logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Jimmy Eat World

Jimmy Eat World – Stevige band, teleurstellend publiek

Geschreven door

 Ze komen uit Arizona, USA; ze hebben ondertussen al acht studio albums, drie live albums en één compilatie uitgebracht; en toch moet het gezegd worden: de naam Jimmy Eat World zal bij velen geen belletje doen rinkelen tot "The Middle" erbij geneuried wordt.

Jim en z'n bandleden zijn op tour om hun nieuwe album ‘Damage’ te promoten, een plaat die door velen gezien wordt als de terugkeer van ‘Bleed American’-era Jimmy Eat World. Toch kwamen er zondagavond van de 25 liedjes op de setlist, slechts 6 uit de nieuwe plaat. Het ietwat oudere publiek kreeg dus meer dan genoeg ouder materiaal om van te genieten. En mogen we er trouwens even bijzeggen dat het, in deze tijden van alsmaar kortere concerten, een plezier was om nog eens een stevige, lange setlist te mogen horen?

Opener was een band uit New York, genaamd Rival Schools. Met een grunge-achtig sound een goed gekozen voorprogramma, hoewel de band op zich niemand omver blies. Er werd erg de nadruk gelegd op het gitaarwerk (dat bovendien naar het einde van hun set een beetje van z'n pluimen leek te verliezen) en heel wat minder op de vocals. Jammer, want de frontman had best een aangename stem wanneer ze niet verloren ging. Het publiek was niet echt onder de indruk maar luisterde wel aandachtig, en Rival Schools kon het podium verlaten met een behoorlijk applaus.

Op naar de hoofd act dan. Jimmy Eat World kwam stipt op tijd het podium op gewandeld, en vloog er na een vriendelijke begroeting meteen in. Nieuwe en oude songs werden afgewisseld maar toch duurde het tot "A Praise Chorus" dat het publiek echt mee was. Een trend die zich doorheen het concert zal herhalen, de aanwezige fans waren duidelijk meest vertrouwd met de albums ‘Futures’ en ‘Bleed American’.

De gemiddelde leeftijd van het publiek zorgde er natuurlijk ook voor dat de reacties wat meer ingetogen waren: geen hysterisch gegil, wel een zee van schuifelende voeten en knikkende hoofden. De band liet het niet aan hun hart komen en speelde lustig verder. Hoogtepunten waren "Futures" en "Work", "Let It Happen" en "Pain", en de onvermijdelijke explosie tijdens "Sweetness" en "Bleed American" als afsluiters. De tragere momenten mogen ook niet vergeten worden: een akoestische versie van "You Were Good" kwam erg goed over, en de onvermijdelijke klassieker "Hear You Me" nog meer. Ook de encore stelde niet teleur: een beetje trager dan de meeste bands zouden kiezen, misschien, maar dat werd allemaal vergeten tijdens de tijdloze afsluiter: "The Middle". Laten we een nieuwe regel instellen: wie niet danst tijdens "The Middle", hoort niet thuis op een Jimmy Eat World concert.

Samengevat: een stevig concert, zoals we van Jimmy Eat World wel gewoon zijn. Laat het publiek nu de volgende keer wat meer zijn best doen en dan zit het helemaal goed.

Setlist:
I Will Steal You Back - Big Casino - My Best Theory - Appreciation - Your New Aesthetic - Lucky Denver Mint - A Praise Chorus - Hear You Me - Book of Love - Futures - Polaris - Work - You Were Good (solo, akoestisch) - Heart Is Hard to Find - Damage - Let It Happen - Pain - Blister - No, Never - Always Be - Sweetness - Bleed American
Encore:
Chase This Light - 23 - The Middle

Neem gerust een kijkje naar de pics
Rival Schools - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4311
Jimmy Eat World - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4312

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Fai Baba

Fai Baba - Worstelend met een kater

Geschreven door

Fai Baba is niet meteen een grote naam maar wel een groep die het verdient om ontdekt te worden en de 4AD wou hen hierbij een handje helpen door er een gratis (althans voor de leden) concert van te maken. Mooi gebaar maar daar had duidelijk niet iedereen een boodschap aan want de opkomst was bedroevend laag. Bijzonder jammer want het aloude cliché werd hier nog maar eens bevestigd : de afwezigen hadden ongelijk.

Opener van de avond was het Antwerpse gezelschap Lightning Vishwa Experience. Veel volk op het podium (met zijn zessen) dat desondanks zorgde voor eenvoudige, dromerige pop met een hoog lo fi gehalte. Bij momenten best wel intrigerend waarbij de harmonieuze samenzang tussen zanger Vishwa (Gerrit Van Dyck) en de hemels klinkende zangeres Sarita opviel. Zelden een tweede stem gehoord die zo bepalend was voor het groepsgeluid. Niet alles klonk even sprankelend, een paar keer gleden ze af richting wat te gladde en iets te veel naar de radio lonkende pop (o.a. de single "Milky sea", die dan wel door enkelen in de zaal herkend werd).

Fai Baba uit Zurich was reeds een tiental dagen aan het touren en ze hadden er blijkbaar elke avond een uitbundig feestje met de nodige drank van gemaakt. In die mate zelfs dat de bassist gewoon op zijn bed bleef liggen en de groep er dan maar met zijn drieën aan begon. Echt problematisch was dat niet : twee gitaren en drums volstonden om hun eerste songs, die zich ergens situeerden in de psychedelische garagerockhoek, appetijtelijk te laten klinken.
Na het tweede nummer verscheen plots de bassist dan toch, "back from the grave" zoals zanger Fabian Sigmund zei, om in kleermakerszit mee te spelen. Met hem klonk de sound wat voller maar na een vijftal songs hield hij het zonder een woord uitleg voor bekeken. Een hardnekkige kater blijkbaar. Gelukkig konden de overige drie, die er ook niet allen even fris uitzagen, het wel uitzingen.
Fai Baba bleek vooral de groep van Fabian Sigmund, een buitenissige kerel met een stem die soms deed denken aan een jonge Thom Yorke (Radiohead) maar vooral aan Ryan Sambol (zanger van The Strange Boys). Fai Baba werkte in het verleden ooit samen met Viva L'American Death Ray Music en het zoeken naar minder voor de hand liggende songstructuren hebben ze wel met die Amerikaanse band gemeen. Halverwege dreigden ze toch even weg te zakken in het moeras der middelmatigheid en net toen ik een enorme behoefte voelde opkomen om luidkeels "rock-'n-roll" te schreeuwen zetten ze een sublieme cover van The Gories in. Hiermee bewezen Sigmund en de zijnen nog maar eens dat ze niet voor één gat te vangen zijn. Het werd het startsein voor een spetterende rush naar de eindmeet.
Fai Baba is een groep die zoekt, probeert en durft, niet altijd met evenveel succes maar toch steeds blijft fascineren. Eigenlijk een beetje zoals de club die hen uitnodigde.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Valerie June

Valerie June – Kwalitatief hoogstaand van een levenslustige dame!

Geschreven door

De Amerikaanse Valerie June uit Memphis, Tennessee is naast een mooie verschijning met haar lief gezichtje en lange opgekrulde dreadlocks,  een enthousiaste,  optimistische, zelfverzekerde, praatlustige ‘young lady’ met wie je probleemloos de nacht aan de bar kan doorbrengen . Ze kan alvast haar plaats van herkomst niet verraden. Een beetje lekker dagdromen dus , en eerlijk gezegd, dat kan je ook op haar muziek .  Zuiderse rootspop waarin blues , soul, gospel, folk , country en bluegrass is verweven. Ze heeft al een paar platen uit , maar breekt hier nu pas definitief door met ‘Pushin’ again a stone’ , met de hulp van Dan Auerbach van de Black Keys.
 
Ze plaatst het akoestisch en elektrisch gitaarspel voorop in haar broeierige sound , ondersteund van contrabas , viool en drums ; of je bent helemaal ontroerd als ze solo op banjo en ukelele enkele nummers speelt . Ze charmeert verder door haar innemende, heldere, indringende, gevoelige soms doorleefde vocals .
Deze dame kan perfect op elk festival terecht, en zeer zeker mag Couleur Café of Festival Dranouter om de hoek kijken .
Meteen werden we aan de grond genageld toen ze solo een traditional inzette . De twee leden schuifelden bij en bouwden het rauw dampende “Shakedown” op . Het hier gekende “Workin’ woman blues” klonk bezwerend, aanstekelijk  en had ergens die woestijnblues- ritmiek  van Tinariwen en Tamikrest . De respons was groot en daar speelde June gretig op in. Ze heeft overal wel een verhaal en staat al van jonge leeftijd op eigen benen om haar weg in de muziekbusiness te zoeken. En ze doet ons mannenhart sneller slaan . Goedlachs vertelde ze dat er bij de merchandise , naast de promo, misschien ook wel een bh kon bemachtigd worden …
Haar sing/songschrijverstalent en de muzikale stijlvarianten werden vanavond onderstreept. Intieme songs krijgen een extraverte push . Je kwam verder uit op uitstekende nummers als “This world is not my home”, “Somebody to love”, “Keep the bar open” en de titelsong. ‘Saloonbarmusic’, waarbij het materiaal de nodige zeggingskracht kreeg  … In een mum van tijd was de uitermate boeiende set voorbijgesneld.
Naar het eind op “You can’t be told”  en “Raindance” kregen de instrumenten nog meer ruimte en vrij spel . Tussenin werd  een aangrijpend en pakkend “Twined & Twisted”  geweven . In de vrij korte set misten we als toetje een song als “Wanna be on your mind” , maar niet getreurd, wat we te horen kregen was kwalitatief hoogstaand van deze getalenteerde, levenslustige , dynamische 30 jarige sing/songschrijfster en multi-instrumentaliste …

Ze was in België voor een paar optredens in de kleine clubs en haar tweede optreden in de Bota ging opnieuw niet onopgemerkt voorbij . Ohja, aan de merchandise was ze duidelijk in voor een babbel , maar bleef de bh’s wel opgeborgen … Volgende keer beter!

Neem gerust een kijkje naar de pics
Ben Miller Band - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4309

Valerie June - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4310
Organisatie: Botanique, Brussel

The National

The National - Vorst Nationaal in een passionele wurggreep

Geschreven door

The National lijkt vandaag één van de weinige grote bands in wording die de kleinere zalen noodgedwongen achter zich moeten laten maar toch de eigenheid en de intensiteit van hun muziek weten te behouden. Bands als Kings Of Leon en Editors zijn op dat gebied al veel te ver over de schreef gegaan en zelfs Arctic Monkeys flirtten vorige week in Vorst met enkele onrustwekkende sporen van bombast. Om maar te zeggen, iedereen moet groeien, maar de één verdrinkt al wat sneller in hoogmoed dan de ander.
The National brengt als geen ander de intimiteit van een warme kamer naar de grote zalen. Op de grotere festivalpodia zorgde de band eerder dit jaar met adembenemende sets voor een hartige en intieme sfeer, en dat voor een grote menigte, je moet het maar doen.

In Vorst deden ze het nog eens met verve over. Dat is, de reputatie van die galmende betonbunker in acht genomen, toch een opmerkelijke prestatie voor een band die eerder sombere en integere songs smeedt in plaats van meezingbare rock anthems.
The National nam Vorst in een wurggreep met voornamelijk een hoop pareltjes uit hun laatste twee platen ‘High Violet’ en ‘Trouble will find me’, die omzeggens allebei even schitterend zijn. De passionele frontman Matt Berninger legde als gewoonlijk met behulp van een paar flessen wijn zijn volledige ziel in de songs. In diens stem herkenden we de begeestering van Nick Cave, de devotie van Ian Curtis en de vervoering van Stuart Staples. De broertjes Aaron en Bryce Dessner zorgden de ganse avond voor een onblusbaar knetterend gitaarvuur en een paar blazers stuwden de temperatuur naar eenzame hoogtes.
Live bleek nog maar eens hoe knap al die songs waren, wij konden omwille van de aanhoudende opeenvolging van hoogstandjes hier dan ook geen hoogtepunten van eventuele dieptepunten (die er sowieso niet waren) onderscheiden. Bloedmooie en innemende songs als “I need my girl”, “This is the last time”, “Sorrow” en ”Pink Rabbits” pakten met glans Vorst Nationaal in en deden al onze haartjes rechtstaan. “Bloodbuzz Ohio”, “Anyone’s Ghost”, “Afraid Of Everyone” en “Graceless” bereikten een ongekende intensiteit. Met “Abel” liet The National zich van hun meest loeiende kant bewonderen, Berninger sneerde en brieste alsof hij in een volbloed punkband was verzeild geraakt.
Naarmate de set vorderde werd de sfeer uitbundiger, de zaal heter en Berninger nog gekker. De bevlogen zanger kwam steeds gretiger uit zijn pijp. Dat hij in al zijn ijverigheid tijdens het extatische ‘Mr November’ er flink naast zong, vergeven we hem. Het was al verwonderlijk dat hij vanuit die enthousiaste menigte (de zot was ondertussen al in de tribunes geklommen) überhaupt nog zijn micro kon vasthouden. Berninger had tegen dan toch al lang Vorst Nationaal voor zich gewonnen, een beetje onstuimig vertier was hier nu wel op zijn plaats.

Dit was nu al bijna twee uur lang een memorabele en gepassioneerde avond die met een ultieme trap op het gaspedaal nog een keer explodeerde in het orgelpunt “Terrible Love.
Het akoestische “Vanderlyle Crybaby Geeks” bracht tot slot nog wat extra kippenvel teweeg, het was een innig mooi einde van een bijzonder sterk en uiterst bezield prachtconcert.

Organisatie: Live Nation

Mintzkov

Mintzkov – te koesteren Belgisch bandje!

Geschreven door

Het Antwerpse Mintzkov rond zanger/gitarist Philip Bosschaerts is al aan de vierde cd toe . En daaraan wordt een heuse clubtour gekoppeld . De ex Humo’s Rock Rally winnaars onder Mintzkov Luna toen, krijgen terecht heel wat lof omtrent hun songmateriaal, wat gerespecteerd en erkend wordt , maar een serieuze doorbraak blijft uit : de melodieus weerbarstige songs zijn mooi uitgewerkt en kunnen strak, sfeervol, opwindend als gevoelig klinken. Hun materiaal biedt voldoende afwisseling, springerige, slepende als innemende broeierige ritmes , kleurrijke groovende keys en fraaie vocale harmonieën met bassiste Lies Lorquet. Dromerige pop met weerhaken dus . Ze hebben een eigen identiteit ontwikkeld die definitief  dat dEUS lint kan doorknippen .

De levens- en verlies ervaringen van het recente ‘Sky hits ground’ werden hier vanavond samengeperst. O.m. met een broeierige “Old words”, het sfeervol, pakkende “Ages & Days” , het dromerige gekende “Word of mouth”  en “Runners high” , waarbij de gitaren tegen elkaar opboksten. Jawel , de nieuwe plaat kwam duidelijk in de picture en Jasper Maekelberg van het van de support Faces on TV kreeg een bloemetje gesmeten gezien hij samen met het kwintet de nummers mixte .
Ze wisselden het af met het vroegere werk , wat sterk werd onthaald , “Author of the play” zat al vroeg in de set en verderop hadden we een snedige “One equals a lot” en “Opening fire”.  Mintzkov boeit en intrigeert door de opbouwende diepe , zalvende basstunes en stuwende drums. Andere oudjes “Mimosa” en “Ruby red” overtuigden evenzeer.
Even onderhouden waren aantrekkelijke , aanstekelijke versies van “Slow motion full ahead”, “The state we’re in” en “Weapons”  ; die de extravertie, de groove , het avontuur  en de subtiliteit van de Mintzkov - songstructuur onderstrepen. Het tont nog maar eens aan dat het kwintet verschillende richtingen durft uit te gaan, niet verdwaalt in een eenzijdig geluid , en creatief, dynamisch te werk kan gaan, wat  hen sterk maakt .
In de bis hadden we trouwens een uiterst originele versie van Stromae’s “Wonderful/ Formidable” , waarbij het Frans en het Engels elkaar gedegen kruisten. “United something” kreeg een push forward , was opwindend en besloot op overtuigende wijze het concert.

Mintzkov had een goed gevulde Balzaal achter zich , maar verdient meer  … Het goed op elkaar ingespeeld gezelschap  brengt degelijk doordacht, emotievol materiaal , dat getuigt van songschrijverstalent. Gretig en gemotiveerd werd het gespeeld!

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in de Muziekodroom, Hasselt
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4298


Organisatie: Democrazy, Gent

Touché Amoré en Self Defence Family, JC Klinker Aarschot op 14 november 2013

Geschreven door

Touché Amoré en Self Defence Family, JC Klinker Aarschot op 14 november 2013

Post-hardcore leeft! … Beleef het met Touché Amoré en Self Defence Family
Neem gerust een kijkje naar de pics

Self Defence Family - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4322
Touché Amoré - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4321

Organisatie: Heartbreaktunes

Pavlov’s Dog

Pavlov’s Dog - Virtuoze progfolk voor drama queens

Geschreven door

Pavlov’s Dog - Virtuoze progfolk voor drama queens
Pavlov’s Dog
Vooruit
Gent

Wie tijdens een dood moment al eens googled naar lijstjes met ‘The weird voices of rock’ zal al gauw botsen op ene David Surkamp, beter bekend als de enigmatische frontman van het illustere 70ies gezelschap Pavlov’s Dog. Haar cultstatus heeft deze uit St. Louis afkomstige band in grote mate te danken aan de debuutschijf ‘Pampered Menial’ (‘75), een fenomenaal werkstuk waar virtuoze progrock en dramatische popsongs hand in hand gaan. Na een geflopte tweede plaat ging de groep echter al gauw op de fles, en moesten fans zich decennia lang zoet houden met diverse bootlegs en wat solo exploten van Surkamp.
Sinds 2010 staat een soort reïncarnatie van Pavlov’s Dog regelmatig terug op de planken, met naast Surkamp enkel voormalig Chuck Berry drummer Mike Safron als originele leden. Opmerkelijk genoeg zitten zowel nieuwe als overjaarse fans wel degelijk te wachten op deze verknipte reünie, getuige een afgelopen donderdag tot de nok gevulde Vooruit.

Anno 2013 lijkt de groep uitgegroeid tot een soort familiebedrijfje met maar liefst twee koppels op de loonlijst. Naast David en zijn overigens muzikaal redelijk overbodig vrouwlief Sara Surkamp heeft het zevenkoppige gezelschap ook wat vers bloed in de rangen met o.a. bassist Rick (bas) en Abbie (viool) Hainz Steiling. Vooral deze laatste nam meteen het voortouw tijdens het instrumentale opwarmertje “Savage” gevolgd door twee iconische stukken uit ‘Pampered Menial’, “Fast Gun” en “Late November”. Het publiek was meteen mee toen van meet af aan bleek dat er nog maar verbluffend weinig sleet zat op Surkamp’s vibrerende alt. Zijn bijna vrouwelijke stem staat zo bol van melancholie en pathos dat zelfs ruimdenkende fans van Rush en early Placebo hier ook wel pap moeten van lusten.
Na wat dan heet een veilige start ging de band ook wat grasduinen in hun andere albums die op papier niet altijd garant staan voor sterke live momenten. Zo staan
nummers als “I Don’t Do So Good Without You”, “Wrong” en “Canadian Rain” nu niet bepaald te dringen voor een plaats in onze platenkast, maar door de doorwinterde en virtuoze muzikale aanpak van de groep werd enige zweem van meligheid toch ternauwernood vermeden. Vanachter zijn zonnebril ontpopte Surkamp zich bovendien tot een begenadigd verteller en oogstte hij sympathie bij het publiek met ludieke complimentjes over de cultuurstad Gent. Maar evengoed zorgde hij voor een spreekwoordelijke krop in de keel wanneer hij herinneringen bovenhaalde over Siegfried Carver en Doug Rayburn, twee oorspronkelijke leden van de band die intussen het tijdelijke voor het eeuwige hebben ingeruild.
Tijdens een sterk laatste half uur passeerde met het instrumentale niemendalletje “Preludin”, een lang uitgesponnen “Of Once And Future Kings”, “Theme From Subway Sue” (een ludieke fonetische verbastering van de oorspronkelijke titel “Someday Soon”) en het apocalyptische “Song Dance” zowat de helft van ‘Pampered Menial’. De bombast waarmee deze nummers de zaal werden ingeblazen stond in schril contrast met de sobere akoestische aanpak van Surkamp tijdens de eerste encores. Op z’n dooie eentje stak hij de zaal in z’n broekzak met “Lost In America”, het titelnummer van de erg magere comeback plaat van Pavlov’s Dog uit ’90 dat in Gent werd uitgekleed tot het beste nummer dat Elliott Murphy vergat te schrijven.
Met het dramatische “Julia” heeft ook Pavlov’s Dog zijn eigen “Nights In White Satin” beet: een radiovriendelijk nummer waar de groep van generatie op generatie wordt mee vereenzelvigd en de pensioenkas van de Surkamps moet helpen spijzen. Ook in Gent was het weer raak en waren tijdens die drie magische minuten nergens meer dolle vijftigers te vinden dan in de Vooruit.

Bring back the good old days’ mijmerde een voldane Surkamp tijdens het afsluitende “Valkerie”. Ruim twee uur lang waren hij en zijn makkers daar inderdaad in geslaagd, en dat zonder al te vaak te vervallen in cheesy sentiment. Pavlov’s Dog lijkt dus nog lang niet rijp voor het Golden Years circus, tenzij natuurlijk daar plots een garnizoen drama queens zou opduiken.


Organisatie: Live Nation

Volcano Choir

Volcano Choir – Warme intensiteit!

Geschreven door

Vanavond was ik getuige van een nieuw natuur fenomeen. Het Koninklijk Circus was te betreden op eigen risico om het Volcano Choir ( Vulkanische Koor’) uit Winsconsin te aanschouwen.  Een Amerikaans dream team binnen de indie-rock waarin 7 verschillende personen maar liefst vijf verschillende bands vertegenwoordigen, zoals:  Collections of Colonies of Bees, All Tiny Creatures, Group of the Altos, Death Bleus, Pele en Justin Vernon het alter-ego van Bon Iver.
Deze band bouwde, in mij ogen, met hun eerste album ‘Unmap’ een berg,  die nu vier jaar later door de opvolger ‘Repave’ uitgegroeid is tot een echte vulkaan. De lava van de liederen zijn triest, krachtig en hoopvol tegelijk. Ze weten perfect een complex muzikaal geheel te brengen tot simpel luistergenot. Het album ‘Repave’ is dus geen beklimming van de vulkaan, maar eerder een picknick op de berg ernaast waar je geniet van de zonsopgang achter de vulkaan. Benieuwd of deze zon zal opkomen tijdens het concert of de vulkaan zal uitbarsten?

Een Belg kreeg de eer om het voorprogramma van deze topband te spelen. Het was de Waal Benoît Lizen die op zijn eentje het volledige podium voor zich nam. Alle lichten waren gedoofd op één spot na die recht op hem scheen. Met zijn breekbare stem en ingetogen folkie sound wist hij de aandacht van het publiek gedurende zijn eerste nummers voor zich te winnen. Naarmate het volk binnenstroomde zorgde deze ingetogenheid ervoor dat hij zoek geraakte in de massa. De songs van deze Waal waren verlegen, schattig en leuk. Zijn teksten daarentegen waren moeilijk te verstaan. Soms was het raden in welke taal hij zong, maar ondanks dat… Een Belgische muzikant om trots op te zijn!

Het publiek was klaar voor Volcano Choir. De lichten gingen uit waardoor het publiek enthousiast werd, maar zolang het applaus duurde verscheen er geen kat op het podium. Een nieuwsgierige stilte volgde dit applaus op. Thomas Wincek, toetsenist en bediener van een robot vol klanken, wandelde het podium op, wachtte op stilte en sloeg vervolgens de eerste orgelnoot van het nummer “Tiderays” aan. Op dit signaal verschenen de andere muzikanten uit de coulisse. Het geklap werd voor een vijftal seconden onthaald door de band waarna Justin Vernon al ‘neen-schuddend’ met zijn hoofd plaats nam aan zijn kansel. De complete stilte zorgde voor een intense sfeer waardoor ieder instrument dat inviel je mee op sleeptouw nam naar een bombastische climax. Deze opbouw komt doorgaans veel terug in de nummers en zorgde iedere keer opnieuw voor enkele handjes in de lucht.  Door verschillende nummers aan elkaar te kleven in feilloze overgangen probeerde de band een bepaalde sfeer vast te houden. Hierdoor kwamen sommige nummers veel intenser over.

Volcano Choir verraste het publiek met “Valleyonaire” en “The Agreement”, twee nieuwe nummers. Persoonlijk vond ik dat deze nummers uit de toon vielen. De rustige, dromerige, opbouwende  sfeer viel voor mij weg door deze twee intermezzo’s. Het publiek kon deze twee songs beter appreciëren.
Een hele show lang zagen we hoe Justin Vernon vanachter zijn kansel al gebarend de teksten van zijn liederen illustreerde aan het publiek. Met zijn stemcomputer wist hij vele klanken te creëren en effecten te gebruiken  waardoor zijn nummers een extra dimensie kregen. Al vond ik dat deze ook konden zorgen voor een overkill die de puurheid van de song bedreigde, voornamelijk bij het nummer “Tiderays” stoorde de effecten op zijn stem.
De hoogtepunten van het optreden waren de nummers “Byegone” waarbij het publiek wild ging op de meebrulbare “Set sail” en  het laatste nummer “Still” waarbij de drummer eindeloos bleef slaan op zijn trommels.

De band verliet het podium definitief na hun bisnummer “Youlogy”. Één van de prachtigste afsluiters die ik ooit heb gezien. Memorabel hoe Justin Vernon met zijn stem soleerde op een prille begeleiding van een gitaar en cimbaal. De gitarist, Daniel Spack, , nam spontaan een meditatie pose aan en sloot zijn ogen om mee te genieten met het publiek. Het was een intens warme afsluiter. Bedankt Volcano Choir!

Setlist
Tiderdays, Comrade, Valleyinaire, Keel, Dancepack, Triumph, Alaskans, Acetate, Byegone, Stil
l
Bis: Almanac, Youlogy
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4304


Organisatie: Botanique, Brussel

Kadavar

Kadavar - Uiterst energieke neanderthaler rock

Geschreven door

Een mens houdt het niet voor mogelijk, maar Kadavar komt uit Duitsland, een land dat even rock’n’roll is als een stuk schuimrubber. Er zijn gelukkig uitzonderingen die de regel bevestigen.

Het even baardige als opwindende trio Kadavar heeft al twee platen uit waarmee ze zichzelf terug in de tijd gekatapulteerd hebben naar een wereld van bronstige neanderthaler rock met gierende solo’s, loeiende drums en stampende riffs. Had je enkele duizenden jaren geleden een stelletje gespierde holbewoners een gitaar in hun harige poten geduwd, dan hadden ze er gegarandeerd een potige sound als die van Kadavar mee gesmeed.
Black Sabbath en Pentagram zijn de hoofdingrediënten die live op een hoogst energieke wijze worden herbereid tot een gloeiende hardrock stoofpot die tegelijkertijd zeer retro als verduiveld energiek is.
Er gaat splijtend vuurwerk van uit en de lange haren en dito baarden wapperen terdege in het rond. Stomende riffs, striemende solo’s en robuuste drums zorgen voor een woelige brandhaard van knetterende oerrock. Een uitbundig Kadavar houdt het strak en opwindend en kiest voor efficiënte elektriciteit in plaats van ellenlange uitweidingen. Bloedstollende tracks als “Doomsday Machine” (wat een riff!) en “Come back to life” zetten het kot in vuur en vlam en in de het spacy psychedelische “Purple Sage” wordt er Hawkwind-gewijs heerlijk uit de bol gegaan.
Kadavar bedient zich meer dan een uur lang van een kloek en heftig geluid die ze hoegenaamd niet zelf uitgevonden hebben maar waar ze wel een paar ferme kloten aan toegevoegd hebben. Belegen seventies rock is dit in geen geval, wel forse en snedige hardrock die aan een serieuze heropleving bezig is met bands als Graveyard, Radio Moscow en Rival Sons. En dat kunnen wij alleen maar toejuichen, onze luchtgitaren draaien weer overuren.

De viking metal van de Zweedse support act Year Of The Goat is niet veel soeps, beetje Iron Maiden, beetje Mercyful Fate en heel veel cliché’s. Met maar liefst drie gitaren fabriceren ze nog geen derde van het voltage dat door Kadavar wordt voortgebracht.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4313
Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

 

Primal Scream

Primal Scream - Een uitstekende tweede helft

Geschreven door

Afgelopen zomer stond Primal Scream nog op De Lokerse Feesten, waar ze de affiche deelden met Beady Eye, die noodgedwongen moesten afzeggen. Liam Gallagher en de zijnen werden vervangen door White Lies, maar voor elke Britpopper die z’n ticket speciaal voor Beady Eye had aangeschaft werd Primal Scream die avond tot headliner gebombardeerd.
Een grote verantwoordelijkheid, maar dankzij onder meer het uitzonderlijk hoog charmegehalte van zanger Bobby Gillespie pakten ze het publiek helemaal in. Bij thuiskomst twijfelden we even of we onze bakkebaarden niet moesten afscheren en ons haar te laten groeien als dat van Bobby. Met andere woorden: we vroegen ons af of Beady Eye daar ooit nog over was geraakt. White Lies alleszins niet.

Er werd dan ook terecht uitgekeken naar hun optreden op 13 november in De Vooruit te Gent. Geen perfectere plaats om The Scream live aan het werk te zien. Ten eerste is het een prachtige zaal met een heuse muzikale voorgeschiedenis, en ten tweede is er ook nog de politieke voorgeschiedenis: De Vooruit is, historisch gezien, het mekka der Gentse socialisten.
Gillespie is diep vanbinnen een punker van het type Joe Strummer. Sloganesk, maar nooit hol. Maatschappijkritische spreekbuis van een verloren generatie via het best denkbare medium: rock ’n’roll. En daarnaast moet je hem ook niet leren hoe een publiek te entertainen. Van alle markten thuis, die man.

Alle ingrediënten voor een topavond, denk je dan. Niks was minder waar. Wat een verschil met de Bobby Gillespie van de vorige twee Belgische doortochten. Was hij toen nog die onvervalste entertainer, dan leek hij er nu allesbehalve zin in te hebben. Wij zijn geen druggebruikers, noch dokters, maar het leek er sterk op alsof Bobby zich in hogere sferen bevond.
Het begon nochtans vrij stevig met “2013”, “Hit Void” en “Jailbird”, niet dat het de meest perfecte versies waren, maar power zat er wel in. Al snel werd ook duidelijk dat we hier ook te maken hadden met een heel aantal geluidstechnische problemen: zo stond Andrew Innes’ leadgitaar veel te luid, de gezangen dan weer veel te stil en klaagden groepsleden zowat continu over het geluid in de monitors.
Gillespie’s enthousiasme daalde met de minuut, zelden iemand zo koel naar zijn publiek weten te kijken. Vreemd voor iemand die bekendstaat om zijn eeuwige, herkenbare glimlach en de interactie met het publiek. Toen hij vroeg of iedereen alright was, vroeg iemand zich terecht af of hijzelf wel alright was. Hij brabbelde iets over het slecht geluid in de monitors, altijd ambetant voor een artiest, maar zoiets zou eigenlijk nooit mogen voorkomen en neigt wat naar amateurisme.
Nummers als “Goobye Johnny”, “Accelerator” en “Tenement Kid” leken de passende nummers voor de band’s gemoedstoestand. Traag, depressief, en apestoned.  Het publiek werd in slaap gewiegd, en het leek wel alsof Bobby zelf ook de voorkeur gaf aan een bed. We waren bijna vergeten dat ze al een uur aan het spelen waren.

En plots was het daar. De aha-erlebnis die niemand zag aankomen. Waar iedereen verwachtte dat Primal Scream pijnlijk ten onder ging gaan, besloot Gillespie de boel om te gooien. Die monitors moesten dichter, zo kon hij de liefde van het publiek voelen. Een meesterzet zo bleek. Uit het niks stond hij terug met overgave te zingen, en vooral, want dat misten we misschien nog het meest, te dansen. Als de setlist een sonnet was, dan was “It’s Alright, It’s Ok” de volta. De nieuwe wending.
Op de antifascistische disco “Swastika Eyes” werd geraved en met “Country” Girl” en het onvermijdelijke “Rocks” eindigden ze met hun twee meest Stonesy nummers.
Nu we een flits hadden gezien van wat ze in staat waren, uptempo nummers, hits zowaar, met volle overgave en zichtbaar genietend gespeeld, konden ze het niet maken er nu al de brui aan te geven. Bovendien hadden ze ook nog geen enkel nummer van het legendarische “Screamadelica” album gespeeld.
Het eerste nummer van de bisronde was met een vijftien minuten durende versie van “Higher Than The Sun”(toepasselijke titel), waar bovendien ook nog eens een snippet van “Who Do You Love” van Bo Diddley inzat, wellicht het hoogtepunt van de hele avond. Al moest het nummer erna ook niet echter onderdoen: “I’m Losing More Than I’ll Ever Have”, een wonderschone ballad met eerbetonen aan zowel The Faces (“Stay with me! Stay with me!”) als, alweer, The Stones (“baby, have mercy on me”). De remix die Andrew Weatherall van dat nummer maakte, bevatte weinig tot niks van het origineel, maar was wel dé doorbraaksingle voor de band: “Loaded”. Bobby spreidde tijdens het no.1 party anthem van begin jaren ’90 de beentjes en schudde naast met zijn graatmagere billen, ook met zijn sambaballen. Zo zien we het graag.
De meer dan twee uur durende set leek te eindigen met “Movin’ On Up”, maar de band wist van geen ophouden en speelde doodleuk “Rocks” opnieuw. Het deed ons denken aan een frats die Peter Doherty ook nog zou uithalen. Zijn optreden in De Vooruit vorig jaar vertoonde eigenlijk vrij veel raakvlakken met dit, een valse start met een plotse ommekeer en vervolgens van geen ophouden weten. Na “Rocks” bleef Bobby Gillespie minutenlang op het podium staan om iedereen te bedanken. Telkens als hij een woord probeerde te zeggen, kwam er een nieuwe lachbui in hem op. Hij beweert zelf, net als Pete, clean te zijn, en nogmaals; wij zijn geen druggebruikers, noch dokters maar bij deze verschijning stellen wij ons vragen.

Primal Scream in De Vooruit, dat was: een set van meer dan twee uur met een barslechte eerste helft en een uitstekende tweede. Wij bleven verwezenlijkt achter, niks aan te doen. Zo word je kampioen.

Organisatie: Democrazy Gent

The Drones

I See Seaweed

Geschreven door

Omdat om onbegrijpelijke redenen de nieuwe van The Drones in Europa straal genegeerd werd zijn wij nu pas van het bestaan van deze ruwe parel op de hoogte. Schande.
Enig opzoekwerk leert ons dat de plaat al in maart werd gereleased, maar geen spoor ervan bij NME, Pitchfork, Uncut, Oor, Mojo of waar dan ook. Hoe kan zo iets ?
De Australische pers en ook het Amerikaanse toonaangevende Rolling Stone waren blijkbaar wel tijdig bij de pinken, ginder botsen we op alleen maar op lovende recensies. En terecht, godverdomme.

Het was al van 2008 geleden dat de Australiërs met ‘Havilah’ hun laatste wapenfeit leverden. Tussendoor is de kwetsbare frontman Gareth Liddiard nog wat dieper in zijn eigen ziel gaan graven op de akoestische soloplaat ‘Strange Tourist’, een weinig hapklare brok therapie voor getormenteerde zielen.
Vijf jaar zaten we dus al op ‘I See Seaweed’ te wachten, maar deze duistere en geestdriftige hap ongetemde melancholie is verdomme het wachten waard.
‘I See Seewead’ is een typische knarsende en bijtende Drones plaat geworden die even diep kerft en kruisigt en als de ongeslepen diamantjes ‘Wait long by the river and the bodies of your enemies will float by’ en ‘Gala Mill’. De groep huist terug binnen die karakteristieke en ongrijpbare Australische woestijnsound van The Birthday Party, The Scientists, Beasts of Bourbon, Crime and the City Solution en Nick Cave & The Bad Seeds. De plaat snijdt zo diep dat het bloed hardnekkig dagenlang aan de vingers blijft kleven.
Liddiard legt al meteen zijn getekende ziel bloot in de desolate en beklijvende titelsong. De geest van Nick Cave waart rond in het aangrijpende “How to see trough fog” en het emotionele “They’ll kill you” en wordt er overmand door korzelige Crazy Horse gitaren. “A moat you can stand in“ is een ziedende brok razernij waarin Liddiard briest als een opgejaagde hyena en “The Grey Leader” is een ballad die door Pearl Jam kon zijn gemaakt na een aanranding door een stel uitgehongerde alligators. Even beangstigend als indrukwekkend is “Laika”, een homp nakend onheil die zich naar een orkestrale apocalyps toe werkt. De sensitieve en sinistere afsluiter “Wy write a letter that you’ll never sent” is eigenlijk een wondermooie kerstsong, maar dan eentje om af te spelen in Satan’s optrekje, nabij de gezellige warmte van het vagevuur.
Gruwelijk mooie plaat.

Future Of The Left

How to stop your brain in an accident

Geschreven door

Eerder dit jaar had Future of The Left, het eigenzinnige combo dat destijds uit de restanten van het al even dwarse en ongeëvenaarde MC Lusky is opgetrokken, al een aardige teaser uitgestuurd met de pittige EP ‘Love songs for our husbands’.
Nu is daar het nieuwe compromisloze album en dat is nog een stuk straffer, een welgemikt schot in de roos.
Een geïnspireerde en zeer snedige Andrew Falkous staat de ganse tijd op scherp en levert een set gepeperde en roodgloeiende songs af met agressieve gitaren die door de muren harken en loodzware bassen die voor een heftige dreun op uw bakkes zorgen. Zet daarbovenop de frontale vocals van Falkous, een tomeloze punk attitude, een set accurate songs en flarden spitse humor, en je hebt een bom van een plaat die zijn gelijke niet kent.
De sublieme en kurkdroge openingstrack “Bread, chees, bow and arrow” doet ons aan het weergaloze Shellac denken, de song gaat tot op het bot en is de inzet van een even intens als fenomenaal album dat uitblinkt in originaliteit en spitsvondigheid.
Future of The Left lijkt uit dertien hoeken tegelijkertijd te komen, het is punk met weerhaken (“Donny of the decks”), hardcore zonder oogkleppen (“The real meaning of Christmas”, “Things to say to friendly policemen”), indie met een hoek af (“How to spot a record company”, “She gets past around at parties”) of pop met ongekende eindbestemming (“French Lessons”, “Why aren’t I going to hell”).
Formidabele tegendraadse muziek zoals ook Fugazi, At The Drive In, Therapy?, Art Brut, Wire, Pissed Jeans, Big Black en The Jesus Lizard plegen te maken op hun beste momenten.
Een plaat die nog explosiever is dan een legertje zelfmoordterroristen die zich verzameld hebben aan de voet van een op uitbarsten staande vulkaan.

Disappears

Era

Geschreven door

Het Amerikaanse Disappears uit Chicago heeft al een paar cd’s uit en kwam  in de picture met hun garagerock’n’rollende shoewave toen Steve Shelley van Sonic Youth plaats nam achter de drumkit .
De band rond Brian Case (ex The Ponys) zweert de invloeden van shoewave en krautrockritmes zeer zeker niet af op de recente plaat . Ze klinkt donkerder . Een aanhoudende spanning en dreiging  hangt in de donkere , slepende songs, die intrigeren door de repetitieve ritmiek . Een vreemd amalgaan van postpunk, gothic rock, no wave , industrial en shoewave, gekenmerkt van monotone zangpartijen . “Ultra” , “Elite typical” en “New house” zijn lang uitgesponnen en uitgediept, ze zijn grimmig , rusteloos , uitdagend en doen op die manier ergens The Fall , The Chills , Pale saints , Theatre of hate , Swans en Einstürzende Neubauten opborrelen . Er valt dus heel wat moois te rapen op de plaat!

Splashh

Comfort

Geschreven door

De groepsnaam Splashh luidt het al deels in … Dit gezelschap brengt dromerige, zorgeloze, zoetsappige zelfs zomers indiepop . Splashh is een Brits/Australisch/Nieuw-Zeelands kwartet die heel wat indie invloeden samenbrengt in een broeierig aanstekelijke sound .
De songs zijn inwisselbaar , maar klinken goed en ontspannend . Je komt hier wat uit op vroegere bands als The Chills, The Clean en verder 90s Ride en My Bloody Valentine. Songs als “Headspins” en “Washed up”  krijgen een noise injectie toegediend van grungepop , die we hoorden van The Breeders. Verder liggen ze in het verlengde van een Beach Fossils en Wavves. Op relaxte wijze gaan we door het songmateriaal! Leuk plaatje.

Palms

Palms

Geschreven door

Palms is een nieuw project gevormd door leden van Isis (bassist Jeff Caxide – drummer Aaron Harris – gitarist Bryant Clifford Meyer) en Chino Moreno  van Deftones. Je kan er zeker niet omheen dat dit een kruisbestuiving is van Isis en Deftones door de  bezwerende, slepende ritmes en de opzwellende , breed uitwaaierende partijen die hun donkere postrock – postmetal sieren.
De zes songs zijn mooi uitgediept en hebben een broeierige spanning en intensiteit. Elk van de leden levert zijn bijdrage om zo’n werkstukken te realiseren, gedragen door die kenmerkende dromerige kreunzang van Moreno . Het zijn eerder sfeervolle nummers, waarbij de eerste wat meer dreiging hebben en de andere grimmige soundscapes laten horen. Af en toe druipt er wat elektronica door in de sound , maar dat hadden we ook al bij beide bands .
Voor wie het opdoeken van Isis nog niet echt verteerd heeft , heeft met dit project een handig alternatief om de rouw te verwerken !

Jagwar Ma

Howlin’

Geschreven door

Twee Australiërs die een bezwerende, uiterst genietbare, dansbare trip brengen van songs die nauw leunen aan de Britse ‘Madchester’ rave scene , poppsychedelica , punkfunk en elektronische dansmuziek . “The throw”, “Four” en “Exercise” zetten alvast de dansmoves in. Jagwar ma zit ergens tussen Stone Roses, Primal Scream , The Rapture , The Music , Happy Mondays en Caribou in . “Let her go” en “Man I need” zijn zo geplukt uit die nineties stal .
We houden wel van dit jong duo , die een British revival op poten zetten met een reeks aantrekkelijke, aanstekelijke, dromerige groovende songs . Fijne plaat!

No Joy

No Joy – Shoegaze rules!

Geschreven door

Vanavond nodigt La Péniche ons opnieuw ten dans uit. Ditmaal mogen we ons aan het Canadees gezelschap No Joy verwarmen. Shoegaze van de bovenste plank, of dat zou het toch moeten worden. Het voorprogramma had jammer genoeg al een tijdje op voorhand afgezegd. Dus vanavond slechts 1 band. Maar wel degene die ik moest zien en daarom geen grote ramp. Zo kan ik op deze door de weekse dag toch op tijd mijn bedstee opzoeken.

Shoegaze is ook in ons land opnieuw aan een kleine revival toe. Als jonge exploten hiervan zou ik nogmaals The Spectors willen promoten. Shoegaze van eigen bodem, ik krijg er niet genoeg van. Maar geen Belgen dus deze keer. Want ook in Canada zijn er nog bands die zich door het genre laten verleiden.
Blijkbaar is de revival nog niet echt aan de gang in Frankrijk, want de opkomst is mager, zéér mager. De toeschouwers zijn bijna op 2 handen te tellen. Blijkbaar ligt een weekdag dan toch moeilijk in een toch grote stad als Lille, of heeft het wegvallen van het voorprogramma toch wat aantrekkingskracht van het optreden weggenomen? Wie zal het zeggen. Het is nogal demotiverend voor een band. Maar gelukkig geeft de band geen moer om en gaan ze furieus van start.
Distortion blijkt het sleutelwoord te zijn, want behalve de drums blijft geen instrument hiervan bespaard. Het geeft het geheel een mooie fuzz, die bij shoegaze onmisbaar is. De 2 gitaren en de bas blazen het oorsmeer uit onze oren en maken de baan vrij voor heerlijke klanken. Dat het soms wat rommelig klinkt valt niet te ontkennen, maar stoort ook op geen enkel moment. Wie zuivere muziek en klanken wil horen gaat beter elders heen. Ook de zang ontsnapt niet aan een lading effecten en leunt perfect bij die fuzzy gitaren.
Dat de band echter meer is dan alleen maar effecten en pedalen hoor je aan de poppy melodieën en de soms verrassend punky gitaarriffs. Er zit, achter de muur van geluid, wel degelijk veel muziek in. En dat maakt dat deze band de middelmaat meer dan overstijgt. Ze kunnen nummers schrijven.
Zijn er nog songwriters Sire? Ja en ze komen uit Canada. Dat shoegaze niet alleen voor mannen is, is al langer geweten en dat valt hier ook te bewonderen. Want de twee gitaristen zijn vrouwen. Eén ervan neemt ook de zangpartijen op zich. Toont ook aan dat Humo's Rock Rally niet zaligmakend is, want daar bestaan de bands nog altijd voornamelijk uit mannen. Vrouwen aan de macht dus! En dat heb ik maar wat graag.

En zo snel als het begon, zo rap was het alweer gedaan. Na nog geen 3 kwartier zat het er alweer op. Zou het beperkt publiek dan toch zijn sporen hebben nagelaten. Ik vond het jammer dat het optreden niet wat langer duurde. Maar kwaliteit gaat nog altijd boven kwantiteit zeker. We zullen het maar daarop houden .

Op 30 november kan je deze band zelf eens gaan beluisteren, want dan komen ze in de Magdalenazaal in Brugge. En hopelijk is er dan heel wat meer volk. Ga dat zien!!!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Foals

Foals – Muzikale splinterbommen

Geschreven door

Het uit Oxford afkomstige Foals brak in het voorjaar definitief door met de single “My number” uit de derde cd ‘Holy Fire’ . Geen goed bewaard muzikaal geheim meer van een band die indie, postpunk en punkfunk  evenwichtig samenbrengt en – balt.

Loon naar werk dus, waarbij het kwintet rond podiumbeest Yannis Philippakis een spannend broeierige rock set neerpoot en houdt van aantrekkelijke , opzwepende synthritmes en gitaarriedels .  De nummers sprankelen, bruisen , zijn bezwerend, werken aanstekelijk op de dansspieren en blijven boeien door de melodieuze  wendingen .
Foals laat songs aanzwellen , opbouwen , exploderen , uit de bocht gaan en weeft er sfeervolle, rustige passages aan , zonder aan emotie en intensiteit in te boeten .
Een mooie catalogue kregen we van hun drie verschenen cd’s totnutoe , een afwisseling van dartelend en dromerig materiaal, met een zanger die graag dichtbij z’n publiek is, zich ten volle laat gaan en geniet van de felle aanmoedigingen; hij was dan ook met gitaar in zijn publiek te vinden .
Het is dan ook niet verwonderlijk dat enkele stekelige nummers als “Spanish Sahara”, “Red sox pugie” en “Inhaler” beheerst werden uitgediept, stroomstoten kregen , en waar nodig durfden te gieren om dan in alle intimiteit uit te deinen ; ze behoorden tot het beste van de avond, samen met die optimistische prachtsingle “My number”  , het vitaal volle “Providence”  en natuurlijk prijsbeest “Two steps twice” in de bis, dat nog steeds (heerlijk overtuigend) nazindert.
De charismatische Yannis hield zijn publiek bij de leest . De instrumentale opener “Prelude” van de recente cd  bracht ons meteen in de juiste stemming door z’n effects , de gitraargrooves en de wisselende ritmiek . Gretig ging het kwintet verder te werk , met intrigerende versies van oudjes “French open” en “Olympic airways” . Een interessante lijst aan nummers dus.
Een extravert dynamisch  geluid , waarbij af en toe eens wat vaart kon worden terug genomen als bij het dampend funkende “Miami” , het slepende “Milk & black spiders” en het etherische “Late night”. Toegegeven hier mocht de recente single “Out of the woods “ nog worden toegevoegd , want de song paste zeker in dat rijtje door z’n finesse en subtiliteit .

Bij deze belangvolle Britse band viel vanavond ‘opnieuw’ alles op z’n plaats . Foals houdt van muzikale splinterbommen en brengt een sterke live présence , dartelend , twinkelend , ergens strak , ergens dromerig en pakkend. En eerlijk gezegd , van hen hebben we in al die jaren nog geen zwak optreden gezien . Foals - Te koesteren band dus!

We waren minder te vinden voor de artrock van Everything Everything . Tja , ergens is er  de mosterdsmaakje van een Foals te proeven door die broeierige , stekelige opbouw met z’n  energieke opstootjes , maar boeien en verrassen deed het allesbehalve. Daarnaast irriteerde de  bevreemdende falset zang en theatrale bewegingen van de zanger .
Everything Everything - Mager Beestje!

Organisatie: Live Nation

Bob Dylan

Bob Dylan - Tamme Dylan

Geschreven door

Omdat wij tonnen respect hebben voor het fenomeen Dylan, omdat de meester een heuse shitload aan schitterende songs en briljante albums heeft gemaakt tijdens zijn indrukwekkende carrière, omdat het (Lou Reed in gedachten) omwille van zijn gezegende leeftijd van 72 wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat we de legende live aan het werk konden zien. Daarom, beste mensen, zijn wij zondag naar Vorst getrokken. Wisten wij veel dat we van een kale reis zouden terugkeren.

Na vanavond vinden wij het toch een beetje eigenaardig dat Dylan steeds verkondigt dat optreden zijn leven is en dat hij er mee zal doorgaan tot op het bittere eind, gewoon omdat dat hetgeen is wat hij het best kan en het liefst doet. Enige vorm van speelplezier viel alleszins niet af te leiden uit zijn apathische houding op het podium, hij gaf een verveelde indruk en werkte zich routinematig doorheen zijn songs, alsof het een verplicht nummertje was.

Bovendien was hij al stipt om 20.00 hr aan de klus begonnen terwijl het publiek nog volop aan het binnenstromen was. Hoe sneller hij er van af was hoe vroeger hij zijn bed in kon, zo leek het wel. Er waren weinig tekenen van emotie of bezieling te bespeuren bij de eens zo bevlogen rasartiest. De gitaar liet hij volledig links liggen en maar sporadisch haalde hij de mondharmonica boven.
Hij nam vrijwel de ganse set plaats achter zijn keyboard en ging af en toe stokstijf voor de microfoon staan.
Ook vocaal zat hij met een hardnekkige kikker in de keel, zijn stem bleek geëvolueerd van die typische nasale en begeesterde reutel naar een eentonige baritongrom waarin nog weinig animo weerklonk. Onsterfelijke songs als “Blowin’ in the Wind” en “Simple twist of Fate” werden ondermeer door die rochelstem de nek omgewrongen. Op de koop toe had hij kennelijk ook nog zijn groep aan banden gelegd, de ongetwijfeld zeer bedreven muzikanten speelden de ganse avond met de handrem op.
Door de sobere opzet van het podium en een zeer povere verlichting viel er visueel weinig te beleven, Dylan was ook letterlijk een schim. Nu, een heuse lichtshow hadden we niet verwacht of gehoopt bij Dylan, hier zou de muziek op zich overtuigend genoeg moeten zijn. Let wel, soms was dit ook zo, maar de begeesterde momenten waren te schaars, toch zeker voor een artiest van dit kaliber. Aangename opflakkeringen in deel één waren het lekker rollende “Duquesne Whistle”, een zinderend “Pay in Blood” en een boeiend “Love Sick” waarmee de ouwe eindelijk op dreef leek te komen. Dan toch, dachten we, maar onze vernieuwde hoop werd algauw terug in de kiem gesmoord toen Bob doodleuk een pauze aankondigde. Pauzes worden wel vaker ingelast bij dergelijke oudjes, maar het blijven dooddoeners voor ieder concert.
Na de koffie (bij dergelijke concerten lijkt een koffiepauze ons meer toepasselijk dan een stormloop op de biertoog, Dylan is al lang geen rock’n’roll meer) waren er enkele bekoorlijke momenten met “Forgetful Heart” en “Scarlet Town”, mooie ballads waarin plots wel een krop emotie kwam bovendrijven. Ook de onvervalste blues “Early Roman Kings” was nog een hartverwarmend hoogtepunt, maar dat was het dan zo een beetje. Het viel ons trouwens op dat Dylan op zijn scherpst klonk in zijn meest recente songs uit ‘Tempest’, een album dat wij nochtans geen hoogvlieger vonden. Het waren dan ook de enige songs die er live beter uitkwamen dan hun studioversie. Over de rest konden we kort zijn : de plaat is beter.

Dylan liet zijn publiek achter met een zweem van vertwijfeling en we merkten in de wandelgangen dan ook weinig enthousiaste reacties op. Doch niemand durfde het echt aan om zich helemaal negatief uit te drukken. De verbouwereerde fans hadden het hier immers over de ontzagwekkende Bob Dylan, en die zou wel eens vanachter hun schouder kunnen meeluisteren om hen vervolgens een genadeloos nekschot toe te dienen. Sommigen vonden het jammer dat Dylan zijn bekendste songs in de kast liet. Daar hadden wij dan weer geen probleem mee, het maakte ons niet uit wat hij speelde (excellente songs genoeg), als hij er maar genoeg geestdrift en passie in zou leggen. Maar daar wrong nu juist het schoentje vanavond, er zat te weinig ziel of begeestering in, het was allemaal een beetje vlak, we zouden zelfs voorzichtig het woord saai in de mond durven nemen.

Geen goed rapport dus, en zeker niet voor iemand die de naam Dylan draagt. Pensioen is een optie.

Organisatie: Gracia Live

I Love Techno 2013 - Breathe to the Beat

Geschreven door

I Love Techno 2013 - Breathe to the Beat
ILT 2013 - Parking op, koffer open, muziek aan. Wie de start van de negentiende editie van I Love Techno 2013 gemist heeft, zat waarschijnlijk nog met een drankje in zijn hand op één van de vele minifeestjes op de parking. I Love Techno heeft een reputatie tot over de grenzen van ons Belgenland, en dat zag en hoorde je meteen bij aankomst. Als je internationale feestvierders vraagt waarom ze speciaal tot hier komen, bekijken ze je aan alsof je een vraag hebt gesteld waarvan je de enige bent die het antwoord niet weet: „voor de goede affiche, natuurlijk!

Helmut Lotti op I Love Techno? We hebben het lang niet geloofd tot we de bewijzen zwart op wit zagen. De Compact Disk Dummies mochten het indoorfestival aftrappen en stuntten met een Belgische topper. Misschien heeft Helmut wat inspiratie opgedaan voor een nieuwe Lotti goes - reeks, het publiek kon zijn komst wel smaken.

Wij waagden onze eerste danspasjes op de set van Bakermat. De Nederlandse dj was begin dit jaar bekend geworden bij het grote publiek met zijn brave hit „Vandaag”. We vreesden aanvankelijk een beetje voor teveel braafheid, maar hij kon ons toch verrassen met veel variatie. Hij sloot zijn set af met zijn bekendste plaat en iedereen haalde enthousiast zijn denkbeeldige saxofoon boven.

Daarna bleven we even in de zaal, want wie het Britse duo Disclosure aan het werk wou zien, was maar beter vroeg aanwezig. Veel volk kwam opdagen en de toegangspoort van de Green Room werd al snel toegeschoven. 2013 kon voor deze Britten niet meer stuk. Hun debuutalbum ‘Settle’ werd goed onthaald, mede dankzij het catchy „White Noise” en het prachtige „Latch”. Bij het horen van deze nummers werd het publiek uitzinnig, maar van begin tot einde brachten de broers een set  van jewelste en de sfeer was fantastisch. Ongetwijfeld één van de toppers van de avond.

Van de Green Room gingen we naar de Red Room, waar we hoopten te smullen van een beetje girl power van Nina Kraviz. We misten echter wat power, ze kon ons niet boeien. Als je vòòr Mister Deejay Laurent Garnier komt te staan, zijn de verwachtingen natuurlijk een stuk hoger. Laurent Garnier is een vaste waarde op het festival en hij leunt qua stijl nog altijd het dichtst bij de kern van het festival, namelijk techno. Deze meneer dwingt respect af, vanaf de eerste beat die hij door de boxen laat knallen. Toch konden wij het niet opbrengen om de set volledig uit te doen.

Martin Garrix stond namelijk ook op ons verlanglijstje, dus het was tijd om ons naar de Blue Room te begeven. Dillon Francis was er nog de dirigent van een serieus feestje, het publiek was zichtbaar aan het genieten. Garrix nam over met een compleet andere stijl, maar met evenveel zin om er stevig in te vliegen. Voor de tweede keer deze avond voelden we dat het écht goed was. Als je op je zeventiende op hetzelfde tijdstip mag draaien als toppers zoals Laurent Garnier en The Bloody Beetroots, ben je volgens ons toch al héél goed bezig. Het lichtspektakel versterkte de sfeer in de zaal en op Animals werd er g-e-f-e-e-s-t!

Nieuwsgierigheid leidde ons tot bij Baauer. Heel wat minder volk in de zaal voor de Amerikaan, maar zijn fans benutten hun extra dansruimte volop. Hiphop gemixt met dancebeats, het is de ideale formule om je dansenergie kwijt te raken. Harlem Shake-gewijs mag je gerust wild gaan, alles kan en alles mag. Nadien twijfelden we even tussen Booka Shade en Digitalism. Jammer genoeg vonden we bij geen enkele van de twee écht onze gading. Hét moment dus om ons oog ook eens wat te entertainen.

Als je groovy danspasjes je in de steek lieten, kon je nog altijd proberen om te scoren met je outfit. Wie naar I Love Techno gaat, trekt niet zomaar een outfit aan. Bovendien moet je om op te vallen tussen 30.000 bezoekers toch wat meer moeite doen dan alleen een flashy zonnebril op je neus. Pruiken, maskers, fluo t-shirts, fluo leggings (voor mannen!), vikinghelmen, paardekoppen en berenmutsen (warm!). Als je het helemaal af wilde maken, koos je gewoon voor één volledige outfit. Prinses, Batman, wandelend skelet, indiaan, hert, koe, konijn, of zelfs een Romeins keizer. Werkelijk iedereen kon je daar tegenkomen. Wie niet was voorbereid op zoveel carnavalspektakel, kon nog altijd beroep doen op de make up- & hairstand op het festival zelf. Leuke ontspanning tussen twee optredens door.

Nog steeds geen tijd om naar huis te gaan, want er stond nog Goose (Live) te wachten. Goose sleepte diezelfde avond nog de Red Bull Elektropedia Award binnen voor Beste Live Act. Die prijs was zeker geheel terecht. Ook Yellow Claw trad volledig live op, en sloot de Orange Room af. Yellow Claw had dit jaar een hit met die andere bekende Hollanders van The Opposites „Thunder”. Deze hit brachten ze in ware slowstijl, inclusief aanstekers, maar de ontploffing in de zaal bleef uit. We houden er wel van als een MC zijn publiek opjut, maar daardoor kwam er nooit echt tempo in de set. De vermoeidheid speelde ons natuurlijk parten. Niet alleen wij waren vermoeid, ook de andere feestvierders waren zichtbaar uitgeput. Sommigen lagen uitgeteld op de grond, waar een Chill Out Room allemaal niet goed voor is…

Stemmen gaan op dat I Love Techno te ver weggaat van zijn kernconcept, namelijk techno. Dat ze met hun brede aanbod dancemuziek te commercieel worden en de echte technofanaten daardoor wegblijven. Wat ons betreft mag het indoorfestival deze koers blijven volgen en vele aanwezigen zullen dat bevestigen.
Volgend jaar de twintigste verjaardag op 8 november 2014, plan het alvast in je agenda!

Organisatie: I Love Techno - Live Nation

Zappa plays Zappa

Zappa plays Zappa - Het bovennatuurlijke Zappa vakmanschap

Geschreven door

De Gentse Vooruit was behoorlijk volgelopen voor Zappa Plays Zappa, het gezelschap waarmee Dweezil nu al een paar decennia lang de ronduit fenomenale muziek van vaderlief Frank laat verder leven.
Meer dan de helft van de aanwezigen waren uiteraard de gebruikelijke Zappa freaks (Zappa heeft geen fans, Zappa heeft freaks!), lui die bij elke noot die aangeslagen wordt meteen weten welke song het is, uit welk album dat komt en wie de muzikanten waren die er op meespeelden. Het soort gasten die, tot groot ongenoegen van hun vrouw, thuis een ganse kamer in beslag hebben genomen met hun Zappa collectie en memorabilia (geen idee hoe het komt, maar Zappatitis is in 99 % van de gevallen een mannelijke aandoening, vrouwen die aan het virus lijden zijn even onvindbaar als kleurlingen op een Vlaams Belang congres).

Een mens kan zich afvragen waarom een briljant gitarist als Dweezil nu al een derde van zijn leven de wereld rondtrekt met enkel en alleen het -weliswaar zeer omvangrijke- repertoire van zijn vader. Wij proberen het u uit te leggen. De geniale Frank Zappa (straks in december 20 jaar dood, en sedert kort een robbertje aan het vechten met nieuwkomer Lou Reed die op zijn zachtst gezegd geen ‘freak’ was) was een meesterlijk songschrijver, een begaafd componist, een wonderbaarlijke humorist, een excellente tekstschrijver en een fenomenaal gitarist. Te veel talenten om in één spermalading door te geven aan zijn nageslacht, zo bleek. De fortuinlijke Dweezil heeft het gitaartalent meegekregen, en dat is al heel wat. Aan goede songs schrijven heeft hij een broertje dood. Waarom zou hij ook, als er gewoon een immense berg uitmuntend songmateriaal in zijn erfeniskast ligt. Om de royalty’s hoeft hij zich geen zorgen te maken, hoe meer platen uit de onmetelijke backcatalogue van Frank worden verkocht, hoe beter Dweezil er van wordt.

Voor de laatste tournee had Dweezil zich, samen met zijn uitstekende muzikanten, verdiept in ‘Roxy & Elsewhere’, één van de zovele vijfsterren platen van vader. Bij wijze van opwarming koos men eerst nog voor het instrumentale “The Gumbo Variations” uit het superbe ‘Hot Rats’, dit om snel even aan te tonen welke bedreven muzikanten hier op het podium stonden. Zowaar geen prutsers, zeg ik u. Een glansrol was hier weggelegd voor de geweldige saxofoniste Sheila Gonzalez, en Dweezil toverde al bij wijze van inleiding een eerste indrukwekkende solo uit zijn mouw.
Vervolgens  was de integrale vertolking van ‘Roxy & Elsewhere’ nagenoeg perfect, de muzikanten haalden stuk voor stuk ongekende hoogtes en ook de humor van de plaat werd vakkundig en lichtjes theatraal meegegeven (“Dummy Up” en “Cheepnis”).
‘Roxy & Elsewhere’ bevat wel meerdere moeilijke en ingewikkelde passages (welke Zappa plaat eigenlijk niet ?), de band wist hier knap raad mee en maakte het geheel uiterst vermakelijk en verteerbaar. “Echidna’s Arf of you” en “Don’t you ever was thing” liepen over van muzikale virtuositeit en Dweezil’s gitaarvernuft kwam wondermooi naar boven in het overheerlijke “Son of Orange County” en in het schitterende “More trouble everyday”. Om de plaat op jolige manier af te sluiten mocht in het behoorlijk geschifte “Be-Bop Tango (of the old Jazzman’s church)”  het publiek bij wijze van enkele knotsgekke danspasjes even deelnemen in de zotte Zappa capriolen.

Na een korte pauze was het tijd om vooral de virtuositeit van gitarist Dweezil nog wat meer in de verf te zetten. Hij soleerde met de genialiteit van de meester zelve in een betoverend “The torture never stops”, een bewogen “Florentine Pogen” en een prettig gestoord “I come from nowhere”. Als u geen liefhebber bent van virtuoze en lange gitaarsolo’s, dan zat u hier serieus uw tijd te verdoen. Als u zelf gitarist bent, dan ging u met een joekel van een minderwaardigheidscomplex naar huis (zo ook mijn jonge neef die tot voor vanavond nog dacht dat hij een aardig potje gitaar kon spelen).
De ganse band was, volledig overmand door die typische Zappa gekte, bijzonder goed op dreef in “Teen age wind”, “Teenage Prostitute” en “Wonderful Wino” (met een briesende roadie als overtuigende guest vocalist). En dan hebben we het nog niet over het werkelijk memorabele ‘Sheik Yerbouti’-  tweeluik dat de band in petto had met het razend knappe en buitengewoon geestige “Flakes” (waarin Sheila Gonzalez op bijzonder amusante wijze de fijne Dylan persiflage voor zich nam) en het gutsende “Broken hearts are for assholes”.
Omdat Zappa freaks er maar nooit genoeg van krijgen trakteerde Dweezil ons na ruim twee en een half uur hoogstaand amusement op nog twee absolute klassiekers. De band ging een laatste keer voluit op “Cosmik Debris” en de onvermijdelijke eeuwige rocker met die onsterfelijke gitaariff  “Muffin Man” als kers op de taart.

Dit was alweer een volle avond (drie uur, alstublief) puur Zappa vertier. De hemel voor de freaks, maar hier zou eigenlijk iedere muziekliefhebber moeten van snoepen. Onze vierde ontmoeting met Zappa Plays Zappa (the real thing hebben we gelukkig ook twee keer mogen meemaken), maar zeker niet onze laatste.
We kijken al vol verwachting uit naar de volgende ZPZ passage. En naar de setlist, natuurlijk.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4284
Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 336 van 498