logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Goat

Commune

Geschreven door

Deze Zweeds weirdo’s gooien funk, psychedelica, Zappateske rariteiten, fuzzy gitaren en Afrikaanse ritmes in hun kolkende mallemolen. Hetgeen er uit voortkomt is, net als op de al even wonderlijke voorganger ‘World Music’, niet minder dan verbluffend, hoogst origineel en bijzonder heet.
Funkadelic meets Bombino, Grails meets Zappa, Ty Segall meets A Silver Mt. Zion, The Slits meets Tinariwen. Wij zeggen maar wat, omdat we dit geniale stoofpotje gewoon niet kunnen thuisbrengen. Doch het klinkt allemaal geweldig, en ook een beetje vreemd, een stel niet nader genoemde verdovende substanties kunnen u hier misschien wel bij helpen. Probeer het eens in de AB op 21/09.

Benjamin Booker

Violent Shiver

Geschreven door

Benjamin Booker, een jonge snaak uit New Orleans, heeft  de rauwe rock’n’roll lucht al eens mogen opsnuiven in het voorprogramma van Jack White. Een postje waar hij zich maar al te zeer in zijn sas voelde, want de man heeft net als Jack White een voorkeur voor ruige, onopgesmukte blues en rauwe soul. Zelf haalt hij als invloeden The Gun Club, Blind Willie Johnson en T Rex aan. Daar is duidelijk iets van aan, maar wij zien er ook een halfbroertje in van Black Joe Lewis of een bastaardneefje van Gary Clark Jr.
Op dit veelbelovende debuut floreert Benjamin Booker  van felle, gruizige rock (“Violent Shiver”, “Have you seen my son”) naar diepgewortelde soul (“Slow Coming”) en integere blues (“By the evening”).  Van elke song gaan er ettelijke liters bezieling uit en Booker  stort er zijn hele hebben en houden in.
Een veelbelovend debuut van een talent waar de ruwe kantjes nog niet zijn van afgevijld. Houden zo.

The Sixxis

Hollow Shrine

Geschreven door

Begin September tourde The Sixxis doorheen Europa  met Spock’s Beard. De band zal de modale Vlaamse rockliefhebber voorlopig niet veel zeggen maar daar komt misschien wel verandering in. 
De band  is al sinds   2006 actief en bestaat uit vijf onderlegde muzikanten. Met ‘Hollow Shrine’ zijn ze nu pas toe aan hun debuutplaat.  The Sixxis brengt progressieve rock die enorm afwisselend is door de jazz, metal, en grunge-invloeden.
Zelf noemen zij Muse, Rush, Soundgarden, Alice In Chains, Rush, System Of A Down en Kings X  hun grootste invloeden.  Wat ons betreft gaat die vlieger zeker  op voor Alice In Chains.  Luister maar naar de songs  “Weeping Willow Three” en “Long Ago” die zo uit de koker van Layne Staley en Jerry Cantrell lijken te komen. 
De volledige plaat ademt trouwens de jaren negentig uit want ook een band als Living Colour passeert de revue met het funky “Nowhere Close”.  Opvallend zijn de vocale capaciteiten van frontman Vladdy die een duidelijke meerwaarde aan de gevarieerde composities geven. We vermelden nog  dat David Bottrill aan de knopjes zat, de man verdiende zijn sporen bij Tool, Peter Gabriel, Silverchair en Stone Sour... 
Deze Amerikaanse band kun je gemakkelijk zelf ontdekken via deze link  http://www.thesixxis.com/ .

Black Cassette

Circo

Geschreven door

Black Cassette – apartje band toch wel uit ons Belgenlandje, die aan hun tweede cd toe is en eigenlijk de ‘harde ‘ gitaren wat meer ‘onhold’ plaatste en ruimte liet voor keys. Dit bandje onder do-it-all Sjoerd Bruil, staat samen met Jeroen Stevens (drums) , Pascal Deweze (bas) en Micha Volders - die instond voor de productie -,  garant voor een reeks driftige , grillige, sfeervolle songs .
De songs houden van onverwachtse wendingen , tempowisselingen en experimentjes. De invloed van een Mauro is onmiskenbaar aan hun sound.
Het is een gevarieerde plaat geworden waar je op songs als “Distant  call” , “When I’m busy”, “Down below” en “Don’t want you to go” even op adem moet komen . Ze hebben meer luisterbeurten nodig en doen zich ontdekken . Ze worden goed omgeven door broeierig, sfeervol materiaal als “Under the blossom tree”, “The strangest thing” , “At dawn” en “Nevermind” , waardoor het wat gemoedelijker mag zijn .
We horen een band die veelzijdig klinkt en creatief omgaat met rock’n’roll/eighties synths. Apart bandje binnen onze scene dus!

tUnE-yArDs

Nikki Nack

Geschreven door

‘Nikki Nack’ heeft iets speels , onschuldig , onbevangen, jeugdig en kleurrijk om zich, wat ongetwijfeld te horen is in de ritmiek van haar ‘knutsel’ pop .  Hoewel …,  de collage aan stijlen (= zeg maar lofiworld, waarbij ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en drumloops te vinden zijn ),  is op de derde cd minder prominent aanwezig; we hebben eerder een toegankelijke mix van haar sound , die aanstekelijk, fris , sfeervol klinkt , gekenmerkt van lichte grooves door de  hiphopachtige beats .
Tune- Yards experimenteert minder , de tempowisselingen zijn minder fors , dus doenbaarder en ze leunt nauwer aan de pop dan voorheen. Ze balanceert tussen een dansbare groove door de basstunes , keys en percussie en een intens sfeervol,  broeierige sound .
Het tintelt wel bij nummers als “Find a new way”, de singles “Water fountain”, “Hey life” en de afsluitende reeks “Rocking chair” en “Manchild”; ze worden afgewisseld met “Time of dark” , “Real thing” en “Wait for a minute”.
In het concept slaagt Tune-Yards er nog steeds in te verrassen in haar materiaal dat oprecht heerlijk is ; gedragen door haar bedwelmende krachtige zang.
Op die manier is en blijft ze talentrijke entertainende dame …

Mazes

Better ghosts

Geschreven door

Mazes - Opkomend talent uit Manchester die regelrecht put uit de Amerikaanse indiescene, en de klok terugdraait naar bands als Pavement , Sebadoh en Guided By Voices . We horen een reeks gevoelige ,  dromerige , rammelende lofi gitaarsongs , die intrigeren door de repetitieve, opbouwende ritmiek .
Toegegeven , de laatste reeks lijkt wat inwisselbaar door de aanhoudende dezelfde melodie , maar door de beste leuke , relaxte aanpak banen de songs zich wel een weg in je hoofd. “Hayfever wristband” zet de toon na de intro , “Donovan” en “Notes between F& E” boeien door de variatie aan en de drieling “Organ harvest” , “Ephemera en” Sand grown” wuiven deze frisse 90s sound uit …

Laundry Day 2014 – zaterdag 6 september 2014 - Op en Top dansfeest!

Geschreven door

Laundry Day 2014 – zaterdag 6 september 2014 - Op en Top dansfeest!
Laundry Day 2014
Antwerpen-Zuid
Antwerpen
2014-09-06
Thorben Meurisse

Dat Laundry Day in België is uitgegroeid tot het grootste 1-dagsfestival in zijn soort werd zaterdag weer eens duidelijk. Meer dan 60.000 feestgangers waren meer dan welgekomen op deze 17e editie die ook dit jaar weer een waslijst aan grote namen mocht ontvangen.

De 9 stages verwelkomden meer dan 100 acts, indrukwekkend getal voor dit 12uur durend feest. De stages waren 1 voor 1 prachtig gemaakt en voorzien van spetterende lichtshows. In de Rampage tent was het de Drum and Bass en dubstep, samen met het lichtspektakel, 1 geheel. Prachtig om te beleven. Bij de Big Bro moest men opletten wat men deed, 2 gigantische veiligheidscamera’s hielden het dansende volkje nauwlettend in het oog. Het publiek trok er zich niets van aan en ging helemaal uit de bol op de beats van oa. Lennert Wolfs en Dimaro.

Op de mainstage was het Dj Licious die het volk opwarmde voor de knallende sets van Wolfpack en aansluitend Yves V. Wie daarna even dacht uit te rusten voor grote klepper Martin Solveig had het mis want Alvar & Millas trokken de lijn gewoon door, blijven gaan dus. Nu er heel wat volk was toegestroomd voor Martin Solveig kon hij eraan beginnen. Zijn set begon met wat minder bekende en nieuwe muziek maar na enkele meezingers zoals “Hello” was het publiek weer razend enthousiast.

Nu het wat donkerder werd boven ons kon de lichtshow op de mainstage eindelijk zijn toppunt gaan bereiken. Het publiek in spanning laten afwachten naar Dimitri Vegas & Like Mike, liet Laidback Luke niet gebeuren. Hij speelde een set waarvan het publiek meer dan opgewarmd was voor die fantastische broertjes uit Willebroek. Tijd om de grote kanonnen boven te halen dachten ze. Vuurwerk, meer vodka en klassiekers zorgden voor een set om niet rap te vergeten.

Wie Laundry Day 2014 ook zeker niet zal vergeten is DJ Frank, terwijl zijn collega’s op de mainstage alles gaven vroeg hij, op het podium van de Big Bro, zijn vriendin ten huwelijk. Voor een grote menigte. Kan een dag nog beter? Give the power to the people …

Organisatie: Laundry Day

Crammerock 2014 – Een schot in de roos!

Geschreven door

Crammerock 2014 op 5 & 6 september 2014 – Een schot in de roos!
Crammerock 2014
GroenePutte
Stekene
2014-09-05 & 06
Nick Nyffels

De 24ste editie van Crammerock in Stekene was een groot succes want voor het eerst kon dit festival uitverkopen, wat toch een kleine 30.000 man betekent over 2 dagen. Het festival aan de E34 heeft een grote tent met twee podia die alterneren, wat soms een beetje stoort omdat de soundcheck van de volgende band bezig is terwijl de bands spelen, maar voor een Sportpaleis gevoel zorgt dat gelukkig nooit. Daarnaast is er nog een Clubtent, waar kleinere elektronica-acts, lokale hiphop en djs geprogrammeerd staan.
Gelukkig kwam Patti Smith niet naar Crammerock dit jaar, zodat Musiczine niet de Grote Belgenverdelger op pad gestuurd had, maar ondergetekende de recensent van dienst was. Want Crammerock had dit jaar wel heel erg veel Belgische bands op de affiche staan: van de 24 acts die over twee dagen in de grote tent met twee alternerende podia stonden, waren er 20 Belgische.

dag 1 – vrijdag 5 september 2014
Wij begonnen er aan op vrijdag met Amongster, de band van Gentenaar Thomas Oosterlinck, die zijn band noemde naar het openingsnummer op Poliça’s “Give you the ghost”. Amongster was een van de winnaars van Studio Brussel’s talentconcours ‘De nieuwe lichting’ en stond ons niet tegen: Oosterlinck heeft een stemgeluid ergens tussen Oscar & The Wolf en Gotye in, en de mix van gitaren en keyboards was ook niet slecht.

Kenji Minogue kan alleen maar uit de hoofdstad van Oost-Vlaanderen, Gent, komen. De eerste keer dat je deze dames ziet, valt je mond gegarandeerd open. Voor mij was het de tweede keer, dus het verrassingseffect was een beetje weg, maar wat bleef waren de verslavende Pop Life/ Charlatan beats met een hoek af, en de onzinnige maar moeilijk verstaanbare teksten van Fanny Willen en Conny Komen. Lag het aan het vroege uur, of de publieksrespons, maar eerder dit jaar op Rubyrock vonden we ze beter, nu zaten ze toch een beetje gevangen in het strakke tijdschema zodat we een beetje het gevoel kregen dat het een feestje van moeten was. Niettemin, de beats blijven heerlijk vuil, Butthole Surfers meets Robyn, en al de bekende hitjes passeerden de revue zoals “Veranda”, “Danny”, “Alwadammehetten” en “Naam familienaam”. Er was tijd voor een bierpauzetje, en natuurlijk dook Fanny het publiek in. ”Min Oeders” was een onwettelijk kindje van de heren van Rammstein die door Grace Jones gedomineerd werden.  Soulwax heeft van nu af aan bastaardzusjes en ze heten Kenji Minogue.

Omdat Coely net iets minder ons ding was, gingen we eens naar de Clubtent waar we op Hydrogen Sea stuitten. Als je Amatorski goed vindt, moet je ook zeker eens dit Brussels duo uitchecken: droompop meets elektronica. Zangeres Birsen Uçar heeft een stem die doet denken aan Skye Edwards van Morcheeba. Pj Seaux speelt zowel op keyboards als gitaar en het geheel klonk heel fris. Mooie visuals hadden ze trouwens ook meegebracht.

Joepie, want toen was het tijd voor Gorki. Het was alweer een tijdje geleden dat we Vos aan het werk gezien hadden, op de Gentse Feesten doen we immers meer pleinen aan dan Sint-Jacobs. Een nieuw album heeft Gorki niet uit, dus werd het vooral een greatest hits set vanavond.  Vos en co begonnen met “You”ll never walk alone” en “Wacht niet te lang”. “Lieve kleine Piranha” zat vroeg in de set en werd visueel ondersteund op het LED-gordijn dat de band meegebracht had door opwaarts zwemmende dolfijntjes.
Gorki /Gorky bestaat dit jaar 25 jaar, dus dat mocht gevierd worden met “Lang zullen ze leven”. Andere prijsbeestjes waren “Ooit was ik een soldaat”, door Vos aangekondigd als het relaas van zijn hoerenbezoek tijdens zijn legerdienst in Duitsland, natuurlijk “Ooit vraagt een mens zich af”, het visueel met een V-logo ondersteunde “Veronica komt naar je toe” en natuurlijk het op een luid gejuich onthaalde en woord voor woord meegezongen “Mia”, dat voor het eerste kippenvelmoment op Crammerock zorgde.

Tom Van Laere vertoeft nog altijd op Planeet Rock, maar het wordt tijd dat hij naar de echte wereld afdaalt want we vinden dat de man plafonneert op zijn vijfde ‘The Great scam’: van classic rock gaat het snel naar cliché rock, dit ondanks de knappe single “Breaking away”, die volgens ons niet misstaat naast iets van The War on Drugs.  Admiral Freebee was goed, maar werd toch overklast door Gorki. Van Laere zijn stem klonk een beetje kapot, maar de liveband tilde het optreden toch naar een hoger niveau: de blazers voegden net dat beetje extra toe, en de nummers kregen een feestelijk funkjasje aangemeten waarbij Stax het grote voorbeeld was, zoals in “Always on the run”.  Van Laere kreeg de handen op elkaar bij “Nothing else to do”, smokkelde een saxsolo in de intro van “Breaking away” waarin we vooral de gitaarsolo konden smaken  en vervolgde met “Bad year for rock ’n roll”, een vette jam met een smerige sax-outro. De nieuwe nummers bleven niet echt bij, het waren vooral de oudjes die op herkenning konden rekening zoals “Einstein brain” en “Oh darkness”. Een mooi rustpunt was “Rags ’n run” , Van Laere op akoestische gitaar en mondharmonica, ondersteund door de blazers. Natuurlijk kon ook “Ever present” niet ontbreken. Admiral Freebee 2014 heeft een Stax-obsessie, en dat stoorde ons helemaal niet.

Arsenal mag je wel de festivalband noemen. Ze hadden vanavond eventjes moeite om op gang te komen, maar vanaf het derde nummer, “Black Mountain, beautiful love” was het gewonnen spel voor Willemyns en co. De gastzangers mochten ook niet ontbreken natuurlijk, zo kregen we Aaron Perrino van The Sheila Devine en Baloji die “Personne ne bouge” rapte. Toppers waren natuurlijk “Saudade”, “Longee”, “Estupendo” en de grote finale waarin iedereen meezong en sprong was natuurlijk “Melvin”.

Wat konden we verwachten van Lauryn Hill? Het was immers 16 jaar geleden dat ‘The miseduction of Lauryn Hill’ de standaard van de neo-soul verzet had, en sindsdien had mevrouw Marley zich voornamelijk met het opvoeden van kinderen en belastingontduiking bezig gehouden, wat haar in 2013 op 3 maand gevangenis kwam te staan. Had ze maar Vermassen en Mary ingeschakeld. Goed voorbereid hadden we Youtube gecheckt waar een concert eerder dit jaar in Atlanta al duidelijk maakte dat we geen gelikte neo-soul mochten verwachten: reggae zou er zeker in zitten. Zou ze vanavond ook de typische sterallures van de Amerikaanse hiphop artiesten etaleren door een half uur te laat te beginnen? Ja en nee: Arsenal had gewoon tien minuten te lang gespeeld, daar kon Miss Hill niet aan doen, wat ze wel op haar kerfstok had vanavond was dat ze de eerste twintig minuten van haar anderhalf uur geprogrammeerde set haar dj in de strijd stuurde als opwarmer. De arme man moest het publiek ophitsen voor La Hill, maar deed precies het omgekeerde, hij begon er aan met Fun’s “We are young”, wat nog door het halve Waasland werd meegezongen, maar maakte Stekene daarna gewoon kwaad door maar hiphop classics te blijven brengen die onze eigen Discobar Galaxie met zoveel meer stijl en humor op een festivalpubliek weet af te vuren.
Daarbij, de dancetent in Stekene was de Clubtent, dus hij stond op het verkeerde podium. Afijn, na twintig hemeltergende minuten verscheen er toch enige beweging op het podium. Een volledige band, inclusief drie zangeressen verscheen op het podium en Miss Hill droeg een stemmig zwart/wit kleedje en een zwarte hoed.
Zoals ik verwacht had, kregen we reggae inclusief de “wojo”-kreten. “Killing me softly” kreeg zo een reggae-jasje aangemeten, zodat Roberta Flack’s soulklassieker onherkenbaar werd. Ook “Everything is everything” werd ontdaan van alle oorspronkelijke melodielijnen en kreeg nieuwe arrangementen, zodat je een hybride uptempo powerballad a la Alicia Keys kreeg.
Het publiek had kennelijk toch iets meer toegankelijke nummers verwacht, want tijdens het concert liep de grote tent meer en meer leeg, zodat ze tegen het einde van het concert maar voor de helft gevuld bleef.
Had het publiek gelijk? Ja en nee: een festivalvriendelijke set bracht Hill zeker niet vanavond, maar toen ze begon te rappen was snel duidelijk dat zij het grote talent was in The Fugees: het was strak en het was dwingend en stond zover boven wat we Wyclef Jean een paar jaar geleden op Couleur Café zagen doen. Nu dat was ook niet zo moeilijk, want die mixte platte dance met gratuite Marley covers en coverde zelfs House of Pain op schabouwelijke wijze, en meende ook nog Jimi Hendrix te moeten verkrachten door op zijn tanden gitaar te spelen. Eigenzinnig en niet commercieel, dat was het zeker, bijvoorbeeld in “To Zion”. Ook Dancehall kan la Hill zonder problemen aan, de band had ook visuals mee die op de monitors best goed waren, maar door de kwaliteit van het podiumscherm niet tot zijn recht kwamen. Toen was het plots pauze, we meenden het origineel van Portishead’s “Glorybox” te ontwaren, waarna Hill terugkwam voor een akoestisch intermezzo met onder andere “Mr Intentional” en nonkel Bobs “Lay your lights down low”. Daarna was het Fugees-time met een strak “Fu-Gee-La”, “Ready or not” waarin de melodie van Enya’s “Bodicea “ spijtig genoeg naar de achtergrond gemixt werd, en een reprise van “Killing me soflty” die etaleerde hoe goed Hill bij stem is, en waarbij de overblijvers in de tent de handen in de lucht staken.  Ex-miss Marley besloot toen nog eens de familiebanden aan te halen met “Jammin” ,dat in de top drie van de vertolkingen netjes naast Sir Bob en Chief Wiggum mocht gaan staan, en “Is this Love”. Afsluiten deed Hill met “Doo Wop that thing” en ze besloot zo een eigenzinnige, ietwat weerbarstige, misschien festivalonvriendelijke set die er wel mocht wezen.

Het publiek rond ons werd ondertussen zatter en zatter, maar aangezien we niet van plan waren onze roes uit te slapen in een tentje, lieten we Dizzee Rascal en The Subs aan ons voorbijgaan, er kwam immers nog een tweede festivaldag aan. Op dag een waren de medailles voor Gorki en Arsenal en was de trofee voor de eigenzinnigheid voor Miss Hill.

dag 2 – zaterdag 6 september 2014

Ook dag twee van Crammerock 2014 was uitverkocht. Wij pikten in bij de laatste twee nummers van Urbanus & de Fanfaar,  “Zetpilcar “ en “Ge moogt naar huis gaan” en zagen een dolenthousiast publiek.

Dat Alex Agnew Sportpaleizen kan vullen is voor mij een raadsel, om maar te zeggen dat ik hem de minste van deVlaamse stand upcomedians vind. Zijn metalband, Diablo Boulevard, heeft al zijn derde plaat uit, maar we hadden ze nog nooit aan het werk gezien, om maar te zeggen dat we geen metalfreak zijn. We hoorden metalcore met een popgevoel, nummers zoals “Follow the deadlights” en “Builders of empires” deden ons aan Life of Agony denken. We ontwaarden een Rode Duivelsdrietand in het publiek, en die was wel toepasselijk bij de muziek van Diablo Boulevard. Agnew moest hard werken om dit niet-metal publiek mee te krijgen, en slaagde er toch in om een circle pit en een wall of death te organiseren. Wij vinden het toch leuker als die spontaan ontstaan, maar soit. Een tenenkrullend moment in de set, met Saint of Killers heeft Diablo Boulevard een powermetalballad, die aanzette als een Kyuss meets Metallica, maar dan ontaardde in het slechtste wat de jaren tachtig hairmetal ooit gepresteerd heeft.

Girls in Hawaii, de Waalse indierockers, zijn zo een van die bands die ik op een festival nog nooit gezien had, omdat er op hetzelfde moment altijd wel een iets interessantere band bezig was. Dit zestal speelde vanavond zijn laatste concert in een reeks van honderd. Ze klonken bij momenten dromerig, soms als Grandaddy (wellicht het nummer “Organeum”), maar konden ook bijzonder hard uit de hoek komen, zeker in het laatste kwart van de set. Stekene kon deze band wel smaken.

School is Cool heeft zijn moeilijke, donkere tweede plaat uit, en is in mijn eigen ogen niet meer dezelfde, Arcade Fire gewijze hemelbestormers door het vertrek van Nele Paelinck en Andrew Van Ostade, waardoor de band toch een pak charisma kwijt is dat de nieuwe leden niet hebben kunnen opvangen.
Hier op Crammerock vonden we ze beter dan eerder deze zomer op het Cactusfestival. Zanger Johannes Genard hoste rond als een wilde sjamaan en de blazers gaven dat tikkeltje extra. De nieuwe nummers waren lastig festivalvoer in al hun weerbarstige, elektronische donkerheid. Het waren vooral de oudjes zoals “The underside”, “Road to Rome” en “Warpaint” die iets los maakten bij het publiek, dat laatste nummer paste netjes in zijn nieuw elektronisch jasje. Bij momenten klonk de band hermetisch, maar de finale was dan weer veelbelovend met “World is gonna end tonight” en “New kids in town”. Vreemd dat School is cool zijn eigen apotheose saboteerde door af te sluiten met een door het publiek onbekend nummer.

Tijd om de inwendige mens te versterken, waardoor we het eerste kwart van Channel Zero misten. Die hadden versterkers staan die groot genoeg waren om de tent om ver te blazen. Net als Diablo Boulevard moest Channel Zero hard werken om het publiek mee te krijgen, kwam daar nog bij dat Franky De Smet- Vandamme ziek was, maar dat was er niet aan te horen. Opvallende nummers waren het Nederlandstalige “Duisternis”,  “Fool’s parade” en de nieuwe single “Electronic cocaine”. Net zoals voor veel andere bands was dit de laatste show van de tournee van Channel Zero, reden om de crew van de band op het podium te roepen, in het bijzonder dan Pietje, die verjaarde, en getrakteerd werd op een slagroomtaart in het gezicht. Daarna kregen we nog “Help” en bij afsluiter “Black Fuel” mocht het publiek op het podium, waarbij een man in roze transgender bodysuit opviel door de gitaarriffs van het nummer op zijn valse piemel te spelen. Er mag al eens gelachen worden bij Channel Zero.

Buffalo Tom spelen maar drie shows dit jaar, waarvan een in Boston, een in Nederland, en de derde op Crammerock. Om maar te zeggen dat deze indierockers een speciale band hebben met België, die zoals ze zelf vertelden vanavond, ooit begon op het Futurama festival in Deinze. Ze begonnen, hoe toepasselijk kan het zijn, met “Summer’s gone” en gingen er in een rotvaart vandoor want ze wouden zoveel mogelijk nummers spelen in het uur dat ze gekregen hadden. “Treehouse” was verschroeiend, “Larry” zorgde voor het eerste kippenvel, vreemd dat een nummer over een kat zo snijdt. “I’m allowed” werd door iedereen meegezongen, waarna Chris Colbourn, volgende week vijftig, de zang mocht overnemen in “Rachael” en dat deed hij later ook in “Kitchen door”.
Buffalo Tom heeft altijd twee zangers gehad die elkaar goed aanvullen.  Bill Janovitz blijft een onderschatte gitarist, de gitaarsolo in “Taillights fade” zat niet in de originele versie, maar voelde heel natuurlijk aan. Het beste nummer vanavond was ongetwijfeld “Velvet Roof”, hoe Janovitz zijn gitaar als een mondharmonica doet klinken, ik kan er nog altijd niet bij. Ook “Mineral” was top, en zoals je al ziet kwam het grootste deel van de nummers vanavond uit ‘Let me come over’. “Birdbrain” was voor de echte Buffalo Tom fans, waarna “Tangerine” en het intieme “Crutch” deze nostalgische, maar steengoede set van Belgium’s favorite Bostonians afsloot (sorry Pixies).

We zouden nooit een plaat kopen van Milow, maar Jonathan Vandenbroeck is wel een perfecte festivalact. De meisjes zongen dus voluit mee vanavond, bijvoorbeeld op “You dont know me” of “Little in the middle”. Milow laste een duet in met een blondje uit Seattle, dat ietwat een Country feeling meekreeg. Er was een “Lichtjes aan de Schelde”-moment toen hij het publiek opriep de smartphones te gebruiken in “You and me” en ook 50 Cent’s “Ayo technology” mocht niet ontbreken. Festivals zijn een dankbaar speelterrein voor artiesten als Milow.

Vreemd genoeg had Hooverphonic nog nooit in de eigen achtertuin op Crammerock gespeeld. Vorige maandag passeerde de hele carrière van deze Waaslanders in Belpop, inclusief de vele zangeressen waarvan Noemie Wolfs de laatste en heel geslaagde incarnatie is. Hooverphonic begon stevig, met “Boomerang” en het op een Moog-orgeltje gebouwde “Expedition Impossible” dat met handclaps ondersteund werd had veel weg van The Inspiral Carpets. Daarna gingen we terug naar het begin van de band met “2 wicky”.  “Happiness” volgde, waarna Noemie toch iets minder presteerde in “Mad about you”, dat een loungejasje aan had ergens refererend naar Air en Pierre Henry. Wolfs gaf dan weer welk een topvertolking weg in “Vinegar and salt”, waarin ze met groot gemak haar reikwijdte demonstreerde en een heel geloofwaardige vertolking neerzette. Alex Callier bewees nog maar eens dat hij een geluidsfetisjist is in “Eden”, waarin het geluid gewoon perfect was. “The world is mine”  ging Noemie minder goed af, maar in een akoestisch “Jackie Cane” was ze dan wel weer heel straf.  In “Sometimes” deed de band iets nieuws, ze brachten een mooie a-capella versie. De eerste doortocht van Hooverphonic was een triomf, die afgesloten werd met “Amalfi”.

De grootste onzin die ooit uit Zweden gekomen is, is ongetwijfeld The Hives, en we bedoelen dat niet positief. We hebben graag garagerock, maar het grote probleem is de zanger van de band, de arrogante Pelle Almqvist die met zijn publiekspelletjes de concerten van de band constant stil legt. Wij houden meer van The Ramones approach als het op punkrock aankomt, gewoon spelen en niet te veel zeveren. Het is daarom dat we de laatste 10 jaar in een wijde boog rond elk festivalpodium gelopen zijn waar The Hives geprogrammeerd stonden. Tijd dus om onze mening te herzien op Crammerock? Wel, als je je over de capriolen van Almqvist zet, rocken de witte pakken een aardig stukje weg. Tuurlijk, hun beste songs blijven die van hun eerste platen, ”Hate to say i told you so”, “Main offender” en “Two timing touch and rock ’n roll”. Er was weer veel show, met onder meer een wassen beelden moment tijdens “Tick tick boom”, maar misschien waren we in een milde bui, eigenlijk was het redelijk goed. Ik ga alleen niet de volgende vijf jaar nog eens kijken naar The Hives.

Oscar and The Wolf konden op een bijzonder geslaagde festivalzomer terugkijken, met passages op Werchter, de Lokerse Feesten en Pukkelpop, nu Crammerock en later deze maand nog Leffingeleuren. Ook al hebben ze enkel een debuut uit en een aantal EP’s, toch mogen ze overal headlinen. Dat is terecht, want hun show staat er, het is een lange theatrale trip, waarin de tropische planten, de belichting en de lasershow voor een 5 uur ’s morgens Ibiza gevoel zorgen. Ok, door de kenmerkende stem van Max Colombie klinken alle nummers wel een beetje hetzelfde, maar dat deert niet. Uitschieters waren natuurlijk, “Princes” en “Strange Entity”. Ook Jennifer Lopez’ “ Jenny from the block” passeerde de revue. Kortom, een waardige afsluiter van Crammerock (de onwaardige afsluiter van Crammerock was natuurlijk Gunther D., hoe kan het anders).

De balans van twee dagen Crammerock: Belgische bands in topvorm (Gorki, Arsenal, Hooverphonic), een eigenzinnige Lauryn Hill die haar talent bevestigde maar dringend met iets nieuws mag komen, en jeugdsentiment van Buffalo Tom die opnieuw bewezen dat ze een van de essentiële bands van de nineties waren.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Arsenal

Arsenal – Happy feelings!

Arsenal en Aaron Perrino
OLT Rivierenhof
Deurne
2014-09- 04

Je houdt er altijd wel een goed gevoel aan over als je naar een gig van Arsenal gaat … Al zo’n tien jaar staat de tandem Roan – Willemyns , met de sympathieke zangeres Léonie Gysel, garant voor een warme , zomerse, sfeervolle, aanstekelijke multi–culturele sound, die alle kanten opgaat.
Een handvol platen hebben ze uit,  die evenwichtig , feelgood , luchtig als relaxt, melancholiek , nazomers zijn . Met het verschijnen van ‘Furu’ kon je hen tijdens de zomer wel ergens aan het werk zien . In welke vorm zij met gastvocalisten aanwezig zijn , komen smileys op de gezichten, kunnen de beentjes worden gestrekt en is er een samenhorigheidsgevoel. Arsenal brengt je ongetwijfeld moeiteloos in een feeststemming.
Kortom , ze bezorgen je een onvergetelijke, ontspannende avond.
Drie maal traden ze aan in een uitverkocht Rivierenhof en het pittoreske decor brengt je in optimale stemming, ideaal om de festivalzomer uit te wuiven en de herfst te begroeten , surplus even na te mijmeren van de voorbije periode . Heerlijk zoiets!

Kleurschakeringen van de seizoenen vloeien in elkaar over op de opener “Temul” van de  nieuwe plaat, met de Deense schone Lydmor ; een spannende, groovende , filmische dreiging bij valavond zit verweven in de sound, bepaald door de keys en de percussie . Onze lieftallige deerne ging nog meer extravert te werk, ging vocaal diep en  dweepte de massa op . Terecht stond zij hier in de spotlight.
Dan trokken John Roan – Léonie Gysel de boel op gang . “The coming” helpt je op weg als sfeermaker, en dan kan het Arsenal feestje definitief beginnen , een goed uur lang  met die lekkere exotische, pompende beats’n’grooves , danspasjes , lachende gezichten en handjes zwaaien . De temperatuur steeg op de daaropvolgende songs “Black mountain” en “Estupendo” , wat mooi meegenomen was . Het publiek wist hen sterk te onthalen.
Een glansrol opnieuw aan het adres van  onze Deense  op “Evaporate”, die heel beweeglijk op de stage bezig was, en het partygevoel onderhield . Haar zinderende verschijning smeulde nog even na.
Vrolijk , zwoel, gezwind speelde Arsenal verder met het loungy “Longee” , “High venus” en “Not yet free”. Het gitaarspel drong zich meer op naast de lekker in het gehoor liggende beats. De happy feelings  gingen naar een finale op “Personne ne bouge” met Baloji als gastvocalist, “Saudade” en een prachtige uitgesponnen “Melvin , waar het refrein van “You spin me round” van Death or Alive te horen was.
In de bis konden we wat op adem komen , rockte Arsenal samen met Aaron Perrino op diens meesterlijke “Like an criminal” en het emotievolle “Buy in late”, te vinden op een vroeger Arsenal album ‘Outsides’. “Woe is me” baande op sfeervolle wijze een weg naar de ultieme extase van “One day at a time” en “Lotuk”.

Arsenal fascineert, boeit , roept het beeld op van gekoelde cocktails, en blijft één van de opwindendenste live acts , die we maar al te graag koesteren!

Aaron Perrino uit Boston,  sing/songwriter van de (vroegere) rockbands The Sheila Divine en Dear Leader , hielp al mee op de platen van Arsenal . Met The Sheila Divine  bracht hij twee pareltjes van platen uit , ‘New Parade’ en ‘Where have my countrymen gone’, melodieus subtiel opgebouwde, gevoelige rock . "Automatic buffalo" en  “Countrymen” , de titelsong, ontbraken niet in de handvol solo gespeelde breekbare songs , geleest op z’n intense gitaarspel en zijn helder indringende, lichthese vocals …

Organisatie: OLT Rivierenhof , Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Pukkelpop 2014 thru the eyes & ears of Geert Huys

Geschreven door

Pukkelpop 2014 thru the eyes & ears of Geert Huys
Pukkelpop 2014
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2014-09-05
Geert Huys

PUKKELPOP, Kiewit, 14-16 augustus 2014

We zijn pakweg drie weken na Pukkelpop, alle katers behoren normaliter definitief tot het verleden en sommige herinneringen en impressies beginnen misschien al wat te vervagen. En net nu iedereen dacht dat het laatste woord over de eclectische muziekdriedaagse gevallen was is het dan eindelijk zover: het meest onbetrouwbare overzicht van PP14 is af en klaar voor consumptie: lees, luister en geniet na!

dag 1, 14 augustus 2014
THE STRYPES (Main stage, ***)
Bio: Ierse broekjes die in de platenkast van ma en pa gingen rondsnuffelen en er grijsgedraaide exemplaren van The Yardbirds en Dr. Feelgood ontdekten. Hun vorig jaar verschenen debuut ‘Snapshot’ was voor Alex Turner meteen reden genoeg om deze knapen als support van de Arctic Monkeys een stukje van de wereld te laten zien.
On stage: De sound én de looks, zowat alles hebben The Strypes gepikt van hun roemruchte voorbeelden, maar ze doen het met jeugdige branie. Hun aanstekelijke mix van punky evergreen covers, waar ze eer betonen aan muzikale helden zoals Bo Diddley en Nick Lowe, én eigen okselfrisse pubrocksongs lokte een pak puberaal vrouwvolk naar de eerste rijen. Maar nee, de coole zwarte zonnebril van zanger Ross Farrelly verroerde geen vin.
Highlights: “Smokestack Lightning” // “Blue Collar Jane” // “Heart Of The City”

PERFECT PUSSY (Marquee, **)
Bio: New Yorks zootje ongeregeld dat met hun Sturm und Drang attitude op korte tijd is uitgegroeid tot een kleine sensatie in de punkwereld. Afgelopen lente verscheen hun debuutplaat ‘Say Yes To Love’ die afklokt op 23 min, wat eveneens de gemiddelde tijdsduur is van een Perfect Pussy optreden.  On stage: Op het eerste zicht lijkt frontvrouw Meredith Graves de meest timide leerlinge van de kostschool, maar met een microfoon in de hand transformeert ze op een wenk in een krijsende bitch die met alles en iedereen een rekening heeft te vereffenen. Wie de dissonante geluidsbrij verpakt in ultrakorte noisepunk uppercuts niet kon smaken holde de tent uit, wie de trip volledig uit zat bleef achter met open mond en uitgerafelde oordopjes.
Highlight: “Driver”

THE SPECTORS (Wablief?!, ***)
Bio: Jong vijftal dat vorig jaar Blankenberge voor eens en voor altijd op de muzikale landkaart zette. Voormalig Editors gitarist Chris Urbanowicz was meteen gecharmeerd door hun poppy shoegaze, en nodigde het Westvlaamse talent uit naar Brooklyn, NY om hun debuut EP in te blikken.
On stage: Wie met de ogen dicht de tent kwam binnengewandeld kreeg meteen echo’s rond de oren geslingerd van frisse 90ies bandjes als Lush en Eden, of recenter, The Pains Of Being Pure At Heart. Met de frèle blondine Marieke Hutsebaut op het voorplan trokken The Spectors eerder behoedzaam een wall of sound op rond hun fuzzy dreampop, met als belangrijkste wapenfeit een fraaie eigen interpretatie van The Brian Jonestown Massacre’s “Swallow Tail”.
Highlights: “Nico” // “Swallow Tail” // “Perfect Early Morning”

MAC DEMARCO (Club, ***)
Bio: Canadese multi-instrumentalist die zijn eerste muzikale stappen zette met zijn psychedelisch project Makeout Videotape, om zich daarna te profileren als een soort goofy singer-songwriter met Ween fixatie. Zijn jongste worp ‘Salad Days’ wordt collectief de hemel ingeprezen als een instant classic en bombardeerde DeMarco dit voorjaar tot nieuwe held van de slacker rock.
On stage: DeMarco -zoals steeds getooid met baseball pet- en zijn drie muzikale makkers hadden er duidelijk erg veel zin in en kregen het enthousiaste publiek probleemloos op hun hand. Meer dan eens hadden we het gevoel dat een groep als Pavement dit al eerder heeft gedaan: korte nonchalant gebrachte songs, doorgaans laverend tussen zotheid en introspectie, die plots beginnen en ook ineens gedaan zijn. In tegenstelling tot de back catalogue van Malkmus & co bleven echter maar een paar van DeMarco’s songs echt op onze huid zitten. De Canadees lapte en passant alle etiquetteregels van Chokri aan zijn laars en genoot zichtbaar van zijn rondje crowdsurfing.
Highlights: “Salad Days” // “Chamber Of Reflection”

FOREST SWORDS (Castello, ****)
Bio: Wanneer Liverpudlian Matthew Barnes niet aan de slag is als producer of grafisch ontwerper kruipt hij sinds 2009 in de huid van Forest Swords. Liefhebbers van donkere en abstracte triphop hebben ongetwijfeld reeds de EP ‘Dagger Paths’ en het full album ‘Engravings’ in huis gehaald, of moeten dat dringend doen.
On stage: In het pikdonker van de Castello kwam de eclectische mix van claustrofobisch stuiterende (dub)beats, mystieke vocal samples, en atmosferische soundscapes optimaal tot zijn recht. Het feit dat knopjesdraaier Barnes een extra bassist had meegebracht en sommige nummers zelf inkleurde met gitaar creëerde een organisch geluid dat aangenaam dicht ging aanleunen bij Massive Attack en DJ Shadow. Nee, we schuwen de Grote Woorden niet: eerste muzikale ontdekking van PP14!
Highlights: “Ljoss” // “The Weight Of Gold” // “Thor’s Stone”

DEAFHEAVEN (Club, ***½)
Bio: Weinig opgewekt muzikaal gezelschap uit San Francisco dat uit een kruisbestuiving tussen de op papier onverzoenbare genres ‘black metal’ en ‘shoegaze’ een geheel nieuw geluid weet te puren. Zowel progressieve metalheads als ruimdenkende muziekliefhebbers met een ijzeren gestel bombardeerden ‘Sunbather’ tot hét album van 2013.
On stage: Iets of iemand moet zanger/brulboei George Clarke tijdens zijn jeugd iets vreselijks hebben aangedaan, want de blik waarmee hij vol doodsverachting de contouren van de tent aftuurde kan je nu eenmaal niet acteren. Voeg daarbij zijn apocalyptisch gekrijs dat nog net boven de massieve muur van breed uitwaaierende gitaren en manische drums uit troont, en je hebt alle ingrediënten voor een diepgravende emo trip met grote ‘E’. Fans van Mogwai, dit is hoe jullie bandje met een echte zanger zou kunnen klinken.
Highlights: “Dream House” // “Sunbather”

JUNGLE (Castello, **½)
Bio: Neo-funk collectief rond twee Londense producers die zich als J en T laten aanspreken. Dankzij hun nominatie voor de longlist van de BBC Sound of 2014 poll en een trits gladgestreken popsingles groeide Jungle in no-time uit tot een ware hype.
On stage: De Castello bleek al vlug een paar maatjes te klein voor het hitgevoelige Jungle dat met de vingers in de neus even goed de Marquee had kunnen doen vollopen. Liefhebbers van aalgladde neo-soul doorspekt met keurige falsetstemmetjes en hippe electro injecties hadden hier ongetwijfeld een grote kluif aan. Wij krijgen onze funk echter graag een stuk pikanter opgediend. Wil er iemand de cayennepeper eens doorgeven aub?
Highlights: “Time” // “Busy Earnin’

TEMPLES (Club, ***)
Bio: Jong retro viertal uit Northamptonshire met een gezonde fascinatie voor paddestoelen, vloeistofdia’s en mellotrons. Hun debuut ‘Sun Structures’ is amper een paar maanden uit, maar ruikt nu al naar 1967.
On stage: Zanger/gitarist James Bagshaw ziet er dan wel uit als een lookalike van Marc Bolan, het talent om tijdloze songs te pennen heeft ie vooralsnog niet. De psych pop van Temples nam bijwijlen barokke proporties aan, is vakkundig in elkaar geknutseld en klinkt aanstekelijk, maar echt vonken deed het zelden of nooit.  Wie een plaat van Temples in huis wil halen én er een eigenwijze alfabetische volgorde op na houdt zet die best vlak naast de ‘K’ van Kaleidoscope (UK) en Kula Shaker.
Highlights: “Colours To Life” // “Shelter Song”

AMATORSKI (Castello, ***½)
Bio: Eigenzinnig en uniek audiovisueel project rond de introverte songwriter Inne Eysermans dat sinds het behalen van een finale plaats in Humo’s Rock Rally van 2010 is uitgegroeid tot een groep met internationale allure. Hun verstilde post-rock heeft een voorlopig hoogtepunt bereikt op ‘From Figures To Clay’, één van de weinige Belgische platen die dit jaar wereldwijd zal worden verdeeld door Crammed Discs.
On stage: Amatorski loodste het publiek langzaam maar zeker binnen in hun emotionele comfort zone waar gestileerde schoonheid, weemoedige soundscapes en ongemakkelijke stiltes de dienst uitmaken. Met z’n drietjes creëerden ze een onaardse crossover van geraffineerde huiskamerpop en intieme post-triphop die zich verdomd moeilijk met andere internationale acts laat vergelijken. Sporadisch stond Eysermans’ overdreven drang tot introvertie de climax in bepaalde nummers wel wat in de weg, maar laat dat een punt van detailkritiek zijn.
Highlights: “Hudson” // “U-Turn”

BLACK LIPS (Club, ***½)
Bio: Vuig garagerock gezelschap dat in haar beginjaren de toegang werd ontzegd tot menige muziekclub in en rond thuisstad Atlanta vanwege een net iets te wilde live reputatie. Na een lang verblijf in de underground scene lijkt de groep op haar laatste platen langzaam maar zeker aansluiting te willen zoeken met de mainstream. Samenwerkingen met sterproducer Mark Ronson en Black Keys drummer Patrick Carney hebben de poort naar eeuwige roem echter nog niet kunnen forceren.
On stage: Hun platen mogen dan steeds gepolijster worden, aan de live reputatie van Black Lips werd gelukkig wat minder gesleuteld al zullen de fans van het eerste uur die ooit nog blote piemels op het podium hebben gespot ons hier allicht tegenspreken. Soit, we hebben ze dan wel niet meegemaakt, maar zó ongeveer moeten de begindagen van The Clash geklonken hebben: sleazy en vettige garagerock met een punky feel waar liters zweet en bier van afdruipen. Geen van de bandleden kan je bezwaarlijk een goede zanger noemen, maar in koor klonken de heren wel net dat tikkeltje doorleefder dan geestverwanten The Libertines.
Highlights: “Family Tree” // “Raw Meat” // “Bad Kids”

EDITORS (Main stage, ***½)
Bio: Met voorsprong de meest succesvolle van alle postpunkbandjes die in de noughties van over het kanaal kwamen aangespoeld. Sinds gitarist van het eerste uur Chris Urbanowicz in 2012 vriendelijk werd verzocht om zijn C4 te komen ophalen trok de groep resoluut de kaart van hapklare stadium anthems.
On stage: Oud en nieuw proberen te rijmen, dat was de belangrijkste opgave voor Editors op PP14. Tijdens de eerste concerthelft slaagden ze daar wonderwel in dankzij Tom Smith’s aangeboren gevoel voor drama en de bijzonder strakke muzikale lijn die zijn vier maats hadden uitgezet. Met tenenkrullende draken als “Honesty”, “Nothing” en “No Sound But The Wind” ging het vervolgens helemaal mis, en kon zelfs een licht ontvlambare herwerking van “Papillon” nog amper soelaas brengen. Missie niet volledig geslaagd dus, maar dat zal die kerel die naast ons alle teksten luidkeels meebrulde uiteraard worst wezen.
Highlights: “All Sparks” // “Bullets” // “Smokers Outside The Hospital Doors” // “Bones”

THE KOOKS (Marquee, ****)
Bio: Pretentieloos viertal uit Brighton wiens catchy Britpop drie platen lang nadrukkelijk knipoogde naar Kinks en Dexys Midnight Runners. Net toen iedereen dacht dat de band definitief van de aardbol was verdwenen staken The Kooks afgelopen lente de neus terug aan het venster met een koppel leuke singles én een herbronning richting funk, r&b en hiphop.
On stage: Sommige dingen veranderen gelukkig nooit. The Kooks on stage swingen nog steeds als een tiet en frontman/krullebol Luke Pritchard waant zich nog steeds dé posterboy van de Engelse indiepop. Dat vertaalde zich in een opmerkelijke stijging van de oestrogenen concentratie op de eerste rijen, zeker toen Pritchard wat danspasjes uitprobeerde tijdens nummers uit hun nieuwste worp ‘Listen’. Persoonlijk hoogtepunt: Pritchard solo met het ultrakorte, oersimpele maar bloedmooie niemendalletje “Seaside”.
Highlights: “Westside” // “Seaside” // “You Don’t Love Me”

SLOWDIVE (Club, ***½)
Bio: Introspectief vijfkoppig gezelschap uit Reading dat eind jaren ’80 in volle Manchesterhype besloot om eens iets helemaal anders te doen. Geen uptempo party vibes dus, wel dromerige en gitzwarte shoegaze op het kruispunt tussen My Bloody Valentine en Cocteau Twins. Na 20 jaar inactiviteit kreeg Slowdive een uitnodiging van het Primavera Sound festival in de bus voor wat een éénmalig reünie optreden zou worden, en de rest is ondertussen geschiedenis.
On stage: Met de brutale sonic attack van My Bloody Valentine op Pukkelpop 2009 onuitwisbaar op de trommelvliezen geëtst trokken we gewapend met een extra paar oordopjes de Club tent in. Gelukkig had het oorspronkelijke frontduo Neil Halstead en Rachel Goswell een pak minder decibels in de aanbieding, en werden subtiliteit en etherische schoonheid niet onnodig ingemetseld in een wall of sound. Wie zich denkbeeldig neervlijde op het klankentapijt geweven uit pastorale gitaren, lome bas en engelengezang kwam nog tot een andere vaststelling, namelijk dat Slowdive tot één van de pioniers van de postrock moet worden gerekend. The 90ies zijn terug van nooit echt weggeweest.
Highlights: “Crazy For You” // “When The Sun Hits” // “Alison”

dag 2, 15 augustus 2014
THE BOHICAS (Club, ***)
Bio: Jong en punky rock’n’roll kwartet uit Essex en Oost-Londen. Hun titelloze debuut EP verscheen in juni op Domino Records, sinds jaar en dag één van de betrouwbaarste graadmeters in het indie landschap.
On stage: Net als wij ondervonden ook frontman Dominic McGuinness en zijn drie kompanen duidelijk wat last van het vroege uur waarop de Club tijdens de tweede festivaldag voor geopend werd verklaard. Net misschien daarom namen The Bohicas wat te weinig risico om zich echt te kunnen meten met genregenoten The Rifles en Art Brut. Enig venijn zat in de staart van de set verscholen toen de band alsnog op stoom kwam met een splijtende versie van debuutsingle “XXX”.
Highlights: “Swarm” // “XXX”

YOUNG BUFFALO (Main stage, ***½)
Bio: Wie de zonnige en relaxte sfeer op hun twee EPs inademt zou zweren dat deze vijf jongelingen afkomstig zijn uit Californië, maar op hun paspoort staat wel degelijk Oxford, Mississippi. Ze werden door Chokri naar Kiewit gelokt voor hun Belgische maiden trip.
On stage: Met de eerste zonnestralen op de rug charmeerde Young Buffalo’s frisse rammelrock dankzij de luchtige afrobeat accenten en de close harmony blend van frontmannen Ben Yarbrough and Jim Barrett. Wie wel pap lust van Local Natives, Fleet Foxes en Vampire Weekend maar nog in zijn tent lag te stinken heeft hier iets gemist.
Highlights: “Upstairs” // “New Beat”

DRENGE (Main stage, ****)
Bio: Je bent jong, je woont in de English countryside, en je verveelt je te pletter. Er waren dus redenen te over voor de broertjes Eoin en Rory Loveless om zich op een dag respectievelijk gitaar en drums aan te schaffen, en voor ze het goed en wel beseften hadden ze genoeg nummers bij elkaar geharkt voor een volledige plaat waarin ze hun voorliefde voor grunge en vuile garageblues lustig botvieren.
On stage: Net nu iedereen dacht alle gitaar-drums duo’s al gezien te hebben komt Drenge (spreek je best uit met Deense tongval, en betekent zoveel als ‘jongens’) op de proppen met hun eigen lichtontvlambare formule van dit beproefde muzikaal recept. Denk aan Blood Red Shoes en The Vines die samen een lelijke tweeling op de wereld zouden zetten, en je komt al aardig in de buurt. Wedden dat Luc Janssen, die de groep met het nodige cynische enthousiasme had aangekondigd, even later offstage met volle teugen aan het genieten was van deze schurende, piepende en krakende pokkeherrie?
Highlights: “Face Like A Skull” // “Bloodsports” // “Backwaters”

BOY & BEAR (Club, ***)
Bio: Aussie kwintet dat zich in 2010 voor het eerst in de kijker speelde tijdens de Australische tour van Mumford & Sons. Hun laatste worp ‘Harlequin Dream’ kleurt netjes binnen de lijnen die de Mumfords maar ook Fleet Foxes en Midlake al eerder hadden uitgezet.
On stage: Frontman Dave Hosking kan het ook niet helpen dat hij vocaal erg dicht aanleunt bij Marcus Mumford, maar gelukkig beschikt Boy & Bear live over een iets lagere aaibaarheidsfactor dan hun Londense vrienden. Daar blijkt vooral gitarist Killian Gavin voor iets tussen te zitten, het is immers hij die Boy & Bear’s brave indie folkrock hier en daar van een ruw bluesrandje voorziet. Indien de heren er op komende platen wat meer zouden in slagen om het desolate downunder gevoel in hun songs te laten doorschemeren worden we op een dag misschien wel fan.
Highlights: “Three Headed Woman” // “Feeding Line” // “Southern Sun”

OTHER LIVES (Marquee, ****)
Bio: Introvert Americana gezelschap opgericht in Stillwater, Oklahoma uit de restanten van de instrumentale avant-garde band Kunek. De naambekendheid van deze eerder publiciteitsschuwe groep kreeg een welkom duwtje in de rug toen debuut single “Black Tables” in 2008 werd opgepikt in een aflevering van de populaire Amerikaanse ziekenhuisserie Grey’s Anatomy.
On stage: De herfst is zelden zo vroeg begonnen als op PP14, en het bleek de verdienste van Other Lives om daar de passende soundtrack bij te verzinnen. Eigenlijk is ‘componeren’ een beter woord dan ‘verzinnen’, want zowat elk nummer vormt een pastorale indiefolk suite op zich waar eerder spaarzaam wordt omgesprongen met gitaar ten voordele van trompet, viool, cello en xylofoon. Net het gebruik van dit soort minder conventionele rockinstrumenten vormde de basis voor de spooky songarrangementen waar ratelende percussie en de bezwerende klaagzang van de creepy ogende frontman Jesse Tabish zich doorheen vlechten. Mocht Chokri zo streng niet zijn, we gingen prompt wat hout sprokkelen voor een kampvuurtje.
Highlights: “Tamer Animals” // “For 12”

KADAVAR (Shelter, ***½)
Bio: Berlijns trio dat de plaatselijke techno scene maar niks vindt en resoluut terugkeert naar de oerkracht van de gitaar. Platen van Kraftwerk komen er niet in ten huize Kadavar, die van Black Sabbath en Hawkwind des te meer. Met een albumtitel als ‘Abra Kadavar’ is het overigens gissen of dit een gimmick dan wel een bloedserieus gezelschap is.
On stage: Kadavar bewees dat retro geen lelijk woord hoeft te zijn zolang speelplezier het maar haalt van het copycat gevoel. Natuurlijk klinkt hun psychedelische stonerrock vertrouwd in de oren, ook al hebben we thuis geen enkele plaat van de Duitsers in de kast staan. Nee, het zat hem in de Beständigkeit en Gründlichkeit waarmee deze drie langharige oosterburen in Kiewit een pop-up powerhouse optrokken uit een batterij aan wah-wah pedalen, ongenadig bonkende drums en een vette bas. Ozzy & co kunnen rustig gaan rentenieren, hun opvolging is verzekerd.
Highlights: “Black Sun” // “Doomsday Machine” // “Come Back Life”

CAGE THE ELEPHANT (Marquee, ****)
Bio: Vijf rockboefjes uit Kentucky die opgroeiden in het soort vuige whiskybars waar elk uur gemiddeld een stoel of drie sneuvelt. In hun thuisland lustten ze aanvankelijk maar weinig pap van dit soort onstuimige rock, maar dat veranderde snel toen de groep in oktober 2008 eensklaps wereldberoemd werd in de UK door hun inmiddels legendarische performance in Later... with Jools Holland. Op hun jongste plaat ‘Melophobia’ krijgen de heren het charmante gezelschap van Kills strot en femme fatale Alison Mosshart.
On stage: Hyperkinetische frontmannen hebben bij ons altijd een streepje voor. Brad Shultz is er zo één die perfect in het rijtje Mick Jagger-Iggy Pop-David Johansen past: elk optreden betekent een fysieke workout waar contact met het publiek, liefst fysiek, een must is en het versgestreken shirt al vlug tot vestimentaire ballast wordt herleid. Zijn groepsmakkers liepen wat technische averij op bij het begin van de set, maar wie geduld had kreeg uiteindelijk toch een kokende pot grungy indierock en über-catchy rhythm & blues over zich heen. Hell yeah, dit was niks minder dan een klinkende revanche voor de afgelasting van hun geplande set op de rampeditie van PP11!
Highlights: “Ain’t No Rest For The Wicked” // “In One Ear” // “Aberdeen”

THE AMAZING SNAKEHEADS (Castello, ***½)
Bio: Mocht er ooit een film noir worden gedraaid over het grauwe stadsleven in Glasgow, dan mogen The Amazing Snakeheads absoluut niet op de bijhorende soundtrack ontbreken. De drie Schotten losten in april hun debuutplaat onder de veelbetekenende noemer ‘Amphetamine Ballads’, een collectie van 10 averechtse garageblues uppercuts over de zin en onzin van het leven.
On stage: In welke uithoek van de tent je ook stond, ontsnappen aan de grimmige sfeer die zich van de Castello meester had gemaakt was nagenoeg onmogelijk. Het eerste deel van de set had eigenlijk wel wat weg van een soort duiveluitdrijving, waarbij de geblokte frontman/gitarist Dale Barclay in de rol van opperpriester wild in het rond brieste en zich geruggesteund wist door twee evil servants die aritmisch doch genadeloos inhakten op bas en drums. Een welgemeende sorry aan alle dames, maar die extra zangeres op het podium had voor ons echt niet gemoeten. De bezwerende waanzin van dit soort primaire rockabilly trash consumeer je nu eenmaal beter in stoer testosteron gezelschap. Jeffrey Lee Pierce en Lux Interior, de duivel hebbe hun ziel, knikten van ergens hieronder goedkeurend mee.
Highlights: “Here It Comes Again” // “Flatlining” //  “I’m A Vampire”

KURT VILE & THE VIOLATORS (Club, ****)
Bio: Langharige slacker uit Philadelphia die goed op weg is om één van de meest toonaangevende singer-songwriters van zijn generatie te worden. Vile deelde ooit hetzelfde repetitiehok met Adam Granduciel in The War On Drugs, maar besefte al vlug dat twee muzikale genieën in één en dezelfde band vroeg of laat tot creatieve abortus zou leiden. Niet dat het een referentie van enige waarde is, maar Vile’s laatste worp ‘Wakin On A Pretty Daze’ werd door Humo tot dé plaat van 2013 gebombardeerd.
On stage: Het is niet aan iedereen gegeven om met behoorlijk monotoon geneuzel en een schijnbaar ongeïnteresseerde achteloosheid als handelsmerk toch Grote Kunst neer te zetten, maar Vile kwam er ook in de volgelopen Club moeiteloos mee weg. Vergezeld van zijn sleazy musicerende Violators groeit een set van de ranke Amerikaan al vlug uit tot een muzikale trip waar zijn in reverb ingemetselde stem harmonieus combineert met dromerige synthpop, welgemikte Southern rock accenten en lange psychedelische jams. Dat zijn oude maatje Granduciel op een bepaald moment even kwam meejammen maakte van een ‘Pretty Day’ ei zo na een ‘Perfect Day’.
Highlights: “Wakin On A Pretty Day” // “KV Crimes” // “A Girl Called Alex” // “Freak Train”

NENEH CHERRY & ROCKETNUMBERNINE (Castello, ****)
Bio: In Zweden geboren stiefdochter van jazz trompettist Don Cherry met een indrukwekkende staat van dienst bij o.a. The Slits, Rip Rig + Panic, The The en zichzelf. Na een familiale time-out van ruim tien jaar stak de alternatieve popdiva vanaf 2006 regelmatig de neus terug aan het venster met moeilijke bandjes als CirKus en The Thing. Dit voorjaar maakte La Cherry op haar vijftigste een onwaarschijnlijke creatieve comeback met ‘Blank Project’ in samenwerking met Four Tet en het eclectische Londense duo RocketNumberNine.
On stage: Nu de kinderen groot zijn kan Neneh Cherry zich volop concentreren op haar tweede jeugd. In de Castello stond dan ook geen afgeleefde mama maar wel een straffe madam die zich met jeugdige gretigheid in een veel te korte set vastbeet. Opgejaagd door de strakke trip-hop backbeat en de ijle electro beeps van de broertjes Page aka RocketNumberNine bleken Cherry’s krachtige soulstem en snedige raps moeiteloos de tand des tijds te hebben doorstaan. Het moment suprème diende zich aan toen ze zielsgenote Robyn op het podium sleurde voor een strakke vertolking van de miskende clubhit “Out Of The Black”. Met een vertimmerde versie van het inmiddels een kwarteeuw oude “Buffalo Stance” serveerde La Cherry haar briljante comeback match uit met een ace.
Highlights:  “Blank Project” // “Cynical” // “Out Of The Black” // “Buffalo Stance”

THURSTON MOORE BAND (Club, ****½)
Bio: Zonder Thurston Moore geen Sonic Youth, zonder Sonic Youth geen Nirvana, enz. Enfin, dit alles maar om te zeggen dat zonder de iconische New Yorker de levensloop van Pukkelpop er waarschijnlijk helemaal anders had uitgezien en Chokri nu nog steeds een dorpsfestivalletje voor pakweg 1000 man stond te organiseren. En wat Moore zelf betreft, ook zonder Sonic Youth en ex-partner Kim Gordon gaat het leven gewoon verder. Na o.a. twee semi-akoustische soloplaten en het jeugdige enthousiasme van Chelsea Light Moving is er sinds kort gewoonweg de Thurston Moore Band (TMB) die op PP14 haar eerste officiële optreden ten beste gaf (for the record: de tot mini gig uitgegroeide repetitie daags ervoor in het Londense avant-garde oord Café Oto niet meegerekend).
On stage: Met Steve Shelley op drums had TMB wel iets weg van een verknipte Sonic Youth reünie, en eerlijk gezegd, het geheel klonk even groots als het beste werk van de noise originators. Met zijn 56 lentes was Moore de officiële nestor van PP14, maar dat betekent niet dat de man nu ineens een crowd pleaser is geworden. Vervolledigd met My Bloody Valentine bassiste Deb Googe en tweede gitarist James Sedwards van NØught had TMB immers enkel maar nummers uit het in oktober te verschijnen nieuwe album ‘The Best Day’ in de aanbieding. Doorwinterde PP gangers kregen meteen door dat die nieuwe plaat veel lijkt weg te hebben van het beste Sonic Youth album dat nooit is verschenen: weerbarstige noise, hobbelige tempowisselingen, repetitieve ritmes en sonische experimenten, kortom alle ingrediënten van weleer passeerden de revue maar bleven in tegenstelling tot vroeger wel netjes onder de pijngrens. We want Moore, zoveel is duidelijk, dus het wordt nagelbijten tot 21 oktober.
Highlights: “Detonation” // “Forevermore” // “Grace Lake” // “Speak To The Wild”  

THE NATIONAL (Main stage, *****)
Bio: Vanuit thuisbasis Brooklyn, NY heeft dit introvert vijftal zich op 15 jaar tijd bijna geruisloos naar de eenzame top van de indiescene gewerkt. Dat de band ondanks haar status van wereldgroep ver weg blijft van de harde dollars die tal van majors ongetwijfeld veil hebben en (althans voorlopig) trouw blijft aan een respectabel label als 4AD spreekt wat dat betreft boekdelen. Het heeft hen ook het nodige respect opgeleverd van talloze collega’s, zo mochten o.a. Sufjan Stevens en Sharon Van Etten op de koffie komen tijdens de opnames van hun recentste worp ‘Trouble Will Find Me’.
On stage: Na drie passages in 2005, 2008 en 2010 betekende het headliner slot op de tweede festivaldag van PP14 de absolute kroon op het werk voor de New Yorkers, en dat leken ze zelf ook wel te beseffen. De eerste minuut was wat dat betreft al meteen bepalend. Op het nog onbemande podium werden beelden geprojecteerd vanuit de backstage waar de heren zich opmaakten voor hun triomftocht richting main stage, dit terwijl Jim Morrison zachtjes “Riders On The Storm” kreunde op de achtergrond. Kijk, het zijn dit soort sfeerbepalende details waar wij voor vallen en die de graad van perfectie die The National intussen heeft bereikt nogmaals dik in de verf zet. Frontman Matt Berninger ijsbeerde als vanouds als een verstrooide professor Engelse literatuur met Ian Curtis fixatie over het podium, en stortte gedurende 17 nummers zowat alle emoties tussen wanhoop en geluk met bakken over het publiek uit. Geruggesteund door een blazerssectie hielden de twee broederpaartjes Dessner en Devendorf de muzikale pas strak en sereen, zich behoedend voor elk onnodig slordigheidje zonder de emo vonk uit te doven. Einde lofrede, nu is het aan jullie.
Highlights: Elke seconde kon wel tellen, een kleine selectie dan maar: “Sea Of Love” // “Mr. November” // “Fake Empire” // “Bloodbuzz Ohio” // “England”

THE WAR ON DRUGS (Club, ****½)
Bio: Geboren uit een gemeenschappelijke fascinatie voor het leven en werk van Bob Dylan werd The War On Drugs (TWOD) in 2005 opgericht door Adam Granduciel en Kurt Vile. Na de amicale split tussen beide slackers komt het roer van TWOD uiteindelijk volledig in handen van Granduciel wiens platen worden doodgeknuffeld door de betere pers maar verder voor geen meter verkopen. Net op het moment dat Granduciel er vrede had mee genomen nooit het solo succes van Vile te kunnen evenaren kwam hij eerder dit jaar op de proppen met het fabelachtige meesterwerk ‘Lost In The Dream’. ‘Album van het jaar’ en ‘Single van het jaar’ heeft ie al beet, maar wat met de eretitel ‘Optreden van het jaar’ vroegen we ons af?
On stage: We vinden Chokri anders wel een sympathieke peer, maar dat hij TWOD amper 60 speelminuten gunde op PP14 is ronduit onvergeeflijk als je beseft dat hun nummers zelden of nooit onder de vijf minuten uitkomen. In plaats van gewone liedjes met kop, staart en refrein is elk nummer van Granduciel & co immers een muzikale roadtrip waar je als toeschouwer eerst voorzichtig langs de kant van de weg blijft staan om uiteindelijk toch op die aftandse Greyhound bus te springen. De innemende Granduciel huisvest zowel een begenadigd zanger als een straffe gitarist, en had bovendien nog eens vijf straffe muzikanten meegebracht naar Kiewit om die fameuze trips tot een goed einde te brengen. Bij de trage nummers kwam Dylan erg prominent naar voor, al bleek ie deze keer zijn mondharmonica te hebben ingeruild voor een batterij synths die ambient en americana tot een bezwerend geheel ineenvlochten. Wanneer het gaspedaal werd ingedrukt moest iedereen de maat volgen van de fenomenale drummer Charlie Hall wiens krautrock beat met motorische precisie het kloppend hart van TWOD bleek te zijn. Net als Granduciel even tevoren Vile was komen bijstaan kwam laatstgenoemde bijna ongemerkt het podium opgeslopen om het oudje “Arms Like Boulders” wat extra kleur te geven. Het ging er uiteindelijk erg om spannen, maar qua emotionele spankracht won The National erg nipt op punten van TWOD. Net niet het optreden van het jaar dus, maar ook niet langer de eeuwige tweede na Vile.
Highlights: “Under The Pressure” // “Red Eyes” // “Burning”  // “An Ocean In Between The Waves”

dag 3, 16 augustus 2014
BIG UPS (Marquee, ***½)
Bio: Vier voormalige universiteitsstudenten uit Brooklyn, NY die op kot dezelfde platen van The Descendents, Fugazi en The Jesus Lizard bleken te bezitten. Voor wie met levensbeschouwelijke vragen kampt maar tegelijkertijd ook eens lekker uit de bocht wil gaan is hun debuutschijf ‘Eighteen Hours Of Static’ een aanrader.
On stage: We konden ons geen betere wake-up call wensen dan de withete neo-hardcore van Big Ups om de laatste festivaldag met fris (nou ja) gemoed aan te vatten. Je zou het de iele bonenstaak die meteen toegeven, maar zowel in zijn mimiek als in de typische afwisseling tussen spoken word en schreeuwzang refereerde frontman Joe Galarraga nadrukkelijk naar Henry Rollins. Zijn drie makkers werkten zich evenzeer in het zweet om de korte uppercuts gedelegeerd door de hoekige bas van Carlos Salguero afwisselend hard en zacht richting onderbuik te projecteren. Eerlijke muziek van een eerlijke band.
Highlights: “Goes Black” // “Justice” // “Wool”

SWEETHEAD (Marquee, *)
Bio: Hobbygroepje van voormalig A Perfect Circle en huidig Queens Of The Stone Age stringmaster Troy Van Leeuwen en twee ex-leden van de Mark Lanegan Band.
On stage: Onze nieuwsgierigheid naar wat dit op papier interessant muzikaal samenraapsel er zou van bakken sloeg al vlug om in pure ergernis eens de blonde troela Serrina Sims ten tonele verscheen. Deze would-be Christina Aguilera met een foute Courtney Love fixatie en een nog fouter glitterjurkje leek zowaar weggelopen uit de finale van America’s Got Talent, maar deed in Kiewit de Marquee daarentegen vlotjes leeglopen. Zonder Sweethead was er package deal-gewijs waarschijnlijk ook geen sprake van Josh Homme & co op PP14, dus Chokri & co, doorspoelen die handel en zand erover!
Highlights: U maakt een grapje

LITTLE TROUBLE KIDS (Wablief?!, ****)
Bio: We moeten Tim Vanhamel om ontelbaar veel dingen dankbaar zijn, maar zijn ontdekking van Little Trouble Kids een jaar of vijf terug in een ruig Antwerps café moet toch in de top 3 eindigen. Oorspronkelijk een Gents m/v duo dat twee albums vol minimale noiserock uitspuwde, op de recent verschenen derde plaat ‘Haunted Hearts’ ietwat geraffineerder én met een derde little trouble kid op percussie.
On stage: Door alle onnodige ballast over boord te gooien komen Little Trouble Kids vanzelf uit op de essentie van een authentieke rocksong: een smachtende vrouwenstem (Eline Adam), rauwe gitaarlicks (Thomas Werbrouck), en primitief inhakkende drums (Jonas Calu). Het trio gaat met respect om met het noisy patrimonium van Sonic Youth, The Kills en The Birthday Party, maar vergeet daarbij niet om haar eigen back-to-basics attitude in de verf te zetten. Werbrouck bezorgde ons en de rest van het publiek trouwens het eerste kippenvel van de dag met een weergaloze interpretatie van Nick Cave’s “The Mercy Seat”.
Highlights: “Haunted Hearts” // “Medals & Scars” // “Tightrope”

BILL CALLAHAN (Club, ***½)
Bio: Amerikaanse treurwilg die begin jaren ’90 samen met o.a. Will Oldham aka Bonnie ‘Prince’ Billy aan de wieg stond van de lofi beweging, eerst vermomd als het onvolprezen Smog en later als zichzelf. De introverte singer-songwriter stak met het rustig voortkabbelende ‘Dream River’ de kop op in menig eindejaarslijstje van 2013, en stak diezelfde plaat een paar maanden later in een dubjasje als ‘Have Fun With God’.
On stage: Van alle acts die Chokri & co dit jaar naar Kiewit haalde scoorden Bill Callahan en zijn drie kompanen zowat het laagste entertainment gehalte. Doorheen gans de set verroerde de in een wit maatpak gestoken lo-fi held amper een vin en ook van enig contact met het publiek was weinig of geen sprake, maar toch slaagde de man er in om één uur lang te boeien. Net als zijn onmiskenbare inspiratiebronnen Nick Drake en Kevin Ayers verstaat ook Callahan immers de kunst om in statische modus een publiek de mond te snoeren met zijn pastorale voordracht en bezwerende teksten. Dat ’s mans melancholische bariton ons afwisselend aan Richard Hawley en Lambchop’s Kurt Wagner deed denken is hierbij dan ook niets minder dan een compliment te noemen.
Highlights: “Spring” // “Ride My Arrow”

JONATHAN WILSON (Club, ***½)
Bio: Gevierd hippie gitarist en producer die het als zijn levenswerk ziet om de legendarische Laurel Canyon scene in Los Angeles nieuw leven in te blazen. Deze counterculture community werd vanaf eind jaren ‘60 bevolkt door schoon volk als Frank Zappa, Jim Morrison, The Byrds, Buffalo Springfield, Love en Joni Mitchell. Geef toe, de jonge Wilson heeft een opvoeding uit de duizend gekregen.
On stage: Wilson zag het levenslicht in 1974, en zo klonk elk nummer ook. Vijf stuks in drie kwartier om precies te zijn, waarbij elk nummer wel een psychedelische Southern rock marathon op zich leek telkens met Wilson’s virtuoze laidback stijl in de hoofdrol. Opvallend veel oudere en doorwinterde Pukkelpoppers lieten zich overigens opmerken in de voorste gelederen. In hun platenkast steken ongetwijfeld vooral oorwormen van The Allman Brothers Band, Derek & The Dominos en Peter Frampton, en Wilson moet voor hen een soort nieuwe held voorstellen die de muzikale erfenis van die bands doet herleven. Niet toevallig had Wilson covers in de set gesmokkeld van twee andere bands die naadloos bij die traditie aansluiten, nl. Fleetwood Mac’s “Angel” en Sopwith Camel’s “Fazon”. Gary Clark Jr. heeft er wat ons betreft een te duchten concurrent bij.
Highlights: “Illumination” // “Dear Friend” // “Valley Of The Silver Moon”

FINK (Marquee, ***½)
Bio: Moniker van de Engelse producer, DJ, gitarist en zanger Fin Greenall die eind jaren ’90 zijn eerste muzikale stappen zette op het toen erg hippe Ninja Tune label. Moe van het drukke nachtleven en electronische muziek ging Fink vervolgens steeds meer op zoek naar de traditionele song. De man mag zichzelf tegenwoordig met recht en rede een rasechte singer-songwriter noemen, en werd reeds druk gesolliciteerd door o.a. John Legend, Amy Winehouse en Professor Green.
On stage: Puur op basis van zijn vervaarlijke looks en dito halskettingen zou Greenall niet eens misstaan in de Shelter, maar eens de imposante Brit zijn introverte stem bovenhaalde werd dat misverstand al vlug van tafel geveegd. Die stem lijkt overigens in de wieg gelegd voor de vertolking van zowel blues, soul als reggae songs, maar minstens even indrukwekkend is ’s mans bijzonder ritmische fingerpicking techniek. Omringd door vier extra muzikanten, want Fink staat tegenwoordig ook synoniem voor een echte groep, creëerde Greenall rond elk nummer een soort dubby ambient sfeertje dat behoorlijk verslavend naar een climax toewerkte. Mocht Massive Attack straks verlegen zitten om muzikale gasten voor dat langverwachte nieuwe album, dan weten wij wel raad.
Highlights: “Hard Believer” // “Pilgrim” // “Looking Too Closely”

KELIS (Marquee, ***½)
Bio: Selfmade popdiva die na amper 16 lentes al door ma en pa op straat werd gezet wegens ‘bad behavior,’ maar een aantal jaar later toch het geluk aan haar zijde kreeg toen ze op The Neptunes botste met wie ze in ’99 de fenomenale debuutsingle “Caught Out There” inblikte. De Amerikaanse heeft intussen al zes albums op de teller staan waarop ze zowat alle muzikale watertjes van r&b over neo-soul, hiphop en house tot dancepop heeft doorzwommen. De ex van rapgrootheid Nas roert daarnaast ook wel eens graag in een echte kookpot, heeft een diploma van chef op zak, en kreeg eerder dit jaar haar eigen TV show Saucy & Sweet op Cooking Channel.
On stage: Zoals het echte Amerikaanse televisiesterren past kwam een lichtjes geagiteerde Kelis een dik kwartier later dan voorzien on high heels en in een veel te strak mantelpakje het podium opgehuppeld. Het werd er vervolgens zeker niet beter op toen bleek dat het van Calvin Harris geleende hersenloze gedrocht “Bounce” als eerste nummer op het menu stond. Net op het moment dat onze in vitriool gedrenkte pen een flinke kluif dacht te hebben aan de Amerikaanse ging ze plots uit een ander vaatje tappen. Haar andere bekende hitjes werden op artistiek verantwoorde wijze knap gerestyled en kregen door de saxofoon-piano tandem een fris en catchy souljazz jasje aangemeten. Veruit de meeste indruk maakte de diva echter met de vier nummers vanop de recentste plaat ‘Food’: hier stond plots een zelfverzekerde neo-soulmadam op die we met Sharon Jones maar graag eens een duetje zouden zien doen op Gent Jazz.
Highlights: “Rumble” // “Jerk Ribs” // “Friday Fish Fry”

RED FANG (Shelter, ***½)
Bio: Vier drinkebroers uit Portland, Oregon die om hun wat uit de hand gelopen hobby enigszins te kunnen bekostigen dan maar besloten om een straf hardrockgroepje op te richten. Wie tijdens een onbewaakt moment op hun website zou verzeild geraken én minstens 21 lentes op de teller heeft staan kan een spelletje ‘beer chugging’ overwegen.
On stage: Red Fang blijkt niet langer het onbekende bandje dat vrede moet nemen met voorprogramma’s van Mastodon en Opeth, maar ook op eigen kracht een tent als The Shelter kan vullen. Eén en ander heeft duidelijk te maken met het speelplezier waarmee deze notoire sponsors van de Amerikaanse Bierfederatie op het podium staan, want echt vernieuwend is hun compromisloze stonerrock en powerhouse metal uiteraard niet. De groep lijkt ons overigens dikke muzikale maatjes met Baroness, met dit verschil dat Red Fang met twee zangers in de gelederen een pak vetter en strakker klinkt. Een heerlijk aperitiefhapje net voor de komst Homme & co op de Main stage noemen we zoiets.
Highlights: “Blood Like Cream” // “No Hope” // “Prehistoric Dog”

QUEENS OF THE STONE AGE (Main stage, ****½)
Bio: Toen Josh Homme na de implosie van het iconische stonerrock instituut Kyuss in ’95 een nieuw bandje wou oprichten kon hij als groepsnaam niks beter verzinnen dan het stoere Gamma Ray. Toen Homme echter ter ore kwam dat er een gelijknamig Duits metalbandje hem was voorgeweest, en met Duitsers weet je maar nooit, koos de man prompt voor de nickname die desertrock halfgod Chris Goss hem tijdens de beginjaren van Kyuss had toegefluisterd: “You guys are like the queens of the stone age”. Bijna 20 jaar en zes studioplaten later heeft Goss intussen misschien wel spijt dat ie toen geen royalties heeft geclaimd.
On stage: Wie de ontstellend zwakke prestaties eerder op de dag van Sweethead (gitarist van) en Brody Dalle (vrouwlief van) in één slok wou doorspoelen was het aan zichzelf verplicht om gewapend met een Grimbergen Bruin dag te zeggen tegen Josh Homme en vier kompanen. En het moet gezegd worden, elke keer we Queens Of The Stone Age op een podium zien lijkt hun show weer wat strakker geregisseerd dan de vorige keer, en wordt de lijst met klassiekers weer een stuk langer. Van klassiekers gesproken, met “You Think I Ain't Worth A Dollar, But I Feel Like A Millionaire” en “No One Knows” nam de band een ronduit verschroeiende start, en niet dat we dat erg vonden, maar een relatieve adempauze zou pas een nummer of acht later volgen met “Make It Wit Chu”. Zeker na hun laatste plaat kan QOTSA tegenwoordig een erg afwisselende setlist samenstellen waarin hun robotische riffrock schouder aan schouder staat met uitstapjes richting psychedelische blues, funk en classic rock. Het is een soort luxe die de bloedvorm én het creatieve vertrouwen van de band bevestigen; wie anders durft de Elton John-meets-Queen pastiche “The Vampyre of Time And Memory” te koppelen aan een gemene uppercut als “Sick, Sick, Sick”? En wie anders ontfermde zich zowat de ganse set door als een bezorgde huisvader over zijn fans, om tijdens de epische afsluiter “A Song For The Dead” datzelfde publiek in de moshpit als een draaikolk te laten rondtollen? Juist, Joshua Michael Homme III, Josh voor de vrienden.
Highlights: “First it Giveth” // “My God Is The Sun” // “Feel Good Hit Of The Summer” // “Go With The Flow” // “A Song For The Dead”

ANNA CALVI (Club, ****½)
Bio: Introverte Engelse schone die de eclectische muzieksmaak van haar Italiaanse vader als belangrijkste invloed citeert. Ten huize Calvi was het dan ook niet ongewoon dat achtereenvolgens Captain Beefheart, The Rolling Stones, Maria Callas, Edith Piaf, Ravel én Debussy de revue passeerden. Sinds 2010 heeft ze twee albums en één EP uit die klinken als het liefdeskindje van PJ Harvey en Jeff Buckley.
On stage: Nogmaals, Chokri is een sympathieke peer, maar Anna Calvi tegenover Portishead programmeren, dát vergeven we hem nooit. De protégé van Brian Eno had dan wel de eer om de Club te sluiten maar kreeg de tent amper voor de helft gevuld. Niet getreurd, met het monumentale “Suzanne & I” trok de Engelse drama queen meteen een stevig blik grotestadsblues open dat gulzig werd opgelepeld door het publiek. In vergelijking met het concert dat we een paar jaar terug zagen in een uitverkochte AB stond hier een artieste die duidelijk geëvolueerd was. Niet alleen werd de kille flamenco look uit de begindagen intussen ingeruild voor die van een verleidelijke vamp, ook het gezelschap van haar hechte driekoppige begeleidingsband maakte dat Calvi zelfverzekerder dan ooit op de planken staat. We kunnen ons bovendien geen andere artieste uit het recente verleden voor de geest halen die zich zowel een expressieve zangeres als een virtuoze gitariste mag noemen. Dat laatste demonstreerde ze uitvoerig tijdens het desolate bluesinstrumentaaltje “Rider To The Sea” dat klonk alsof Ennio Morricone zich met de soundtrack van de volgende David Lynch prent ging bemoeien. Calvi liet zich na een machtige versie van Frankie Laine’s “Jezebel” en ondanks fel aandringen van de meute niet verleiden tot encores. Tja, waarom zou ze? Haar en ons hoogtepunt waren immers al bereikt.
Highlights: “Suzanne & I” // “Love Of My Life” // “Wolf Like Me” // “Rider To The Sea” // “Desire”

Tenslotte nog onze Eeuwige Top 10 van PP14:
THE NATIONAL
THE WAR ON DRUGS
ANNA CALVI
QUEENS OF THE STONE AGE
THURSTON MOORE
FOREST SWORDS
KURT VILE & THE VIOLATORS
NENEH CHERRY & ROCKETNUMBERNINE
CAGE THE ELEPHANT
OTHER LIVES   

Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2014/

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

 

The Vines

Wicked Nature

Geschreven door

We keren heel even 12 jaren terug, toen een hip blad als NME het nodig vond om The Vines als ‘The next big thing’ binnen te halen. De Australische band kreeg overdreven veel lof en aandacht voor ‘Highly Evolved’, hun debuutplaat die wel de moeite waard was maar die de overdaad aan superlatieven nu ook weer niet helemaal verdiende.  Al even snel verdwenen The Vines nadien terug van de radar, NME vond dat het welletjes was geweest en de jonge Aussies moesten het verder maar zelf zien te rooien.
In de jaren daarna volgden nog een viertal matige platen die door de pers echter nogal snel onder de mat werden geveegd.
Met de nieuwe plaat ‘Wicked Nature’ slaan The Vines nu terug. Geen bruuske veranderingen met het vertrouwde geluid, dat niet, maar wel korte, vinnige songs die vaak zijn geslepen zijn uit het betere Nirvana hout. Hiermee pikt de groep aan bij nieuwe bandjes als The Wytches en Drenge die ook al met een kloeke Nirvana hap hun waar aan de man brengen.
Productief zijn The Vines deze keer wel geweest, maar liefst 22 songs hebben ze gedropt, het kon dus ook niet anders dan dat er een handvol vullertjes op deze dubbelaar staan. Doch die zijn in de minderheid en wij onthouden vooral een hoop pittige powersongs met een punkziel zoals “Metal Zone”, “Psychomatic”, “Out The Loop” en “Everything Else”. Verder bladeren The Vines geregeld in het grote poppunk Weezer-boek (“Wicked Nature”, “Anything You Say” en “Reincarnation”) en wagen ze zich al eens aan een paar heuse, maar helaas niet onvergetelijke, ballads.
Het had misschien iets minder mogen zijn, maar The Vines zijn wel degelijk terug. Vergeet die vier plaatjes er tussen, dit hier is de waardige opvolger van ‘Highly Evolved’.

Liars

Mess

Geschreven door

Het Amerikaanse trio Liars heeft altijd wel iets speciaals en nieuws achter de hand . Duidelijk is dat dit een geschifte, chaotisch ontregelde band is , die zoekend , tastend , prikkelend klinkt. Praktisch geen enkele plaat lijkt op z’n voorganger. Wel komen we als rode draad op een avant-garde band ‘pur sang’ uit , die toegankelijk en dansbaar , donker en bizar en tot slot experimenteel is, niet vies van een filmisch psychedelische soundtracksfeertje .
Van alles vinden we terug op deze nieuwe , die het ingetogen, sfeervol, bezwerende ‘WIXIW’ opvolgt.
De eerste tracks , “Mask maker”, “Vox Tuned D.E.D.”, “I’m no gold” en vooral “Pro anti anti” zijn ware industrial/electro  killers , die door de pompende ritmiek en grooves de dansspieren aanspreekt.
Daarna is het wat gematigder , maar vooral in het tweede deel herkennen we een Liars  met z’n grillige, mysterieuze , geflipte sounds; “Perpetual village” is hier het absolute hoogtepunt . Op deze tracks schuurt, scheurt, wringt en dreunt Liars .
Liars prikkelt en wekt steeds opnieuw onze nieuwsgierigheid op met een unieke plaatje …

Paolo Nutini

Caustic love

Geschreven door

Het heeft een tijdje geduurde , maar de Italiaanse Schot , Paolo Nutini, die de vrouwenharten sneller doet slaan , is back, na wel vijf jaar met een derde plaat . Ze klinkt ietsje minder pittig , extravert, gedreven als de vorige , maar kenmerkt nog steeds die unieke dampende , sfeervolle, broeierige soulpop met een gevoelig, melancholisch kantje. Ergens blijft er de link met de  retrorockende funk van Lenny Kravitz. De respons op deze sing/songwriter is groot . Strijkers en blazers vullen aan en zorgen voor dat gepolijst laagje . Sterkst zijn “Scream (funk my life up)”, “Let me down easy” , “Better man” , “Iron sky” en het uitgesponnen “Cherry blossoms”, één van de afsluiters , gedragen door z’n grofkorrelige vocals , die de songs wat stoerder maakt . Janelle Monae komt een handje toesteken op het funkier “Fashion”. De ‘heart of soul’ druipt af in de andere songs , waardoor we niet steeds gegrepen worden van z’n materiaal .
Moedige plaat weliswaar , met een reeks overtuigende songs .

Fink

Hard believer

Geschreven door

Van de Britse songwriter Fink –aka Fin Greenall , zit z’n DJ verleden wel ergens verborgen in de heerlijk innemende muziek die hij biedt, zoals die dubtunes van “White flag” op de nieuwe cd. Hij trekt ons moeiteloos mee in een bedwelmende  luistertrip.
In de reeks opbouwende folkyrockende gitaarloops hebben we een klanktapijt van soundscape elektronica en talrijke effects. Een onderhuidse spanning creëert hij door de  introspectieve aanpak te laten aanzwellen , die op gepaste, beheerste wijze kan openbarsten.
We krijgen een mooi gevarieerd album in het genre  door het meeslepend karakter, dat opbouwt naar een climax of intiem , gevoelig klinkt . Het is materiaal dat raakt, gedragen door z’n zachte, nasale, donkere en pastelkleurige stem . De sfeervol , broeierige “Green & the blue”, “Pilgrim”, “Shakespeare”, “Looking too closely” en de titelsong hebben iets hypnotiserend en behouden die intense aandacht; ze  staan naast ontroerende “Truth begins” en “Keep falling”. 
Deze  charismatische man overtuigt opnieuw, meer dan ooit met die innemende popsounds.

Masters@Rock Festival 2014 op 29 en 30 augustus 2014 – gevarieerd tweedaags festival

Masters@Rock Festival 2014 op 29 en 30 augustus 2014 – gevarieerd tweedaags festival
Masters@Rock Festival 2014
Festivalterrein
Torhout
2014-08-29 & 30
Lode Vanneste en Frederik Lambrecht
 
Al voor het vijfde jaar  op rij vond afgelopen weekend in Torhout  Masters@Rock plaats!  Het metalfestival in heeft  zo definitief zijn stek gevonden op de Vlaamse festivalkalender.  Vorig jaar vonden er  10 000 bezoekers de weg naar West-Vlaanderen, dit jaar was de opkomst iets lager.  Vrijdag waren er zo’n  4000 aanwezigen, op zaterdag waren dat er ongeveer 3000.  Nochtans verdiende het festival wat ons betreft iets meer toeschouwers want Masters@Rock bleek opnieuw piekfijn  georganiseerd en bovenal zeer gezellig.

dag 1 – vrijdag 29 augustus 2014 - Papa Roach walst over Torhout!

Ook op muzikaal vlak mag het festival er wezen.  Zo tekenden op vrijdag  diverse kleppers uit de punk- en hardcorescène  present.  Door werkverplichtingen waren wij pas aanwezig bij het optreden van het Amerikaanse Evergreen Terrace en misten we The Ignored, All For Nothing, Black Tartan Club en het Nederlandse Born From Pain.  Vooral dit laatste hardcoregezelschap  liet volgens verschillende aanwezigen een verpletterende indruk.
Ook Evergreen Terrace viel in  postieve zin op en won  in Torhout gegarandeerd  heel wat nieuwe zieltjes.  De band uit het Amerikaanse Florida speelt melodieuze hardcore die enorm catchy en lekker in het gehoor klinkt.  Normaal telt deze formatie twee zangers maar enkel  Andrew Carrey was aanwezig in Torhout.  Desondanks hoorden we stevige versies van   ondermeer “Enemy Sex”, “No Donnie. These Men are Nihilists”, “Wolfbiker” en “Zero” ,  de klassieker van The Smashing Pumpkins.  Verder was de  drumsolo van Brad Moxey om vingers en duimen af te likken.  Een puike show dus die ook niet-hardcore-fans kon boeien.

Wat vloekten we toen Watchie Butchan enkele maanden geleden door een hartaanval werd getroffen.  De man is zanger van The Exploited en net deze legendarische band was geboekt voor Masters@Rock.  Hun plaats werd ingenomen door de generatiegenoten van Discharge. Het optreden van het Britse drietal begon niet slecht toen John Murphy’s “In The House Without A Heartbeat”  (het schitterende nummer uit de film ‘28 Days Later’) uit de boxen knalde.  Voor ons wat dit het enige hoogtepunt uit de set van Discharge, hoe hard frontman Anthony Martin ook zijn best deed.  De mix van hardcore, crust punk en trashmetal wist maar weinigen te boeien en zelf telden wij aan de gezellige bar af tot de volgende groep op de stage stond.

Die volgende band was namelijk Biohazard uit Brooklyn, New York.  Dit viertal  zorgde in de vorige eeuw  met een combinatie van metal, hardcore en hiphop voor magistrale albums  als ‘Urban Discipline’ en ‘State Of The World Adress’.  De daaropvolgende periode was om het kort samen te vatten een pak minder, zowel commercieel als artistiek.  Die mindere tijden  lijken  ons nu echt wel voorbij want Biohazard was in Torhout scherper dan ooit. 
De show startte  grandioos met klassiekers als “Shades of Grey”, “What Makes Us Tick”, “Urban Discipline” en “Wrong Side Of The Tracks”.  Niet alleen wij stonden te genieten, een fan met rolstoel was zo enthousiast dat hij begon te crowdsufen en zo tot bij frontman Billy op het podium geraakte. Een heerlijk moment!  Met “Down For Life, “Tales From The Hardside”, “Black, Red and White All Over” en “Only The Strong Survive” bleef het optreden een feest der herkenning en viel het op wat een geoliede machine Biohazard nog steeds  is.  Slotsongs waren “Punishment” en “Hold My Own” waarbij de band iedereen op het podium uitnodigde. Een invitatie die gretig werd opgevolgd!  Biohazard zorgde zo een voor een van de memorabelste momenten uit  de geschiedenis van Masters@Rock.

Een volgende, al even grote naam uit de New Yorkse-hardcorescène was Agnostic Front.  De heren gaan al meer dan dertig jaar mee maar frontman Roger Miret en gitarist en hardcore-icoon Vinnie Stigma zijn nog lang niet uitgeblust.  Miret was in Torhout opvallend goed bij stem en opa Stigma stal regelmatig de show met zijn heerlijke boeventronie en vreemde capriolen.  In Torhout serveerde Agnostic Front zoals gebruikelijk hun gekende hardcore-klassiekers.  Nummers als “My Life My Way”, “For My Family”, “Friend Or Foe”,  “Peace” , “Crucified”, “Gotta Go” en “Riot Riot Upstart” zijn even simpel als geniaal en gingen er bij de vele Agnostic Front-fans in als zoete koek.  Afsluiten werd er gedaan met “Blitzkrieg Bop”, een mooie ode aan The Ramones en een collectief meezingmoment.

Iets voor middernacht was het tijd voor headliner Papa Roach.  Er was veel volk samengetroept aan het podium voor het Amerikaanse viertal.  De band zorgde voor een snedig en energiek optreden en bewees een goed gerodeerde stadionact te zijn.  Vooral opvallen deed de hyperkinetische frontman Jacoy Shaddix van wie z’n persoonlijk meegebrachte podium z’n natuurlijke biotoop lijkt.    De rockband startte met bekende songs zoals “Infest”, “Between Angels and Insects”, “Blood Brothers” en uiteraard “Broken Home”(inclusief stukje Eminem)  die stuk voor stuk gretig werden meegezongen.  Een dikke pluim hierbij voor  het prima geluid dat Papa Roach trouwens de hele set neerzette.  Afsluiten werd gedaan met (opnieuw) een stukje”Blitzkrieg Bop” waarna de drieklapper “Getting Away With Murder”, “Dead Cell” en “Last Resort” volgde.  Deze overbekende single zorgde voor een collectief moment van herkenning en zowat iedere aanwezige zong enthousiast mee. Papa Roach bewees een waardige afsluiter te zijn van een geslaagde eerste festivaldag!

dag 2 – zaterdag 30 augustus 2014
- de headliner Airbourne sluit af in stijl
Op de zaterdag prijkten er dus meer bands van het zwaardere kaliber op de affiche.

Masters@Rock vatte op zaterdag 30 augustus zoals traditiegetrouw  aan met een Belgische band die de dag op gang mag trappen, en dit jaar stonden de mannen van Death Enters My Ocean klaar om iedereen wakker te schudden. Dit is een redelijk experimentele band, die blijkbaar reeds 5 jaar op zoek was naar hun favoriete geluid, dus ze blijkbaar nu gevonden hebben onder de noemer Ambient-metal. Helaas heeft de openingsband altijd minder geluk qua publieke belangstelling, en dit was nu niet anders. Een gemoedelijke set die enkele tientallen fans enthousiast kreeg. Het weer was ook redelijk somber dus was de sfeer nog niet opperbest op de weide.

Eventjes een pauze nemen uit de studio dachten de Belgische thrashers van After All, en waarom dan geen showke placeren in Torhout? Met een nieuw album dus in de pijplijn en een sterke live reputatie kon dit niet misgaan uiteraard, want het gevoel bij deze mannen was opperbest. Zanger Sammy Peleman zijn zang kwam goed uit de verf en het deed de andere bandleden blijkbaar goed om eventjes de benen te kunnen strekken. Ondanks de regen stond er redelijk wat volk en gingen de poppen lekker aan het dansen bij nummers als “Becoming the Martyr”, “My Own Sacrifice” en bom “Parasite Within”. Leuke set die meer krediet verdiende dan de openingsband…

De laatste Belgische band dit jaar op de affiche was King Hiss. Blijkbaar hadden ze een sterke indruk nagelaten op Graspop Metal Meeting (mij helaas ontgaan toen) en dus vond de organisatie dat ze een plekje verdienden hier op Torhout. Metal boordevol groove en catchy refreinen, maar ook stoner invloeden, en ja, dan kan je inderdaad aanstekelijke muziek maken. Helaas kwam dit niet zo goed tot zijn recht deze keer en kon het mij niet echt bekoren…naar mijn mening een flauw optreden en met nog maar 1 studio album getiteld ‘Sadlands’ is dit een band die dus overduidelijk nog aan de weg timmert. Ofwel hadden ze vandaag een off-day, kan uiteraard altijd gebeuren nietwaar.

Andere vreemde eend in de bijt was de Australische band Koritni, die een mengeling maakt van hard rock, sleaze rock  & blues en ook nog maar aan het begin van hun carrière staat. Aangezien ik nog nooit van deze band had gehoord, moest ik afgaan op mijn gehoor en deze wist mij te vertellen dat hun sound lekker ouderwets klonk. Voeg daarbij een serieuze regenvlaag en je weet dat je lekker in de modder kan trappen met je festivalbotjes op het ritme van deze rockers down under. Leuke show, maar opnieuw geen knaller als je het mij vraagt.

Who rules the world? Girls Girls!! En dus weet je dat het tijd was voor de vrouwelijke bandleden van Crucified Barbara. Reeds 4 studioalbums werden gereleased door deze Zweedse dames en ook zij werken blijkbaar aan een nieuw album die begin september verwacht wordt (In the Red). Een klein voorproefje werd al gegeven met het nummer “I Sell My Kids For Rock’n Roll” die lekker heavy klonk. Voor het overige deden de vrouwen waar ze het best in zijn, nummers uit de speakers laten kletsen van het heavy metal genre met rockinvloeden en de mannen rond hun vinger draaien. Redelijk vermakelijke set.

En we gingen verder  met Zweedse gasten, ditmaal de band Corroded. Een echte stijl op hun muziek kun je moeilijk plakken, maar dat het er vandaag bal op was, daar ben ik zeker van. Toch wel het beste wat ik op gans de middag van Masters@Rock heb gehoord. De klank zat goed, de podium préséance was dik in orde en de adrenaline kon je zien fonkelen in hun ogen. Qua nummers kende ik totaal niks van hen en dus was dit voor mij een mooie verrassing om hen voor de 1e maal aan het werk te zien. Het nummer dat mij het meest is nagebleven was “Time and Again”, niet moeilijk als dit blijkbaar bestempeld wordt als hun beste hit tot op heden. Lekkere set en hopelijk waren we nu vertrokken met bands die het niveau met één ruk de hoogte in keilden.

Niets was minder waar, want wat ik daarna zag van Hacktivist deed mijn tenen krommen en mijn bier minder goed smaken. Neem een portie Linkin Park, een scheutje hip hop muziek en smijt daar wat gitaarmuziek op licht metal niveau bij en dan kom je in mijn woordenboek uit bij bagger met de b van bléh! Neenee, hier kan ik niks positiefs over zeggen, terwijl naar mijn mening toch heel wat volk vooraan stond te huppelen tijdens hun set. Rap vergeten die handel!

Door het uitvallen van thrash/power metal band Iced Earth mocht de folkmetal van Finntroll uit Finland hun zegje doen op het podium. Opnieuw een stijl van muziek die je ofwel smaakt ofwel verguist dus zag je de weide wat verdeeld kijken naar het optreden van deze elfjes (klein detail: ieder optreden hebben de bandleden daadwerkelijk elvenoren aan). Bij momenten kwam de zang niet goed uit de boxen en dat was toch wel spijtig want nu vond ik de trollendanspassen die bij deze muziek horen niet goed tot zijn recht komen. Met reeds 6 albums op hun conto, waarvan “Blodsvept’ hun laatste was uit 2013, hadden ze uiteraard ruime keuze uit nummers en naar het enthousiasme van het publiek te oordelen hadden ze een goeie samenstelling gemaakt.

We gingen lichtjes aan naar het einde van de dag toe en vóór afsluiter Airbourne was het de beurt aan de melodische metal van Kamelot uit de Verenigde Staten. Zangeres
Alissa White-Gluz van Arch Enemy werd meegevraagd om haar kunstjes te tonen en zodoende kon er afgetrapt worden met “Sacrimony”. De zuivere stem van Tommy Karevit bewees dat deze band voor vele melodische power metal fans hoog aangeschreven stond en dit niveau bleef zo duren tot het einde. De achtergrondzangeres was gedrapeerd in een wit gewaad maar in het begin kwam haar stem niet uit de boxen, m.a.w. de P.A. had hun werk niet goed gedaan spijtig genoeg. Soit, dit euvel werd vlug verholpen en had ook niet direct invloed op de prestatie van Kamelot. Sterk optreden die een duidelijk verschil in ervaring aan het licht bracht deze dag!

Rond 23u30 gingen de lichten aan, de muziek aan de halve liter bar werd stopgezet en was het uitkijken naar de AC/DC on speed van Airbourne. Zoals in vorige reviews van Airbourne moet ik opnieuw concluderen dat indien AC/DC hun activiteiten ooit zou stopzetten, er al een fantastische opvolger bestaat op deze aardbol, die dan trouwens ook nog eens van dezelfde contreien zijn!! Gitaarsolo’s die je rond de oren vliegen, adrenaline, enthousiasme, rock ’n roll van de bovenste plank en een weide die geniet en luchtgitaar speelt alsof hun leven ervan afhangt en dan moet je vaststellen dat je hier met een topband te maken hebt. Feesten op hitjes als “Too Much, Too Young, Too Fast”, “Diamond in the Rough”, “Cheap Wine & Cheaper Women”, “Black Dog Barking” was nog nooit zo geestig! Tussendoor werd zoals altijd een blikje bier geopend via het voorhoofd van zanger Joel O’Keeffe om vervolgens op gekende wijze ad fundum op te drinken, de verplichte drumsolo en gitaarsolo, om daarna door te gaan met afsluiters “Stand Up for Rock’ n Roll”, “Live it Up” en “Runnin’ Wild”.
Dag 2 van Masters@Rock 2014 werd afgesloten in stijl. Over het algemeen gezien was dit in mijn mening een mindere editie wegens te weinig bands die van goed niveau waren, maar als je een headliner hebt die de pannen van het dak speelt dan was het dit allemaal waard.


Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/masters-rock-2014/

Organisatie: Masters@Rock, Torhout

Arctangent 2014 van 28 augustus t/m 30 augustus 2014

Geschreven door

Arctangent 2014 van 28 augustus t/m 30 augustus 2014
Arctangent 2014
Fernhill Farm
Bristol (UK)
2014-08-28 t/m 2014-08-30
Simon Van Extergem

Het einde van de zomervakantie lacht ons al enkele maanden toe. Want daar stond Arctangent op ons te wachten. Arctangent is een festival in Engeland, te midden de velden nabij Bristol. En al snel blijkt dat het inderdaad de boerenbuiten is. De GPS vindt de straat niet terug en van wegwijzers hebben ze daar nog nooit gehoord. Maar voor dit festival hebben we veel over. Want het aanbod is succulent. Want op Arctangent komt het beste wat hedendaagse post-rock, math-rock en aanverwanten te bieden heeft. En dat gebald in een stevig programma over 3 dagen. Ja, daar hou ik wel van.

dag 1 - donderdag 28 augustus 2014
Dag 1 is een opwarmertje. Slechts één podium, een handvol groepen die vorig jaar hier reeds overtuigden en veel publiek, maar nog niet voltallig. Door de lange afstand en de problemen om de weg te vinden arriveerden we iets later. Maar wel net op tijd om de 3 belangrijkste bands te bewonderen.

We starten met Nordic Giants. Blijkbaar houden deze jongens wel van een verkleedpartij, want ze betreden het podium, getooid in veren, skelettruitjes,... Echte Noorse giganten zeker? Ze stralen een sjamanistische sfeer uit. En ook muzikaal trekken ze die lijn door. Piano en drum zijn de hoofdingrediënten van de band. Gooi er nog wat samples tussen af en toe een met een strijkstok beroerde gitaar en je weet wat de kern is. Met vlagen doen ze me denken aan Le Seul Element. Post-rock met een extra toets, vooral omdat er hier geen gitaren centraal staan. Het is de piano die het hoogste woord voert. En die is zeer bedwelmend en intrigerend. In samenspraak met de stevige drums krijgt het een verhevenheid.
Na enkele nummers gaat het keyboard wat elektronische klinken en krijgt de band een heel andere klank. Denk aan de laatste 2 albums van 65daysofstatic, maar dan goed. Het volgende nummer gooit het dan weer over een geheel andere boeg, door een prachtige (gesampelde) vrouwenstem, waar de giganten laag na laag een stevige muur op bouwen. Niet alleen een prachtig nummer, maar ook nog één met hitpotentieel. Daarna nog een nummer dat mij heel hard op Massive Attack doet denken. En dat is een compliment. Geen doorsnee post-rockoptreden dus om te starten, maar een visueel en muzikaal hoogstaande performance.

Na een overheerlijk voorgerecht, tijd voor de volgende hap, Three trapped tigers genaamd. Het aantal bandleden neemt al toe. Van 2 gaan we naar 3. Ze schotelen ons math-rock voor. Niet standaard, want in plaats van enkel snelle gitaren. hebben zij een keyboard mee. De ritmes zijn wel typisch: haaks, verdraaid, een karrenvracht tempowisselingen. Alles aan hen schreeuwt math. Een van relatine ontdane ADHD-trip. Alles moet snel maar dikwijls ook hard, heel hard. Af en toe mag het tempo toch wat naar beneden, maar het haakse, het grillige blijft altijd aanwezig. Zijn het de keyboards, dan wel de drums. Maar het geheel is mij iets te grillig om er echt van te genieten.

Afsluiten doen we met And So I Watch You From Afar. Nadat ze op het geweldige Dunkfestival al mochten headlinen, mogen ze dit kunstje vanavond nog eens overdoen op Arctangent. Dat ze onder de grootheden mogen genoemd worden binnen de hedendaagse post-rock, daarover mag geen twijfel bestaan. De tent loopt makkelijk propvol voor deze vier heren. Dat ze een feestje willen bouwen maken ze snel duidelijk. Want de show start met een rotvaart. Er is geen houden aan. Met hun mix van math- en post-rock laten ze de gehele tent uit zijn voegen barsten. Er wordt gecrowdsurfd, met de handen gezwaaid, gebruld, geklapt, gepogoed en zowaar meegezongen, een unicum binnen het genre. Een intense show, zelfs al volg je hem vanaf de zijlijn. Een uitgelaten publiek dus, dat alles wilt wat de band hen voorschotelt en maar wat graag wordt meegesleurd in de waanzin die And So I Watch You From Afar heet. Keer op keer slagen ze erin om dit te verwezenlijken. Een krachtige prestatie van een prachtige band.

dag 2 – vrijdag 29 augustus 2014
Na een rustige ochtendwandeling in het prachtige Clifton (buitenwijk van Bristol) begeven we ons richting het festivalterrein voor dag 2 van Arctangent. Een stevige ontwaking staat ons te wachten, want Memory Of Elephants staat ons op te wachten. Een stevige mix van post-rock, een beetje sludge en stonerrock. Een mooie mix, dat mag gezegd worden. Ze staan hier zonder ook maar één plaat onder de arm te hebben. Hun debuutEP verschijnt pas in oktober. Maar zeker hun plaats op het podium waard. Af en toe een schoonheidsfoutje, dat nemen we er graag bij en vergeven het hen met plezier.

Iets helemaal anders nu: Human Pyramids. Makkelijk de grootste bezetting van het festival: blazers, violen, gitaren, bas, keyboards 2 drummers, ukelele, xylofoon,... Kortom alle mogelijke instrumenten. Wat produceert dit geheel dan? Laten we het neo-folk noemen, of post-folk. Niet echt mijn ding. En dan dus ook niet lang blijven kijken. Alles wordt net iets te vrolijk gebracht. Ook hier wel wat schoonheidsfoutjes, maar onze vergevingsgezindheid is al wat op.

Ander en beter dus. En dat moet dan 100 onces worden. Ze komen uit LA en aan hun kledij te zien waren ze het weer van daar ook hier verwachtend. Korte broeken en T-shirts dus. 2 man sterk. De gitarist komt doodleuk het publiek uitgeduikeld en trakteert het publiek op enkele middelvingers. En dat nog voor er één noot gespeeld is. Het is vooral de drummer die het voortouw neemt. Met ongelofelijk veel breaks en tegenwringende ritmes steelt hij de show. Hij neemt ook de bindteksten voor zich. Een band die laveert tussen math-rock en punkrock. Een niet alledaagse combinatie dus. In de trage stukken klinkt toch vooral post-rock door. En dat is welgekomen. De muziek wringt en spartelt tegen aan alle kanten. Speciaal voor hun Britse tour hebben ze een EP uitgebracht. En daaruit komt ook het grootste deel van hun songs. Ook aan het showelement wordt gedacht. De gitarist staat al snel op de basdrum en de drummer kan de smile maar niet van zijn gezicht krijgen. Bij mij vergaat het lachen iets sneller.

Na een korte eetpauze (heerlijke Pad Thai) vliegen we er opnieuw in met Crippled Black Phoenix. Moderne progrock die af en toe gaat lenen bij post-rock. De nummers beginnen meestal als een standaard rocksong, maar worden dan lang uitgesponnen lappen muziek. Vooral die stukken zijn zeer overtuigend. Met 7 man op het podium zouden ze normaal de band moeten zijn met het meeste bandleden. Maar dat is vandaag niet het geval. 3 gitaristen, 1 bassist, 1 keyboardspeler, 1 drummer en 1 pianiste. Een mooi geheel, dat met alle gemak een zeer volle klank produceert. De pianiste en de gitarist nemen de zangpartijen op zich, maar vooral de gitarist. Mooie opbouw in de nummers. Ster van de band is echter de sologitarist. Gelukkig niet omwille van zijn podiumact, maar wel omwille van zijn perfecte, mooi gecontroleerde solo's. Een streling voor het oor. Zelfs de korte zangstonde met het publiek op het einde kan dit optreden niet meer verpesten. Waardig voor het hoofdpodium en waardig om nog eens opnieuw te bekijken.

Cleft blijkt een math-rock-duo te zijn. En daarmee is alles gezegd. Gesteund door wat samples maken ze met gitaar en drum een standaardsound binnen dit genre. Verwacht geen spectaculaire nieuwe muziek, maar wel goeie math, die alle kanten tegelijk opspat en tegen alles botst wat het onderweg tegenkomt. Omdat ze niet volledig van de pot gerukte muziek maken, houden ze het verrassend toegankelijk. En dat op zich is een hele prestatie. De catchy riffs geven het bijna een poppy sound. Afsluiten doen ze met een cover van Rage Against The Machine. Een vreemd idee.

Geen This Will Destroy Us voor mij vandaag. Op zaterdag 6 september spelen ze immers in Gent. Het ideale moment om deze grootheden te aanschouwen. In de plaats daarvan spring ik even binnen bij Charlie Barnes, in de kleinste tent op dit festival. En dat mag letterlijk genomen worden. Want de tent is piepklein. Desondanks raakt de tent nog niet eens halfvol. Het is dan ook moeilijk opbotsen tegen een grote band. Aan de hartelijke begroetingen voor het optreden te zien is de helft van het publiek dan ook nog eens bevriend met Charlie. Maar dat laten we niet aan ons hart komen.
Hij begint zijn optreden in het midden van de tent, volledig akoestisch. Een gewaagde, maar geslaagde keuze, zeker als je met zo'n stem gezegend bent. Bij het getik van de regen op het tentzeil, een man en zijn gitaar. Het kan toch mooi zijn. Na deze korte intro duikt hij wel het podium op en met een volledige band, inclusief violiste. Een singer-songwriter met groep. Denk aan James Vincent Mcmorrow en je weet een beetje waar het naartoe gaat. Folky pop met weerhaken. De violiste blijkt jammer genoeg echter enkel visueel een meerwaarde te zijn. Echt perfect kon je het niet noemen. Gelukkig speelt ze niet te lang mee.
Dat dergelijke muziek als "serieus" wordt aanzien stoort deze gasten niet. Ze stralen spelvreugde en deugnieterij uit. Echt vernieuwend kan het echter niet genoemd worden en de weerhaken waarvan in begin sprake blijven al vlug achterwege.

Vorig week nog opener om 11u15 op Pukkelpop, vandaag op hun terechte plaats: headliner op het 2e podium. Maybeshewill! Vertegenwoordigers van de hedendaagse post-rock. Dat wil zeggen: sneller, harder en elektronischer dan vroeger. Als ze dan ook nog eens, door middel van een grote banner achter hun op het podium, voor het beste radioprogramma en magazine in Engeland namelijk Artrocker, dan kunnen ze eigenlijk niets meer verkeerd doen. Maar ook los daarvan is dit een muzikaal raspaard. En dat weet dit publiek, want de tent loopt overvol.
De intro laat misschien nog wat de wensen over (één of ander r&b/hip-hop- nummer waarin enkele malen maybe she will wordt gezongen). Maar vanaf dan is het gas open en blijven gaan. Ze blijven ook trouw aan hun genre. Geen overdreven elektronisch geweld, maar altijd de juiste balans, ook bij hun nieuw werk. De hoofdzaak blijft gitaar- en drumgeweld. En zo hoort het ook. Ze blazen het dak, of beter gezegd het tentzeil, de lucht in.

En dan moet de topper van de dag nog komen, namelijk Russian Circles. Hel en verdoemenis. Terwijl de hemelsluizen openbreken en het publiek verdrinkt in de regen omsluit de muziek ons. Apocalyptische sfeer voor een apocalyptische show. In dit helse weer gedijt Russian Circles perfect, alhoewel dat niet absoluut noodzakelijk is. De band raast al bezeten méér dan een uur door, met de fenomenale drummers als hoofdregisseur. Hij timet de tempowisselingen, de drijfkracht en de ritmes tot in de perfectie. Met behulp van een karrenvracht aan pedalen, maar vooral met veel ‘kindness’ zorgt de gitarist voor de perfecte atmosfeer en de perfecte melodieën en riffs. Post-rock en Post-metal worden verweven tot een geheel. Ze blijven stoïcijns verder spelen, terwijl de regen zelf al het podium bereikt. De vrees voor elektrocutie spelen ze van zich af in wat ik enkel kan omschrijven als een adembenemend concert. En zo gaan wij denderend de nacht in. Doorweekt, verzopen en koud. Maar voldaan en onder de indruk.

dag 3 – zaterdag 30 augustus 2014
Hoe slecht het weer was, zo mooi is het vandaag. De zon komt zelf af en toe piepend. Een verademing. Ook muzikaal start de dag heel goed,. Met Mutany On The Bounty krijgen we een stevige post-rock-opener. Post-rock van de stevigere soort, met hier en daar een vleugje math-rock. Wat tempowisselingen, maar wel mooie nummers die het niet enkel van de wisselingen moet hebben. De nieuwe nummers blijken evenwel niet even straf te zijn als het ouder werk. Misschien dat ze nog niet allemaal even goed zijn ingespeeld? Ik zal er de volgende keer ik ze zie op letten.

Tijd om helemaal wakker te worden en een snuifje metal mee te pikken. Want dat is Fen. Doom/Black Metal, met in de tragere stukken ook af en toe een beetje post-metal om niet helemaal uit de boot te vallen. Een buitenbeentje. En dat is te merken aan het publiek, dat niet echt talrijk is komen opdagen. 3 man sterk. En twee ervan zingen: de ene clean (niet echt een topper), de andere de rest. Niet helemaal mijn ding, dus ook moeilijk om er een oordeel over te vellen.

Snel dus iets anders proberen. En dat blijkt AK/DK te zijn. Iets anders is misschien nog iets te licht uitgedrukt. Drum en elektronica hier. Vrolijke poppy muziek, zo gaat het van start. Nadien krijgen de nummers wat meer haar op hun tanden. Het is vooral de drum die daar voor zorgt. Hij klopt er met momenten duchtig op los en heeft de muziek de nodige vaart mee. Maar wanneer er stem bijkomt gaat het toch wat kinderlijk klinken. Een stemvervormer kan veel, en blijkbaar dus ook irritant zijn. En niet enkel de stem blijkt wat kleuterig te zijn. Het straalt uit over de instrumenten ook.

Tijd nu voor een one-man-band: Mylets. Deze 17-jarige snaak heeft nog niet veel adelbrieven voor te leggen. Piepjong is hij, maar hij trekt toch al aardig wat volk. En om op die jonge leeftijd alles al alleen te doen, chapeau. Hij bedient zich van 1 gitaar, zijn stem, een drumcomputer en een hele serie pedalen. Veel loops dus, die live worden ingespeeld. Daarmee bouwt hij zijn geluid op. En bouwen dat is het juiste woord, want hij heeft veel werk op het podium. Toch straalt hij, naast concentratie, ook veel spelvreugde en spontaniteit uit. Hij is een ruwe diamant waar er wel nog wat aan geslepen moet worden. Het is allemaal iets te rommelig en ook vocaal heeft hij het wat lastig. Oefening baart kunst.

Tall ships heb ik in mijn hart gesloten sinds ik ze vorig jaar 2 maal aan het werk zag (Rock Herk en Nijdrop). Nu staan ze echter op een groot podium. Vanaf de start van het optreden blijkt er iets fout te zitten met de klank. De bassen kraken en dat maakt het niet echt aangenaam om te luisteren. Ook schort er iets aan de zang. Die blijkt niet zo goed te zijn als de vorige keren. Jammer, maar het is dan maar zo. Iedereen heeft soms wel eens een slechte dag.

Om toch wat te compenseren ga ik nog snel even langs bij een andere band. Maar omdat de zang dermate slecht was ben ik niet bereid gevonden om lang genoeg te luisteren om een review te schrijven. Dat wordt dan maar wachten op de volgende band.

En dat is het Franse Year Of No Light. Dit jaar al zien excelleren op Dunk!Festival. En ook hier spelen ze de concurrentie in de vernieling. Zielverscheurende zwarte muziek. Muziek die geen licht toelaat. Zelf op klaarlichte dag, in het licht van de zon, slagen ze erin om de duisternis te laten regeren. Gitzwarte postmetal die door merg en been snijdt. Muziek die het niet nodig heeft van applausjes tussendoor maar die moet beleefd worden als één lange trip. De opbouw van de nummers is perfect. Net als je denkt dat ze wat gas gaan terug nemen, steken ze er nog een tandje bij. 4 nummers in 1 uur: zo hoort het. Wanneer zag u de Fransen nog eens overwinnen op de Britten? Ik was erbij. De beste band van de avond. Wie doet er nog beter?

God is an Astronaut mag het proberen. Ook zij stonden dit jaar al op Dunk. God is an astrounaut maakt geen gewone post-rock, maar post-rock met een twist. Lange instrumentale stukken zijn er zeker. Strijkstokken op de gitaar ook en een keyboard. Maar waar ze zich echt onderscheiden zijn de stukken waarin gezongen wordt. Ze kunnen heel melancholisch klinken, maar vandaag is het toch vooral het stevigere werk dat wordt gebracht. Geen man in het publiek die het erg vond. Een stevige klepper dus op het hoofdpodium en het publiek wist het te appreciëren.

Ook nog even de kans gegeven aan The Broken Oak Duet om mij te overtuigen. Hun naam laat er al geen twijfel over bestaan: ze zijn met 2. Ze produceren een heel minimale sound. Er worden geen loops gebruikt en ook een beperkt aantal effecten. Daardoor klinken ze heel authentiek, maar ook wel een beetje plat. Post-rock, math-rock en stoner worden in de mixer gehoord. De puurheid van de klank is zeker bewonderenswaardig. En ze krijgen nog veel dynamiek in hun songs. Het publiek is ook enthousiast.

Iliketrains = post-rock met een diepe new-wave stem. Stonden reeds enkele malen in ons Belgenland. Onlangs nog in de Botanique, om hun 10-jarig bestaan te vieren. Binnenkort pakken ze ook uit met een film over hun muzikaal bestaan. Dat zal wel de moeite zijn.
Iliketrains is naar goede gewoonte weer dansbare, donkere new-wave in een post-rockjasje verpakt. De swing zit er wel niet echt meer in, in het publiek. 3 dagen festival kruipt al snel in de kleren. En dat is te zien. Het is die warme diepe stem van de zanger die de band zo goed doet klinken. De droge, doch grappige bindteksten maken het geheel af en geeft de nogal zwaarmoedige muziek wat luchtigheid. De zanger liep ook al heel de dag op de weide (ik wist dat ik hem herkende en liep er al heel die tijd over te denken), dus hij houdt wel van wat muziek en kon zich voorstellen hoe de toeschouwers zich voelden.
Op de vraag of ze vrolijker, dan wel droeviger moesten klinken antwoordde het publiek volmondig donker. En ondanks de donkere kant schemert er altijd hoop en licht door in de muziek. Voorwaar een mooie en geslaagde combinatie.

Eigenlijk had ik toen moeten naar huis gaan. Maar ik wou Mono toch nog eens een kans geven. En ze begonnen er heel stevig aan. Een opener om u tegen te zeggen. Dus mijn aandacht was getrokken. Maar na de briljante opener vervielen ze weer in hun oude gewoonte: zeer trage, emotionele nummers die ik niet zo goed kan smaken.
Liever de gas open en blazen, zeker als afsluiter.

En zo komt er alweer een einde aan het avontuur. Voor mensen die twijfelen of ze dit festival eens willen bezoeken: Ik kan het zeker aanraden. Neem wel regenjassen, botten, sjaals, mutsen en dergelijke mee. Maar denk er vooral aan: het is voor de muziek dat je naar een festival moet gaan. En hier wordt je in dat opzicht zeker verwend.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/arctangent-2014/
Organisatie: Arctangent (UK)

War of Ages

Supreme Chaos

Geschreven door

Muzikaal vakmanschap en gevarieerde metalcore gaan hand in hand op het zesde full album van War Of Ages.  Deze zogeheten Christelijke metalcoreband uit Pennsylvania kreeg voor ‘Supreme Chaos’ versterking van gitarist Jack Daniels van Hope For The Dying.  De man zorgt voor een meerwaarde want de indrukwekkende sound op dit  album is om vingers en duimen af te likken. 
War Of Ages brengt een zeer gelaagde en minitieus opgebouwde mix van melodieuze metalcore, posthardcore, elektronica en klassieke metal.  De tien songs staan  stuk voor stuk als een huis. 
WOA weet agressieve hardcore naadloos te mengen met machtige metalriffs,  breakdowns en uitgekiende solo’s.  Dit hoor je vooral in “Lost Apathy”, een schoolvoorbeeld van een prima metalcore-nummer.  Ook de catchy en groovy opener “From Ashes” met enkele goedgerichte synths mag er zijn.  Verder is er onze favoriet, het funky  “Chaos Theory” met misschien wel de beste riff van dit album. “LionHeart” combineert dan weer enkele melodieuze met  razendsnelle passages en zal live de nodige gengsters slaan.   
Ook de andere tracks weten dit hoge niveau aan te houden.  Heel wat fans in de VS zijn al overstag gegaan voor War Of Ages, veel kans dat met deze plaat ook Europa volgt!

Lucius

WildeWoman

Geschreven door

Twee blonde zangeressen bepalen het gezicht van de uit Brooklyn, NY afkomstige Lucius die in hun sound ‘van-alles-wat’ proeven van folkpop tot popelektronica . De stemmenpracht  van de twee dames worden onmiskenbaar verbonden met First Ait Kid .
Ze geven de songs een opzwepende touch door de grooves en  stuwende trommels. “Go home” en “Until we get there” kunnen een doorbraak forceren , “Turn it around” heeft een intens broeierige spanning , “Hey Doreen” laat een meer wavegolf doorsijpelen en een  dromerig gevoel baadt over ons in de afsluitende reeks “Monsters” en “How loud your heart gets” . Heel sterk klinkt het innemend opbouwende “Nothing ordinary” , en hier toont het combo aan van alle markten thuis te zijn . Toegegeven, het materiaal is zeerzeker inwisselbaar, maar het debuut is alvast moedig!

Kadebostany

Pop Collection

Geschreven door

Kadebostany – interessant synthpop collectief rond ‘president Kadebostan’ en zijn Amina , ‘lokale diva’ en zangeres . Je voelt het al aankomen, we hebben hier burlesque, bombastische pop , met een Oost-Europese inslag , waarbij naast de electro, ze een Beirut/Balkan orkestsfeertje en country ademen, en ergens in de contreien van Laibach zitten.  Er valt afwisseling te noteren , maar toegegeven niet alles klinkt even goed . Openers “Walking with a ghost” en “Invisible man” overtuigen door die dansbare groove , verder “K-Airline” en “That eagle” door een broeierige spanning en tot slot “Hey!” , die de Balkan oproept; de rest is minder en is sfeervoller. Algemeen een catchy sound dus, wat zorgt dat dit goede plaat is , maar ook niet meer dan dat!

Zita Swoon Group

New old world

Geschreven door
Altijd wel iets bijzonders als Stef Camil Carlens als zijn avontuurlijke drummer Aarich Jespers aan het werk zijn, samen met contrabassist Tomas de Smet. Naast het ‘gewone’ werk met Moondog Jr en Zita Swoon schreven ze filmmuziek ( remember ‘Sunrise’) , waren er de inspiratievolle ‘Bandinabox’ optredens , de voorstellingen van de theater/dansproductie ‘Dancing with the Sound Hobbyist’, Rosas, en voegden ze er het woord ‘Group’ aan de bandnaam toe , wat nog ‘Wait for me’ opleverde, een muzikale ontdekkingstocht door Burkina Faso en Mali . Het gezelschap opereerde muticultureler dan ooit .

Nu is de muziek verkrijgbaar van de voorstelling ‘New old world’ ; die een paar jaar terug bij Motel Mozambique in première ging, een beeldend verhaal over heden, verleden en toekomst, een toonbeeld opnieuw van ZS’s muzikaal grootst mogelijke vrijheid .
Inderdaad , een soundtrack van een multimediavoorstelling waar geen woord wordt in gezongen , elementen uit de dans- en theaterwereld, schaduwspel, de beeldende kunst en animatie worden geïntegreerd . Voldoende genoeg om je fantasie te prikkelen .
Naast het spel van de twee is er voldoende ruimte voor het strijkersensemble (hedendaags klassiek) , de contrabas en het jazzy piano/keysspel van Wim De Busser . Pop, jazz, latin en ga zo maar door vinden hier hun weg in een dertiental instrumentale stukken , die melancholie, tristesse , onzekerheid plaatsen naast optimisme, luchtigheid en grappig voelen . ‘The brave new world’ wordt omgezet in deze ‘New old world’  van maatschappij en individu, waar experiment en harmonie elkaar afwisselen en kunnen verrijken . Die ZS uniciteit kunnen we maar bewonderen …

Archie Bronson Outfit

Wild Crush

Geschreven door

4 jaar zaten er tussen de twee cd’s van de Britse psycherockers Archie Bronson Outfit , die nu dus toe zijn aan hun vierde plaat . Eén van de medeoprichters verliet de band , maar ABO knokt bikkelhard terug met deze . Het scheurt, schuurt en freakt soms , check maar eens “Two doves on a lake”, opener van de plaat , die meteen de aandacht scherpt , of iets verderop “We are floating”, “Cluster up & hover” en tot slot “Hunch your body, love somebody” . Het zijn vier kleppers die de juiste combinatie hebben van garage rock’n’roll psychedelica en je in een onweerstaanbare groove brengen door de broeierige repetitieve bezwerende ritmiek . De rest van de plaat , btw de plaat duurt maar 32 minuten , zijn iets subtieler, sfeervoller , dromerig en niet vies van wat toegevoegde blazers en vocoder . In de kakafonie van stijlen en genres is de samenhang , de melodie en de finesse overduidelijk . Sterk album!

Pagina 316 van 498