoppen op het podium, de sound die perfect in elkaar zat over het algemeen en de vibe die ze bij hun nieuw materiaal uitstralen , spreekt alvast boekdelen dat de toekomst voor hen enkel maar kan beteren. Luidop gesteld: hadden ze toch niet eventjes moeten stilstaan bij een nieuwe bandnaam  met deze meer vernieuwde stijl?


Enkele biertjes later was het de beurt aan Kreator, deze Duitse machine heeft mij nog maar zelden ontgoocheld en met hun nieuwe plaat ‘Gods of Violence’ lijken ze ook toegegeven te hebben aan meer melodie, dus ik was alvast benieuwd hoe ze dit live gingen vertolken…
Ze openden alvast sterk met “Hordes of Chaos” gevolgd door het machtige “Phobia” waardoor vooraan het podium de moshpits als een vulkaan uitbarstten. “Satan is Real” van hun nieuwe plaat klonk echt overtuigend, net zoals het titelnummer “Gods of Violence”. Maar het dak ging er echt af bij het lekkere old school “People of the Lie” en meezinger “Phantom Antichrist”. De toon was gezet en het ging enkel crescendo naar mijn mening! De bommen werden gelost en “Enemy of God” en “Extreme Agression” waren in mijn ogen de napalm midden in hun show.
Een heuse wall of death werd opgezet en het feestje werd afgesloten met ouwe getrouwen “Flag of Hate”, “Under the Guillotine” en het razende “Pleasure to Kill”. Jaja , Kreator bewees waarom ze een avond moeten afsluiten en deden dit wederom in stijl! Ik heb er alvast van genoten, thx Mille en Co en niet de vergeten de organisatie van dit event.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/kreator-03-03-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/sepultura-03-03-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/soilwork-03-03-2017/

Organisatie: Vzw Strike, Torhout

The XX

The XX - X in het kwadraat!

Geschreven door


Het Britse The XX mag zich een plaatsje toe eigenen tussen de groten . Twee uitverkochte concerten in Vorst Nationaal is niet niks en ze zijn één van de headliners op Pukkelpop.
Live staat het trio er en zorgen ze voor een pakkend denderend geluid  , dat warm en koud klinkt. De lightshow is sober of toont alle kleuren van de regenboog. Het decor is eenvoudig doeltreffend door kantelende spiegels die alles mooi weerkaatsen . Spitsvondig.
Het zit allemaal goed in elkaar , de sound , de présence , het decor . Een minimum aan middelen en een maximum aan intensiteit creëren, een donker, dreigend spanningsveld enerzijds , de dansspieren prikkelen anderzijds, op en top gevoelig, broos en vrolijk, extravert!
Het trio nam de tijd na ‘Coexist’, hun tweede plaat , gaven elkaar ruimte , maar slaan nu  bikkelhard terug met ‘I see you ‘, de meest toegankelijke plaat totnutoe binnen hun kenmerkende minimal spaarzame fluisterende popnoir .

The XX heeft het grote publiek bereikt en daar zit de huidige single “On hold” zeker voor iets tussen , een gevoelige song , die ingetogenheid , diepgang plaatst in een poppy kader.
We bleven ruim anderhalf uur gekluisterd en geboeid in hun meeslepende , emotievolle sound. Elke geluidje van de drie neemt een belangvolle rol op in het geheel ,de synths, de beats , de drumtrics van Jamie ‘xx’ Smith , de indringende , galmende gitaartokkels en –licks van Romy Madley-Croft en de diepe basstunes van Oliver Sim. Haar melancho , zalvende zang , zijn brabbelende , grauwe zegzang , het is dat ietsje meer , die zich nestelt in hun unieke klankenwereld en sfeerbeeld.
Het valt op dat Jamie ‘xx’ meer ruimte krijgt in de set, vooral in het tweede deel rollen de beats op gepaste wijze in de nummers en over ons heen . Heerlijk heupwiegend ervaarden we het in “Shelter” en “Loud places”. Middenin de set kregen we al een glimp van zijn kunsten als DJ en techneut op “Dangerous”. Meer dynamiek. Hij was omgeven van een indrukwekkende DJ booth , en de  bijhorende percussie en cymbalen sierden .
Al meteen een schot in de roos hadden we met het intrigerende “Say something lovin’” , uit de nieuwe plaat die toegankelijkheid en avontuur mengt. De wisselende zangpartijen, de uptemo grooves en de groeiende snedig wordende aanpak maken de song sterk. “Crystalised”, “Islands” en “Lips” uit ‘I see you’ behouden die intensiteit , krijgen een forsere beat en worden met finesse gespeeld.
Jamie ‘xx’ leeft zich uit achter de decks , Oliver kronkelt en schaatst zich rond zijn bas en zijn tegenspeelster, ietwat uitdagend , grimassend , maar met een warm hart . De tracks volgen elkaar snel op , ze hebben een ingehouden , opbouwende , broeierige spanning van hartzeer, huivering , verlating, en zijn geweven in warmte , levenslust en samenhorigheid .
De respons is groot . Het doet hen deugd en ze zijn dan ook hun fans dankbaar . Oliver neemt het voortouw en laat een jawoord toe van een koppeltje , die hier hun droom werkelijkheid zien worden .
Er komt wat rust over de set met sober, dromerig, donker materiaal; “Sunset” , “Basic space” en “Performance” die de vroegere wavegolf hoog in het vaandel houdt ; zijn gekenmerkt van slepende (soms dreunende beats) , 80s tunes en licht exploderende ritmes . “Brave for you” , één van de recente plaat , toont z’n sterkte door de helder , innemende , indringende zang van Madley–Croft . Schitterend.
“Infinity” bouwt de set terug op. We zijn intussen in het tweede deel van de set die beduidend extravert klinkt ; alle ingrediënten zijn samengevoegd , soberheid , elegantie als de bredere context met aanstekelijke , aangename grooves . Het spiegeldecor doet zijn werk en wordt zelfs wat vervormd. Alles bij elkaar, in één woord Klasse!
In de bis kon de doorbraaksingle naar het grote publiek niet ontbreken , “On hold” deed de temperatuur stijgen en de zaal ontploffen . Dit is de popsingle die het voorjaar 2017 siert! “Intro” benadrukt het filmische karakter , en doet een Portishead opborrelen . Tot slot het stuiterende “Angels” , vol muzikaal bochtenwerk . 

The XX werd terecht sterk onthaald , en stond er , zonder ook maar een zwak moment . Die  bezwerende en weerbarstige minimalistische popnoir is en blijft het handelsmerk , nu verweven in een breder, grootser , toegankelijk concept . Die intensiteit is omgezet in een magische sound … Een xx in het kwadraat!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-xx-02-03-2017/

Organisatie: Live Nation

Flying Horseman

Flying Horseman - 'Rooms/Ruins’ - Rijker in visie en wisselwerking dan ooit tevoren

Geschreven door

Flying Horseman – ‘Rooms/Ruins’ - Rijker in visie en wisselwerking dan ooit tevoren
Flying Horseman
Handelsbeurs
Gent
2017-03-02
Jan Kurvers

Begin dit jaar werd Flying Horseman beloond met een grote kans. Als ‘artists in residence’ mochten ze voor een tweetal maanden deSingel bezetten om er intensief te werken aan iets nieuws. Het bleken voor het zestal enorm productieve weken te zijn. Ze zijn naar buiten gekomen met ‘Rooms/Ruins’, een coherente en visierijke muzikale inspanning. In de Handelsbeurs ontdekten we dat deze lange periode van intensieve samenwerking haar vruchten afwierp en de alsmaar transformerende band verder deed evolueren.

Wie voor het oude werk van Flying Horseman kwam, moest gisteren niet in de Handelsbeurs zijn. Toch zijn er parallellen te trekken met de sound en visie die we van weleer kennen. Zo opende “The Key” met de elementen waar we altijd van kunnen genieten: sterke songwriting waar de drang naar expressie de overhand neemt. Een drang die zich ontaardt in forse jazzy gitaarsolo’s en een zestal die grootse dynamieken stuurt. Toch werden we mooi verrast tijdens de outro. Plots kwamen er allerlei synth loops opdoemen in de klankkleuren die we herkennen van Blackie & The Oohoos, het project van de zussen Maieu (de zangeressen en keyboardspeelsters in Flying Horseman). Die kleurrijke elektronica ontaardde in een rijke transitie naar “Deep Earth”. Op dat moment in de set werd het duidelijk hoe doordacht de omkadering van ‘Rooms/Ruins’ is. Het bestaat namelijk uit drie ononderbroken stukken, waar elk idee naadloos aan elkaar gewoven wordt.
Flying Horseman is en blijft een band van gigantische contrasten. Het ene moment kleden ze een song uit tot hun essentie. Op “Reverie” was er bijvoorbeeld niet veel meer nodig dan de wisselwerking tussen de warme stem van Bert Dockx en de ijle vocalen van Loesje Maieu. Het andere moment werden alle deuren opengetrokken en werd de muzikale gave van deze muzikanten ontbloot. Zo bracht de ritmesectie verrassende dynamieken dankzij energetische baslijnen en uniek, complex drumwerk.
Het is dat niveau van wisselwerking dat er voor zorgt dat Flying Horseman ver kan reiken. Een eigenschap die vast en zeker nog aangesterkt werd door hun residentie. Hoe meer het zestal van idee naar idee vloog, hoe meer ze hun brede zin aan creativiteit tentoon stelden. Zo toverden ze stuwende krautrockritmes tevoorschijn tijdens “Deep Earth”, pompende repetiviteit die dan ook nog eens de bespookte synths kon omvatten. Het valt op dat met deze creativiteit een transformatie teweegbracht in het omvattend gevoel dat Flying Horseman neerpoot.
De band klinkt op een manier helderder en kleurrijker. Eén van de doorslaggevende factoren hierin is hoe Milan zich meer dan ooit als multi-instrumentalist bewees. Gepositioneerd achter het lijvige drumwerk zorgde hij voor prachtige en onvoorspelbare elektronische texturen. Ze brachten het aanwezige werk op de synths nog een extra dimensie. Het mooiste voorbeeld hiervan was “Bee Season”. Dit nummer was een uiteenzetting van allerlei fonkelende geluiden die zich als een sterrenhemel zich doorheen de zaal voltrok. Het waren niet zomaar geluidjes, maar weinig verhullende hints naar momenten waar het leven puur voelt. Een vleugje nostalgie die wij niet in woorden weten te beschrijven, maar Flying Horseman perfect op minimalistische wijze weet neer te zetten.
Naarmate ‘Rooms/Ruins’ zijn einde naderde, werden we opnieuw getuige van hun kenmerkende donkerheid. Zo ontstond “Bright Light” uit het klankentapijt van “Bee Season”. Ook al begon het nummer met hoopvol getokkel, kwam het krachtige, rakende cynisme bovendrijven. (“In your world design, people like me won’t survive”). Het werd pas echt zwaar toen het slot naderde. Op “Stars” knalde het zestal met een break die wel uit de metal klinkt geleend. Een vat vol gruwel opende zich om te ontaarden in “Ruins”, het laatste nummer uit de set. Met een duistere, maar onderhuidse climax werd alles traag gesloopt. Een afsluiter die zijn naam niet gestolen heeft.

Nadat we tijdens de bisronde getrakteerd werden op “Brother”, een energiebom uit hun vorig album ‘Night Is Long’, gingen we naar huis met een boeiende ervaring rijker. ‘Rooms/Ruins’ is een uniek en ambitieus project dat in al haar veelzijdigheid de mogelijkheid heeft om steeds te blijven groeien. Het is een kans die Flying Horseman een nog hechter en visierijk zestal heeft gemaakt.

Wie ‘Rooms/Ruins’ in levende lijve wil ervaren, kan terecht in Muziekclub 4AD, Diksmuide (18/03) of C-Mine Cultureel Centrum, Genk (22/03). Eerder waren ze te zien in de AB Club, Brussel.
Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Het Zesde Metaal

Het Zesde Metaal – Engagement en Entertainment voor Jong en Oud

Geschreven door

Tamino (Nieuwe Lichting) mocht de avond openen. Hij deed dit met enkel zijn stem en gitaar. Dat is durven natuurlijk. Hij heeft een soort flair over zich waardoor je de indruk hebt dat alles vanzelf gaat. Het moet gezegd dat Tamino een indrukwekkende stem heeft. Hij bereikt er meerdere regionen mee en kan er veel gevoel en nuancering in steken. Geen wonder dat deze jonge adonis opgemerkt werd door StuBru. Breekbaarheid is het sleutelwoord in zijn set en dat is meteen zijn sterkte alsook zijn zwakte. Om door te groeien zal een begeleidingsband live waarschijnlijk nodig zijn.

Het Zesde Metaal is al geruime tijd geen onbekende meer en sedert Wannes doortocht in Bevergem al helemaal niet meer. Hun laatste album ‘Calais’ doet het heel goed alsook de single “Naar De Wuppe”. Het podium was achteraan opgesmukt met drie witte schermen die tijdens de nummers van kleur veranderden. Wie dacht dat Wannes een soort van moderne Willem Vermandere is , zal bedrogen uitkomen. De band klinkt snedig en rockt live goed. Wannes Cappelle gebruikt het dialect als een internationale taal in zijn songs. Zijn teksten zijn poëtisch en stralen wat engagement uit. Ook dat kwam tot uiting in zijn bindteksten toen hij bv “Calais” aankondigde. Er werd naast de gekende singles zoals “Nie Voe Kinders”, “Ploegsteert”, “Keuning van de Jacht” ook een nieuw nummer gespeeld. Het was nog onder constructie zoals Wannes het aankondigde. De bindteksten waren niet heel talrijk maar wel mooi meegenomen. “Naar De Wuppe” kon natuurlijk niet ontbreken en kon samen met “Ploegsteert” op veel animo bij het publiek rekenen.
Er werd dan langzaam naar een rustig einde toegewerkt met als slot Wannes alleen op de piano. Een mooie opbouw van het concert. De bisronde kon dan al niet meer ontbreken.
Het Zesde Metaal bevestigde zijn status van een geëngageerde band met muziek voor jong en oud. Heel fijn concert.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/het-zesde-metaal-02-03-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/tamino-02-03-2017/

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

Las Rosas

Las Rosas - Geen gezever, verrassend sterke songs

Geschreven door

Las Rosas - Geen gezever, verrassend sterke songs
Las Rosas
café De Zwerver
Leffinge
2017-03-01
Ollie Nollet

Bonzo, een viertal uit Leuven genoemd naar de overleden hond van hun voorman, begon overrompelend met twee ijzersterke nummers, badend in de recente golf neo-psychedelica. De samenzang rammelde wel wat maar de vibe zat zo goed dat dit bezwaar meteen van tafel geveegd werd. Helaas volgde daarna een complete stijlbreuk en zocht Bonzo het ergens anders. Waar weet ik niet precies maar ik betwijfel ten zeerste of hun inspiratiebronnen een plaatsje vonden in mijn platenkast. Helemaal op het einde werd het toch nog iets beter met een paar erg catchy songs die me wat aan Weezer deden denken.

Las Rosas (Brooklyn, New York) was mij vooraf totaal onbekend maar als De Zwerver belooft een nieuw blik garagebands open te trekken, ben ik er uiteraard als de kippen bij. En - ik verslik me hier haast in enkele niet voor publicatie vatbare krachttermen – dit zat er meteen boenk op.
Geen gezever om het (weinige) volk wat dichter naar het podium te lokken, nee, Las Rosas deden gewoon hun ding en merkten dat na elk nummer de reacties weer net iets heviger waren. Geen uitspattingen of gegoochel met effectpedalen, Las Rosas deed het op de ouderwetse manier, met sterke songs. Gezongen met die geweldige stem van Jose Boyer (deed wat aan The Strokes denken) en verder ingekleurd met een heerlijk jengelende gitaar, een prominent aanwezige bas van Jose Aybar (die wat trekken weghad van Arthur Lee), de zowel efficiënte als avontuurlijke drums van Christopher Lauderdale en, niet te vergeten, de harmonische backing vocals van die twee laatsten.
De sixties waren nooit ver weg maar referentiepunten vond ik toch eerder bij huidige bands als Shannon and The Clams, The Shivas, The Abigails en, waarom niet, The Tubs.
In ieder geval was dit een enorme stap voorwaarts voor zanger-gitarist Jose Boyer die ik zo’n zeven jaar geleden aan het werk zag als bassist bij het toen wat teleurstellende Harlem in het Beurskaffee.
Met Las Rosas zou hij toch wat meer potten moeten kunnen breken en het is dan ook vreemd dat ze na een eerste single op ‘Burger records’ moesten uitwijken naar het mij onbekende ‘Ernest Jenning Record Co’ voor hun debuut lp  ‘Everyone gets exactly what they want’ waarvan het bovendien niet eens zeker is of die in Europa uitgebracht zal worden. Gelukkig konden we na het optreden dat kleinood op de kop tikken.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Flying Horseman

Flying Horseman - Organische, intellectuele muzikale trip

Geschreven door


Flying Horseman heeft zes weken geresideerd in De Singel in Antwerpen om een totaalspektakel in elkaar te steken. Dit onder de werktitel ‘Rooms/Ruins’. Daarmee trekken ze nu rond in enkele zalen in Vlaanderen. Met niet gekend materiaal dus. Dat is durven.

De Club was goed volgelopen deze avond en de D.J. van dienst warmde de aanwezigen op met voornamelijk eclectisch muziek van bands zoals Yo La Tengo, Jambinai en Radiohead. Centraal op het podium stond het drumstel. De rest van de band was erom heen gebouwd. Rechts de bas en de keys, achteraan de synths en links de zang/gitarist en de multi-instrumentaliste.
De muziek van Flying Horseman is niet meteen de gemakkelijkste. Qua aanpak doet ze wat denken aan jazz en prog. De stijl is een mengeling van blues, americana en indie. Het klinkt misschien wat verwaand als ik zeg dat hun muziek niet meteen geschikt is voor de grote massa en dat je het intellectuele muziek kan noemen.
Bert Dockx en de zijnen namen ons mee op een trip doorheen een uniek universum. Grotendeels luistermuziek dat smart (blues) en donkerte bevat. Met hier en daar vreemde ritmes en sounds. Het geheel was bij momenten filmisch. De meeste songs begonnen vrij summier om geleidelijk, in vele lagen, opgebouwd te worden naar een climax toe.
 Qua belichting en andere attributen was dit ‘totaalspektakel’ sober opgezet. Alles moest dus voornamelijk komen van de muziek zelf. Ongekend (door het publiek)  materiaal dat gedurende het concert meer en meer door het publiek werd gesmaakt. Dat was te merken aan het applaus en de roep naar bisnummers.
Ze kwamen terug voor één bisnummer maar het publiek had zo te horen nog wat meer gewild.

Het concert was een muzikale trip doorheen een onorthodox muzikaal landschap. Ik reed naar huis met het gevoel dat ik iets moois en unieks had meegemaakt.
Morgen opnieuw ... in de Handelsbeurs!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Akulas

Rustines

Geschreven door

We krijgen veel releases binnen die de Jaren 70 en 80 willen doen herleven of er op zijn minst hun mosterd hebben gehaald. Van tijd tot krijgen we er ook die het nog verder terug in de tijd zoeken. Zo ook met de Gentse band The Akulas die met hun muziek de sound van de sixties surfmuziek doet herleven. Veertien instrumentale liedjes, waarvan deels covers, vol met reverb en twang gitaarlijnen, zwierige orgels, wandelende baslijnen en vintage drums.
Zegt je dat iets dan moet je dit zeker eens uitproberen. Het is goed gemaakt, ideaal om erop te dansen en het klinkt zoals het moet klinken. Erg vintage, een beetje voorspelbaar natuurlijk maar op zich vormt het geen struikelblok. Ze zijn bezig sedert 2005 en ze speelden al op verschillende festivals in Nederland en België (o.a. North Sea Surf Festival in Amsterdam en Rockabilly Day in Assenede). Alles gehuldigd in een mooie smaakvolle jaren zestig cover wat het plaatje compleet maakt.

Spain

Carolina

Geschreven door

Spain is duidelijk aan z’n tweede adem toe. De band rond Josh Hayden debuteerde enorm sterk in 96 met ‘The blue moods of Spain’ , een pareltje binnen de slowcore , met een sensueel jazzmotiefje . Ze waren samen met Cowboy Junkies , Low en 3 Mile Pilot (btw - check ook het daaropvolgende Black heart procession eens , die momenteel terug bij elkaar zijn voor een tour) super in het genre met minimalistisch, traag slepende songs.
Sinds de return in 2012 zijn deze kenmerken niet vergeten en is er nog die sobere, intieme aanpak van somberte, maar gaat de band ook breder . De jazzy loops werden omgebogen naar een breder rootsamericana door banjo,  lapsteel en steelpedal, die een toegankelijk onderkoelde poppy sound laat horen.
Een evenwichtig geheel hebben we van die ingetogen, broeierige sound  in hun mijmermelancholie . Een sierlijk sfeervolle plaat van puntige , vaardige en traag slepende nummers , die gevoeligheid en emotie naar voren plaatsen.
Goed album dus , maar ‘de soul of Spain zit ‘em nog steeds in die jaren ’90 …

Weaves

Weaves

Geschreven door

Weaves is een jong band je geleid door de donkere punkchick Jasmyn Burke . Niet te verwarren met Wavves , gezien we evenzeer een lofi stuiterende, rammelende, schurende indiesound noteren.
Het kwartet hotst , botst op een speelse, onbesuisde wijze in het materiaal . We horen een bandje die rauwe emotievolle poprock brengt als “Shithole” en “Eagle” of ontregeld klinkt , zeker de eerste nummers, die snediger, feller zijn met jengelende gitaren, gekenmerkt van een ruwe, gortdroge ritmiek. De roekeloze uitstraling, attitude  heeft iets van een Courtney Barnett.
De elf songs komen zo uit de losse pols en zijn aangenaam , leuk zonder al te veel franjes! Fijn debuut.

Pagina 264 van 498