Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Les Nuits Botanique 2014 - Cloud Nothings - Mac DeMarco: Rechtdoor rocken!

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 - Cloud Nothings - Mac DeMarco: Rechtdoor rocken!
Les Nuits Botanique 2014

Interessante dubbelaffiche op deze zwoele zondagavond: USA versus Canada met Cloud Nothings en Mac DeMarco.

Vijftig minuten vol gas geven dat was het motto van Cloud Nothings vanavond. Dit trio uit Cleveland,Ohio, speelt punkrock zoals we het graag hebben: snel, brutaal, rauw en onversneden. Frontman Dylan Baldi hese strot spuwde catchy melodieën, de bassist ramde er op los terwijl de drummer er in een rotvaart in ware Ramones stijl er een 12 tot 13 songs doorjaagde in een door de zon tot stoombad getransformeerde Chapiteau. Niet alle nummers hadden zanglijnen, maar dat deerde niet want dit werd ruimschoots gecompenseerd door de ene moordriff na de andere. Tempoversnellingen lieten het publiek ademloos achter.
Voor liefhebbers van Hüsker Dü en Nirvana ten tijde van ‘Sliver’ was dit een topavondje. Een nummer deed ons zelf aan Sonic Youth denken, vooral door het drumspel dat aan Steve Shelley deed denken. Plaats voor gitaarsolo’s was er niet, en als er dan toch een punt van kritiek te geven was, was het dat alle nummers dezelfde grauwe gitaarkleur hadden. Maar kom, bij de Ramones was dat ook nooit een zwaktebod.
Nog deze interessante weetjes : hun vorige plaat ,’ Attack on memory’ werd opgenomen door Steve Albini, en de nieuwe worp ‘Here and nowhere else’ door John Congleton, die ook al werkte voor St. Vincent, Swans en Bill Callahan.

De meerderheid van het publiek vanavond was echter gekomen voor de gehypete Mac DeMarco. Deze Canadees is grote fan van Jonathan Richman, en wist direct een band met zijn publiek te leggen. Zijn band zag er al even relaxed uit als de man zelf met hun truckerspetjes. DeMarco schrijft simpele liedjes, soms wat landerig zoals Stephen Malkmus op zijn soloplaten, zoals op de opener  en titelnummer “Salad days” en het country-niemendalletje “Blue Boy”. Het gitaargeluid van de band was jengelend, alsof de opeenvolgende noten over elkaar struikelden. DeMarco ontpopte zich Mike Pattongewijs tot een volleerde crooner, en bracht in “Ode to Viceroy” een hommage aan goedkope sigaretten. Een gastzanger mocht een reggaenummertje ten berde brengen, waarna we nog “Chamber of reflection” kregen. Kwa uitvoering had het wel iets van Eels, niet moeilijk doen, gewoon rechtdoor rocken.
Het hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld de bis, waarin DeMarco “Unknown Legend” uit ‘Harvest Moon’ van Neil Young coverde. Hij liet de hele Chapiteau knielen tijdens dit nummer want ‘in our country,(maw Canada)  when someone plays a Neil Young song, everyone must kneel’ en  zo eindigde dit dubbelconcert met een hele tent die luidkeels de volgende lijnen zong: ‘Somewhere on a desert hightway, she rides a Harley Davidson, her longue blonde hair flying in the wind’.
Jammer genoeg geen bikerbitch tegengekomen in de Brusselse tunnels toen we huiswaarts reden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mac-demarco-18-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cloud-nothings-18-05-2014/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)

Les Nuits Botanique 2014 – Cat Power - Breekbaar, maar nog niet gebroken

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 – Cat Power - Breekbaar, maar nog niet gebroken
Les Nuits Botanique 2014

Cat Power dus, in een zaal die veel te groot leek voor enkel een broos lijkende singer-songwriter met gitaar en de occasionele piano om haar wiege- en andere liedjes te begeleiden.

Een zo volle zaal als het Koninklijk Circus trekken lijkt me voor zo iemand een prestatie, maar dan bleek heel duidelijk dat de liefde van de fans groot is, wat ze soms al te vaak wilden laten blijken. Het bleef in ieder geval sympathiek, terwijl Chan Marshall ook op haar typerend wat warrige manier blij mee was. Haar bindteksten blijven nogal pover, maar ook dat charmeert zoals dat verhaal op het eind over iets wat ze in Parijs had meegemaakt, maar waarbij een clou van het verhaal niet bleek te bestaan. Het publiek vond het liefhebbend niet erg, en zong enthousiast mee met zo’n kampvuurliedje in steenkoolfrans.
Het probleem bij Cat Power is soms dat haar liedje wat te frêle lijken, en haar gitaarspel is ook niet meer dan begeleiding, zodat alles gedragen moet worden door haar stem die goed is, maar ook niet overweldigend. Sommige nummers rafelden een beetje uit, en leken soms niet meer dan schetsen. Ze ging ook naadloos van het ene in het andere nummer over, wat verwarrend kan werken. Echte fans vinden dat net de charme veronderstel ik, en daar valt in deze computerwereld veel voor te zeggen.
Een groot aantal nummers van haar laatste worp ‘Sun’, en steeds maar verzoekaanvragen die niet ingewilligd werden. Wat passeerde waren toen vooral nummers uit vorige platen. De lezer zal me vergeven dat ik de nummers van eerdere platen ook niet goed meer kan onthouden, ze nemen trouwens eerder een plaatsje in je ziel dan in je geheugen en zoals iedereen weet is er geen hond die weet waar die ziel zich precies bevindt. “The Greatest” , “Names” en “Werewolf” uiteindelijk op algemeen verzoek, wat blijkbaar ook een cover is. Ook een cover van “I Wanna Be Your Dog”, die niks van het rauwe origineel had, en me eerder grappig overkwam dan als een definitieve versie. Het was warm, ik dacht dat het zomer was, het was tijd voor een pintje.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)   

Les Nuits Botanique 2014 – White Denim – Von Pariahs Progressieve rock met blues invloeden, of postpunk, voor elk wat wils

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 – White Denim – Von Pariahs Progressieve rock met blues invloeden, of postpunk, voor elk wat wils
Les Nuits Botanique 2014

Les Nuits heeft er een patent op om verschillende genres in een line up te programmeren. Dit was vanavond niet anders met Von Pariahs en White Denim.

Von Pariahs zijn een Frans zestal uit Nantes, en spelen post-punk. Aan de looks is er nog wat werk, de zanger had een verschoten jeansvestje aan met daaronder een veelkleurige t-shirt, de lange haren van de bassist pasten ook niet in de vroege jaren tachtig estethiek die de nummers uitstraalden. Muzikaal zat het wel snor, met nummers die zowel tegen de pathetiek van Placebo als Brett Anderson aanschurkten als de postpunk van Joy Division en zijn navolgers als Interpol en Franz Ferdinand. In het derde nummer zat zelfs een koebel, het dansbare geluid van The Rapture indachtig. We konden vooral de syncopatische speelstijl van de drummer appreciëren, die heel erg deed denken aan Savages. Maar zo sexy als die vier Engelse meiden zijn deze Fransen niet.  Een vreemd moment, toen de zanger besloot om solo ‘You’ll never walk alone’ te zingen, wellicht wist hij niet dat Club Brugge al uitgeschakeld was voor de titel.

White Denim tapt uit een heel ander vaatje, maar een dat ik veel minder kon smaken. Deze Texasrakkers spelen een soort Southern progressieve rock met soul -en bluesinvloeden, maar echt mijn ding niet. Het zijn heel goeie muzikanten, in hun beste momenten herkende ik iets van Masters of reality, en de soulinvloeden kon ik ook wel smaken, maar alle clichés van de progressieve mathrock passeerden de revue: veel gitaar en bassolo’s, maar geen melodieën die bleven hangen, breaks waar de totale band in een moeras verzeilde, om  dan met een solo terug uit de modder te kruipen, twee of drie nummers die tot een song aan elkaar gebreid werden, gelukkig geen drumsolo’s. Een best leuk soulnummer ontaardde in een powerballad zoals Marillion die maakte vele Texaanse winters geleden. Naar mijn mening hebben goeie songs geen intermezzo’s, middenstukken, tempowisselingen, uitlopers en ellenlange finales met de lichten aan. Stadionrock in de Orangerie, nee bedankt. Voor de liefhebbers van het genre zal het een puike show geweest zijn, maar voor mij was het dat niet.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)   

Les Nuits Botanique 2014 - George Ezra solo, de rondreizende, ietwat sjofele blues folk troubadour

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 - George Ezra solo, de rondreizende, ietwat sjofele blues folk troubadour
Les Nuits Botanique 2014

Het gaat razend vlug voor George Ezra, de twintigjarige folky uit Bristol die begin dit jaar een nominatie voor de ‘BBC sounds of 2014’ in de wacht sleepte en wiens meefluitbare single “Budapest” sindsdien aan een niet te stuiten wereldwijde radio opmars begonnen is. Zijn aanzwellende schare Belgische fans kon hem voor het eerst in eigen land bewonderen tijdens Les Nuits Botanique. Voor wie er snel bij was tenminste, want de Grand Salon die voor de gelegenheid een intieme huiskamer sfeer uitstraalde was al lange tijd hopeloos uitverkocht.  

Het plotselinge succes was George Ezra gelukkig niet naar het hoofd gestegen is. Dankzij een  charmante solo aanpak steeg al vanaf opener “Blame It on Me” een uitzinnig gejoel op uit de met verliefde tienermeisjes overbevolkte zaal. Maar toch zou een etiket van tieneridool hoogst ongepast zijn. Weinig nieuwe artiesten slagen er vandaag in om generaties van jong tot oud muzikaal zo succesvol met elkaar te verbinden als George Ezra.
Daar is vooral die rauwe, ongepolijste southern blues stem die je niet direct met een koorknaap associeert zwaar schatplichtig aan. Om van zijn ontwapenende authenticiteit nog te zwijgen.  
Op “Cassy O” en “Benjamin Twine” werd jeugdige branie gekoppeld aan een volwassen, volstrekt tijdloos geluid. Tijdens de nieuwe single “Leaving It Up To You” leek opnieuw een vernuftige instant classic in de maak die wellicht op niet minder airplay zal mogen rekenen dan het geprezen “Budapest”.
“Get Lonely With Me” rook naar de vloeistof om gebroken harten mee te lijmen en ook op afsluiter “Did You Hear The Rain” klonk donkerder en grimmiger dan gezond is voor een jongegast.   

George Ezra belichaamde met verve de rondreizende, ietwat sjofele blues folk troubadour, een al eeuwenoude geromantiseerde succesformule waar de tijd geen vat op heeft. Wedden dat George Ezra deze zomer ook een hoogvlieger wordt op Rock Werchter?

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)  

Les Nuits Botanique 2014 - Jagwar Ma – Jamaica - Haçienda in de achtertuin

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 - Jagwar Ma – Jamaica - Haçienda in de achtertuin
Les Nuits Botanique 2014

Gevraagd naar de reden waarom een Oasis reünie nooit ter sprake komt als Noel Gallagher zijn oude bandmaten tegen het lijf loopt antwoordde die: “we hebben het te druk met te praten over Jagwar Ma en Temples. De toekomst van de Melkweg hangt helemaal af van het al dan niet slagen van deze twee bands. Temples’ passage eerder dit jaar in de Botanique bewees alvast dat de toekomst er voorlopig vrij rooskleurig uitziet. Nu was het dus aan Jagwar Ma om hen te bewijzen, en terloops nog even het volledige sterrenstelsel te redden, op 17 mei tijdens Les Nuits Botanique.

Les Nuits is met voorsprong het gezelligste minifestival van ons land, vooral de prachtige tuin en de vroege zomerzon zorgden ervoor dat we op deze zaterdagavond nergens ander wilden vertoeven. Op de affiche preek met Jamaica alvast een groepsnaam die perfect leek te passen bij dat sfeertje. Wanneer “Jammin’” van Bob Marley voor hun optreden door de boxen knalde, hadden we ook echt een of andere zomerse reggaeband verwacht. Reggae werd het niet, zomers wel. De vrolijke rock van de Parijzenaars was vrij aanstekelijk en we hoorden echo’s van The Rolling Stones, AC/DC en The Strokes en een nummer dat gebouwd was rond de riff van “Sweet Jane” van The Velvet Underground. Een goed muzikant weet waar hij moet stelen en deze jongens wisten het. Om wereldkampioen te worden was Jamaica net iets te dertien in een dozijn, maar de intussen al vier jaar oude single “I Think I Like U 2” en de instrumentale afsluiter waren zeker de moeite waard. Jah Rastafari!

Last van de druk die Noel Gallagher, in een ander interview noemde hij ze the next Stone Roses, op hun schouders heeft gelegd lijkt Jagwar Ma niet te hebben. Een tekenend voorbeeld hiervan was hoe zanger/gitarist Gabriel Winterfield en bassist Jack Freeman op hun dooie gemak net iets later podium opgeslenterd kwamen, terwijl beatproducer Jono Ma al volop beats aan het producen was. Toen ze “What Love” inzetten wist je het al: dit was meteen raak. De symbiose van dance en rock bleek even goed te werken als het deed bij pakweg The Stone Roses, The Happy Mondays of The Charlatans begin jaren ’90. Met het verschil dat Jagwar Ma in tegenstelling tot bovenstaande bands niet uit Manchester komt en ook nog iets elektronischer is. Aan gas terug nemen deden ze niet mee en ze joegen er, met uitzondering van 2, elk nummer van hun debuut ‘Howlin’’ uit 2013 door.
Na “What Love” volgden, als dan toch moeten kiezen, onze twee hoogtepunten: “Uncertainty” en “Man I Need”. Maar even goed werden we wild van de single “Come and Save Me” of “Exercise”, met het baslijntje van “Fool’s Gold” van The Stone Roses, alweer hen. Voor het laatste nummer van de reguliere set verontschuldigden ze zich voor het feit dat hun set zo kort was, “we really need to make another record.” Er zijn mensen met slechtere ideeën. Tijdens dat laatste nummer, “The Throw”, waanden we ons eventjes op een raveparty in de legendarische Haçienda en maakten we de bedenking hoe een band zo Madchester kan klinken en toch uit Australië kan komen.
Toen ze terugkwamen om bisnummer “That Loneliness” te spelen realiseerden we ons dat we antwoord op die vraag nooit zullen krijgen. Wat we dan weer wel zeker weten is dat de toekomst van de Melkweg er heel rooskleurig uitziet en dus in veilige handen is, waarvoor dank.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)  

Les Nuits Botanique 2014 – James Holden - Misschien winnen de idioten niet meer

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 – James Holden - Misschien winnen de idioten niet meer
Les Nuits Botanique 2014

James Holden, householdname voor liefhebbers van de betere elektronica , was nog eens naar België afgezakt en deze keer in het kader van de Fêtes de la Botanique, en dus niet in een zweterige club waar je hem eerder kan verwachten. Feit was dan wel dat het wel heel talrijke publiek zo op elkaar stond gedrumd dat de Orangerie in niets nog verschilde van een zweterige club, wat misschien niet zo aangenaam is, maar dan toch een passend kader schept voor ’s mans diepe sound.

Holden timmert intussen ook al tien jaar aan de weg, en sinds zijn vroeger zweverig werk dat sterk naar progressive ging, maar het toch niet was, heeft hij verschillende dingen geprobeerd en is er niet altijd in gelukt om te vermijden dat hij in herhaling viel.
‘The Idiots are Winning’ was zo’n wisselvallig geval, met uiteraard wel de beste titel voor een plaat in jaren. Geef hem maar eens ongelijk. Hetzelfde kan gezegd worden van ‘The Inheritors’ van vorig jaar, dat soms te veel doet denken aan minimal, maar waar hij nog voldoende zweverigheid doorheen weeft om old-time fans te plezieren.
Live doet hij tegenwoordig andere dingen en brengt hij dus blijkbaar een drummer mee. Best wel fijn, maar ik sta altijd een beetje huiverig tegenover zo’n dingen omdat de meeste bands die rock en dance proberen te combineren niet boven de grauwe middelmaat uitkomen.
In ieder geval waren die bedenkingen het publiek een zorg en onder wat al te regelmatige aanmoedigingen van ravers ging dhr. Holden loos met zijn eigen composities die nogal opgerekt werden, en ook door de begeleidende drums soms fel afweken van wat je op plaat hoort.
Geen oude classics van 10 jaar geleden, wel veel werk uit ‘The Inheritors’. Ik dacht …”a Circle inside a Circle inside”… te herkennen en ook “Blackpool late Eighties”, wat waarschijnlijk “a dreary place” was.

Lang uitgesponnen nummers onder veel lawaai van het publiek. Het was te kort, zo’n live set op dit soort festival, en dat zegt waarschijnlijk genoeg.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)   

Les Nuits Botanique 2014 – BRNS op kruissnelheid …

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 – BRNS op kruissnelheid …
Les Nuits Botanique 2014

BRNS (Brains om het u makkelijker te maken!)  is een klasseband uit het Brusselse . Het kwartet is en klinkt veelbelovend . De EP ‘Wounded’ dateert van 2013 en met de zomer zal de full cd ‘Patine’ verschijnen . De groep wenst tegen dan op kruissnelheid te staan. Een ideale aanzet gebeurde tijdens Les Nuits Bota in een lang op voorhand uitverkochte Rotonde.

De sympathicos zitten ergens tussen Clap Your Hands Say Yeah en Tortoise in met hun gespierde , opbouwende , frisse, broeierige, opwindende sound , waarbij ze fel van leer kunnen trekken en oog hebben voor subtiliteit en finesse. En strakke ritmesectie , pompende basslines, beheerste, avontuurlijke gitaarlijnen en een opzwepende drums zorgt voor een aantrekkelijke, catchy , deels mysterieuze songs die een dansbare groove hebben , de spanning doen toenemen en explosieve momenten kennen.
De multi –instrumentalisten hebben hét en deden de temperatuur in de Rotonde nog wat stijgen . En potentieel hebben ze hoor , naast de vroegere doorbraaksingle “Mexico” en “Here dead he lies” hadden we “Void , voorbode van de debuutCD binnen een paar maand.
De nieuwe nummers leggen nog wat meer de klemtoon op een sterk harmonieuze samenzang en in de stuwende baslijnen voelen we zelfs een dampend, funkend Prince ritme .
Tja , deze gretig spelende gasten hebben goed uitgewerkt materiaal , lieten ons kennismaken met het nieuwe werk en sloten af met het prachtige “Our lights” .

Ze zorgden voor een boeiend dynamisch setje . Dit jonge kwartet speelde eerder supports voor Suuns, Yeasayer , Django Django en Cloud Nothings , heeft live ervaring zat in het clubcircuit, staat op scherp nu en heeft een eigen muzikale identiteit van stevige, dansbare indierock van catchy hooks en tropische beats, gepresenteerd met een zekere spontaniteit en coolness .
Eenvoudigweg een ‘must-see’ band met héél wat sterke troeven . Hun zomer kan niet meer stuk!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)  

Les Nuits Botanique 2014 - tUnE-yArDs - Van Afrika tot in Amerika, alle kleuren van de regenboog …

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2014 - tUnE-yArDs - Van Afrika tot in Amerika, alle kleuren van de regenboog …
les Nuits Botanique 2014

Wie herinnert zich de clip niet van “In de Gloria” met Rita Weemaes, die in het kerkkoor wil zingen, maar afgewezen wordt door de koorleidster omdat het te luid en te veel is. Iemand die deze invalshoek heel hard genegen is, is Merrill Garbus, ofte tUnE-yArDs. Subtiliteit is zeker haar sterke punt niet, maar dit als een olifant in de porseleinkast springen en het breken van alle regels leidt wel tot een volstrekt origineel geluid dat toch heel aanstekelijk is. Haar doorbraak kwam er met ‘Whokill’, waar ze een volstrekt unieke mix van elektrisch versterkte ukulele, sax en Afrikaanse polyfone zang naar de urban jungle van de eenentwintigste eeuw vertaalde.

Haar derde plaat, ‘Nikki Nack’, is net uit en de single “Water Fountain” heeft zelfs de dagprogrammatie van Studio Brussel gehaald. Tegenover haar vorige passage in de Botanique, heeft ze haar live-band uitgebreid: naast haar man, Nate Brenner op bas en keyboards, had ze ook een percussioniste en twee achtergrondzangeressen meegenomen, maar een saxspeler had ze dan weer thuisgelaten, waar die op de vorige tournee nog een voorname rol speelde. Garbus stal de show, met groen geverfde, borstelige wenkbrauwen, en roze pluimen, geïnspireerd op Zuid-Amerikaanse carnavalkostuums. De uitgebreide bezetting gaf het geluid een rondere, meer op soul en gospel geinspireerde klank: de Afrikaanse invloeden kwamen door de achtergrondzangeressen die percussiestokken hanteerden nog meer naar voor, net als Zap Mama smokkelt tUnE-yArDs pygmee-gezangen in haar nummers, maar toch klonk het nooit als wereldmuziek, en past tUnE-yArDs zowel op Couleur Cafe, Dranouter, Pukkelpop of ‘Wurchter’, zoals ze zelf zei: “Hey if I can’t say it, at least I can play it”.
Op basis van de plaatbespreking hadden we veel elektronica verwacht, maar het was eigenlijk maar in een nummer dat de keyboards een vuile dansbeat uitspuwden, voor de rest heel veel percussie die als basis van de nieuwe nummers diende.
Live werkte de ruime bezetting heel goed, het had in een nummer zelfs iets van Amadou & Mariam, maar de scherpe kantjes ontbraken toch een beetje in de ruimere bezetting: de achtergrondzangeressen zingen veel beheerster dan Garbus zelf, als die haar eigen achtergrond sampelt in de trio set-up die ze vooral voor de nummers van ‘Whokill’ gebruikte. Die onverschrokkenheid van de badkamerzangeres, het ‘ het is te luid Rita’ met de bewuste valse starts en onderbrekingen, alsof een cassettebandje in de soep aan het draaien was, waarna alles weer op zijn pootjes viel, werd magistraal uitgevoerd in het hiphop anthem “Gangsta” met zijn vervormde politiesirene- zang, zijn vette beats, en Merril’s zangacrobatieën, die in een van de breaks van dit nummer op jammerlijk mislukte wijze geïmiteerd werden door iemand uit het publiek. Ook in “You yes you” viel je mond open als je zag hoe Garbus haar nummers opbouwde op basis van geloopte drum en zangpartijen, en gaf de metalige klank van de ukulele dat beetje peper dat het publiek nodig had om het op een dansen te zetten.  “The Bizness” , in volle bezetting, had de wilde frisheid van een Tahiti Douche, en herinnerde ons aan dat ander Afrikaans bastaardje van Belgische oorsprong, ‘Allez Allez’. Ook Sesamstraat mocht niet ontbreken, “Waterfountain” was het perfecte kinderrijmpje waarin het publiek “Woeha” mocht meebrullen.

Kinderlijke onbevangenheid, en het negeren van alle regels die er in de muziek zijn, het blijven de sterke punten van tUnE-yArDs. Het hoekige en totale experiment is er misschien een beetje uit op de nieuwe plaat, maar live werkt de set up met de extra zangeressen, en we zijn er zeker van dat Garbus moeiteloos een hele tent zal kunnen entertainen op zaterdag 5 juli iets na drieën.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)  

DJ Hardwell

DJ Hardwell – How many kicks does it take till you get to the climax of it?

32 minuten na middernacht. De eerste van een eindeloze reeks kick drums die de Nederlandse DJ Hardwell op het uitverkochte Sportpaleis loslaat. 30 minuten na middernacht. De drie immens grote schermen spelen het redelijke impressionante cv van de top dj af, terwijl een donkere, vervormde stem het publiek, de ‘dear dreamers’, verwelkomt. 26 minuten na middernacht. Dreigende tonen en hartslagen zorgen ervoor dat veel mensen uit het publiek al ruim op voorhand met oplichtende smartphones klaarstaan om de opwachting van Hardwell te filmen. Ruim drie uur na middernacht. Hardwell trakteert het nog altijd energieke publiek met de dj Coone-remix “Licht uit” van The Opposites en dan is het gedaan.

Vreemd maar het concept tijd heeft precies geen vat op deze wel zeer grootse en zeer professionele produktie. Hoe zorg je ervoor dat je als dj je publiek kan meetrekken voor een tijdsspanne van drie uur én dat ze het gevoel hebben dat die drie uur als drie minuten aanvoelen én dat je niet weet waar begin en einde is ? Deze 26-jarige dj heeft met verve en schwung aangetoond dat dit kan.

Op zijn twaalfde start Robbert van de Corput (Hardwell is de Engelse vertaling van zijn familienaam) met dj’en en een paar jaar later staat hij al met zijn sets in gereputeerde clubs in Nederland, mee met zijn ouders die als begeleiding hem vergezellen omdat hij zelf nog te jong is om binnen te mogen. Na een korte opleiding bij de Rock Academy is het duidelijk dat de jongen voldoende genie in zich heeft om direct werk van zijn muziekcarrière te maken. Zijn producties en mash-ups raken meer en meer bekend en gaan over de landsgrenzen heen. Als prille twintiger start hij zijn eigen record label Revealed Recordings op en lanceert hij zijn radioshow ‘Hardwell on air’ die door meerdere internationale radiostations uitgezonden wordt. In 2012 treedt Hardwell op grote festivals zoals Tomorrowland op en worden zijn sets massaal op You tube bekeken. Een jaar later start de dj met zijn wereldtournee en wordt hij door DJ Magazine (lees : de fans die op hem gestemd hebben) verkozen door nummer 1 DJ van de wereld.
In a nutshell, een heel vlugge opmars dus, met een paar valse noten wel, zoals ook te zien zijn in de documentaire I am Hardwell. De dj wordt een paar jaar gevolgd en je ziet de vermoeidheid door de combinatie van zeer veel dj-sets, zeer veel producties en zeer weinig vrije tijd toeslaan. Ook de twijfel of hij als artiest juist bezig is wordt getoond : maakt hij muziek enkel voor hem als Robbert van de Corput of gaat hij voor hetgene het publiek van hem als Hardwell verlangt? Of is er tussen deze twee extremen een tussenweg te vinden en kan hij zijn eigen sound creëren die door het publiek opgepikt wordt ? De show in het Sportpaleis is het bewijs dat hij die tussenweg gevonden heeft.
De set heeft iets weg van een rollercoaster die om de drie minuten losgelaten wordt, een wereldrecordpoging “hoeveel climaxen kan je in drie uur krijgen”. Binnen een tijdsspanne van een paar minuten heb je telkens de opbouw zonder beat waarbij het liedje geïntroduceerd wordt. Je voelt al vrij vlug de climax opkomen en je eigen verwachtingen groeien en die climax spat dan telkens uiteen in een stevige kick drum die ondersteund wordt door spacy en indrukwekkende beelden op de grote schermen (nooit gedacht dat het Sportpaleis zooo breed is) én door vuur, vuurwerk, rook, confetti of fraaie lasers. En dan brengt Hardwell de volgende produktie of remix al in gereedheid. We horen oa zijn eigen “Spaceman”, “Dare you” en “Apollo” (zit tweemaal telkens met een andere stijl in de set) of zijn bekende mash-up van “Show me love” van Robin S (één van de favorieten van Hardwell zelf en de eerste track die door de grote dj’s werd opgepikt). Ook andere dj’s belanden in de cocktail, zoals Martin Garrix (“Animals”), Armin van Buuren (“Ping pong”, “This is what it feels like”), Steve Aoki (“Pursuit of happiness”, “No beef” met Afrojack), Fatboy Slim (“Eat, sleep, rave, repeat”), Disclosure (“Latch”), DVVBS & Borgeous (“Tsunami”), Kernkraft 400 (“Zombie Nation”).
Hardwell schurkt ook tegen andere muziekstijlen aan en remixt “Sweet dreams” van de Eurythmics, “We will rock you” van Queen, “Summertime Sadness” van Lana del Rey, “Californication” van de Red hot chilli peppers en “Pompeii” van Bastille. En hij tovert alles om in zijn eigen energieke Hardwellsound, terwijl hij een enorm spectrum van stijlen aanwendt, iedere keer in een paar minuten tijd dus.
Hardwell ziet er als een jonge student uit, een beetje bleek, onschuldig ook, met zijn net kapsel en zijn tshirt met op de rug Hardwell 01. Hij heeft echter ook met zijn constante grijns en zijn typische dansstijl (armen wijd open en bij iedere beat de vingers strekken, alsof je twee knipperlichten imiteert) tonnen charisma om voortdurend het publiek te kunnen entertainen en interactie te hebben. Zijn truukjes kunnen vrij banaal overkomen : ik wist niet dat er zo veel manieren bestonden om “Get your hands up” anders te verwoorden en te roepen naar de massa, of het publiek zo doen applaudisseren als een hoogspringer die op het punt staat te jumpen, of iedereen laten aftellen om dan bij nul een immense beat te laten knallen. Maar het lukt hem, en je ziet gewoon dat hij oprecht blij is om zijn eigen muziek te kunnen maken en dit dan ook nog te kunnen delen met zo veel enthousiaste mensen.
En hij is oprecht dankbaar, naar het publiek toe en ook naar de organisatoren zo wordt de presenting partner Summer festival uitvoerig bedankt (zij hadden al twee keer Hardwell op hun Antwerps dance festival).

Het publiek, zeer divers in leeftijd, maakt er een groot feest van. Tijdens een set van drie uur kan je al eens makkelijk rondlopen en werkelijk overal dansen de mensen. En leuk om te zien, net als ik even aan het uiterste rechtse deel van het Sportpaleis sta, is dat hij tijdens de show, 5 seconden lang geknield achter zijn tafel, de tijd neemt om met zijn medewerkers te proosten op de nacht en waarschijnlijk ook op het feit dat hij met zijn muziek zo veel ‘dear dreamers’ zo veel climaxen kan bezorgen.

Organisatie: Summerfestival

Amatorski

From Clay To Figures

Geschreven door

Met het behalen van een finaleplaats in Humo’s Rockrally bereikte Amatorski in 2010 een ruimer publiek. Hoewel ze toen niet met een medaille naar huis gingen (School Is Cool mocht op het hoogste schavotje plaatsnemen), was meteen duidelijk dat dit een groepje was om te blijven volgen en dat mogelijks hoge ogen kon gooien. En inderdaad, met de tijdens hetzelfde jaar uitgebrachte EP ‘Same Stars We Shared’ was het al meteen raak, niet in het minst door de single « Come Home » die niet van de radio weg te denken was en die ook opdook in reclamefilmpjes.

Intussen zijn we vier jaar later en zopas werd met ‘From Clay To Figures’ hun tweede volwaardige album wereldkundig gemaakt. En het is een prachtig werkstukje geworden. 
De titel ‘From Clay To Figures’ blijkt om diverse redenen volledig de lading te dekken. Er wordt namelijk verwezen naar een overgang, een groei- en ontwikkelingsproces zonder dat de veranderingen materialistisch en de eindfase definieerbaar hoeven te zijn. Welnu, transformaties gingen de nieuwe plaat zeker en vast vooraf.

Zo is anno 2014 de kern van Amatorski eigenlijk herleid tot een duo, zijnde Inne Eysermans en Sebastiaan Van den Branden. Hilke Ros spitst zich voortaan toe op het management van de groep en houdt het podium voor bekeken terwijl Christophe Claeys live opnieuw de drummer wordt i.p.v. Laurens Van Bouwelen. 
Maar ook met het geluid werd op een sculpturale manier omgegaan. Reeds vanaf de eerste beluistering van ‘From Clay To Figures’ valt op hoe er werd gekneed, overtollige ballast weggegooid en sommige oneffenheden weggestreken zodat enkel het puurste en meest verfijnde werd overgehouden. Het eindresultaat getuigt van ambachtelijke vaardigheid en staat ver weg van massaproductie.


Deze plaat werd namelijk stukje bij stukje – en dat mag letterlijk genomen worden – opgebouwd. Na een intensieve periode van componeren van enkele soundtracks (zie de stille film ‘Impatience’, de documentairereeks ‘1 Op 10’ en de nog te verschijnen Nederlandse film ‘In Jouw Naam’) vond Inne Eysermans de tijd rijp om zich afzonderen en aldus opnieuw inspiratie op te doen. Vanuit New York, Denemarken, Hamburg en Amsterdam ging ze aan de slag met het schrijven en construeren van nieuwe nummers en stuurde de nog ruwe ideeën en concepten door naar Sebastiaan die het aangereikte materiaal thuis verder uitbouwde. Voor zover mogelijk kwam de groep zowat éénmaal per week samen om te experimenteren. Ook de fans werden interactief betrokken bij het productieproces. Via een unlock website kon men geluidsfragmentjes aanklikken en hoe meer er werd gedeeld, hoe meer het album zich openbaarde. Ook kon men via een basistool eigen versies van een nummers maken. Daarmee kreeg hun multimediaproject ‘Deleting Borders’ een vervolg.
De voor de groep nieuwe manier van werken heeft ervoor gezorgd dat – hoe summier soms ook – de inbreng van bepaalde extra instrumenten andere accenten legt binnen individuele  nummers en de gelaagdheid ervan doen toenemen. « Wild Birds » krijgt extra vleugeltjes  door toevoeging van belletjes op het einde, « Unknown » wordt weemoediger en donkerder door de injectie van blaasinstrumenten in de subtiele elektronica en bij « Fragment » slaagt een lome dubby basgitaar erin om het nummer geheel naar eigen hand te zetten. Anderzijds krijgt globaal bekeken het fragmentarische niet de bovenhand. De 13 songs vormen mede door de ervaring van het duo Eysermans - Van den Branden, één harmonieus geheel.
Ook qua muziekstijlen heeft Amatorski zich deze keer heruitgevonden waarmee ze nog maar eens aantonen nooit enige uitdaging uit de weg te gaan. Verdwenen zijn het nostalgische, lo-fi klinkende retrogeluid van de EP en de kille tot ijzige triphop van voorganger ‘TBC’. In de plaats is er heel wat warme elektronica gekomen die afgewisseld met piano of vintage orgel, veelal bijzonder organisch klinkt.

‘From Clay To Figures’ is dan ook een gevoelsmatige en persoonlijke plaat geworden. Dit wordt nog versterkt door de zang van Inne Eysermans. Waar haar vocalen op ‘TBC’ nog enigszins ingekapseld zaten binnen de instrumentatie, worden deze nu veel meer naar het voorplan gebracht. Haar stem klink meer zelfverzekerd maar tegelijk ook erg broos en delicaat omdat men deze bij het afmixen ietwat ruw en natuurlijk gehouden heeft. Hierdoor klinken de nummers directer en winnen ze aan impact. Duidelijke voorbeelden hiervan vormen « U-Turn » dat klinkt alsof het in één enkele opname live opgenomen is en « Tiny Bird » (reeds in 2012 in een andere versie op de compilatie ‘Te Gek!? 5’ terug te vinden) dat tekstueel en mede door de bijna fluisterende stem van Inne Eysermans, ook muzikaal van een dusdanige tederheid is dat het moeilijk is om bij het aanhoren geen krop in de keel te krijgen.   
Deze directe aanpak vormt een perfecte cohesie met het filmisch en dromerige karakter van de nummers. Want dat is ook nu weer overvloedig aan te treffen is en zelfs uitgebreid (hun zonet vermelde bijdragen aan films en documentaires zal daar niet vreemd aan zijn). Iedere song roept telkens nieuwe stemmingen of beelden op. Zo verwijzen « Hudson » « How Are You? » en « Warszawa » elk op hun eigen, al dan niet imaginaire manier naar landschappen en bij iedere beluistering kunnen er wisselende taferelen voor de geest gehaald worden. En dat is nu net één van de cruciale betrachtingen van Amatorksi: er nauwlettend op toezien dat hun muziek ruimte laat voor verbeeldingskracht.  

In menige interviews of gesprekken halen Inne Eysermans en Sebastiaan Van den Branden o.m. Bibio, Thom Yorke en vooral Damon Albarn als belangrijke inspiratiebron aan en zijn ze erg gecharmeerd geraakt door het Warp-label (wat zich o.m. vertaalt in het korte, instrumentale « +=+=+=+=+=+=+=+=+ »). 
Anderzijds mag ‘From Clay To Figures’ beschouwd worden als verplicht voer voor wie behept is met Scandinavische artiesten als Sigur Rós, Ólafur Arnalds, Efterklang en Múm. Ook kunnen er verwijzingen naar The xx gemaakt worden tijdens de samenzang tussen Inne Eysermans en Sebastiaan Van den Branden en met « She Became A Ballerina » blijft er ook ruimte voor postrock.

Maar bovenal bevat hun tweede album voldoende eigen(zinnig)heid om op zich te staan en onderstrepen Amatorski hiermee nogmaals dat de Belgische voedingsbodem de jongste jaren wel onuitputtelijk lijkt te zijn voor talentrijke muzikanten.
‘From Clay To Figures’ staat bol van de subtiliteit en is het meest volwassene dat de groep tot dusver heeft uitgebracht en hoewel ‘Amatorski’ in het Pools ‘amateurisme’ betekent, heeft de groep deze fase al ver achter zich gelaten. Het volledige plaatje klopt en over de teksten, de muziek, het artwork en video’s (mooi in beeld gebracht door het in Londen residerende duo Gus en Stella) werd in zijn totaliteit heel goed nagedacht. ‘From Clay To Figures’ ontleent zich het best tot luisterbeurten ’s nachts en is er eentje om te koesteren, te omhelzen en te aaien maar vooral om er veel naar te luisteren.

Nu maar hopen dat ook het buitenland dit oppikt. De Britse krant The Guardian deed alvast haar duit in het zakje doordat ze uitdrukkelijk aan de groep heeft gevraagd om de exclusieve première van de eerste singel « Hudson » te mogen doen. Laat dit het vertrekpunt zijn voor zoveel extra moois, temeer omdat deze groep het ook verdient. Want toen we het genoegen hadden hen in aanloop van de komende tournee tijdens een private showcase te spreken, viel opnieuw op hoe bescheiden het duo telkens blijft, ook al hebben ze een juweel van een plaat afgeleverd. Het siert hen nog meer.

Swans

To Be Kind

Geschreven door

Swans, het geesteskind van donkere ziel Michael Gira, is altijd actief geweest in de lugubere spelonken van de eighties en nineties underground. De band maakte een pak vervaarlijke albums die weinig daglicht konden verdragen maar die langs een kluwen van donkere steegjes hun weg vonden naar een schare trouwe fans, waar ze in de platenkast een bevoorrecht plaatsje kregen naast The Birthday Party, Psychic TV, Foetus, Joy Division, Einsturzende Neubauten en Throbbing Gristle.
Met als laatste wapenfeit ‘Soundtracks for the blind’ leek in 1996 het doek te zijn gevallen over Swans, tot de band na een winsterslaap van maar liefst 14 jaar plots terug uit het niets opdook met het almachtige ‘My father will guide me a rope to the sky’. Twee jaar later volgde een zowaar nog indrukwekkender opus, de huiveringwekkende dubbelaar ‘The Seer’, een monumentale brok onheil waar we nog altijd niet echt van bekomen zijn.
Amper twee jaar na het kolossale ‘The Seer’ heeft Michael Gira alweer een imminent werkstuk gemaakt.  ‘To Be Kind’, opnieuw een forse dubbelaar, is wederom twee uren beproeving, woede, razernij, onrust, hartzeer, claustrofobie, angst, bloed en smart.
Swans doen er lang genoeg over om hun beklemmende , bezwerende en verzwelgende sound volledig tot ontplooiing te laten komen, maar langdradig wordt het nergens. Integendeel, hoe langer het duurt, hoe meer beklijvend het wordt. Het repetitieve karakter, de duistere teneur, de langzaam sluimerende calvarietocht naar een climax, dat zijn de dingen die deze 10 songs zo intrigerend maken. De zwaarste brok “Bring the sun/ Toussaint l’ouverture”  duurt maar liefst 34 minuten en houdt ons gans die tijd in een onverstoorde wurggreep. Dit is geen song meer, dit is een griezelfilm zonder beelden, de apocalyps nabij.
‘To Be Kind’ is geen gemakkelijke of comfortabele plaat, het markante album vergt serieus wat inzet en toewijding van zijn luisteraars. De songs nemen hun tijd om hun slachtoffers langzaam op te slorpen. Die slachtoffers, dat zijn wij, en masochisten als we zijn, we laten ons maar al te graag kopje onder gaan in Michael Gira’s gitzwarte zwanenmeer. Het is geen plezierreisje, wel een unieke ervaring, een ijzingwekkend avontuur, beangstigend maar intens.
Dit imposante werkstuk dient niet bepaald om uw zomerse barbecue feestjes mee op te vrolijken, bij Swans slibt de hemel immers helemaal dicht met inktzwarte onweerswolken, maar het is misschien wel de ultieme soundtrack van het einde van de wereld.
Live kan u dit ondergaan op 25/09 in de AB. Laat uw fleurig hemdje maar in de kast liggen.

The Black Keys

Turn Blue

Geschreven door

Commercieel succes is nooit een vruchtbare voedingsbodem geweest voor creativiteit.  Het verhaal is gekend : Jonge beloftevolle band haalt met enkele puike plaatjes onverhoopt succes, groeit uit tot een mega groep en richt zich vervolgens op het maken van op miljoenenverkoop gerichte platen waaruit alle ziel is verdwenen. Zie U2, Kings Of Leon, Coldplay, Editors en wat ons betreft zelfs ook Arctic Monkeys (al krijgen die nog een even het voordeel van de twijfel). En lap, ’t is weer van dat, bij The Black Keys hebben ze het ook zitten.
Het begint nochtans goed met de classic rock van “Weight of Love”, knappe song, kon van Jonathan Wilson zijn, vloeiend en met heerlijke gitaren, maar het klinkt hoegenaamd niet Black Keys, eerder Pink Floyd. Ook “In Our Prime” is er zo eentje, aangenaam vertier voor in onze hangmat, maar waar zijn The Black Keys godverdomme naar toe ?
De rauwe bluesrock van ‘The Big come up’, ‘Thickfreakness’ en ‘Rubber Factory’ is heel ver te zoeken, zo niet helemaal verdwenen. De scherpe kantjes zijn er volledig afgevijld.
The Black Keys gaan op zoek naar de soul maar stuiten daarbij meermaals op slappe boter. Op ‘Brothers’ vonden ze die soul wel nog, geen idee wat hen nu overkomen is. Het hitje “Fever” mag dan al catchy zijn en aanzet geven tot enkele danspasjes, het is gebouwd op een eerder onnozel deuntje.  Op ‘El Camino’ waren alle elf songs even catchy, maar beter.
Producer Danger Mouse heeft The Black Keys het verkeerde serum ingespoten. Dan Auerbach heeft zanglessen gevolgd (zo helder mogelijk zingen, manneke, en vooral niet buiten de lijntjes kleuren!) en heeft zo te horen ook zijn gitaar in de veiligheidsmodus moeten zetten. Keyboards, synths en strijkers zijn in de plaats gekomen. Wij zijn hier weg.
Onze boodschap aan Auerbach en Carney : Gooi Danger Mouse buiten, ga als de bliksem terug naar Fat Possum, plug die gitaar terug in en kom ons daarna nog eens wakker maken. Ondertussen gaan we nog even ‘Thickfreakness’ opzetten om de kater weg te spoelen.
The Black Keys komen naar Rock Werchter, ’t is de eerste keer dat wij niet uitkijken naar een Black Keys concert.

Aloe Blacc

Lift your spirit

Geschreven door

De immer sympathieke Aloe Blacc heeft een nieuwe plaat uit , ‘Lift your spirit’ . Hij haalt de mosterd bij artiesten als Sam Cooke, Bill Withers, Marvin Gaye, Stevie Wonder en Isaac Hayes . Binnen de retrosoulpop hebben we hier opnieuw materiaal met een zekere hitpotentie en wordt het samenhorigheidsgevoel aangewakkerd door de rits catchy , aanstekelijke , frisse,  ontspannende nummers, die een uitstapje richting folk, gospel en hiphop heel goed verdragen en een dampende, swingende groove hebben  . Luister maar eens naar het semi-akoestische folky “Wake me up” (nog gekender in een dance versie met de Zweedse DJ Avicii) , “The man”, “Here today” en “Can you do this?”.
Net als bij de vorige ‘Good things’ weet ook het ingetogener , sfeervoller werk te bekoren . Een fijne plaat die je een zorgeloze zomer kan bezorgen . Die spirit zit ‘em duidelijk in de vingers .

Blaudzun

Promises of no one’s land

Geschreven door

De Nederlander Blaudzun aka Johannes Sigmond heeft nog maar goed z’n doorbraak ‘Heavy flowers’ verwerkt of we krijgen al een vervolgverhaal . De sing/songschrijver heeft een voltallige band achter zich en wordt intussen al enorm gerespecteerd . “Flame in my head” en “Elephants” waren al twee overtuigende singles die Blaudzun brachten in de richting van 16 Horsepower, Grant Lee Buffalo en Arcade Fire .
Opnieuw krijgen we op ‘Promises of no one’s land’ een reeks knap gearrangeerde songs, waarbij “Hollow people” en de titelsong al meteen het uitgansbord vormen . Zijn songs zijn mooi uitgewerkt , bouwen op en krijgen een volle , rijkelijke en ‘een alles en nog wat’ instrumentatie .
Blaudzun heeft de kunst prachtige nummers te schrijven en zorgt voor stevige gefundeerde, beklijvende, bloedstollende pop die blijft hangen . Naar het einde toe , o.m. op “Halcyon “en “Wingbeat” komt de donkere toon wat meer bovendrijven .
Moeiteloos loodst hij ons opnieuw door de plaat heen met z’n gevoelige emotievolle zang. Sterk gewoonweg wat deze Johannes verwezenlijkt!

Intergalactic Lovers

Little heavy burdens

Geschreven door

Intergalactic Lovers , rond de bevallige Lara Chadraoui (Libanese roots ) , debuteerden sterk met ‘Greetings & Salutations’ in 2011. Eerder wonnen ze nog het O-Vlaams rockconcours. We hebben charmante dromerige en fris aanstekelijke gitaarpoprock met een rauw randje dat dus hun debuut sierde en we hoorden een handvol songs, die een hitpotentie hadden als “She wolf”, “Delay”, “Bruises”  en “Fade away”.
Ook de opvolger staat op dezelfde hoogte . Intens sfeervol, broeierig materiaal , dat af en toe gekenmerkt wordt van een rauw rockend randje , gedragen door de sierlijke zanglijnen van Lara . We komen opnieuw uit op overtuigende songs als “Northers rd” en “Islands”, maar onderken de sterke impact niet van de broeierige “War” en “No regrets” . De gevoeligheid dringt meer door op “Distance”, “The fall” en “Lost message”.
We hebben hier opnieuw een mooie afwisseling in hun spannend intrigerend materiaal . Een geslaagde tweede plaat , waarbij zij in een paar songs vocaal de hulp kregen van Bjorn Awouters van Drive Like Maria . Tja , ook Lara hielp mee bij hun plaat. Zo zie je maar …

The Chameleons (Vox)

The Chameleons Vox - Burgess vs Kompany

Geschreven door

Mark Burgess is een van de belangrijkste singer/songwriters/dichters in de rock-geschiedenis (en één van mijn 'helden'). Met zijn band, The Chameleons, bracht hij een reeks juweeltjes in de stijl psychedelische postpunk, zoals ‘Script of the Bridge’ of ‘Strange Times’in de jaren '80. Helaas ging de band uit elkaar na de dood van hun manager Tony Fletcher, in 1987.
Daarnaast probeerde Mark een aantal projecten, hetzij solo hetzij met andere muzikanten (The Sun And The Moon, Invincible, ...).  In 2000 besloot hij zijn oorspronkelijke band terug op poten te zetten onder de « Chameleons Vox », met de originele drummer John Lever en andere muzikanten.

Op het programma van het concert in het Depot in Leuven werd het eerste album van The Chameleons « Script of the Bridge » volledig gespeeld, hun beste LP weliswaar , die dateert uit 1983.
Over de middag, had ik de kans om Mark Burgess te interviewen. Hij is een zeer sympathieke en briljante man, met typisch Britse humor. Hij sprak over zijn jeugd in Manchester, de Beatles, T. Rex, de opname van ‘Script ...’ , zijn projecten, enz ... maar ook over zijn interesse in UFO's , bijna-doodservaringen en paranormale verschijnselen in het algemeen. Dit interview zal in de komende dagen gepubliceerd worden … Stay tuned !

Maar we focussen ons nu op het concert. Het Depot , in een 'box-configuratie' vanavond, gezien de Chameleons Vox geen grote menigte trekt , maar een publiek is van echte fans, veertigers, die opnieuw een uniek moment wensen te beleven.
Vanaf het eerste nummer, « Don't Fall », is de toon gezet. De band speelt het oorspronkelijke nummer  tot in de perfectie. Nu dat hij opnieuw bas op het podium speelt , heeft Burgess bijna 100% de looks die hij in de jaren '80 had. Wat ook opvalt is het uitstekende werk van de twee gitaristen, die evenzeer perfect slagen in die vroegere complexe gitaareffects, vol reverbs en echo. Ook het geluid is goed. De uitstekende geluidstechnicus Thomas ‘Mixmeister’ (Tnproductions) staat achter de knoppen en is hier verantwoordelijk voor !
Na "Here Today" komt "Monkeyland" al, een eerste hoogtepunt. Het begint zachtjes maar bij het refrein explodeert het en iedereen schreeuwt : "It's just a trick of the light !". Burgess gaat door met "Second Skin", een van mijn 10 favoriete songs. Zeven minuten puur genot. Je voelt Burgess’ inspiratie, met wortels uit de jaren '60 , zoals blijkt uit zijn verwijzing naar "Please, Please Me", van  The Beatles, in het midden van de song.
In het tweede meer psychedelische deel, worden we in een andere wereld gekatapulteerd, aan de grond genageld met gesloten ogen door de hypnotiserende schoonheid van de muziek.
De volgende nummers vormen een opeenvolging van tijdloze klassiekers, van de energetische « Up The Down Escalator » tot de zeer sociologische « A Person Isn't Safe Anywhere These Days ». "Paper Tigers" zorgt voor een temperatuursstijging en de band sluit de set af met het  schitterende "View From A Hill".
Terug op het podium voor de encores, zingt Mark Burgess a capella het liedje dat de fans van Manchester City, zijn favoriete club, ter ere van onze nationale Vincent Kompany zingen, op de melodie van Mrs Robinson : "And here's to you, Vincent Kompany..." : een knipoog die ten zeerste door de kenners gewaardeerd werd! Dan speelt de band "Looking Inwardly", uit de tweede elpee van Chameleons, ‘What does anything mean? Basically’.
En dan is er een nieuwe 'tour de force', met "Soul in Isolation". Deze zeer complexe compositie duurt wel 9 minuten en zoals gebruikelijk, geeft Burgess zich hier over aan 'song dropping' door het plaatsen van een paar fragmenten uit "The End" (The Doors) en "Eleanor Rigby" (The Beatles). "Singing Rule Britannia (While the Walls Close In)" wordt voorgesteld als een nummer ‘Made in Manchester’ en hier introduceert Burgess ook een muzikale toespeling, deze keer naar "Transmission" (Joy Division).
Na een tweede pauze komt Chameleons Vox terug op het podium voor de funky "Swamp Thing" en de solide "Return of the Roughnecks ».

Conclusie : Behalve het relatieve gebrek aan interactie tussen de musici op het podium, was het een perfect concert op alle niveau's. Het toonde het ongelofelijke spectrum  van The Chameleons aan: muziek die tegelijkertijd sterk en zeer verfijnd is, gekoppeld aan zeer poëtische, zelfs filosofische teksten, die een unieke kijk onthullen op onze gemeenschap en de menselijke interacties .
We kijken uit naar de nieuwe composities die Mark Burgess voorlopig aan het voorbereiden is en die op een nieuwe elpee doen hopen …

In het eerste deel kwam Reiziger, een band uit Leuven en Limburg, energieke power-rock met accenten van Sonic Youth / Fugazi / Girls Against Boys. Hun album 'Station Kodiak' werd recent door Berk & Bezem / [ PIAS ] uitgebracht.

Setlist : Don't Fall - Here Today – Monkeyland - Second Skin - Up the Down Escalator - Less Than Human - Pleasure and Pain - Thursday's Child - As High As You Can Go - A Person Isn't Safe Anywhere These Days - Paper Tigers - View From a Hill
Encore 1: Looking Inwardly - Soul in Isolation - Singing Rule Britannia (While the Walls Close In)
Encore 2: Swamp Thing - Return of the Roughnecks

Philippe Blackmarquis vertaling : Philippe Blackmarquis - Johan Meurisse

Organisatie: Het Depot, Leuven

Milky Chance

Milky Chance heeft meer te betekenen dan een hittune!

Geschreven door

Milky Chance heeft meer te betekenen dan een hittune! 
Milky Chance en Birth Of Joy

Heel wat jong volk was opgedaagd om de Duitse sensatie van het moment Milky Chance aan het werk te zien . Een duo die met “Stolen dance” een grote hit op zak hebben, een eenvoudig, dromerig, stekelig nummer , dat het uitgangsbord vormt van hun debuut ‘Sadnecessary’, semi-akoestische pop met coole dancebeats  , bepaald door folky flamenco tunes , dubs , een percussieve ritmiek en een switch van allerhande stijlen door draaitafel DJ Philipp Dausch . De songs hebben een voorthuppelende melodielijn en een zwoele, zomerse , maar evenzeer melancholische inslag.

Zanger/gitarist Clemens Rehbein staat hier in de spotlights; naast zijn tokkelend gitaarspel hebben we zijn donkere, grauwe emotievolle zang . Tja hier hangt ergens een sfeertje van Fun Lovin Criminals, Bobby Sichran en G Love, gezien oude blues  in dat geluid door dringt .
We kregen een lekker in het gehoor liggende set , met nummers “Stummer”, “Fairytale”, “Flash junk mind” en de titelsong , waarin het hitdeuntje van “Stolen dance” telkens doorklinkt . Nog meer gevoeligheid komt naar voor bij ingetogen werk als “Feathery” en “Loveland” . Een derde man op mondharmonica vervoegt het duo en geeft er nog een doorleefd tintje aan ; door foottics en de percussieve ritmiek gaat het tempo terug wat omhoog. De afsluitende tracks “Never mind” , “Running” en natuurlijk hun hitsingle “Stolen dance” waren opzwepender en werden heel sterk onthaald .

Dit duo werd op handen gedragen en deed de jonge hartjes wat sneller slaan. Een golvende beweging in het publiek die duidelijk je avond kleurde! 

Een andere stijl hadden we met het Nederlandse trio Birth Of Joy . De cd ‘Prisoner’ is in eigen land erg positief onthaald . Ook al was er heel wat volk verdwenen , dit trio liet het zeker niet aan hun hart komen en werden op de eerste rijen de hemel ingeprezen . Een stevige portie vettige rock’n roll hoorden we, met wat psychedelica Hammond toetsen . Hier hadden we invloeden van MC5 , The Doors , Black Crowes, The Datsuns en Black Keys. Hun nummers zijn scherp, snedig , gedreven,  zompig , maar ook warm aandoenlijk. Met z’n drieën waren ze sterk op elkaar ingespeeld en werden de nummers lekker uitgesponnen, zonder ook maar echt te vervelen . De zanger dweepte het publiek nog wat op. Het trio klonk energiek, dynamisch en ging gretig te werk .
Niet echt iets nieuws qua sound , toegegeven,  maar nummers als “The sound”, “Teeny bopping”, “Three day road” en “Rock’n’roll show” waren om van te snoepen . Hier geen hittunes, maar een gezonde dosis doorleefde rock’n’roll  . Kortom, Birth Of Joy speelde een sterk overtuigend optreden . Cheers mensen!

Tot slot hadden we nog uit Luxemburg Natas Love You , een uitgebreid ensemble die een groovy, bezwerende, dansbare sound bracht , met percussieve ritmes en heel wat ‘70s psychedelica , wat aanstekelijk werkte op de dansspieren en ergens een Caribou sfeertje opriep.

Een interessante , gevarieerde programmatie dus met deze drie bands …
Neem gerust een kijkje naar de pics van Milky Chance
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/milky-chance-12-05-2014/
Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

 

Future Islands

Future Islands – Intens bezielde theatrale indie/synthwavepop

Geschreven door

Future Islands – Intens bezielde indie/synthwavepop
Future Islands , Ed Shrader’s Music Beat en Kristian Harting
Vooruit (Balzaal)
Gent

Het uit Baltimore afkomstige Future Islands is al ruim vijf jaar bezig en komt nu pas in de spotlights door de prachtsingle “Seasons (waiting on you)” uit de pas verschenen nieuwe vierde cd ‘Singles’, die begrijp me niet verkeerd , geen compilatie-album is van singles.
 
We kregen in een uitverkochte Balzaal van de Vooruit bijna anderhalf uur de kans kennis te maken met de band die nu na jaren eindelijk de verdiende airplay verkrijgt. En ze zijn hun publiek , hun fans enorm dankbaar.
De groep zit ergens tussen Clock Opera, Temper Trap , Beach House en Florence & the machine in met hun indie/synthwavepop, die verweven is van theatraliteit, bombast en dramatiek. De songs hebben een intense opbouw, groove, aanstekelijke, dromerige ritmes en diepe stuwende basstunes op z’n Peter Hooks (ex New Order) doordrongen van elektronica, die de songs sterken. De goed afgetrainde en gespierde Samuel T. Herring zingt op Anthony Hegarty en Billy Idol-achtige wijze de nummers aaneen . Inderdaad zijn vocals kunnen alle richtingen uit en pushen de song vooruit op bezield emotioneel, indringende wijze . Tja, hier schuilt wat Shakespeare theater …. 
Een gevoelige , onheilzwangere , opwindende sound in z’n totaliteit hadden we met de nodige switchs. De eerste nummers “Back in the tall grass”, “Balance” en “Sun in the morning” waren dynamisch. De zanger gaat, springt op en neer, hotst heen en weer, maakt allerhande handbewegingen en dweept, zweept z’n publiek op z’n Jim Kerrs.
“Fall from grace” en “Vireo’s eye” waren meer vleiend, pakkender. Die overtuigende single  “Seasons” ( = Clock Opera’s “move to the mountains”) trok het niveau terug omhoog , dat we verder hoorden op “Tin man long” , “Spirit” en “Flight walking thru the door”.

Uitgekiend  materiaal dat soms wat aanstelliger kon overkomen , maar de intense bezieling was groot, erg groot en zorgde ervoor dat de band na jaren zwoegen die verdiende erkenning en respons kreeg .

We kregen een enorm gevarieerde affiche vanavond, want eerder hadden we Ed Shrader’s Music Beat , een duo rond Devlin Rice die gitaar speelt op bas en Shrader natuurlijk die slaat en mept op z’n trom. De man zingt , schreeuwt en krijst de songs aaneen! Het duo brengt geschifte  ruwe , rauwe, donkere  punky rock’n’roll , dat diep dreunend, kreunend klinkt met een lofi tint. Muziek met een hoek af, waarvan af en toe het tempo wat kon worden teruggeschroefd in enkele sfeervolle tracks .
De heren misten hun moeder hier vanavond op Moedertjesdag , maar dat was nu net de impuls om nog gretiger hun set te spelen . Speels entertainment hadden we hier, gek en leuk , fris en opwindend, in tijden van Ween met hun ‘God ‘Ween’ Satan’ .

De eerste act was de Deen Kristian Harting die solo heel wat effects uit z’n gitaar en stem haalde. Op die manier wist hij een rits soundscapes te bewerkstelligen en zorgde voor een bezwerend, donker lofi geluid dat ergens een ‘lost highway’ verlatingsgevoel deed opborrelen.

Democrazy boekte hier drie acts vanuit  een verschillende invalshoek . Een mooie verdienste! Van een fijn Avondje gesproken.

Organisatie: Democrazy, Gent

Carrion

Carrion - Met snoeiharde metal op café

Geschreven door

Leg deze mannen hun debuutplaatje eens op, en je mag er zeker van zijn dat uw ramen aan diggelen liggen. Beware of Carrion! Een jonge Vlaamse band die van plan is de metalscene te veroveren. Al ben ik zelf niet helemaal thuis in het genre, ik kan u verzekeren dat het stuk voor stuk geweldige muzikanten zijn met sterke en vooral ‘zware’ songs. Geen knoeiers dus! Dit was een loeihard optreden, al had ik helemaal niets anders verwacht. En op een rustige indie-band zat het overvolle hardrock cafétje nu niet bepaald te wachten.
Veel plaats hadden deze vijf mannen niet maar dat weerhield er hen geen seconde van om uitgebreid en synchroon te headbangen, lang haar genoeg. En man toch, wat was ik jaloers op die lange haardos van de bassist!
Op een half uurtje werd de hele ruimte plat gespeeld en had het aan mij gelegen dan mocht dit wel nog iets langer duren. Ik denk dat ik meer van dat slag optredens zal doen in het vervolg!

Voor de mensen die van plan zijn om deze metalheads eens te gaan bezichtigen, ik raad u aan oordoppen mee te nemen. Geloof mij, je zal ze nodig hebben! Jongens, misschien tot op Graspop binnen een paar jaar!

Check ook even de volledige concertagenda op www.muziekcafeelpee.be, best interessant voor wie zich thuis voelt in het zwaardere genre

Organisatie: Muziekcafee Elpee

The Bohicas

The Bohicas - Hype hype hoera?

Geschreven door

Dé hype van het moment komt neerstrijken deze avond in De Zwerver. Dat het soms snel kan gaan voor een band, dat bewijzen The Bohicas. Nog maar enkele optredens gespeeld en al getekend bij een fameus label, en dat allemaal op basis van een YouTube-filmpje. Op het internet is er ook zeer weinig te vinden van dit jong viertal: slechts 2 nummers. Doch worden ze de laatste weken duchtig geprogrammeerd door Studio Brussel. Maar zijn ze dit snelle succes wel waard? Dat mogen ze hier direct bewijzen.

The Bohicas vliegen er vanaf het begin fameus is. De eerste nummers zijn mokerslagen die het publiek direct doen verlangen naar meer. Van een trage start of een voorzichtig begin is hier geen sprake. Zonder scrupules trekken ze hard van leer. Maar na enkele nummers wordt er op de rem gestaan. Het post-punk begin van de set wordt omgebogen naar commerciële pop-rock, met hier en daar wat emotionaliteit, zeemzoet. Dit blijkt niet hun sterkste werk te zijn. Het klinkt een beetje te gekunsteld, te commercieel, te klef.

Naar het einde van de set toe laten ze zien waar hun sterkte ligt. Opnieuw wordt er fameus op de gaspedaal getrapt en het tempo, alsook het niveau schiet strak de lucht in. 3 nummers van hoog niveau die bewijzen wat deze zéér jonge Britse band in zijn mars heeft.  De single “XXX” alsook “The Swarm” (de enige twee nummers op hun soundcloud) passeren uiteraard ook de revue. En met dit slotsalvo houden de heren het voor bekeken.

Voor een band die nog maar een handvol optredens achter de rug heeft komen ze zeer overtuigend over. Maar ze kunnen uiteraard niet wegstoppen dat ze nog maar kort bezig zijn. Vooral het gebrek aan goeie nummers speelt hen nog parten. Hopelijk vinden ze snel de weg die ze willen volgen en schrijven ze nog wat extra materiaal. Zijn ze de hype waard? Voorlopig nog niet. Maar met enkele extra songs onder de arm kan het altijd snel gaan.
We zien ze graag terug op Pukkelpop waar ze de rest van België kunnen overtuigen van hun kunnen.
Misschien dat ze tegen dan al 20 optredens gespeeld hebben? Het kan enkel helpen.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge (Leffingeleuren)

The Subs

The Subs – “We can only take happiness, and I think that’s the key, that’s the goal”

Geschreven door

Zwart-witte hoodies en beschilderde gezichten. Hees gescandeer op “Fuck that Shit”. Kwalitatieve plastic wereldbollen die tijdens “Face of the planet” het publiek ingekeild worden. Een halfnaakte “Pope of dope” met een aan de hand vastgeplakte microfoon die als een deus ex machina uit de coulissen komt gevlogen. Dat staat in het wikipedia van menig festivalganger gelijk aan The Subs. Met het materiaal op hun eerste twee albums ‘Subculture’(2008) en ‘Decontrol’(2011) heeft de elektroband met Gentse roots het perfecte materiaal - en vooral volk - in huis om van hun optredens een recht toe recht aan en extreem dansbaar en bezweet feestje te maken.

Maar wat met album nummer drie ‘Hologram’ ? Waar de vorige songs vooral mikten op (donkere) opzwepende beats, die typisch vervormde Subs-bliepgeluidjes en extatisch veel high voltage wordt ons met de proevers “Concorde “ en “Trapped” (al weken niet meer uit mijn hoofd te krijgen, zo catchy) een warm, volwassener en soulvol geluid voorgeschoteld. Het verblijf van frontman Jeroen De Pessemier in melting pot Londen en de evolutie in de (online) samenwerking met Wiebe Loccufier en nu ook Hadrien Lavogez zorgen op de nieuwe worp voor een weldadig uitgebreid soulpopspectrum, of wat toch voor soul/pop doorgaat voor de groep.
The Subs hebben behalve de intro en exit samen met een amalgaam van zangers en zangeressen muziek gemaakt, en opeens krijg je breekbare verhalen, diepe emoties en words of wisdom te horen van oa Jay Brown, Selah Sue en underground artiest Danny Greene, zonder dat die typische Subsbliepjes (hoe anders verwoorden) genegeerd worden.
Maar hoe vertalen ze dit naar hun live performance in de Vooruit ? In de volle concertzaal en in blauw laag licht komen de drie mannen bij “Trapped” zeer elegant op, in strak futuristisch pak en met elk een metalen box op hun hoofd (Daft Punk is niet ver weg). Met de warme stem van Colonel Abrams op band start het drietal vrij rustig op. Middenin het nummer gaan de helmen – gelukkig voor hen en voor het publiek – af en maken ze zich verder klaar voor de nog onbekende “Under my skin” en “Live in a dream”.
Echte zware party-interactie met het wel aandachtige publiek is er nog niet, totdat de band, “For old times sake” zoals De Pessemier het noemt, een wel zeer energieke versie van “Music is the new religion” brengt. Zonder pauze volgen een machtig kitscherige maar o zo goed en gebald gebrachte “Concorde” (“Toi, le Concorde, qui n’existe plus”, zalig gewoon) en “Kiss my trance” en daar is het gespring en de vele handen die het bekende Subs-driekhoek vormen.
De Pessemier, soms zonder kostuumjas en zonder shirt, klimt als vanouds overal op en raakt in de knoop met draden, Lavogez gaat van het ene naar het andere instrument, constant kauwgum kauwend, en Loccufier blijft er als derde punt van de driehoek zeer geconcentreerd bij. Dan komt een piepklein stukje van de monoloog “The bottle” er zeer distorted aan en gaat het zeer vloeiend over naar ”Don’t stop” en het prachtige “Cling to love”. De aandacht van het publiek verslapt eventjes, totdat het opzwepende “Face op the planet” het publiek nu volledig uit zijn dak doet gaan.
De charismatische frontman crowdsurft halfnaakt door het bezwete Vooruit, maakt als een Mozes een doorgang door het enthousiaste publiek en laat iedereen knielen en dan jumpen op nieuw en bestaand materiaal als 27, “The pope of dope” en “Fuck that shit”. En nieuw voor The Subs is het ietwat melige afsluiten en een ode aan “The people in love” met het echte liefdesliedje “Fly”.

Heren van The Subs, we wensen jullie een prachtig festivalzomer toe, en het ziet er zeer rooskleurig uit want op ‘Hologram’ staan een aantal serieuze kanshebbers om de boel nog langer te doen knallen.
En een grote merci voor de feest-mindfulness boodschap “We can only take happiness, and I think that’s the key, that’s the goal”, deze zullen we lustig delen.

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 323 van 498