logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

JTOTHEC

Somebody Had To Make This Record

Geschreven door

Via het Kortrijkse label May Way Records verschenen er verleden jaar enkele interessante releases. Zoals het alom bejubelde ‘Belgian Nuggets Vol1’ en Ugly Papas met ‘Atomium Pluto’. Het nieuwe jaar is nog niet helemaal droog en daar kondigden zich alreeds enkele beloftevolle releases aan. Naast de nieuwe Gèsman (ergens rond maart) is er nu ook het album van JTOTHEC (Jay to the C) dat op 16 februari zijn officiële release zal kennen in de Kreun , Kortrijk. Dit project is vooral het geesteskind van Jonas Casier (ook wel Jay Cee genoemd). Maar hij krijgt hier de medewerking van schoon volk zoals o.a. Peter Lesage (o.a. Gabriel Rios, Ertebrekers), Jeffrey Jefferson (Ertebrekers), DJ Sns (Brihang) en Jean Vanesse (eigenaar van de GreenHouse Studio).
Jonas Casier schreef zo goed als alle nummers. Enkel “Burnout Medicine” werd geschreven door Malik Ameer Crumpler. We spreken hier over funk. Jazeker dames en heren en dat in het zuiden van West Vlaanderen! En wat nog beter is,  dat het nog eens goed funkt zonder dat het parodie erop is. Luister maar eens naar de single “You Gotta Believe In You”. Dit is een funk single dat niet moet onder doen voor de beroemde voorbeelden in het genre. Het funkt, is catchy en bevat heerlijke funk gitaartjes en fijne backings. Daar is de nodige aandacht aan besteed maar het resultaat is een dijk van een funky,  poppy single. Van oorsprong komt de funk uit de afro-Amerikaanse cultuur. Het album klinkt dan ook wel wat afro Amerikaans. Nochtans zijn het hier allemaal Belgen die hun steentje hebben bijgedragen aan dit project. Maar songs zoals “Talking Backwards” of “Burnout Medicine” klinken zwart. We krijgen hier een mix van funk,soul en indiepop met synths/organs die de toon van de nummers zetten. “Love Can Do That” heeft wat soulinvloeden en is in een modern jasje gestoken. Heerlijk met die trombones en die prachtige vocals. Een heerlijke song dat zo als single kan dienen. Op “Not Black Nor White” lijkt de geest van Marvin Gaye rond te waren. De song drijft op een heerlijk ouderwetse orgelsound. Zo neemt dit heerlijke funky album ons mee tot aan eindtrack “Notice”
JTOTHEC heeft met ‘Somebody Had To Make This Record’ een dijk van een funkplaat gemaakt. Als ze erin slagen om de sfeer van deze plaat ook live te brengen dan gaan we van een feestje kunnen spreken.

The Glorious Sons

Young Beauties and Fools

Geschreven door

Wie graag het Canadese antwoord op The Kooks wil horen moet beslist eens luisteren naar deze band. Dit vijftal, onder leiding van de gebroeders Emmons, maakt het soort muziek dat hieronder kan vallen zonder dat ze een kopie van The Kooks zijn. Hier en daar zitten ook wel wat elementen die naar de jonge Neil Young verwijzen. Het is muziek dat popdeuntjes in een rockverpakking steekt, radiovriendelijk klinkt, enthousiasme uitstraalt en meezingbare refreinen voortbrengt. Ongevaarlijk maar het werkt verdomd verslavend.
We krijgen hier dus tien songs die thema’s aansnijden die typerend zijn voor tieners en jong volwassenen. Over de zoektocht naar hun plaats in de volwassen wereld en natuurlijk de zoektocht naar de ware liefde. Voor wie zich herkent in die thema’s kan ik zeggen dat hetgeen ze doen ze goed doen. De zang is goed en heeft een lichte grain in de stem. De refreinen worden telkens aangevuld met backings wat het wat meer zwier meegeeft. En elke song heeft wel iets, een gitaarlickje of een ander detail, dat het nummer net dat beetje extra geeft.
Draai de The Glorious Sons in de Afrekening of als Hotspot en binnen de kortste keren worden ze groot denk ik. De zanger ziet er iets minder gladjes uit dan die van The Kooks maar als hij wat charisma uitstraalt zou het ook wel een meisjesmagneet kunnen zijn.
Wil je dat checken dan moet je op 1 maart naar de AB waar ze hun album komen voorstellen.

3DFLY

3DFLY (EP)

Geschreven door

3DFLY is de samenwerking tussen Dirk Da Davo (Neon Judgement) en Make Makena (die o.a. productie en podia met The The, Screaming Trees en Bootsy Collins deelde). Ze leerden elkaar enkele jaren terug kennen op het Canarische eiland Fuerteventura. Daaruit ontstond deze samenwerking. Met als resultaat vier tracks. Vier tracks die aantonen dat Dirk Da Davo na The Neon Judgement nog verre van afgeschreven moet worden. Herinner ook de EP (DDDJMX( van 2017 (een samenwerking met Jean Marie Aerts) die best boeiend en scherp mag genoemd worden.
Op deze EP gaat Dirk op hetzelfde elan verder maar dan samen met Makena. Ook ditmaal horen we vier tracks die fris klinken. Opener “Avalanche” bevat heerlijk baswerk. De samenzang klinkt soulvol. Het geheel zorgt voor een zweterig en catchy danstrack. Ook op “How Much More” hebben de vocals een soulvibe. Deze track klinkt dromeriger en warmer. Op “Money Back” klinken de vocals urgent en zijn de lyrics scherp. De gitaren en synths gaan door merg en been. “Madness” is de vierde en laatste song op deze track. Dit is een prettig in het gehoor liggend nummer dat vrij dansbaar is en een tekst bevat dat toch vrij donker is.
3DFLY klinkt fris, modern, dansbaar en bezit de nodige weerhaakjes om de nodige diepgang te hebben. Dirk Da Davo schudt hier samen met Makena een prachtige EP uit zijn mouwen waarmee hij het verleden van zich afschudt en nieuwe wegen inslaat.

Video "AVALANCHE" :  https://www.youtube.com/watch?v=PnMIZ22dOOg

 

Maidavale

Madness is Too Pure

Geschreven door

In 2016 was ik wel onder de indruk van hun debuut ‘Tales of The Wicked West’. Ik was dan ook benieuwd wat deze release zou brengen voor deze vierkoppige band bestaande uit allemaal vrouwelijke bandleden. Maidavale is een Zweedse band dat ontstond in 2012.
De hoes straalt ontegensprekelijk een psychedelische vibe uit. Ze doet wat denken aan albumhoezen van bands zoals Love, Beatles, 13th Floor Elevators etc… Muzikaal doet Maidavale vooral denken aan bands zoals Jefferson Airplanes, Soft Moon en andere psychedelische rockbands uit de jaren zeventig. Haast vintage klinken ze. Met al deze elementen maken ze hun eigen versie van wat psychedelische rock inhoudt. En ze doen dat goed en de songs zijn tevens wat coherenter dan op hun debuut. Hoor je hier vernieuwende dingen? Nee dat niet, maar wat ze doen , doen ze goed.
De muziek bevat dus vooral gitaar en orgels naast de drums en bas. De zang lijkt ook weggelopen uit de jaren 70. Op opener “Deadlock” resulteert dat in beklijvende zang en heerlijk gitaargeweld. Maar alles blijft mooi binnen de perken en is samengebald in een song van drie minuten. Op dit album vind je solo’s maar geen oeverloze partijen die de aandacht afleiden. Op “Gold Mind” klinken ze catchy en herinneren ze aan bands zoals The Sweet, T Rex en zo. De song drijft vooral op de klank en de eenvoudige gitaarriff. Ze bevat tevens mooi percussiewerk. Zo komen er negen tracks voorbij waarvan geen enkel ontgoochelt.
‘Madness is Too Pure’ heeft een hoog entertainment gehalte. Het is goed geproduceerd en klinkt goed. De songs zitten goed ineen. Voor liefhebbers van, in jaren 70 gedrenkte, psychedelische rock.

Dirge

Alma-Baltica (EP)

Geschreven door

De Franse band Dirge onderging een hele metamorfose. Ze begonnen in 1994 met het maken van industrial metal en evolueerden via een meer atmosferisch geluid naar postmetal. Op de EP ‘Alma-Baltica’ gaat die evolutie nog een paar stappen verder.

Deze EP toont in een kleine 40 minuten Dirge in zijn meest uitgesproken ambient-vorm. Openingstrack “Alma” is nog meer atmosferisch en nog meer naar gericht op drone-achtige elementen dan alles wat ze eerder uitbrachten. Ze goochelen met geluiden, loops en andere herhalingen en effectjes en vormen zo een instrumentale, maar poreuze wall of sound op. Er gaat geen dreiging van uit en postmetal-elementen zijn hier niet langer tastbaar aanwezig.

De vijf nummers van deze EP stralen zeker ook geen vrolijkheid uit, eerder melancholie. Op “Red Dawn Tibesti” ontwaar je nog de echo van elektrische gitaren tussen de lagen elektronica, maar daar houden de verwijzingen naar het vroegere werk op.

“Black Shore” en “Baltica” schuren o.m. dankzij een paar heel eenvoudige gitaarakkoorden wel nog voorzichtig tegen de postmetal aan. “Pure” zet het slotakkoord met dan toch een beetje dreiging en bijna een aanzet naar de sludgemetal van de begindagen, maar het nummer verzandt al gauw in luchtige ambient en verstilde noise.

Hypnotiserend, esoterisch en meditatief, soms een beetje in de lijn van het meer experimentele werk van Tangerine Dream. Denk ook aan Treha Sektori, aan het traagste van Russian Circles en aan sommige nummers van onze eigen Turpentine Valley.

 

Disturbance

Tox Populi

Geschreven door

De Nederlandse punkers van Disturbance opereren ergens op de grens tussen Oi-, street- en anarcho-punk. Veel (anti)politiek, veel energie en altijd makkelijk mee te brullen. Denk aan de oude Britse oerpunkbands als Sham 69, UK Subs, The Exploited, The Damned en Cockney Rejects, of dichter bij huis: Funeral Dress, The Agitators en Discipline. Ze stonden reeds op Oilst Omploft, een festival waar metal en punk naast elkaar geprogrammeerd worden.

Op hun nieuwe album ‘Tox Populi’ krijgen die van Disturbance vocale bijstand van Sparky Philips van psychobilly-punkband Demented Are Go en van onze landgenoot Bart Raats (The Moe Greene Specials) op trompet. Maar de hoofdmoot is toch snelle punk die aanzet om te pogoën en mee te brullen. Enkel op “The Dark” wordt het gaspedaal niet van bij het begin helemaal ingedrukt en is er even wat ruimte voor nuance, wat meteen één van de sterkste nummers oplevert.

Andere instant-klassiekers zijn ongetwijfeld “The Virus”, “For You”, “Anvil Of Hate” en “Spirits”. Heerlijke old-school-punk met meer vuur en overtuiging dan de meeste nog overlevende Britse oerpunkbands. Live zal deze band nog makkelijker weten te overtuigen, maar ook deze studio-opname is absoluut geen aanrader voor wie bv. geduldig in de dagelijkse file naar Brussel moet staan aanschuiven.

 

:Nodfyr:

In een andere tijd

Geschreven door

:Nodfyr:, met de leestekens als integraal deel van de bandnaam die verwijst naar het eerste Nederlandstalige woord voor ‘Vuur’, wordt misschien wel de nieuwe ster aan de hemel van de folkmetal in de Lage Landen. Hoewel de band reeds sinds 2011 bestaat, is dit hun eerste EP. De amper twee songs op deze EP laten echter het beste verhopen.
Dat kan ook moeilijk anders als je de carrières van de drie bandleden van :Nodfyr: erbij neemt. :Nodfyr:-zanger Joris Van Gelre was in 2002 één van de oprichters van de tot ver buiten Nederland populaire folkmetalband Heidevolk. Hij bleef daar aan boord tot 2013. De twee andere leden van :Nodfyr: zijn Jasper Strik en Mark Kwint van Alvenrad. Met Alvenrad hebben ze ook zopas een album met vlotte folkmetal uitgebracht.
Op deze EP staan twee nummers: “In een andere tijd” en “Ode aan de IJssel”. Beide neigen eerder naar de pagan- dan naar de folkmetal. Deze songs zijn nog een toets minder vrolijk en vrijblijvend dan wat ze bij Heidevolk en Alvenrad brengen. Het is een plezier om de krachtige, dragende stem van Van Gelre hier helemaal tot zijn recht te zien/horen komen. Ook zijn de synths hier veel meer subtiel aanwezig dan bij Alvenrad. Je merkt dat ze met veel geduld en overleg aan deze tracks zitten sleutelen hebben. Hopelijk kunnen ze dit groepsgeluid ook live waarmaken.
Met twee nummers kun je een band soms moeilijk beoordelen, maar hier wijst alles erop dat het volgende studiomateriaal, dat :Nodfyr: inmiddels reeds aan het opnemen is, zeker en vast de moeite zal zijn.

Hookworms

Hookworms - Britse psych-rock met onstuimige synths

Geschreven door

Hookworms - Britse psych-rock met onstuimige synths
Hookworms
N.E.S.T.
Gent
2018-02-06
Sam De Rijcke

Hookworms is een bandje die met de release van het kersverse ‘Microshift’ nu plots overal met lof overladen wordt, maar ze verdienden eigenlijk al veel langer uw aandacht. Al vanaf ‘Pearl Mystic’ uit 2013 hadden wij door dat die gasten voor een krachtig nieuw geluid zorgden dat werd gedistilleerd uit extracten van zowel Spacemen 3, Spiritualized, Primal Scream als Hawkwind. Ook opvolger ‘The Hum’ was daar een sterk staaltje van. Voor de nieuwe ‘Microshift’ zijn ze met die sound het elektronicabos ingetrokken en hebben ze een flinke scheut LCD Soundsystem in hun sound gekieperd. En nu is plots iedereen wakker geschoten.

De nieuwe wending had zo zijn effecten op het podium, heel dikwijls in positieve zin maar ook af en toe in negatieve. Zo waren de heren een beetje te druk bezig met het frunniken aan de knoppen van hun toestellen waardoor de sound bij momenten nogal dicht geplamuurd en chaotisch klonk. Nu, dit had ook veel te maken met het feit dat de klank wel zeer scherp en luid stond afgesteld, Nest is vooralsnog niet de ideale concertzaal.
Hookworms combineerde de wilde uitspattingen van de eerste platen met de elektro-uitstapjes van de nieuwe. Soms leidde dat een beetje tot overkill maar over ’t algemeen kwamen de Britten overtuigend en energiek uit de hoek.
Als het echt spetterde dan klonk het tamelijk fantastisch. Dit was het geval in “On Leaving” en “Radio Tokyo”, niet toevallig twee sterkhouders uit hun vorige plaat ‘The Hum’. Hier was Hookworms fel op dreef en haalden ze hun beste ingrediënten boven, een verslavende groove, een stomend ritme, nerveuze doch efficiënte synths en gitaren die naarstig doorscheurden. De nieuwe songs bleken trouwens sterk genoeg om overeind te blijven, opener “Negative Space” bleek ook live een topper te zijn en “Static Resistance” en “Ullswater” brachten heel wat vaart in het zaakje.
En hoewel het eerste fameuze album ‘Pearl Mystic’ jammerlijk quasi volledig genegeerd werd hing de geest en de wilde sound van die plaat wel degelijk rond in hun set. Het ging er bijwijlen geschift, psychedelisch en wild aan toe.
Som sputterde de motor echter en kwam er te veel ongewenst prul uit. “Each Time We Pass”, ook al geen hoogvlieger op die nieuwe plaat, ging volledig de mist in en dat had veel te maken met de gastzangeres die een beetje zielloos haar part kwam inzingen. Het schuchtere mens bleek geen présence, geen stem en duidelijk ook geen goesting te hebben. Ook het poppy “Shortcomings”, één van de mindere momenten op de nieuwe plaat, weekte weinig beroering los.
“Boxing Day”, opgefleurd met een fijn ontspoorde sax, bleek dan weer een interessant krautrock zijstapje. De gastsaxofonist mocht trouwens op het podium blijven voor een geweldige afsluiter waarin Hookworms nog eens met verve alle registers open trok.

Een beloftevolle band met een bijwijlen geschifte maar intense sound. Er is hier en daar wel nog wat werk aan, een beetje overbodige beats en blieps elimineren zou geen slecht idee zijn.

Organisatie: Democrazy, Gent

Belle & Sebastian

Belle & Sebastian – 2018 - Tussen hamer en aambeeld

Geschreven door


Een tweetal jaar geleden stond
Belle & Sebastian in het Rivierenhof. De Schotten hebben er blijkbaar mooie herinneringen aan overgehouden, inclusief de muggen. Gisteren stonden ze zo’n tien kilometer verder (we zijn steeds slecht geweest in schatten) in de al even majestueuze Roma. De ideale setting voor onbeschaamde dagdromerij, nu maar afwachten of ze daar ook toe in staat waren, want hoe je het ook draait of keert: dit is een band op retour.

Eerst werden we opgewarmd door
Pictish Trail. Wie een druk concertleven heeft en al eens een support act wil meepikken (doen!) heeft ze zeker al eens gezien als voorprogramma van British Sea Power, KT Tunstall of Malcolm Middleton.  Het is die laatste, en inderdaad de boy from Arab Strap, die de muziek van Johnny Lynch ontdekte. Onschuldige indiepop, maar meer niet, en voor vele Roma-gangers de ideale achtergrondmuziek om drankbonnen in te slaan. Meer zal Pictish Trail ook nooit betekenen.

Belle & Sebastian, opgericht in 1996, en de band bij uitstek voor liefhebbers van de jaren 60 die dit tijdperk nooit hebben meegemaakt. Dagdromers, of muziekmakers voor mensen die ook wel eens in een kamertje wegkwijnen om het gaan dan van de daken te schreeuwen dat The Smiths de beste groep aller tijden is.

Een concept dat gouden platen opleverde. ‘The Life Pursuit’, ‘If You’re Feeling Sinister’ of ‘Tigermilk’. We zeggen maar wat. Maar sinds ze acht jaar geleden ‘Belle and Sebastian Write About Love’ hebben uitgebracht, scheelt er iets. Misschien is het toch dat dagje ouder worden.? Nu ja, de charismatische en altijd goed gemutste Stuart Murdoch geeft het zelf toe: je bent op tour en je mist de kinderen. De hypocrisie van een rock’n’roll-ster zoals hij het zelf grappig omschrijft.
Het optreden begon positief met “Nobody’s Empire” uit ‘Girls in Peacetime Want To Dance’. Videootjes uit vervlogen tijden gaven meteen de sfeer weer waar Belle & Sebastian al decennia voor staat. Ging dit een optreden worden om in te kaderen? Dat hoopten we voor een paar minuten, maar meteen bij het spelen van “I’m A Cuckoo” uit hun succesalbum ‘Dear Catastrophe Waitress’ kwam de slordigheid en de veel te grote nonchalance bovendrijven. Kan best ontwapenend zijn, maar bij deze Schotten verwacht je perfectie, een term die ze zichzelf hebben opgelegd. Eigen schuld, dikke bult.
De subtiliteit was bij momenten ver te zoeken. OK, we hoorden wel “We Rule The School”. Ook dat Stuart zich af en toe een Fred Astaire waande, kon nog net door de beugel, zelfs de electro van “Sweet Dew Lee”, maar niet de Schotse schlager die “I’ll Be Your Pilot” is. Tien Om Te Zien was nooit veraf, en het zou ons geen seconde verbaasd hebben om plots Willy Sommers achter de coulissen te zien opduiken.
Sarah Martin is misschien wel een gezellige tante (toon dat wel niet op een podium zeg!), maar af en toe hoorde je wel eens een valse noot van haar, wat niet eens te wijten was aan de enkeling in de zaal die het nodig vond om bijna de hele set ongevraagd te staan mee klappen en de liedjes luidop absoluut mee wilde neuriën.
Ook Stuart ging net iets te vaak over de lijn. Zelfs “The Boy From The Arab Strap” ging compleet de mist in. Niet zo zeer omdat de zes het nodig vonden om een paar mensen uit het publiek op het podium uit te nodigen (als je geen kwaliteit meer kan leveren, doe je inderdaad misschien maar beter beroep op de feelgoodfactor), wel omdat hij het nodig vond om oeverloos met deze gegadigden te zitten kletsen. Leuk voor hun, slaapwekkend voor de rest.

We zagen tevreden gezicht, maar minstens even veel twijfelachtige. Als je als band ooit het warm water uitvond en jaren nadien er alles moet uitpersen om alsnog de term middelmatig te verdienen, dan weet je eigenlijk dat je maar beter de witte vlag bovenhaalt …

Met dank aan Luminousdash.com www.luminousdash.com

Organisatie: De Roma, Antwerpen

David Nance

David Nance - Pretentieloos en meeslepend

Geschreven door


De eerste band, Topanga (Brugge/Gent) had een hele schare supporters, inclusief gillende meiden (dat was lang geleden!), weten te mobiliseren. En één ding moet je ze nageven, Topanga had een frontman bij die naam waardig. Een wonderbaarlijke kerel, strak in het pak, zo strak zelfs dat een broekspijp volledig openscheurde toen hij zich aan een dansje waagde in het ledige (het publiek had zich weer knus rond de toog teruggetrokken) halfrond voor het podium. Er viel dus wel wat te beleven. De vier brachten dansbare synthpop waarin je met een beetje goede wil krautrockinvloeden of een enkele keer een Sonic Youth gitaartje kon horen. Maar de meeste tijd hoorde ik niets dan opdringerige synths, iets waar de jeugdiger medemens ongetwijfeld vrolijk van wordt maar bij mij dus niet werkte. Toch benieuwd wat de jongens ervan zullen bakken in de Rock Rally.

David Nance maakte, wat mij betreft, met “Negative boogie” één van de beste platen van 2017. Nooit eerder had ik iets van deze kerel uit Omaha, Nebraska gehoord. Toch bleek dat hij reeds jaren aanmodderde met als resultaat een kluwen van cassettes, cd-r’s en enkele vinylplaten. Zo nam hij ook een paar dingen op met Simon Joyner, die in 2016 ook al de 4AD bezocht, waaronder een complete herneming van de Stones LP ‘Goat’s head soup’. Dat opnieuw opnemen van een volledig album blijkt een hobby van hem te zijn. Zo nam hij ook ‘Berlin’ van Lou Reed, ‘Beatles for sale’ en ‘Doug Sahm and Band’ onder handen. Een ander aanknopingspunt is dan weer Brimstone Howl (nog in de Pit’s gezien) met wie hij uitgebreid de hort op ging. Toch is ‘Negative boogie’ zijn eerste ‘serieuze’ plaat, hoewel... Het hele zootje werd in amper één dag opgenomen.
De verwachtingen waren hoog maar vanaf het eerste nummer wist je dat dit goed zat. Die opener “Poison”, een homp bloeddoorlopen rock, klonk me zo bekend in de oren dat het wel een cover moest zijn. Ik heb me suf gepiekerd zonder resultaat en ook op zijn onoverzichtelijke discografie is het nergens terug te vinden. Na die knaller bleef het mooi, zij het wat anders dan verwacht. Zo duurde het ontzettend lang eer hij een nummer uit zijn laatste plaat speelde. Het enige manco van de avond was dan ook dat hij prijsbeesten als “More than enough (reprise)”, “5,2 and 4” en “River with no colour” op stal liet. Jammer maar hetgeen we in de plaats kregen was ook niet mis. Verre van. Weidse songs met heimwee naar de seventies (niet alles was toen slecht) en meestal voorzien van meanderende gitaar outro’s. Wat klonken die gitaren immer warm en beklijvend, nooit opdringerig, eerder achteloos en geen seconde vervelend. Ik heb het over gitaren, want naast David Nance was er ook nog ene Jim Schroeder die het al even goed in de vingers had. De man had blijkbaar vooraf reeds met een deel van het volk verbroederd want zijn naam werd af en toe gescandeerd. Verder bestond de groep uit de wonderlijke drummer, Kevin Donahue, en de al even doeltreffende Tom May op bas. Met de stompende “hit”, “Negative boogie”, werd het tempo plots gevoelig opgetrokken. Meteen de start van een lange spetterende finale met als definitieve uitsmijter “Coming home”, een verschroeiend epos waarin alle remmen werden losgegooid. We waren nog naar adem aan het happen toen David Nance zich verontschuldigde omdat hij verder geen nummers meer kende. Uiteraard moest hij nog eens terugkomen en ze speelden dan maar twee covers. Eerst de ontwrichtende tearjerker, “Silver wings”, van Merle Haggard, nadat een verdwaalde country liefhebber erom geroepen had, gevolgd door ”Don’t cry no tears” van de onvermijdelijke Neil Young. Want als er één naam was die tijdens dit optreden geregeld door mijn hoofd spookte was het wel de zijne.

Een erg bescheiden David Nance, die er met zijn beslijkte broek eerder uitzag als een grondwerker (wat een contrast met die dandy van Topanga), bleek wat conventioneler dan wat op basis van ‘Negative boogie’ verwacht kon worden. Dat was evenwel geen bezwaar om hem stevig in de armen te sluiten.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Ghostpoet

Ghostpoet - Tricky in maatpak ... en dat is een compliment!

Geschreven door

De invloed van BBC Radio 6 DJ Gilles Peterson in het spotten en promoten van opkomend talent begint zo stilletjes aan John Peel-achtige proporties aan te nemen. Neem nu de Leftfield MC Obaro Ejimiwe - aka Ghostpoet - wiens eigen beheer debuut EP in 2010 een zodanige indruk maakte op Peterson dat die prompt aan de catalogus van diens eigen Brownswood label werd toegevoegd. De tussentijdse balans na vier full albums oogt zo mogelijk nog indrukwekkender voor een a-commerciële outsider als Ghostpoet: twee van zijn schijven sleepten intussen een prestigieuze Mercury Prize nominatie in de wacht, en uit alle muzikale windstreken duiken collega’s op aan de deur van de opname studio om een gastbijdrage met Ejimiwe te kunnen inblikken.

Met de afgelopen herfst verschenen ‘Dark Days + Canapés’ worp onder de arm leek het dan ook een koud kunstje voor Ghostpoet om de AB Club volledig te doen vollopen. Opener “Many Moods At Midnight” maakte meteen duidelijk aan de fans van het eerste uur dat de tijden van Ghostpoet als eenzame MC on stage definitief voorbij zijn. Tegenwoordig staat Ghostpoet voor een hechte groep die de ongemakkelijke rhymes en stuiterende beats van weleer aanvullen met een organische ritmesectie en ijle gitaren.
Zoals de titel van zijn jongste opus al enigszins suggereert heeft
Ejimiwe inmiddels ook de zwartgallige postpunk van Bauhaus, The Cure en Siouxie ontdekt. Het heeft zijn muziek er een pak donkerder, maar daarom niet minder toegankelijk op gemaakt. De klankkleur van Massive Attack’s claustrofobische meesterwerk ‘Mezzanine’ dat dit jaar 20 kaarsjes mag uitblazen is wat dat betreft een belangrijk referentiepunt. Het mag dan ook geen toeval heten dat de opwarmende DJ Madame Moustache net voor de aftrap nog eens “Angel” uit die plaat door de boxen joeg! Van Massive Attack is het maar een kleine stap naar ene Tricky, die net als Gil Scott-Heron en Roots Manuva in het rijtje invloedrijke muzikale rolmodellen van Ghostpoet past. OK, we hebben Tricky zelden of nooit in een strak maatpak weten steken, maar de zwartgallige voordracht, de schaduwgevechtjes on stage en de serene iewat afstandelijke houding tegenover het publiek refereren onmiskenbaar naar het enfant terrible van de triphop.
Tijdens de anderhalf uur durende set stonden vooral het laatste album en diens al even briljante voorganger ‘Shedding Skin’ (’15) centraal. Beide platen worden bevolkt door tal van gastbijdragen die intussen zodanig stevig met de nummers vergroeid zijn dat elke andere versie inferieur is aan het origineel. Zo klonk het post-triphop juweeltje “Woe Is Meee” in de AB een pak minder urgent door de afwezigheid van de dreigende bariton van Massive Attack’s Daddy G, en kerfde “Shedding Skin” net iets minder diep in de ziel zonder de onderkoelde fluisterstem van Melanie De Biasio. Ter compensatie fungeerde de bijna onzichtbare toetseniste regelmatig als tweede stem, en één keer haalde ze zelfs een viool boven en voorzag hierbij “Blind As A Bat...” van een psychedelisch folkrandje.
Het wereldbeeld van Ghostpoet lijkt wel geïnspireerd door zijn huidskleur: zijn songs zijn doorgaans gitzwarte observaties die in de ik-vorm vertellen over menselijke miserie in al haar vormen. Als tegen het einde van de set het relaas van een bootvluchteling in het ijzingwekkende “Immigrant Boogie” passeert moeten we toch even slikken: “I was dreaming of a better life/With my two kids and my lovely wife/But I can’t swim and water’s in my lungs/So, here it ends, well, life has just begun”. Dat uitgerekend dit nummer vorig jaar werd uitgebracht als vooruitgeschoven single typeert Ghostpoet volledig.

Afsluiten deden
Ejimiwe & co met “Freakshow”, een van postpunk doordrongen triphop epos dat in andere tijden en een betere wereld wekenlang de toppositie van De Afrekening zou moeten innemen. Echter, zo lang nietszeggende ondingen als Imagine Dragons de plak zwaaien moet Ghostpoet zich tevreden stellen met een reputatie als cult hero. Onze platenkast staat er vol van, dus ondergetekende hoor je niet klagen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Architects

Architects onder de indruk van de sterke respons!

Geschreven door

Architects onder de indruk van de sterke respons!
Counterparts, While She Sleeps & Architects
Ancienne Belgique
Brussel
0
1-02-2018

Het beloofde weer een gezellige avond te worden in het hartje van Brussel want niemand minder dan Architects (die notabene vorig jaar nog als voorprogamma van Parkway Drive in de AB stonden) kwam ons verwarmen als headliner op deze koude donderdagavond. Met in hun zog While She Sleeps en Counterparts.

We waren juist op tijd aangekomen om nog een deel van de Canadezen van Counterparts mee te pikken. De zaal was nog niet helemaal vol gelopen voor de agressieve/melodische hardcore van deze mannen maar dat deerde de band duidelijk niet. Nummers als 'Choke', 'Haunt Me' en 'Witness' werden door de diehards van voor aardig mee gebruld. Herhaaldelijk vroeg de zanger en gitarist om een moshpit en circlepit maar het was duidelijk nog vroeg voor de meesten. Afsluiten deden ze met 'The Disconnect'. Aardig begin van de avond maar toch was het duidelijk dat de meeste hier kwamen om wat er hierna allemaal te gebeuren stond inclusief mijzelf.

Klaar om de volgende band te checken. Beginnen deden ze met 'You Are We' en het was al snel duidelijk dat de mannen van While She Sleeps volle gas vooruit zouden gaan want echt veel tijd hadden ze niet om de zaal te doen ontploffen. Maar dat hadden duidelijk ze niet nodig ook. De zanger liet het publiek in no time uit zijn hand eten en raasde als een bezetene over het podium. Nummers als 'Civil Isolation', 'Seven Hills', 'Brainwashed', 'Death Toll' en 'Four Walls' passeerden de revue. De positieve energie tussen het publiek en de band was te voelen tot op het laatste stoeltje bovenaan. Als voorlaatste nummer speelden ze 'Silence Speaks' weliswaar zonder Oli Sykes maar dat was duidelijk niet nodig om de menigte met de teksten te laten schreeuwen. En na de dollemans rit waren we helaas al aan het laatste nummer gekomen, want op de tonen van 'Hurricane' was het al aftellen naar de headliner .

Het was tijd voor Architects en aangezien de zaal beneden helemaal vol was en er bijna geen plaats meer was om te bewegen besloot ik boven aan te staan want ik wou de show op het podium niet missen. Ik zag de band nog deze zomer op Graspop maar vond dat het geluid niet echt geweldig was en hoopte dat dit deze avond anders zou zijn en zo was het ook. Van in het begin werd je door Sam Carter en de rest meegenomen in een reis door de meeste van hun albums. Beginnen deden ze met 'A Match Made In Heaven' en 'Downfall' van hun recenste album All Our Gods Have Abandon Us, later in de set was het ook nog de beurt aan 'Gravity', 'Deathwish'. De vlam zat dan al goed in de pijp, en de het was eigenlijk overbodig te vragen of de energie goed zat. Ook het Lost Forever/Lost Together album mocht niet ontbreken. O.a. 'Naysayer', 'Broken Cross', 'Dead Man Talking' en na 'The Devil Is Near' was het tijd voor een speach zoals alleen Sam Carter het kan over dat iedereen gelijk is, dat er al genoeg haat in de wereld is. En van hun album Daybreaker speelden ze 'Black Blood' & 'Alpha & Omega' . Rascisme, homofobie is een ziekte en iedereen zou moeten ingrijpen als ze dit zien gebeuren.  Zoals ik al zei was de zaal beneden vol maar toch kregen ze tijdens 'Phantom Fear' toch een moshpit/wall of death voor geschoteld. Er was nog 'tijd' voor 2 nummers. Eerst was 'Gravedigger' aan de beurt . Daarna speelden ze als hommage aan het overlijden van Tom Searle (hun gitarist en de persoon die al de teksten schreef en in augustus vorig jaar de stijd tegen kanker had verloren) 'Doomsday' waarbij er bij mij toch wat haar op mijn armen recht kwam. Hij bedankte het publiek om te komen kijken naar hen en kon de massale belangstelling niet geloven (dit heeft hij wel tienmaal gezegd). En het licht ging uit.
N
atuurlijk kwam de band nog eens op het podium voor het overlijden van hun dierste vriend Tom Searle. En als afsluiter nog 2 nummers van hun laatse album 'Nihilist' en 'Gone With The Wind'. Een meer dan geslaagde show, waarbij je het gevoel had dat het nog wel een uurtje mocht doorgaan zo. En een terechte headliner waarbij het niet kon uitblijven dat ze de aAB zouden uitverkocht krijgen.

Setlist While She Sleeps: You Are We – Civil Isolation – Seven Hills – Brainwashed – Death Toll – Four Walls – Silence Speaks – Hurricane
Setlist Architects: Match Made In Heaven – Downfall – Naysayer – Deathwish – Broken Cross – Dead Man Talking – Alpha Omega – Black Blood – Gravity – Phantom Fear – The Devil Is Near – These Colours Don't Run – Gravedigger – Doomsday – Nihilist – Gone With The Wind

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Douglas Firs

Douglas Firs - Americana ruist overtuigend door onze naaldtakken

Tijdens het Gentse lichtfestival konden de fans van Douglas Firs hun hartje ophalen in de oude Gentse bibliotheek, dat nu bekend is als NEST. Gertjan Van Hellemont zorgde voor een prima presentatie van hun nieuwste plaat, ‘Hinges of Luck’.

De band begon dan ook met “The Both of Us” een topnummer van die derde langspeler. Een song vol melancholie, maar vooral in het begin. Het nummer switcht al snel naar het stevigere gitaarwerk, waardoor het publiek wel scherp wordt gehouden. Van Hellemont en kompanen waren zeker niet zinnens om er een setje op ‘automatique’ van te maken. Ook zo in “Caroline”, dat een beetje scherper klonk dan vroeger, op “The Long Answer is No”. Uitschieters in de stem, een mondharmonica en een korte gitaarsolo zorgden daarvoor. Toch tijd voor een meer up tempo nummer, moet de singer-songwriter hebben gedacht, want met “Everything is a Lie” kregen we wat snelheid in de set, met een stevige bas. Het is waarschijnlijk het meest Amerikaans klinkende nummer in de Americanastijl die Douglas Firs wel heeft.
Een heel mooi begin dus, jammer dat daarna even wat geluidsproblemen waren bij bassist Simon Casier (ook bekend van Balthazar en Zimmerman). Gertjan loste het sympathiek op met een kort praatje. Sympathieke gast eigenlijk, zonder valse bescheidenheid. Dat geldt trouwens voor de volledige band, dat zo ‘down to earth’ overkomt dat je je bijna begint af te vragen hoe ze überhaupt aan een indie band zijn begonnen. Waarschijnlijk omdat het zo’n fantastische muzikanten zijn, talent drijft boven. Beste voorbeeld daarvan was Cleo, dat op haar verjaardag even kwam meezingen tijdens “How Can You Know”, een ingetogen liedje dat veel weg had van Angus & Julia Stone. Daarna kregen we “Montréal”, geschreven op de eerste dag in Canada met heimwee naar huis en met een speciaal gestemd en twinkelend akkoord. Dat deed Gertjan Van Hellemont even alleen, bij “The Waiting Around” haalde hij Cleo en zijn broer, toetsenist van de band terug op het podium. “Er staan ook vrolijke liedjes op de nieuwe plaat”, begon de zanger. “Maar die zijn volgens mij al allemaal geweest.” Waarna we één van de mooiste nummers van de avond te horen kregen.

Het optreden kon ondertussen niet meer stuk, het publiek was in vervoering. Toch kregen we nog enkele toppers om af te sluiten. Het zachte “Undercover Lovers” met fantastische hoge zang. “The Long Answer is No” met beats als van een denderende trein.
En “Judy” van ‘The War On Dr…’, euhm, ‘Douglas Firs’ dus. Ze maakten een heel mooie set compleet.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/douglas-firs-31-01-2018/
Organisatie: Democrazy, Gent

Maudlin

Sassuma Arnaa

Geschreven door

Het is reeds het tweede album dat het Oostendse Maudlin uitbrengt via Consouling Sounds. Hun vorige album, “A Sign of Time”, dateert al van 2013. Het feit dat Jasper Bullynck, hier gitarist, ook nog actief is bij Oscar and The Wolf zal er zeker wel voor iets hebben tussen gezeten. Voor de rest zijn er weinig vergelijkingen te maken tussen beide bands. Maudlin is veel steviger en heeft meer gemeen met bands als Alice in Chains, Mastodon, 7 weeks etc… Naast Jasper treffen we ook nog drummer Davy Vandenbroeck (The Spectors) , Davy De Schrooder (vocals & samples), Ken Verleye (bas) en Kris Vannecke (gitaar) als bandleden aan.
‘Sassuma Arnaa’ is Somalisch en betekent iets in de zin van ‘Wij zijn dat niet”. Het bevat 7 tracks die allen ergens tussen de zes en tien minuten lang zijn. Opener “Endless Expanse” heeft een heerlijk uitgerekte intro én outro. Daartussen zit een geweldige rocksong. Het titelnummer rockt en groovet heerlijk. Ook hier valt het prachtige vocale werk op. Het gitaarwerk is zeker ook een pluspunt en produceert doorheen het hele album psychedelische (zie het epische “Erase”) elementen, gruizige vervormingen (“The Fog Returns”) en reverbklanken (“Above the Vaste Clouds”). Heerlijk. Het album werd in eerste instantie in de Grote Post in Oostende opgenomen. Onder het goedkeurende oog van Serge Feys. Matt Bayles (gekend om zijn werk voor Mastodon, Isis,…) deed de mixing in zijn studio in Seattle. Federik Dejongh uit Gent deed de finale mastering. Het mooie artwork is het werk van bassist Ken Verleye.
‘Sassuma Arnaa’ is een album dat er bonk op zit. Eentje dat mij weet te boeien en mijn rockhart rapper doet slaan. Alles klopt: fijne songs, knap gitaarwerk, degelijke ritmesectie en een geweldige stem. Februari heeft op zijn minst al één fantastisch album voortgebracht.

Deströyer 666

Call Of The Wild

Geschreven door

De Australische band Deströyer 666 combineert thrashmetalgitaren met elementen van blackmetal (de grunt en soms het drumwerk). Om het gat tussen twee albums te overbruggen, brengen ze in maart de EP ‘Call Of The Wild’ uit. Daarop krijg je amper vier tracks.
“Violence Is Golden” volgt het klassieke recept van de band en dat geldt eigenlijk voor elke track. Als je pap lust van het oudere werk van Deströyer 666, dan zal je dit ook weten te smaken. Ken je het nog niet, dan is deze EP een goede introductie.
Op “Stone By Stone” trapt de band het gaspedaal diep in. Ook titeltrack “Call Of The Wild” start met ongenadig snelle riffs. Zou speedblack een nieuw genre kunnen worden?
Het afsluitende “Trialed By Fire” is een herneming vanop de EP ‘Terror Abraxas’ uit 2003 en biedt de volle zeven minuten luistergenot. Alleen van de drumopnames word je niet echt blij, maar waarschijnlijk hoort het zo.
‘Call Of The Wild’ is een leuk tussendoortje, maar niet onmisbaar voor de fans. Deze EP moeten we vooral zien in het licht van de uitgebreide tournee van deze band doorheen de VS en Canada in februari en maart. Zo hoeven ze niet langer te teren op het oude ‘Wildfire’ uit 2016 (opgenomen in 2015) en geven ze hun publiek reeds een voorsmaakje van het volgende album. Als ze voortgaan op de weg die ze ‘Call Of The Wild’ ingezet hebben, zullen de fans vast en zeker tevreden zijn.

Matthews Southern Comfort

Like a Radio

Geschreven door

Matthews Southern Comfort. Wie oud genoeg is om het meegemaakt te hebben of misschien fervente muziekquizzers weten nog dat die band in 1970 een radiohit hadden met een cover van Joni Mitchell. De cover, “Woodstock”, stond op het eerste album van Matthews Southern Comfort, de band die Iain Matthews opgericht had na zijn vertrek uit de legendarische folkband Fairport Convention. Op zijn eerste eigen album werd hij wel nog volop bijgestaan door Richard Thompson en de andere leden van Fairport Convention. Na een paar albums doekte hij de band echter op en begon Matthews muziek uit te brengen onder zijn eigen naam of onder andere groepsnamen (Plainsong, Hi-Fi, Hamilton Pool, …).
Sinds enige jaren woont Iain Matthews in Nederland en heeft hij Matthews Southern Comfort als bandnaam vanonder het stof gehaald. Met een compleet nieuwe bezetting bracht hij onder deze naam in 2010 ‘Kind of New’ uit, gevolgd door de live-registratie ‘Kind of Live’. Op die laatste registratie speelt twee derden van de bandbezetting van het nieuwe album ‘Like a Radio’: Bart-Jan Baartmans en Bart De Win. Beide zijn heel gerespecteerde muzikanten, songwriters en producers. Dat duo wordt nog aangevuld met Eric Devries, nog zo’n Nederlandse muzikant met tonnen ervaring.
Het valt op hoe Matthews en zijn drie Nederlandse muzikanten zichzelf wegcijferen in functie van de song. Het songschrijven als ambacht staat centraal op ‘Like a Radio’. Op het reguliere album krijg je twaalf pareltjes die het midden houden tussen pop, rock, americana, jazz, blues en singer-songwriter. Daarbij slechts één cover: “Darcy Farrow”, als iemand dat nummer nog kent, zal het zijn in de versie van John Denver. Je krijgt nog drie bonustracks, met nog één cover: “Something In The Way She Moves”. Niet de door George Harrison geschreven Beatles-song, maar de minstens zo fijne track van James Taylor.
De pareltjes die nog net iets harder blinken dan de rest zijn “The Age Of Isolation”, “Been Down So Long”, “Right As Rain” (geen cover van Adele) en “Bits And Pieces”
‘Like a Radio’ is dan misschien een typisch Radio 1-album en we gokken er niet op dat Iain Matthews nog op de affiche van Pukkelpop komt, maar het is fijn te weten dat dit soort klassemuziek nog gemaakt wordt.
Voorlopig moet je voor deze prachtige muziek naar Nederland of Duitsland, maar hopelijk geven ook enkele Belgische zalen en festivals dit een podium. Dan lees je het op www.iainmatthews.nl

Simple Minds

Walk Between Worlds

Geschreven door

De Simple Minds bestaan al sinds 1977 (toen nog onder de naam van Johny and The Self-Abusers). Ze lijken net als een kat over negen levens te beschikken. Na een korte punk periode kwamen de alternatieve wave platen (o.a. ‘Sons and Fascination’, ‘New Gold Dream’ …), de commerciële popperiode met o.a. ‘Once Upon A Time’ en ‘Street Fighting Years’ om daarna langzaam maar zeker naar de achtergrond te verdwijnen. Virgin liet hen vallen maar Kerr en Charlie deden moedig verder zonder Virgin. En langzaam maar zeker leverde dit beter wordende albums. Eerst ‘Cry’ en daarna ‘Black & White’. ‘Graffitti Soul’ was nog een stukje beter om uiteindelijk eind 2014 met ‘Big Music’ voor de dag te komen. Hun sterkste album in jaren. Dit resulteerde  in een moderner maar herkenbaar geluid en een Jim Kerr die beter zingt dan voorheen.
Ook live traden ze terug op voor uitverkochte zalen. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen voor de opvolger zijnde ‘Walk Between Worlds’.
Voor hun 17de album namen ze terug de producers Andy Wright en Gavin Goldberg aan die ook op “Big Music” meewerkten. Opener “Magic” is typisch Simple Minds. Stuwend, catchy en energiek. “Summer” opent met een donkere baslijn van Gred Grimes. Heerlijk hoor. Maar de song zelf mag er ook zijn. Mooi uitgewerkt en een nog beter geïnspireerd refrein dan op “Magic”. “Utopia” begint weemoedig en ontvouwt traag zijn pracht. De vocals van Jim Kerr zijn ingetogener dan we van hem gewoon zijn maar die maken de song juist zo genietbaar. Zo ook met “In Dreams”. “The Signal and The Noise” doet wat denken aan de begindagen vanwege o.a. de synths en de opbouw van het nummer. Een erg geslaagde en gelaagde track. “Barrowland Star” is een ode aan de Schotse concertzaal Barrowland. Het nummer klinkt groots zonder dat het teveel van het goede wordt. Rijkelijk voorzien van orkestratie, fijne backings van de dames en het gitaargeweld van Charlie Burchill. De zang van Jim Kerr is anders dan we van hem gewoon zijn en dat geeft het nummer een nieuw geluid.
‘Walk Between Worlds’ drijft op een mooi evenwicht tussen de keys, strijkers, bombast en gitaren. “Sense of Discovery” is het achtste en laatste nummer. Een heerlijke intro van keys en gitaarklanken om zich via de grote troms langzaam maar zeker op gang te trekken. De samenzang met de backings doet wat herinneren aan “Alive & Kicking”, maar wel zonder dat het stoort.
‘Walk Between Worlds’ bevat acht tracks waarvan geen enkel teveel of zwak is. De productie is top alsook de songs. We horen hier Simple Minds die in de vorm van hun leven zijn. ‘Big Music’ was heel geslaagd en deze is misschien nog wel beter. Ze hebben een synthese van hun eigen muziek gemaakt en het een update gegeven op ‘Walk Between Worlds’. Een heel geslaagde onderneming.
De eigenzinnigheid waarmee ze verder hebben gedaan toen Virgin hen liet vallen (en vele toenmalige fans) heeft geloond. Ze kunnen met dit album een opgestoken middenvinger uitsteken naar hun criticasters.

Alwaid

The Machine and the Beast

Geschreven door

Alwaid is een Franse melodische metal band (afkomstig uit Lille). Met deze release brengen ze hun tweede album uit. Het thema van het album draait rond monsters, het zich vrijmaken van zichzelf en de controle over de machines krijgen. Dat laatste, met de digitalisering, is een actueel gegeven om over te schrijven. Je hoort doorheen de muziek de drang naar tijden van helden, sagen en legenden. De muziek heeft dus een duister kantje en ook een strijdvaardig en roemlustige kant die de muziek groots doet klinken.
De vocals van Marie zijn goed en met een vrij hoog bereik. Soms klinken ze haast als een klassieke zangeres. Maar op andere momenten kan ze ook andere nuanceringen in haar stem leggen. Door de thematiek en de manier van zingen krijgen we tracks die heel filmisch en feeëriek zijn. Haast sprookjesachtig. “Amphisbaeba” gaat over een tweekoppige slang en “When The Giants Wake” over reuzen. De thematiek is misschien wel waar ze zich van andere female fronted bands onderscheiden. Daarnaast is het ook zo dat alles heel strak en haarfijn geproduced werd. Lekkere gitaarriffs en een heel degelijke ritmesectie. Met daaronder de nodige keys en synths. Vooral in de eerste helft van het album hebben de songs nogal wat tempo maar op songs zoals “Sang Noir” en “So The Song Went” laten ze het tempo nu en dan wat zakken. Vooral “Sang Noir” is een prachtige en afwisselende song met halfweg een aanstekelijk Frans gesproken stukje. “Fractalized” is een akoestische song/ballad met een goede opbouw.
Het album werd in het voorjaar 2017 al digitaal uitgebracht via Valkyrie Rising maar krijgt nu ook een fysieke release via Sonic Rendezvous. Terecht zou ik zeggen want dit is een heel sterk album voor wie female fronted metal genegen is.

Room Me

Anaon

Geschreven door

‘Anaon’ is het eerste volledige album van de Franse band Room Me. Band is misschien een groot woord. Room Me werd opgericht met verschillende bandleden, maar sinds enige tijd is Anne-Sophie Remy het enige bandlid. Zij zit ook nog in metalband God’s Empire, maar op ‘Anaon’ gaat ze resoluut voor indierock.
‘Anaon’ is een puur album, zonder overbodige strijkers of synths. Julien Rosenberger (van metalband Loth) ontdeed de songs van alle ballast. Behalve zingen, speelt Anne-Sophie nog gitaar, bas en viool. "Death Smiles And Dances Are Gone”, “Memories” en “Love And Hate” doen denken aan de vrouwen die in de jaren ’90 muziek uitbrachten bij 4 AD: licht sensueel, maar vooral donker en een beetje mysterieus. De catchy track “Happy Ending” klinkt een beetje als PJ Harvey op Dry. Dreigend en somber rockend, een beetje als Chelsea Wolfe of Shannon Wright.
“My Death” is een sinistere murderballad. Op “The End”, de laatste song van ‘Anaon’, krijgt Anne-Sophie Remy vocale bijstand van Jean-Claude VanDoom, zanger van Cult of Occult, de band waar haar God’s Empire-maatje Jérôme Colombelli deel van uitmaakt(e). Deze song klinkt heel anders dan de andere tracks, maar je hoort er wel, eindelijk, een mooie vocale uithaal van Anne-Sophie.
Deze Franse band met de intrigerende bandnaam is er eentje om te blijven volgen.

https://roomme.bandcamp.com/album/the-end

Nonsun

Black Snow Desert

Geschreven door

Vorig jaar kregen we met o.a. All We Expected en BOLT (beiden besproken op deze site) twee heel fijne releases op het Dunk! Records label. Het jaar is nog maar begonnen en ze kondigen de releases aan van Stories From The Lost en van deze Nonsun. Een mooi begin van het jaar voor liefhebbers van post rock, post metal en ambient-achtige soundscapes.
Hun debuut ‘Black Snow Desert’ werd in 2016 in eigen beheer uitgebracht. De band kon een release op vinyl versieren en die komt nu dus uit in de vorm van een dubbel elpee. Het artwork werd lichtjes aangepast alsook wat details in de muziek.
Nonsun is een duo uit Oekraine. Goatooth is verantwoordelijk voor alle gitaren en Alpha voor de drums. We krijgen hier zes tracks (die allen tussen de zeven en vijftien minuten duren) voorgeschoteld die ergens tussen experimentele ambient en post rock zweven.
We nemen opener “No Pity For The Beast, No Shelter For The Innocent” als voorbeeld. Deze vijftien minuten lange track begint met een twee minuten durende aanzwellend gezoem. Heel intens en beklijvend gezoem. Percussie maakt daarna de overgang naar iets dat op post rock lijkt en dat vermengd wordt met drone. Zo wordt de track verder uitgebouwd om ongeveer te eindigen zoals ze begon. Het titelnummer kent dan weer een andere opbouw met ongeveer dezelfde elementen. De gitaren komen iets meer naar de voorgrond en de track begint als een post rock/post metal track. Ze is vrij ritmisch om dan te eindigen in een poel van drone en uitwaaierende gitaaraanslagen. Zo gaat dit verder op de andere tracks. Een trip, een zoektocht naar iets intens of ondefinieerbaars.
Nonsun levert met hun debuut een mengeling van post rock, doom en drone. Alles klinkt vrij zwaarmoedig en donker. We mogen wel zeggen dat ze een vrij origineel geluid hebben. Wie houdt van wat experimentele muziek zal deze zoektocht op ‘Black Snow Desert’ wel weten te waarderen.

The Strypes

The Strypes – Het dak eraf!

Geschreven door

Gisteren was het podium in de AB weggelegd voor de Ierse rockband The Strypes. Het jonge viertal zette de zaal van begin tot einde in vuur en vlam en we rolden weergaloos van het ene nummer in het andere. Hun oudste lid is dan misschien wel maar 22, hun muziek klonk nog nooit zo volwassen.

Vóór het jong geweld op ons wordt losgelaten, beklimt Max Meser het podium. De 25-jarige Brit brengt Britpop power ballads die ons met momenten doet denken aan The Last Shadow Puppets. Deze vergelijking komt misschien door het lichtblauwe kostuum van de bassist of de Miles Kane-waardige gitaarsolos. Met “Weak For Love” haalt Meser zijn meest swingende rockabilly kant boven en toont hij waarom hij een perfecte opwarmer is voor The Strypes.


The Strypes, die sinds 2010 bestaan en afkomstig uit Cavan, zijn aan hun derde langspeelplaat toe, namelijk ‘Spitting Image’. Ze waren onder andere al te bezichtigen op Rock Werchter en Dour, dus een Belgisch podium is voor hun geen onbekend terrein.
Vanaf de eerste minuut was duidelijk wat de bedoeling was van de Ieren. Misschien ietwat te enthousiast wilden ze het publiek meekrijgen met hun show. De gewillige toeschouwers kregen amper tijd om te ademhalen maar dat bleek geen probleem. Vlak voor bassist Pete O’Hanlon ontstond er ook snel een moshpit die anderhalf uur ononderbroken zou duren. Ook hijzelf genoot daar duidelijk van.
De mannen van The Strypes zijn ieder op zich wel wat speciaal. Veel gekkere bassisten zullen we nog niet gezien hebben. Laten we hopen dat hij goeie schoenen aanhad, wat hij heeft een redelijke afstand afgelegd op dat podium. De gitarist zorgde dan weer voor een ander hoogtepunt, want die speelde het refrein van “Blue Collar Jane” feilloos met de gitaar achter de rug. Ook het gesynchroniseerd schudden van de hoofdjes kon het publiek duidelijk smaken.
Op een avond die praktisch perfect liep waren er hier en daar toch enkele mankementjes. De drummer was iets te ijverig waardoor een nummer na 30 seconden eens herstart moest worden, een gitaar moest op het podium opnieuw volledig gestemd worden, maar dat werd ze haast direct vergeven door het publiek.
Hoewel hun muziek op plaat soms wat eentonig en niet zo actief klinkt, kunnen we wel zeggen dat ze live een prestatie van jewelste neerzetten. Een betere workout dan 90 minuten genieten van Ross Farrelly is er waarschijnlijk niet. Een ongetwijfeld hoogtepunt was er wanneer de hele zaal door de knieën ging om op het refrein van “Scumbag City” recht te veren.
“This was the best f*cking gig of the whole tour.” luidde het bij gitarist Josh McClorey.
De mensen in de zaal zagen ook hoe sterk The Strypes uit de hoek kwamen, wat resulteerde in iemand die hier en daar op het podium klom of nummers die luidkeels meegezongen werden. Een meezingmoment moest zelf onderbroken worden door een cover van “Psycho Killer”, origineel van Talking Heads.

The Strypes hebben nu wel overtuigend bewezen dat ze live ijzersterk zijn, en dat ze hun nummers tot in de puntjes beheersen. Een geslaagde avond vol rock, geduw en vliegende drumsticks.

Setlist: Rollin’ And Tumblin’ - Eighty-Four - Cruel Brunette
- (I need a break from) Holidays - Black Shades Over Red Eyes - Hometown Girls - Grind And Bear It - Freckle And Burn - Easy Riding - Angel Eyes
Get Into It - Behind Closed Doors - Great Expectations - Mystery Man - What a Shame – Still - Gonna Drive You Home - Scumbag City
- Heart Of The City - Blue Collar Jane

Ism Dansende Beren www.dansendeberen.be

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 240 van 498