logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Avi Buffalo

At best cuckold

Geschreven door

Het is al zo’n goede vier jaar geleden dat we van deze band uit Long Beach , Californië hebben gehoord , die draait rond frontman Avigdor Zahner- Isenberg. De dromerige , sfeervolle indie pop horen we op de nieuwe plaat zeerzeker terug , maar het is meer een soloplaat geworden , waar het rauwe , rammelende randje er grotendeels van af is .
De plaat kwam tot stand met behulp van bevriende muzikanten . Gelaagde , smaakvolle  nummers horen we, die wel eens rijkelijk gearrangeerd zijn (o.m. “So what”, “Memories of you” en “ Think it’s gonna happen again”) die ook gevoeliger , innemender durven te zijn (check maar “Can’ t be too responsible” , “Two cherished understandings” , “Overwhelmed with pride” en “Oxygen tank” ).
Tien songs in een speels ongedwongen karakter die de comeback mooi onderstrepen …

Angus & Julia Stone

Angus & Julia Stone

Geschreven door

Een warme comeback ervaren we van het Australische duo Angus & Julia Stone . Ze brachten al een paar fijne hippe freefolkyplaten uit , maar na hun samenwerkingsverband stortten ze zo’n vijf jaar terug op een solocarrière . En kijk ze zijn terug met een aangenaam , soms stevig groovy album. Natuurlijk wordt hun kenmerkende muzikale  droomwereld niet vergeten; ze klinken aangenaam goed op “Grizzly bear” , “A heartbreak” , en ja zelfs extravert op “Little whiskey”, “Crash & bones” en “All this love”.
We horen een rits verrukkelijke nummers, waar de leadvocals worden afgewisseld . Het duo is duidelijk naar elkaar toegegroeid en tekenen voor een indrukwekkend nieuw album !

The Afghan Whigs

The Afghan Whigs - De heropstanding van gentleman Dulli

Geschreven door

De tijd dat albums van The Afghan Whigs steevast de weg vonden richting eindejaarslijstjes lijkt definitief voorbij. En dat is best wel jammer, want weinig iconische 90ies bands schudden na 16 jaar radiostilte immers nog een plaat uit hun mouw die hun beste werk benadert. Wie het jongste werkstuk ‘Do To The Beast’ voldoende luisterbeurten gunt krijgt vroeg of laat flashbacks naar ‘Black Love’ (‘96) of ‘1965’ (’98) als spontane beloning. Let wel, het ongenaakbare opus magnum ‘Gentlemen’ laten we in dit rijtje even buiten beschouwing. Dé plaat die de groep uit Cincinnati definitief op de kaart zette mocht vorig jaar trouwens 21 kaarsjes uitblazen en kreeg er meteen een wat overbodige deluxe reissue bovenop. Greg Dulli & co vertikken het echter om daar een rewind tour aan te koppelen, en dus staat hun huidige Europese zaaltournee vooral in het teken van de tweede adem die de band heeft gevonden.

In een uitverkocht Koninklijk Circus nam de groep een ongemeen verschroeiende start met “Parked Outside” en “Matamoros”, niet toevallig twee van de beste songs vanop ‘Do To The Beast’ die de heropstanding van The Afghan Whigs v2.0 onomstootbaar en definitief inluiden. Verschroeiend én loepzuiver, het zijn jammer genoeg echter zelden synoniemen in een live set. Het geluid dat Dulli en zijn kompanen aanvankelijk de speakers lieten uitknallen was niet enkel snoeihard maar vloog bij momenten ook een paar keer slordig uit de bocht of verzandde in een geluidsbrij. Eén en ander had misschien wel wat te maken met de bombastische allure van de nieuwe songs. Fans van het eerste uur zijn het immers niet meteen gewend om Greg Dulli geflankeerd te zien door instrumenten met een bescheiden rock’n’roll gehalte zoals viool en cello, maar naarmate de set vorderde leek dit niet meer dan koudwatervrees.

Uit de oorspronkelijk bezetting heeft naast Dulli enkel boezemvriend en de immer cool ogende bassist John Curley de volledige trip uitgezeten. Logisch dus dat deze laatste meer dan eens pretoogjes opzette toen snedige oudjes als “Fountain And Fairfax”, “Conjure Me”, “Gentlemen” of “My Enemy” aan een rotvaart naar alle uithoeken van het KC werden gekatapulteerd. De vier nieuwkomers in het gezelschap, her en der weggeplukt ten huize
Dulli’s eigen Twilight Singers en The Polyphonic Spree, leken er vooral op gebrand om de erfenis van de groep alle eer aan te doen maar een echt hecht collectief vormen deden ze niet. De drummer ging hierbij niet altijd even vrijuit, zeker niet toen hij een onfortuinlijke misser maakte te midden het iconische “Debonair” en prompt met een blik vol doodsverachting werd neergebliksemd door Dulli. Stress of groeipijnen, het publiek maalde er niet om en schreeuwde lustig mee: “Tonight I go to hell, For what I've done to you, This ain't about regret
Op zijn vijftigste heeft het grofkorrelige strot van Greg Dulli inmiddels genoeg eelt gekweekt om zijn kwaliteiten als hedonistische soulzanger optimaal te laten renderen. Zeker toen de groep wat gas terug nam leverde dat een paar van de meest intense momenten van de avond op. Het samen met spitsbroeder Mark Lanegan als The Gutter Twins ingeblikte “God’s Children” liet zich het best vergelijken met een grungy gospel die langzaam uitgroeide tot een meeslepende climax. Het ingetogen “Step Into The Light” klonk door de fraaie cello begeleiding dan weer zelden zo melodramatisch, het bleek een ideaal moment om de ogen even te sluiten en lijf en leden te laten doordringen van zoveel heerlijke somberheid. Tijdens de atypische maar erg knappe vooruitgeschoven single “Algiers” had Dulli zijn falset uit de studioversie ingeruild voor een rauwere crooner variant. Het nummer klonk hierdoor meteen een pak potiger, maar paste nog steeds in de imaginaire soundtrack van de betere spaghetti western.

The Afghan Whigs mogen dan al een back-catalogue hebben verzameld om U tegen te zeggen, om een paar covers meer of minder zitten ze live doorgaans nooit verlegen. Uniek hierbij is dat Dulli geregeld op frappante gelijkenissen stuit tussen eigen en andermans nummers, en de flarden van die songs vervolgens aan elkaar rijgt alsof het niets is. Zo bleek Jeff Buckley’s “Morning Theft” de ideale inleider tot “It Kills”, werd de broeierige sfeer in “Algiers” perfect gegangmaakt door de eerste tekstregels uit “The House Of The Rising Sun”, en mondde het op een strakke r&b beat drijvende “It Kills” ongemerkt uit in Fleetwood Mac’s “Tusk”. Uit de eerste volwaardige Whigs plaat ‘Up In It’ (’90) haalde Dulli voor het eerst sinds lang nog eens “Son Of The South” vanonder het stof, een averechtse bluesrocker die uiteindelijk naadloos over ging in een flard “Roadhouse Blues” van The Doors.

Ook tijdens de uitgebreide encores griste Dulli met veel enthousiasme andermaal in zijn persoonlijke platencollectie. Vanuit de coulissen dook hij bijna onopgemerkt op in het publiek met een biertje in de hand en schudde er en passant een weergaloze interpretatie van “Every Little Thing She Does Is Magic” uit de mouw. De finale triomftocht werd verder gezet met “Summer’s Kiss”, “Teenage Wristband” (van Dulli’s Twilight Singers) en “Somethin’ Hot”. Doorheen de set had de praatjesmaker in Dulli maar weinig van zich laten horen, tot de man helemaal op ’t eind bekende dat hij wat onzeker was over de goede afloop van de avond. Had de man een beginnend griepje te pakken of was ie de avond ervoor iets te lang blijven plakken in Brugge in het gezelschap van een paar Straffe Hendrikken of Dulle Teven, we hebben er het raden naar. Of misschien was dit wel een hedonistische pose ter inleiding van de epische afsluiter “Faded” waarin wijlen Bobby Womack met een citaat uit zijn “Across 110th Street” een passend eerbetoon kreeg.

Twee avonden op rij hebben Greg Dulli en zijn vijf kompanen de Belgische Whigs fans alweer een onvergetelijke trip kado gedaan. Muzikale herrijzenis, artistieke wederopstanding, geslaagde comeback, ... het zijn allemaal mogelijke titels voor de gazetten van morgen, en voor één keer hebben alle gazetten overschot van gelijk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-afghan-whigs-07-02-2015/
Organisatie: Live Nation

Kiesza

Kiesza – Acrobatie en pop beats aan de top

Geschreven door

Wat hebben ballet, Noorwegen, de Canadese zeemacht en de Ancienne Belgique met elkaar gemeen? Een strikvraag, misschien, maar op een koude donderdag avond in februari was het antwoord: alles.

Het verhaal van de nieuwste Canadese popsensatie Kiesza loopt helemaal niet zoals je zou verwachten. Kiesza heeft roots in Noorwegen maar werd geboren in Calgary in Canada. Ze was al van jongs af aan geïnteresseerd in de showbizz. Naast meedoen aan de Young Canadians met een jazz en tap dans act, trainde ze ook in klassiek ballet tot haar 15de, wanneer een knieblessure een einde maakte aan een mogelijkse ballet carrière.
En hier neemt het levensverhaal van Kiesza een verrassende (en in de hedendaagse cultuur van gefabriceerde pop acts en talentshows à la X-Factor toch wel verfrissende) wending. Kiesza sloot zich namelijk aan bij de Canadese zeemacht. Onwaarschijnlijk genoeg leerde ze tijdens haar dienst gitaar spelen en zong ze liedjes om de tijd sneller te doen gaan. Haar talent werd opgemerkt en Kiesza besloot om opnieuw voor een showbizz carrière te gaan. Ze kreeg een beurs voor de prestigieuze Berklee College Of Music in Boston en de rest, zoals ze zeggen, is geschiedenis.

Geef het gerust toe, u hebt in de zomer van 2014 ook gewillig mee ge-ooh-ed en ge-ah-ed met Kiesza's tot op heden grootse hit, “Hideaway”. Het was een gigantische wereldhit en de video een viraal fenomeen, en terecht ook. Kiesza doet terugdenken aan de pop-house hits van de jaren negentig. De tijd van neon tops, gescheurde en gebleekte jeans en gigantische sneakers. De tijd van Haddaway, Robin S. en Crystal Waters, artiesten die Kiesza trouwens feilloos kan coveren.
Het was dan ook een beetje zonde dat de Ancienne Belgique donderdag avond niet volledig mee ging met de aanstekelijke beats die voorgeschoteld werden. Het concert was verre van slecht, maar de sfeer werd teniet gedaan door het blijvende geroezemoes tussen de songs door. Kiesza liet het niet aan haar hart komen en danste en zong lustig verder (een pluim voor de acrobatische dansers, trouwens) maar het was duidelijk dat het merendeel van het publiek hier gekomen was door de lokroep van “Hideaway” en zich door de andere liedjes niet echt liet bekoren.
Jammer, want nummers zoals “Giant In My Heart” en “No Enemiesz” zijn ongetwijfeld hits in wording. Kiesza slaagde er bovendien ook in om keer op keer de hoge noten perfect te toetsen, iets wat zeker geen sinecure is in een concert waar zoveel gedanst wordt. Ook de covers (o.m. Haddaway's “What Is Love” als een vertraagde ballad en Michael Jackson's “Billie Jean”) waren bewonderenswaardige momenten. En dan kwam er natuurlijk “Hideaway” als afsluiter, tot grote vreugde van alle aanwezigen.

In conclusie: een goed concert dat wat meer aandacht had moeten krijgen. Maar niet getreurd, Kiesza, want de zomerfestivals lonken en menig Belg zal je graag een tweede kans geven.

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Adrian Crowley

Adrian Crowley - Als een goede wijn

Geschreven door

Al 8 platen heeft Adrian Crowley uit, maar toch had op het vasteland nog niemand gehoord van deze Ierse singer/songwriter. Tot hij eind 2014 met het prachtige album ‘Some Blue Morning’ op de proppen kwam, lovende reacties alom waren zijn deel en vergelijkingen met grootheden als Leonard Cohen, Bill Callahan en Nick Cave waren plots overal aan de orde. Twaalf jaar na de eerste plaat was er dan eindelijk die welverdiende erkenning. Of toch niet? Blijkbaar waren in België al die lofbetuigingen nog niet zo goed doorgesijpeld want de op zich al bescheiden AB Club was niet eens volgelopen. Maar goed, wij waren er wel, en het is nu eenmaal onze taak om er bij u eens goed in te wrijven wat u nu weeral gemist heeft.

Op ‘Some Blue Morning’ hebben de fraaie songs een intieme omkadering meegekregen met hier en daar wat cello, keyboards en strijkers, maar op het podium deed Crowley het helemaal in zijn muzikale blootje. Enkel Katie Kim, die ook voor het voorprogramma had gezorgd, kwam sporadisch wat voorzichtige vocale steun leveren. Dat Crowley zijn songs zo nog meer uitkleedde, kwam de intimiteit alleen maar ten goede. Hij begeleidde zichzelf op elektrische gitaar en haalde daar wonderlijke mijmerende echo’s uit die wel eens naar David Lynch achtige taferelen refereerden. Samen met die zalvende bariton van hem zorgde dit voor heuse kippenvelmomenten.
U mocht gerust in katzwijm vallen bij de weidse sound van het onooglijk prachtige “The Hatchet Song” of het betoverende “The Hungry Grass”.
Adrian Crowley manifesteerde zich ook als een entertainende storyteller. Met een anekdote over een vervelende ekster die zijn vakantie in de Pyreneeën vergalde,  leidde hij het schitterende “The Magpie” in. Ook zijn verhaal  ter introductie van “Trouble”, over breeddenkende Nederlanders die het al vreemd vonden dat  hij te voet met zijn gitaar op de rug naar een optreden peddelde, wekte bij het  publiek een glimlach los. Zo nam Crowley met zijn verhalen zijn publiek mee binnenin zijn songs waar het aangenaam vertoeven was. Wij zaten tevergeefs nog te wachten op dat fabelachtige relaas over een wild zwijn in de prachtsong “The Wild Boar”, maar het mocht niet zijn, Crowley liet de song vanavond helaas in zijn valies zitten.
Als bis kregen we enkel de folksong “Golden Paleminos” waarvoor Crowley achter de piano ging zitten. Dat hoefde hij nu niet echt te doen, wij prefereren immers met voorsprong de albumversie van “Golden Paleminos” met dat zacht tokkelende akoestische gitaartje. Maar goed, wij waren al lang tevreden met wat deze fijne songteller vanavond gebracht had. Buiten was het ijzig koud, maar binnen was het hartverwarmend.

Met het oog op ons huiswerk hebben we ons nog eens verdiept in ‘Some Blue Morning’ en de plaat klinkt bij iedere beluistering mooier, eentje om te koesteren. Na acht platen is Adrian Crowley hiermee tot zijn voorlopige artistieke hoogtepunt gekomen, als een lekker wijntje die jaren heeft liggen rijpen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Ennio Morricone

Ennio Morricone – Nog Altijd Tijdloos!

Geschreven door

2014 zal niet ingaan als het meest succesvolle jaar van muzikant Ennio Morricone. Een jaar vol rug-kwellingen en ongetwijfeld veel te lange herstelperiodes. Tot overmaat van ramp moest de maestro tot twee maal toe zijn Europese tournee annuleren. Een nieuw jaar, een nieuwe moed en … een rug die een volledige concertreeks kan dragen.
Van een afscheidstournee wil Ennio zelf niet spreken, hij houdt het liever bij een comeback. Nu ja, met een gezegende leeftijd van 86 jaar weet je natuurlijk nooit. Het kan iedere keer de laatste keer zijn, dat zullen degene die er eind 2012 bij waren in het Antwerps Sportpaleis misschien ook wel gedacht hebben.

Zoals het een Romeinse keizer toebehoort, zoekt hij zijn concertlocaties nauwkeurig uit; na ‘het Sportpaleis’ twee jaar terug werd het nu Paleis 12. Een concertzaal waarbij je de lagen verf aan de muur nog kan ruiken en met een ‘groot’ podium nauwelijks groot genoeg voor ruim 160 muzikanten, zangers en zangeressen.
‘My life in music Tour 2015’ is een greep uit meer dan 60 jaar topmuziek van één van ’s werelds meest productieve en bijgevolg meest succesvolle componisten  en dirigenten. Laat ons duidelijk zijn, er is geen grotere Meneer dan hij in wat hij doet.
Al kort na de Tweede Wereldoorlog legde hij de basis van zijn succes. Natuurlijk heb je soms een duwtje in de rug nodig om het volledig waar te maken. En dan komen we terug bij één van zijn beste vrienden, Sergio Leone. Het is ondertussen al een oud verhaal, Ennio is het duidelijk al lang beu om altijd maar herinnerd te worden aan de stukken, die hij componeerde voor de westernfilms van Sergio Leone. Maar geef toe, wij als liefhebbers denken er maar al te graag aan terug. ‘The good, the bad and the ugly’, het is een film die velen leerden kennen door de muziek. Natuurlijk geen slecht woord over de film want die is meer dan voortreffelijk. Ook ‘Ecstasy of gold’ is zo’n prachstuk uit vorig genoemde film. Italië en Zweden, in het verleden hebben deze landen ongetwijfeld al voor hoogstaande voetbalwedstrijden gezorgd maar deze combinatie is ongetwijfeld uniek.
Susanna Rigacci, een 55jarige sopraan afkomstig uit Stockholm , zorgt telkens voor een kippenvelmoment. Nog zo’n gevoel hadden we bij “Abolisson”. Een hoogstaande interactie tussen het zangkoor en het orkest. Hoewel Ennio Morricone maar één grammy-nominatie wist te verzilveren, die voor ‘The Untouchables’, een film uit 1987 van regisseur Brian Da Palma, verdient hij voor ons de prijs van de meest tijdloze muziek aller tijden. De prijs voor meest spraakzame artiest zal hij nooit krijgen maar hij maakte wel uitgebreid tijd om afscheid te nemen en daar hoorden wel drie bisnummers bij.

Een levende legende die we hopelijk nog mogen bewonderen. Ciao Ennio!

Organisatie: Greenhouse Talent

A Place To Bury Strangers

Transfixiation

Geschreven door

Omdat we er toch weeral niet van onderuit kunnen gooien we het maar meteen op tafel : The Jesus And Marcy Chain. Voila, ’t is er uit. Zonder hen was A Place To Bury Strangers waarschijnlijk nooit geboren en het zal de band totterdood blijven achtervolgen.
We gaan niet flauw doen, de referenties zijn op songs als “What We Don’t See” en “Love High” weer onmiskenbaar aanwezig, maar wat is ‘Transfixiation’ toch wederom een geweldig verschroeiend album geworden.
Loden baslijnen die de diepste kuilen verkennen, verzengden gitaren die flirten met de pijngrens en onderkoelde vocals die het noodlot tarten.
A Place To Bury Strangers recycleert de eighties op een hoogst frisse manier op “Supermaster” en “Straight” en laat daarna de gitaren uit alle mogelijke bochten vliegen op de ontspoorde herrie van “Love High”. Het versmachtende “Deeper” is een moordsong die zijn naam alle eer aandoet, APTBS sleept zich hier zelfs richting doom-metal, bassen zoeken de donkerste draaikolken van de hel op, gitaren snijden dwars door onze aders heen en dreigende vocals echoën vanuit gure ondergrondse spelonken. “We’ve Come So Far” is  een razende klomp briljante gitaarherrie die flirt met krautrock.
Verzengende  songs als “I’m So Clean” en “Fill The Void” zijn doordrongen van ziedende shoegaze-punk die door merg en been gaat. De plaat eindigt met een gruizige streep distortion genaamd “I Will Die”, alsof de restanten van MC5 en The Stooges van onder een bulldozer hun laatste woorden er uit schreeuwen.
Een roodgloeiende plaat.
A Place To Bury Strangers zal onder een stortregen van stroboscoop-lichten een gerichte aanval op uw trommelvliezen plegen op 23/04 in De Kreun. See you there.

Allah-Las

Worship the sun

Geschreven door

Allah –Las is een retrobandje pur sang . Inderdaad ze draaien de klok terug naar die westcoastpop  van de jaren 60 en voegen er aangename surfgitaartjes en psychedelica riedels aan toe .
Het zijn frisse, sprankelende songs met een heerlijk prikkelende melodie die misschien wat inwisselbaar kan klinken, maar zich weten te nestelen en zorgen voor een ontspannend , relaxt gevoel in stresserende periodes . Af en toe is de sound rauwer en  garagerockend , maar van  een directe vernieuwingsdrang is geen sprake , maar dat hoeft ook niet bij dit bandje uit L.A., die opnieuw een fijn plaatje uithebben van wel veertien nummers in 40 minuten …

Aphex Twin

Syro

Geschreven door

Binnen de elektronische muziek is Richard D. James aka Aphex Twin een vreemde vogel. Hij viert z’n comeback met deze ruim uur durende plaat , waarbij zijn kenmerkende grillige sounds in een vrij toegankelijk geluidsdesign worden gebracht . De complexe, tegendraadse beats en de scary ritmes kunnen er deels nog zijn, maar zijn wat meer op het achterplan gedreven .
Dit betekent niet dat hij niet verrassend uit de hoek komt , integendeel, hier druipt de virtuositeit terug van af  met dansbare , driftige en opzwepende grooves , waarin minimal techno, drum’n’bass , jungle, breakcore en ambientsoundcapes zijn verweven .
Een nieuw Aphex Twin jaar dringt zich op met deze rits nummers , waar de bpms worden opgevoerd. Een trip die opvallend, opwindend en deze keer zelfs uiterst aangenaam klinkt.

Ryan Adams

Ryan Adams

Geschreven door

Ryan Adams is een belangvol sing/songwriter en groots talent. Hij is geen man die steeds hetzelfde kunstje doet . Hij heeft nu wel niet steeds de perfecte plaat uit , maar we hebben altijd een handvol pareltjes, die mooi gearrangeerd en uitgewerkt zijn . Ook hier is het genieten van z’n toegankelijke nummers , die broeierig spannend als ingetogen , intiem kunnen zijn.
Op die manier stappen van van rockers “Gimme something good” , “Shadows”, “Feels like fire”, naar een sfeervoller “Kim” en “Am I safe” tot een innemend semi-akoestische “My wrecking ball” en “Let go” .
Hij toont na al die jaren dat hij niet is afgeschreven en binnen de rootspop gerespecteerd blijft. We hebben dus opnieuw een mooie bezielde plaat in het genre!

Alt-J

Alt-J overstijgt het clubcircuit …

Geschreven door

We waren natuurlijk benieuwd hoe het beloftevolle Alt-J uit Leeds de muzikale schoonheid en finesse van het debuut ‘An awesome wave’ en het vorig jaar verschenen ‘This is all yours’  in een Vorst konden brengen . En? Ze hebben duidelijk de overstap van het clubcircuit naar de grote zalen enorm goed verteerd .

De intussen tot een trio gereduceerde band ( één van de mede-oprichters verliet Alt-J, maar is intussen vervangen door een vierde man op de livegigs!)  wisselt tussen toegankelijkheid en avontuur , waar de muzikale assemblage indierock , folktronica, progrock en triphopachtige contouren gaat van subtiele schoonheidspop naar een strakker gemeten, extravert geluid en zelfs moeiteloos wordt omgebogen tot een sprookjesachtig science-fiction landschap , verwezenlijkt door donkere , felle spotlights en abstracte visuals.
Een vol Vorst droeg zijn helden op handen en sommige songs werden zelfs meegezongen. Het deed de band enorm veel deugd dat zij op zo’n drie jaar tijd met hun mooi melancholiek, mysterieus (en apart) geluid een breed publiek bereiken en uitgegroeid zijn tot een grootse band. 
Ze stonden op één lijn opgesteld en meteen was de aandacht er met een acapella ingezette “Hunger of the pine” , die al snel aanstekelijk en groovy klonk door  de  melodieuze en  bevreemdende, ingewikkelde ritmiek . De keys en de percussie drongen zich op , naast die dromerige gitaarriedels, diepe basstunes en  nasale zang van Joe Newman.
De eerste twintig minuten had Alt-J een verrassende, uitbundige aanpak.  Niet direct dromerig, maar goed uitgewerkt; een lijst met “Fitzpleasure”, “Something good” en een compact rockend “Left hand free”. We ervaarden een heerlijk genietbare trip op “Dissolve me” en droomden weg op het gekend innemende “Mathilde” , dat luidkeels werd meegezongen . We zweefden hier op de sobere tunes.
Eigenzinniger werd het tweede luik . Hier trad de indietronica en ambientfolk wat meer op het voorplan met die vindingrijke , sfeervolle geluidjes en een zang die nog wat (meer) zeurde . De rustige passages van o.m. “Bloodfloods (pt 1 & pt2)” en “Tessellate” brachten ons naar die prachtige single “Every other freckle” met z’n pittige , huppelende ,  twinkelende ritmes, ondersteund door een speelse, meerstemmige en aanvullende zangpartij. Prima om op die manier het hemelse “Taro” aan te vatten, en verder naar een climax te gaan met het aangename “Warm foothills”. Een meer grillig “The gospel of John Hurt” wuifde na een uur de uiterst evenwichtige set af .
Alt-J had nog wat in z’n mars . Ze overstijgen het aardse door een creatief aangepakte “Lovely day” (Bill Withers cover) ; de sierlijke “(Leaving) Nara’s” volgden en het afsluitende “Breezeblocks” werd gekenmerkt door een crescendo opbouw en frisse tintelingen .
Alt –J klopt met al hun muzikale trucjes meer en meer aan bij een Radiohead , verfijnd – toegankelijk – strak , maar even zeer organisch als complex , wat werd gerespecteerd en een staande ovatie opleverde!
Deze band laat zich opnieuw ontdekken!

We konden nog één van de supports meepikken Wolf Alice, die zich in de picture speelden , samen met Royal Blood op London Calling. De Britten lieten hun sound onderdompelen in een gruizige schoonheid ; het materiaal had een intens broeierige spanning , opbouw en kon deels exploderen;  de gitaren en percussie waren rauw , etherisch, en kregen een beheerste dosis shoegaze mee ; een ietwat hemelse stem zweefde over de nummers heen . Zeerzeker meer de moeite!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/alt-j-03-02-2015/
Organisatie: Live Nation

Bestkeptsecret festival 2015 19 t/m 21 juni 2015 – eerste reeks namen

Geschreven door

Bestkeptsecret festival 2015 19 t/m 21 juni 2015 – eerste reeks namen
Het duurde even, maar hier zijn de eerste 53 namen voor Best Kept Secret 2015:

alt-J ? The Libertines ? Noel Gallagher's High Flying Birds ? Royal Blood ? The Jesus & Mary Chain ? Psychocandy live ? The Tallest Man On Earth ? Black Mountain ? SOHN ? Death Cab For Cutie ? First Aid Kit ? Future Islands ? Jonny Greenwood & The London Contemporary Orchestra ? Earl Sweatshirt ? Chet Faker ? Mew ? The Vaccines ? BADBADNOTGOOD ? Ariel Pink ? Future Brown ? Bass Drum Of Death ? Binkbeats ? Dan Deacon ? Daniel Romano ? Eagulls ? Fickle Friends ? Hookworms ? Kate Tempest ? Little May ? Matthew E. White ? METZ ? Pissed Jeans ? Sunset Sons ? Alvvays ? OFF! ? Evian Christ ? Gengahr ? Steve Gunn ? Daniel Wilson ? Outfit ? Liima ? Kiasmos ? Pretty Vicious ? Wolf Alice ? Reigning Sound ? Yak ? Of Monsters And Men ? St. Paul & The Broken Bones ? Kindness ? Strand of Oaks ? Hinds ? Waxahatchee ? Weval (live) ? Yung Lean & Sadboys

Ook deze derde editie focust Best Kept Secret 100% op muziek, met ruim 90 optredens op vijf podia, op een prachtig terrein, met lekker eten en drinken. Bekijk de nieuwe trailer, onze nieuwe website of de foodtrailers. Binnenkort maken we de overige 40 namen voor Best Kept Secret 2015 bekend.
Ticketinfo, start voorverkoop
Weekendtickets voor Best Kept Secret festival 2015 kosten ?125, dagtickets ?69, een campingticket voor het gehele weekend ?22,50 (alle prijzen ex. servicekosten). Best Kept Secret tickets worden verkocht via bestkeptsecret.nl/tickets, Eventim en bij alle Primera-winkels. De voorverkoop start zaterdag 7 februari a.s. om 12:00 uur.

Hopelijk zien we je (weer) op 19, 20 en 21 juni a.s. in Hilvarenbeek!
Best Kept Secret festival 2015
vrijdag 19, zaterdag 20, zondag 21 juni 2015
Evenemententerrein Beekse Bergen, Hilvarenbeek http://www.bestkeptsecret.nl

Mazes

Wooden aquarium

Geschreven door

Op de vorige platen van het beloftevolle trio Mazes uit Manchester, hadden we een band die regelrecht put uit de Amerikaanse indiescene, en de klok terugdraait naar bands als Pavement, Sebadoh en Guided By Voices . Op die manier hadden we een reeks gevoelige , dromerige, rammelende, gruizige , rauwe  lofi gitaarsongs , die intrigeren door de repetitieve, opbouwende ritmiek .
Intussen hebben ze aan hun sound gewerkt , een meer eigen geluid kan je wel zeggen, en  hebben ze dus meer fijne, sprankelende , fris tintelende nummers , met een portie gedoseerde shoegaze, en die dus nu ergens aankloppen bij een Parquet Courts.  “Saltford” , “Letters between U & V” en “Stamford hill” zijn de uptempo poprockers , maar met de andere als “Astigmatism” , “Explode into colours” en “Vapor trails” kun je heerlijk wegdromen in dat indielandschap …

Esben & The Witch

A new nature

Geschreven door

Esben & The Witch is een trio uit Brighton. , die eerder al opvielen met hun sombere, dreigende, etherische gothic pop . Een suspens geluid , dat wordt verdergezet op de nieuwe plaat ‘A new nature’ , waarbij ze nog intenser en onheilspellender klinken en de nummers een aanhoudend dreigende spanning hebben.  
Acht songs vinden we terug , waarbij sommige tot op het bot zijn uitgediept. Ze intrigeren sterk, check maar eens een “Press heavenwards!”, “No dog”, “The jungle” en “Blood teachings”. Dit zijn fraaie werkstukken! Af en toe zijn ze wat sfeervoller , maar het donker randje blijft hoedanook bewaard . Een bezwerende trance hebben we door de repeterende lijnen , de ronkende gitaar , de smerige bas , de verdwaalde blazers en de zanglijnen van Rachel Davies .
Esben & The Witch gaan in het genre , door die rauw , minimalistische , onheilspellende, zware sound , naar de gothpunk , en komen op die manier soms wel aankloppen bij de meesters van Swans ! Sterke nieuwe plaat dus!

Interpol

El Pintor

Geschreven door

Vier jaar zaten tussen de vorige cd, simpelweg Interpol genaamd, en deze nieuwe hier ‘El Pintor’ . De band rond Paul Banks is intussen gereduceerd tot een trio. De snedige soms messcherpe indiewave rockende song “All the rage back home”, die de plaat een tijdje vooraf ging, was alvast veelbelovend.
We hebben intens broeierig materiaal , nog steeds een ietwat eigen geluid binnen dat zwart (maat) pak geluid, bepaald door de tenorzang van Banks. We hebben een best spannende plaat, met verder een “My desire”, “My blue supreme”, “Everything is wrong” en “Tidal wave” , die net zorgen voor dat kenmerkend driftig , puntig , jachtig, aanstekelijk geluid , die een donker extravert randje hebben .
Interpol blijft op die manier fijne platen afleveren .

Pere Ubu

Pere Ubu - Eeuwig dwars

Geschreven door


Pere Ubu is de eeuwige undergroundband, een cultgroep die met een dwarse, experimentele, freaky en avantgardistische stijl steeds in de kantlijn van de rock- en wavemuziek is blijven vertoeven. De band is in de jaren 70 ontstaan uit de restanten van de proto punkers Rocket From The Tombs en heeft in 40 jaar een hele resem bandleden zien komen en gaan.
De constante in de band is natuurlijk de inmiddels 62 jarige David Thomas, een zonderling en iconisch figuur die tussen alle Pere Ubu platen door ook een tiental solo platen heeft gemaakt die al even bizar klonken als het werk van zijn buitenissige groep.
David Thomas is een artiest van het kaliber Captain Beefheart, Michael Gira (Swans) en Mark E Smith (The Fall), een ondoordringbare en eigenzinnige kunstenaar die de wereld een hoop averechtse songs en levenslessen heeft bijgebracht. Om gezondheidsredenen moet de man tegenwoordig al zittend zijn concerten doorbrengen, maar het maakt er zijn verschijning daarom niet minder indrukwekkend om.

Ook in Eeklo was Pere Ubu, en dan vooral David Thomas, weer volledig zijn ongeëvenaarde zelf, onvoorspelbaar, markant, bijzonder, tegendraads, afwijkend en ongeremd. De band speelde zijn eigen voorprogramma via een half uurtje improvisatie gevuld met flarden van songs die binnenstebuiten werden gekeerd en met elkaar verweven tot een soort soundtrack van een zonderlinge en wereldvreemde road movie.
Daarna volgde een ‘reguliere’ set, voor zover je dat woord eigenlijk nog in de mond kan nemen bij een Pere Ubu concert. De songs waren inderdaad wat korter en hadden elk min of meer een kop en een staart, maar ze gingen nog altijd diverse richtingen uit en zoals steeds bracht Pere Ubu ze in flink verkapte versies, elke Pere Ubu song leidt immers iedere avond een leven op zich en klinkt nooit twee keer hetzelfde.
Pere Ubu had hier een nieuw album ‘Carnival Of Souls’ te promoten met onder meer een heerlijk stuiterend “Bus Sation”, een sluipend “Road To Utah” en een in weed gedompeld “Carnival”.
Met zijn aparte en intrigerende stem wist David Thomas de nodige ziel te leggen in zijn excentrieke songs, ondertussen bleef zijn band lekker dwars doch vakkundig musiceren, ver weg van de geijkte paden.
Een hoofdrol was weggelegd voor de eigengereide klarinettist Darryl Boon en ook de weerbarstige gitaar van Keith Moliné ging geregeld scherp uit de bocht. De voltallige band creëerde alweer die typische ongeëvenaarde chaos waarbij ze telkenmale na een stel vreemdsoortige kronkelingen terug op hun poten terechtkwamen.

Pere Ubu is een unieke band die met niets of niemand te vergelijken valt en David Thomas is een legendarisch cultfiguur die de dingen maar al te graag op zijn kop zet. Wij zijn bijzonder content dat we dit overhoekse anderhalf uurtje in de N9 mochten ondergaan.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pere-ubu-30-01-2015/
Organisatie: N9, Eeklo

 

Mark Lanegan

Mark Lanegan Band - Genot voor het oor, balsem voor de ziel

Geschreven door

Zowat de grootste oneer die je Mark Lanegan kan bewijzen is hem afschilderen als een grunge held. Als bezieler van de zonder meer geweldige Screaming Trees heeft de zonderlinge brombeer medio jaren ‘90 weliswaar een paar tijdloze platen ingeblikt, pas sinds het verscheiden van die band is de echte performer in Lanegan duidelijk opgestaan. Als vertolker van onheilszwangere blues en rafelige folk kent de Amerikaan zijn gelijke niet, en dus was het toch even slikken toen Lanegan bekende dat hij in de aanloop naar zijn recentste worp ‘Phantom Radio’ bijna uitsluitend op een dieet van 80ies new wave en postpunk had geleefd. Ook de productie van het album is -de sound van dat decennium indachtig- redelijk glossy en resulteerde in ongewoon gepolijste songs, maar ondanks dat alles tast ‘Phantom Radio’ als vanouds het volledige spectrum af tussen bedrog en berouw.

Noch de lijkbleke Lanegan, noch zijn van tristesse doorwrongen songs verdragen veel daglicht. Het ideale decor om de man aan het werk te zien is dus niet een zonovergoten festivalweide vol wulpse tentsletjes, maar wel de beslotenheid van een spaarzaam verlichte concerttempel zoals de voor de gelegenheid uitverkochte AB. Zowat gans de set door baadde het podium in bloedrood licht, de kleur die de meeste songs van de ranke Amerikaan als gegoten zit.
Somberheid en eenvoud bleken de sleutelwoorden bij de aftrap in Brussel. Enkel vergezeld van gitarist Jeff Fielder ging Lanegan graven in zijn eigen sinistere bluesverleden, en haalde er o.a. “When Your Number Isn’t Up” uit ‘doorbraakplaat’ ‘Bubblegum’ (‘04) en “Dead On You” uit zijn voorlopig opus magnum “Whiskey For The Holy Ghost’ (‘94) vanonder het stof.
De onbeweeglijke Lanegan en diens schuurpapieren strot maakten meteen veel indruk, zo veel zelfs dat het uitgelaten publieksgeroezemoes prompt verstomde. Iemand riep zelfs “We love you Mr. Lanegan”, en van zoveel emotie ging zelfs het stereotype ijskonijn in Lanegan een graad of twee ontdooien. Na het derde nummer kon er immers al een “Thank you” af, en naarmate de set vorderde betrapten we de Amerikaan warempel op schuchtere pogingen tot heupwiegen en een half vermomde schalkse glimlach.

Met de decibels ging het overigens alsmaar crescendo naarmate er meer leden van de Mark Lanegan Band hun opwachting maakten op het podium. Het titelnummer van de tevens vorig jaar verschenen EP “No Bells On Sunday” en de vergeten parel “Resurrection Song” werden subtiel ingekleurd door Aldo Struyf (Creature With The Atom Brain) die afwisselend slide gitaar en ijle synths hanteerde. Het geheel kreeg iets pastoraals dat spontaan herinneringen opriep aan ‘Ocean Rain’, het pièce de résistance van Echo & The Bunnymen én -zo bleek uit interviews- tevens een vaste waarde op Lanegan’s iPod. Struyf, die door Lanegan even later werd voorgesteld als ‘my brother’, is onmiskenbaar de dirigent van de band. Hij is het die de groep op sleeptouw neemt, en elk nummer een meerwaarde geeft in vergelijking met de studioversies.
Toen ook de uit het voorprogramma geleende bassist als laatste ten tonele verscheen evolueerde de sound tot groots, meeslepend en bijwijlen brutaal. We kwamen prompt wat plaats te kort in ons notitieboekje om de snel op elkaar volgende hoogtepunten in inkt te zetten: een schuimbekkende versie van “The Gravedigger’s Song”, PJ Harvey die (eerlijk = eerlijk) niet werd gemist tijdens het door een primitieve Stooges riff voortgestuwde “Hit The City”, het bastaardkindje van The Cure en New Order genaamd “Harvest Home”, en het op een industrial beat drijvende “Ode To Sad Disco”.
Tegen het eind van de set liet de 50-jarige Amerikaan gelukkig ook wat tijd en ruimte om de introverte crooner in hem aan het woord te laten. Tijdens nieuwe en tevens meer lichtvoetige nummers als “Floor Of The Ocean” en “Torn Red Heart” sloeg Lanegan zelfs écht aan het zingen, maar de rafelige weerhaakjes in zijn bariton kreeg de man gelukkig nooit volledig afgevijld.

Bij het inzetten van de encores kon een zichtbaar ontspannen Lanegan nog net een welgemeend dankwoordje voor zijn Belgische fans uitbrengen vooraleer de metalen percussie beat een withete portie “Methamphetamine Blues” aankondigde.
Balsem voor de ziel werd vervolgens geserveerd met de psychedelische gospel “Revival”, zonder twijfel het beste nummer dat ooit uit de samenwerking tussen Lanegan en het Engelse producers duo Soulsavers is voortgekomen. Zelfs een gebroken microfoonstandaard kon dat momentum niet bederven, en eigenlijk had dit een perfect einde van een geslaagde set kunnen betekenen. De afsluitende nieuwe songs “I Am The Wolf” en “The Killing Season” kregen daardoor niet het waardeoordeel dat ze echt verdienden, maar laat dat detailkritiek zijn.


De slotsom van de avond behoeft weinig woorden. Waarschijnlijk was dit de beste Belgische passage van Lanegan in jaren. En waarschijnlijk blijven we fan voor het leven, ja, zelfs al maakt de nukkige Amerikaan straks een reggae plaat.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

SBTRKT

Wonder where we land

Geschreven door

SBTRKT - hij komt aantreden met een apart masker binnen een geheel elektronisch web . SBTRKT staat voor Subtrakt en hierachter schuilt de Londense producer Aaron Jerome, die zich een weg plaveit binnen de elektronische muziek. Elektronicavoer met soul , dubstep,  drum’n’bass, breakbeats en James Woon/Blake achtige slepende, dreunende basses,  grooves en bleeps die aanvullen en die hij brengt met zijn vaste maatje Sampha.
Op de tweede plaat behoudt onze gemaskerde man het mysterieuze , duistere sfeertje , maar gaat het al makkelijker richting pop , met funk,  hippop en indiesounds .
De elektronica is hierbij subtieler en vernuftiger . We hebben een rits zangers/zangeressen die meehielpen, waaronder Jessie Ware, Caroline Polachek, ASAP Ferg, Ezra Koenig en natuurlijk Sampha .
Sfeervolle , duistere tracks dus met wat elektronicariedels; “New Dorp New York” en “The light” zijn de sterkste nummers hier, maar met o.m. “Higher”, “Look away”, “Temporary view”, “Everybody knows” ,  “Problem solved” en “Voices in my head” is SBTRKT even aardig weg …

Future Old People Are Wizards

Faux Paw

Geschreven door

FOPAW is een zijsprong van twee leden van Drums are for parades , Piet Dierickx en Stijn Vanmarsenille . Samen met Nele De Gussem hebben zij een handig alternatief klaar . De songs op de plaat hebben een broeierige intensiteit , een onderhuidse spanning en een donkere dreiging door het harde, grauwe gitaarspel, die wat metal sludge ademen, de onrustige slepende percussie en de diepe, dreunende ‘Tool’ basses, ondersteund van wat psychedelica keys.
Barkmarket is één van de bands die bij het trio opborrelen .  Ze wekken interesse op en slaan hard gevat toe op “Teenage hospital” , “Undo the redo’s” , “Eastern sabbath” en “Cotton sheep”, die mooi verdeeld zijn over de plaat .
Hippie metal wordt het zelfs omschreven . Iets waar we ons achterna zeker in vinden!

Magnus

Where neon goes to die

Geschreven door

Magnus , de samenwerking tussen zanger/componist/muzikant Tom Barman en techno DJ/producer CJ Bolland , bengelt op de nieuwe cd  tussen een huiskamer – en clubsfeertje . ‘Where neon goes to die’ verschijnt tien jaar na ‘The body gave you everything’ . Ze vielen op met een groovy synthese van house , techno , electro , pop , rock , funk, drum’n’bass en breakbeats. En een CJ Bolland die de sound wat naar zich kon toe trekken en ruimte had om de bezwerende trance kracht bij te zetten .
Ze zijn nu meer een ‘rockband in een elektrobody’ , die een onderhoudende sound spelen, aanstekelijk, smachtend , dampend , kreunend en krakend in een juiste drive, friste en overtuiging .
“Puppy” (met Tim Vanhamel ) en “Singing man” (met Tom Smith) zijn twee overtuigende singles , maar ook “Regulate” (met Billie Kawende) en “Every body loves repitition” (met Selah Sue) , moeten niet onderdoen . 
Je ziet en hoort het , bij het duo kwamen heel wat artiesten langs, en als band heb je naast Vanhamel Joris Caluwaerts (ex Zita Swoon) en Christophe Claeys (ex Balthazar) .
Het dance - electroproject werd van onder het stof gehaald en heeft een album uit – minder wervelend dan vroeger– opnieuw meer dan moeite waard …

Curtis Harding

Soul Power

Geschreven door

Iedereen loopt de laatste tijd hoog op met de nieuwe D’Angelo, maar men vergeet dat er elders in de USA een nieuw soultalent is opgestaan die nog een veel betere plaat heeft gemaakt. Curtis Harding is de naam, ‘Soul Power’ heet het album en u moest nu al naar de platenwinkel aan het hollen zijn (…of ja, aan het downloaden zijn, we leven al lang in andere tijden). Harding’s soul is vintage en retro, maar staat ook met één been in het heden en de stroop is er af geschrapen. Goeie soul dus, uitstekende soul zelfs, beter dan Charles Bradley en Lee Fields, echter dan Paolo Nutini, veel minder glad dan Bruno Mars of Aloe Blacc, en  -ja, hier zijn we weer- nog sterker dan D’Angelo.

Curtis Harding leerde de stiel bij onder meer Outkast en Cee Lo Green maar kwam elders dan weer bij Cole Alexander van de garagepunkers van Black Lips terecht. Aan ‘Soul Power’ hoor je dat hij in verschillende vaarwaters heeft gepeddeld en dat zijn soul meer in de garage dan in de salon heeft gezeten. De Cee Lo Green invloeden zijn er wel degelijk (“Keep On Shining”,“I Need A Friend”), maar die zijn ontdaan van alle gezwollen kitsch. Op de rockgetinte songs (“Surf”, “I Don’t Wanna Go Home”, “Drive My Car”) neigt Harding dan weer naar geestesgenoten Black Joe Lewis en Benjamin Booker, niet toevallig twee artiesten die hun soul het liefst in een gruizige kom garagerock opwarmen.

Curtis’ talent schuilt in zijn stembereik die geregeld ongekende hoogtes haalt, maar bovenal heeft hij een stel gloedvolle songs bij mekaar geschreven die rijkelijk baden in authentieke soultradities en daar een frisse en vinnige hedendaagse toets aan geven. Hij is dan ook nog eens omringd met een schare topmuzikanten die de meest energetische soul, funk en rock serveren.

‘Soul Power’, de vlag dekt de lading. Te zien in de AB!

 

Pagina 308 van 498